Vliegertijd

Vliegertijd

De zomer trekt langzaam voorbij. De lange avonden in licht zijn al lang een herinnering. De natuur maakt zich op voor de herfst. De jaargetijde van kleur en geur. Van paddenstoelen en vallende bladeren. We worden ons bewust van de betrekkelijkheid van het jaar. Herfst is de tijd van melancholie. Dichters gaan aan het werk en maken zich op voor een herfstschrift. Het Nederlandse woord met de meeste medeklinkers aaneen. Herfst is ook de jaargetijde van de oogst. Gigantische rooiers ploegen de piepers uit de grond evenals hun collega´s de suikerbieten. Een golvende zee van gouden korenaren maakt plaats voor een kale stoppelveld. De tijd is aangebroken dat de boer het niet erg vindt dat je op het veld komt. De stoppelvelden waren door de regel goed te betreden. Gek genoeg kreeg je vaak natte sokken op zo´n stoppelveld. De stoppels waren namelijk tot de rand gevuld met regenwater. Maar we hadden veel vlakke ruimte tot onze beschikking. De tijd van het vliegeren was aangebroken. Niet alleen op de stoppelvelden. Overal op Erica zag je dunne lijntjes die zich oprichten naar de hemel, op het eind van de lijn een vrolijk dansend vliegertje. Met westenwind kon je vanaf de Kerkweg een vlieger op laten. Tot aan de horizon, de Bladderwijk in Oranjedorp, had je alle ruimte door de lege velden. Dat had je ook nodig. Wanneer de winter aanbrak was op Erica menig boom getooid met een dooie vlieger die zich armzalig bewoog aan een stukje lijn. Soms bleef zo´n ding tot aan het voorjaar in een kale kruin bungelen. In tegenstelling tot vandaag waren er geen kant en klare vliegers. Wat vloog was een product van eigen nijverheid. Van een houten kist werd een zijplank verwijderd. Met een bijl werd het plankje in repen gekliefd. De repen werd vervolgens door een mes steeds dunner gesneden. De spanten van de vlieger moesten zo licht mogelijk zijn. Urenlang zat je zo´n reep hout met een mes te bewerken tot een dun stokje. Menig vloek hoorde je uit een schuur wanneer bleek dat het stokje te dun was gesneden en brak. Dan kon je weer opnieuw beginnen te houtsnijden. Had je eindelijk de beide spanten klaar dan werden zij met een kruissjorring aan elkaar geknoopt. Je had dan een kruisvorm. Op elke uiteinde werd een snede gemaakt. Over de uiteinden kwam een strak gespannen touwtje die de vlieger zijn ruitvorming gaf. Een centimeter van de uiteinden werd een uitsparing gesneden. Hier ging het alsnog vaak mis. De uitsparing werd te diep en de uiteinde brak af. De vlieger werd een centimeter kleiner. In de uitsparingen kwamen de touwtjes die de vlieger in balans moesten houden. De touwtjes kwamen bij elkaar en gingen over in de hoofdlijn. Over de latjes en de ruitvormig gespannen touw werd een krant gelegd. De vlappen van de krant werden voorzichtig over het gespannen touw gevouwen. Aan de achterkant werden de omgevouwen vlappen met behanglijm aan elkaar geplakt. De vlieger had nu zijn definitieve ruitvorm. De vlieger werd aan de touwtjes opgetild om zo het balans te bepalen. Hing de vlieger mooi horizontaal dan werden de touwtje aan elkaar geknoopt. Aan de knoop kwam de hoofdlijn, de vliegerlijn. Het was dun bindtouw die voor een paar cent per bol in de winkel te koop was. Aan de onderste uiteinde van de vlieger kwam een vijf meter lange lijn, de staart. Nu was de vlieger klaar, menigeen was daar een hele dag zoet mee geweest. En nu moest dat ding nog vliegen. Dat ging natuurlijk niet zomaar. Dat ding moest eerst ingereden worden. Wanneer de vlieger sterk afboog was de balans niet goed. Een van de ophangtouwtjes moest langer of korter worden gemaakt. Maakte de vlieger rare capriolen en scheef het ´achtjes´ in de lucht dan was de staart te licht. Een paar polletjes stro of gras zorgden voor de nodige balans. Ging de vlieger traag naar boven waarbij het nauwelijks bewoog, dan was de staart te zwaar. Een polletje werd uit de staart verwijderd. Was de vlieger in balans dan schoot het wiegelend de lucht in. Ondertussen liet je de lijn een stuk vieren. Wanneer je met het vieren ophield schoot de vlieger een stuk hoger de lucht in. Deze handelingen herhaalde je tot de vlieger ´bovenwinds´ stond. Je kon dan de lijn vastzetten aan een boom of paaltje. Die vlieger bleef in de lucht hangen zolang er wind was en de lijn niet brak. Nu kon je een boodschap naar de engeltjes sturen. Op een velletje papier werd dan een boodschap geschreven. Vervolgens werd het papiertje ingescheurd en om de vliegerlijn bevestigd. Wanneer het papiertje werd losgelaten blies de wind het papiertje tegen de lijn omhoog naar de vlieger. Soms kwam je bij het neerhalen van de vlieger een hele kwak papiertjes tegen. Natuurlijk was er onderlinge concurrentie tussen degene die een vlieger had. Wanneer je met de handen in de broekzak naar je vlieger stond te kijken keek je onbewust naar de andere vliegers. De grootte en hoogte van de vlieger was bepalend. Wanneer vroeger bakker Kolker met zijn enorme vlieger werd afgetroefd dan greep hij diep in zijn broekzak. Hij drukte een kind een paar centen in de handen met de boodschap om ´eem een bollechie touw´ op te halen. Ook schroomde hij niet om zijn dochtertje de lijn in handen te geven. De mensen keken een bloemetjesjurk na die door de lucht vloog om even later tussen de stoppels neer te kwakken en vervolgens nog zo´n tien meter mee gesleept te worden. Maar ze hield de lijn vast als een terriër. Jaren later maakte mijn vader een nog grotere vlieger. Het frame van de vlieger bestond uit vishengels van bamboehout. Het ding was meer dan drie meter hoog. De lijn was van speciaal extra dik nylon. Het papier was inpakpapier, zo van de rol. De lijn was gewikkeld om de velg van een fiets. Toen de vlieger werd opgelaten steeg het hoger en hoger tot het nauwelijks zichtbaar werd. Bij westenwind stond de vlieger boven de woning van mijn oom aan de Kerkweg. Menig Ericaan keek bewonderend naar boven en kon nauwelijks geloven dat een vlieger zo hoog kon. En tussen de mensen liepen wij dan weer trots te wezen. Mocht het nodig zijn dan wezen we naar boven naar ´onze´ vlieger. Het was een keer bij oostenwind toen Pa de lijn uit handen gaf aan zevenjarig broertje Chris. Die zat in een karretje en hield de lijn stevig vast. Vlak daarna was een sleepspoor tussen de sjalotjes, prei en aardbeiplantjes de stille getuige van de jonge aviateur. Het was een korte snelle sprint van Pa die Chris aan de vergetelheid onttrok.

 

Geschreven door Henk Beukers

Geef een reactie