Buurman Willem 1

Buurman Willem 1

Van alle buurmannen op de wereld, dat zijn er heel wat, hadden wij uitgerekend Willem als buurman. Een heel bijzonder mens waarbij je niet verveelde. Willem was een klein tenger mager mannetje. Met kleine pasjes kwam hij aan gedribbeld en met snelle bewegingen verduidelijkte hij zijn verhaal. Vooral als hij iets nieuws had te vertellen, dan verhief hij zijn stem tot piep. Willem´s wereld was klein, het werd begrenst door zijn blikveld. Voordeeltjes in het leven, daar had hij volkomen logisch en vanzelfsprekend recht op. Kwam het leven niet zo uit, had hij ergens een nadeel, dan was Leiden in last. Dan sprong Willem als een springveer uit het doosje. Nu zou je denken dat Willem een buurman was waar je altijd ruzie mee had. Dat was niet het geval. In eerste instantie hadden we dat te danken aan het rustige karakter van mijn vader. Maar wat ook erg meehielp was de afgelegen positie van Willems huis. Hij had te weinig mensen om zich heen om ruzie mee te maken. Gelukkig had hij een zoon, die woonde in Groningen. Toen Willem zijn zoon Henk vroeg om zijn tuin om te spitten was er aanvankelijk volop medewerking. Zijn tuintje was in een zaterdagmorgen immers zo om te spitten. Henk had inmiddels een rij omgespit, daar kwam Willem aangerend. Zijn zoon moest onmiddellijk stoppen. Zoonlief keek zijn vader verbaasd aan. Met driftige bewegingen en een hoge stem maakte Willem duidelijk dat zijn zoon in de verkeerde hoek van de tuin was begonnen. Henk begon te sputteren dat het toch werkelijk niet uitmaakte waar je begon met het omspitten van de tuin. Willem vond het echter nodig om er een harde punt van te maken, de structuur van zijn grond stond op het spel. Willem had het zeldzame talent om het zo hoog op te spelen dat zoonlief kwaad de schop op de grond wierp en zijn vader vriendelijk maar dringend verzocht voortaan zelf de tuin maar om te spitten. Dat was Willem ten voeten uit. Even later vertrok zijn zoon met de auto naar Groningen en stond Willem alleen te spitten in zijn tuin. Als Willem een voordeeltje kon halen zou hij het niet nalaten om stoute dingen te doen. Zo viel mijn vader op dat tussen de struiken in onze tuin vele hoopjes steen en puin lagen, af en toe zelfs een hoopje takken. Opvallend hierbij was dat de hoopjes over de gehele lengte van Willems belendende grond lagen, alles lag precies een arm diep in onze tuin. Willems arm. Hij was aan het schoffelen geweest en had alle steentjes en takjes op bultjes bij elkaar geharkt. Wat moest je het afval laten als je de kruiwagen schoon wilt houden en de buren niet aanwezig waren? Mijn ouders lachten vaak om deze stupiditeiten. Maar soms maakte Willem het ook bij deze geduldige mensen te bont. Willem had nog een jongere zoon Harry, die was een beetje handig met auto’s. Na een zaterdag knutselen aan een Volkswagen bleven een paar lege olieblikken naast Willems schuur liggen. De zondagmorgen erop liep Willem door zijn tuin en zag bij de ingang van zijn schuur de lege blikken liggen. Wat doe je dan volgens Willems logica als je van die blikken af wilt komen? Hij wist dat de buren naar de kerk waren. Juist, hij smeet ze met een boog over de struiken onze tuin in. Maar zelfs een genie als Willem maakte fouten. Mijn ouders waren namelijk de zaterdagavond tevoren naar de kerk geweest. Erger nog, mijn moeder lag op dat moment aan de andere kant van de struiken te zonnebaden. Die moest in vuurdekking. Verwacht nu geen heftig protesterende moeder. We hadden niet voor niets zo’n dertig jaar zonder ruzie naast Willem gewoond. Ma loste dat op haar eigen manier op. Zoon Gerard van tien jaar moest de blikken maar terug gooien. Op een andere tijd natuurlijk. Dus een dag later keek een verwonderende Willem naar zijn tuin en zag daar wederom een paar lege olieblikken liggen. Wel, geen gezeur om die blikken en gewoon die troep opruimen. Dus pakte Willem de blikken en smeet ze opnieuw bij ons over de struiken. Om even later ze met een boog terug te krijgen. Willem tuurde door de struiken en zag daar mijn broer Gerard staan. Bij Willem kwamen nu de nekharen recht overeind te staan. In zijn optiek stond hier een buurjongen die zomaar met lege olieblikken gooide en nog wel in zijn tuin! ‘A’j hier met deurgaot zeg ik het teeg’n joe moe’, schreeuwde de boze buurman. ‘Ik mus ‘t juust van mien moe doen’, riep een kinderstem terug. Zelfs Willem begon nu zijn eigen onredelijkheid in te zien en kwakte even later de lege olieblikken in zijn eigen vuilnisemmer. Gelukkig had hij nog een andere buurman. Die woonde iets naar voren. Willem keek als het ware op zijn achtererf. Daar zat een pad tussen waarover een boer zijn landbouwgrond achter Willems huis kon bereiken. Al dat gejakker met die dikke trekkerbanden naast zijn huis. Die boer moest maar een andere pad opzoeken, het was welletjes geweest vond Willem. De volgende keer dat de boer naar zijn grond wilde vond hij Willem op zijn pad. Het werd bijna slaande ruzie. Recht van overweg vond Willem maar gezeur. Even later sloeg hij langs zijn erf lange ijzeren pinnen met scherpe punten in de grond. De boer kon geen centimeter meer uitwijken of hij liep kans zijn kostbare banden lek te prikken. Nu kwam Willems echtgenote Dinie in het geweer. Die pinnen waren gevaarlijk, daar konden kinderen op vallen, die moesten eruit. Willem vloog voor Dinie. Hoewel de boer had gewonnen keek deze toch altijd verschrikt rond als hij het huis van Willem passeerde. Maar Willem had daar helemaal geen tijd voor, het was hem namelijk iets vreselijks opgevallen. Iemand zat bij zijn rode bessenstruiken. De struiken stonden keurig in lengterichting langs het pad naast zijn huis. Willem rook prooi. De komende tijd hield hij de struiken goed in de gaten. De sappige trosjes rode bessen waren erg aanlokkelijk. Het duurde niet lang of Willem had de dief betrapt. Nota bene zijn eigen buurman! Een ruzie was het gevolg. De buurman, een rustige oude vrijgezel, werd overrompeld door een drukke terriër. De arme man kreeg geen kans om in verweer te komen. Willem was helemaal van God los. Hij rende zijn schuur in en kwam even later terug met een jerrycan vol met benzine. Enkele momenten later had driftkikkertje Willem alle bessenstruiken besprenkeld met benzine. Voordat de buurman nog iets kon zeggen verdwenen de bessenstruiken in een wolk van rook en vuur. Van de rode bessenstruiken bleven alleen zwart geblakerde takken over. Het was Dinie die dezelfde middag nog vrede stichtte met de verschrikte buurman en later aan haar inmiddels afgekoelde man moest vertellen dat de bessenstruiken niet op zijn maar buurmans grond stonden.

 

Geschreven door Henk Beukers

Geef een reactie

7 Reacties

  1. A. Wilpshaar · 5 december 2017 Reageer

    Precies zoals ik Willem Wessel ken: een onredelijk, opvliegend mannetje. En ik kan het weten, ik was ooit zijn schoondochter.

  2. Rudy Hanenbergh · 30 november 2016 Reageer

    Willem was onze achterbuurman, hij keek uit op onze achtertuin. En wij kunnen er ook een liedje over zingen. Het begon er mee dat ik een keer vanaf het weggetje naar zijn huis rechtstreeks over zijn tuin naar onze tuin liep, was natuurlijk niet correct van mij, maar het was de kortste weg. Uiteraard kwam hij tierend naar buiten en doordat ik toen mijn tong naar hem uitstak is het ook nooit meer goedgekomen. We mochten ook nooit over het weggetje naast zijn huis, bedoeld voor de boer die achter hem land had, naar het veld lopen (toen was Erica Noordwest nog een lege vlakte, en kon je vanuit onze tuin de trein van Emmen naar Nieuw-Amsterdam zien). Hoe hij het merkte weet ik niet, maar telkens kwam hij briesend naar buiten. Soms met het schuim op de mond. Hij is ook wel eens bij ons in huis verhaal komen halen, om vervolgens stil af te druipen nadat hij had beseft in de minderheid te zijn (had hij ook van te voren kunnen bedenken).
    Toen Erica Noordwest werd aangelegd werd de Welhaak achter bij ons door de tuin aangelegd. Maar ongeveer een halve vierkante meter kwam over de hoek van zijn tuin te liggen. Willem bemeste ieder voorjaar zorgvuldig zijn tuin, maar vanaf het moment dat duidelijk was geworden dat hij dat hoekje kwijt zou raken, werd dat, precies afgetekend, niet meer bemest. Terwijl het nog wel een paar jaar duurde voordat de straat er daadwerkelijk lag.

  3. Hans Wessel · 19 februari 2016 Reageer

    Leuke anekdote, Willem was een oom van mij en ik herken het opvliegerig gedrag wel van hem. Mijn vader Jans, Willem zijn broer kon om die reden dan ook niet goed met hem opschieten. Vroeger kwam ik veel bij oom Willem en tante Diny. Mijn opa, Willem zijn vader, woonde bij hun in. Als wij dan op visite kwamen reden we op de Solex van opa over het genoemde sintelpad, net zo lang tot de benzine op was en opa eerst moest tanken voordat hij weer kon gaan vissen.

    • Henk Beukers · 19 februari 2016

      Bijna dagelijks zagen we opa Wessels met zijn solex volgeladen met bamboehengels naar zijn visstekkie rijden, dat was een zijkanaal van de Ensingwijk, halverwege het huis van ‘Klein Reusie’.

  4. Henk Sijbom · 10 augustus 2014 Reageer

    Leuke verhalen. Hoewel ik daar zeer veel over de vloer kwam zijn de meeste verhalen nieuw voor mij. Hoe het omspitten van de tuin gegaan is daar kan ik mij wel iets bij voorstellen.

  5. Gerhard Beukers · 30 maart 2014 Reageer

    Zo ien keer in de zoveul tied kiek ik is eem bij Erica lekker water.

    Mooi Henk die verhalen uit de oude doos, Wessels was toch de achternaam van die Willem ( bijnaam de Piepert)

    groeten Gerhard.