Spookspel

Spookspel

Wanneer in oktober de avonden langer worden dan hebben sommige mensen blijkbaar behoefte om elkaar aan het schrikken te maken. Het tegenwoordige Halloween, overgewaaid uit Amerika, is daar een sprekend voorbeeld van. Op Erica is een dergelijke grap toen behoorlijk uit de hand gelopen. Het was tijdens de oorlog in oktober 1942. De Havenstraat was ter hoogte van de Kerklaan slechts met een verduisterde lamp verlicht. De volgende verlichting was bij bakker Ahlers, toen woonachtig in de oksel van de Havenstraat en Kerkweg. Na half acht ‘s avonds was het daartussen volledig donker. De laatste mensen zochten hun huis. Van de Duitsers moest iedereen op tijd binnen zijn. Die avond liepen twee jonge dames langs de Havenstraat richting bakker Ahlers. Er stond hun een onvergetelijke gebeurtenis te wachten. In die tijd was het openbare kerkhof op dezelfde locatie gesitueerd. Zelfs de huidige beukenhaag om het kerkhof is authentiek, evenals de plaats van de ingang. De huidige gemetselde kolommen met ijzeren hek is de vervanger van de oude hek, die in de vijftiger jaren werd vervangen. De oude hek stond bekend om zijn knarsend geluid wanneer deze werd bewogen. Een paar jongeheren wilden de dames eens flink aan het schrikken maken. Ze hingen twee uitgeholde bieten aan het hek, beide voorzien van een uitgesneden spookgezicht en opgelicht door een kaarsje. Vervolgens werd het hek geheel naar binnen open gezet. De val stond open. Toen de twee dames, een beetje schichtig rondkijkend en ongemakkelijk voelend, de hek passeerden gebeurde er niets. Behalve dat de hek langzaam met een knarsend geluid dicht viel. Het opgelichte gezicht in beide bieten deed de rest. Onder grote hilariteit van de heren gilden de dames in paniek de Havenstraat op. Maar deze grap kreeg een vervelend staartje. De politie stond enkele dagen later bij hun op de stoep. Wat bleek? Een van de dames was zo erg geschrokken dat ze er blijvende gevolgen van overhield. Bij deze grap werd dus duidelijk een lijn overschreden. Nou, wij konden er ook wat van. Ik ging eind jaren zeventig van de vorige eeuw als groentje voor het eerst mee met de verkenners op zomerkamp. Het zomerkamp van de verkenners uit Erica was toen in Uelsen, Duitsland. Samen met collega-groentjes Bennie en Willie was alles nieuw en spannend voor ons. We werden dankbare slachtoffers voor het spookspel dat de leiding met enig leedvermaak voor ons in petto had. Het concept van het spel was heel simpel. Het negen kleine negertjes principe. We hadden die avond een wandeling in het donker. We liepen als een sliert achter elkaar over een smal bospad. Vooraan de sliert liep wijlen Toon Prins, onze hopman. De rij werd afgesloten door de beide vaandrigs, Eric en Stef. Wij groentjes liepen pal achter de hopman. Opeens was een vaandrig verdwenen. Grote paniek waarbij de hopman op het bospad op en neer rende. De groentjes weken geen centimeter van hem. Even later was de tweede vaandrig verdwenen. Elke verkenner begon zich ongemakkelijk te voelen, zeker degene die nu achteraan liep. Telkens werd bij deze verkenner zachtjes op de schouder getikt en fluisterend gevraagd aan het spookspel mee te doen. Met samengeknepen billen maar merkbaar opgelucht gaf de verkenner zijn volledige medewerking. Het is bizar hoe een angstgevoel bij een verkenner in een paar tellen kan omslaan in leedvermaak. Hij hoefde alleen naast het bospad stil te staan en na enkele minuten een schreeuw te geven. Het bospad werd vrij gehouden om de Hopman ruimte te geven om in het spel te manoeuvreren. Bij elke schreeuw in de verte rende de Hopman naar het geluid, de drie groentjes zaten zowat in zijn broekzak. Langzaam werd de rij achter de groentjes kleiner en het geschreeuw achter hun in het donker luider. Het spel kreeg een onverwachte einde doordat een boer met zijn jachtgeweer in de lucht schoot. Luid in het Duits riep de boer of we met dat geschreeuw helemaal door de konijnen waren besnuffeld. Het was een top spookspel. Man, we scheten bijna alle kleuren peulen. Ook in latere zomerkampen bij de verkenners bleef het spookspel een vast onderdeel van het programma. Soms moest de leiding alle zeilen bijzetten om binnen de lijn te blijven. Een patrouille verkenners kon woest worden wanneer een lid van hun werd ontvoerd. Dan kon een fietsend oud vrouwtje in het donker zomaar een troep van die jonge wilde honden achter haar aan krijgen. Moet het vrouwtje weer plat op stuur om ze voor te blijven. Dan had de leiding die avond weer druk om de omwonenden bij te praten, dat het maar een ‘spiel’ betrof. Soms werd de lijn toch iets overschreden. Bijvoorbeeld die keer dat een neef en ik vrijdagavond in het donker op het dak van het kapelletje op het Katholieke kerkhof zaten. Ik had een witte babymaillot over mijn hoofd getrokken. De beentjes van het maillot waren opgevuld met kranten zodat het leek alsof ik twee witte hoornen had. Onze slachtoffer kwam precies op tijd. Ik hoefde alleen maar de lantaarn in mijn gezicht te schijnen. Mijn neef begon te loeien als een koe. Het bromfietsje met slachtoffer reed pardoes de struiken in. Toen ik wilde helpen rende het slachtoffer gillend weg. Ik kwam in het donker aangerend en was vergeten mijn hoornen af te doen. Later die avond kon neef Klaas, het was het slachtoffer, er smakelijk om lachen, Vele jaren later mocht ik weer een spookspel bij de verkenners meemaken. Nu als vaandrig bij scouting Kazienaveen. Op een zomerkamp in Duitsland. We hadden als speelterrein zo’n vijf bunder bos tot onze beschikking en hadden die donkere avond een spook ingehuurd vanuit Erica. Het spook had zijn gezicht met scheerzeep wit gemaakt en zou ons op de route door het bos ‘verrassen’. Ik adviseerde de groep een lied te zingen terwijl we door het bos liepen. Spoken houden niet van liederen maakte ik de groep wijs. Terwijl de gehele groep een potje met vet zat te zingen kon het spook een mooie positie innemen. Hij hoorde het geluid van de zingende groep en wist precies waar de groep zich in het bos bevond. Wanneer het spook zich vertoonde aan de groep kon hij rekenen op een regen van stenen. De verkennertjes waren niet bevreesd of juist heel erg. Ik adviseerde de groep niet met stenen te gooien om het spook niet kwaad te maken. Met zand gooien mocht wel, daar kon je geen buil mee vallen, laat staan een spook uit Erica. Ik zuchtte verontschuldigend en opgelucht. Het spook in de struiken ook, zo te horen. Het was toen een heldere nacht, we kregen een mooi natuurverschijnsel te zien. Om de volle maan stond een kring. Terwijl we als groep naar de maan stonden te kijken werd het wachtende spook nieuwsgierig. Hij ging zomaar bij de groep staan om eveneens naar boven te kijken. Op vragen uit de groep gaf de spook geduldig antwoord. Niemand had door dat het spook tussen hen in stond! Vlug maakte het spook zich weer uit de voeten maar keek mij eerst nog met betraande ogen aan. ‘Het was het zand’, liet het arme spook nog even weten om vervolgens in de struiken te duiken om het spel te hervatten.

 

Geschreven door Henk Beukers.

Laat een reactie achter bij UIL

2 Reacties

  1. UIL · 13 oktober 2014 Reageer

    Potverdrieenhalf,

    Het verhaal werd door jou verteld, ik weet wie het spook bij jullie was.

    Omstreeks 1969, ik geloof dat jullie lichting toen verkennertjes waren.
    Ik herinner mij het jongetje van Görtz , Jan Peters, van de Kolk, Beukers Henk, Bennie Heller en nog een paar.
    Verkennerskamp in Gross Dórgen, een ontvoering door dorpelingen georganiseerd.
    Cor van de Capelle werd ontvoerd, wat waren jullie kwaad, wij als leiders mochten van de dorpelingen niet meedoen aan het spel, maar hebben toch de hele avond jullie kunnen begeleiden en van het ergste kwaad kunnen behoeden.
    Ik goa noar de plietsie, zei die jongen van Prins. Ik steek die hele boerderij in de fik zei weer een ander.
    ik heb een mes in de buuse doan, ik hang die ontvooerders an zien poot’n op ‘k eb touw met neum’n.
    ha’k hum veur de fietse krieg is’t een dooie duutser.
    Jonge wat heb ik moeten praten om alles rustig te houden, later konden wij vertellen dat Cor weer rustig bij de Hopman in de tente zat, en dat dit een spel was.

    • Vliegend Hert · 14 oktober 2014

      Beste Uil,
      de door jou genoemde jongens waren er inderdaad bij, Hennie Gortz, Gerard Vinke, Johan Heynen, Bennie Reuvers en de gebroeders Lohues e.a.
      Het pad waarop zich het spookspel afspeelde liep over een oud-nudistenkamp vlakbij Uesen.
      Het zomerkamp speelde dus niet af in Dorgen maar in Uelsen.
      Dat neemt niet weg dat in Dorgen ook ontzettende leuke spookspellen hebben afgspeeld.