Wat boven Erica vloog

Wat boven Erica vloog

Ook in de jaren zeventig vloog er van alles rond boven Erica. Een baantje die me toen al aanstond was die van piloot. Niet zomaar een piloot van een verkeersvliegtuig, van een kleine. Met name een sproeivliegtuig. Ik zag zo’n vliegtuig voor het eerst boven het land achter ons huis. Daar op het land van boer Gengler stonden witte vlaggetjes aan bamboestokjes. Deze zagen we wel vaker in het land staan maar we sloegen daar geen acht op. Nu bleek dat een soort van afbakening te zijn voor gewasbescherming. Tegenwoordig voor tractoren voorzien van tanks met duizenden liters landbouwgif en enorme sproeiarmen. Vroeger gebeurde het besproeien van gewassen met een omgebouwde 2-persoons vliegtuigje. De sproeiarmen bevonden zich onder de vleugels. Opeens waren de sproeivliegtuigen uit het beeld verdwenen. De reden was me niet geheel duidelijk. Ik vermoed de toenemende hoeveelheid landbouwgif die over de gewassen werd gespoten. Met zo’n hoeveelheid gif kwam een sproeivliegtuig gewoonweg niet van de grond. Wanneer vroeger zo’n sproeivliegtuig boven een kavel aan het werk was trok dat altijd aandacht van een handvol jonge knapen. Vol ontzag keken we naar de piloot wanneer deze met veel kabaal vlak voor ons voorbij vloog, steevast gevolgd door een wolk groene nevel. Op het eind van de kavel hield de groene nevel plotseling op, het vliegtuigje maakte een bijna loodrechte vlucht naar boven. Op dat moment zag de piloot niets anders dan wolken. Op zijn oriëntatiegevoel maakte hij dan een draai waarbij hij weer contact met de aarde maakte. Om vervolgens een aanloop te maken voor zijn volgende gifronde. Geweldig leek me dat. We zwaaiden enthousiast naar de piloot, deze zwaaide soms terug. Bij genoeg publiek was de piloot niet te beroerd om een toegift te geven. Met nog meer zwier werd de laatste ronde genomen vlak voor het publiek. Dan was de show voorbij. In plaats van een steile klim vloog het vliegtuigje door naar de horizon. Wanneer wij daar dan als jongens van de kavel wegliepen wisten we allen wat we later gingen worden, piloot. Met allerlei capriolen en salto´s gingen we de groene aardappel- en graanvelden te lijf. Wat voor groen spul kwam eigenlijk uit het vliegtuigje? We kregen achter Frans Savenije de kans om dit te ontdekken. Met Bennie en Harry liep ik daar in het veld. Naast ons een kavel groene graan ter hoogte van onze middel. In de verte hoorden we geronk van een vliegtuig die snel dichterbij kwam. Het bleef even boven ons cirkelen. Het nam een aanloop en tot onze grote verrassing werd het groene graan besproeid. We wachtten tot het vliegtuigje verdween en slopen verdekt het graan in. Een paar keer denderde het vliegtuig langs ons heen. De volgende ronde waren wij aan de beurt. Op onze knieën zaten we diep weggedoken in het graan op het toenemende lawaai te wachten. Plotseling stonden we op en begonnen te zwaaien. Het vliegtuigje schudde wat met de vleugels maar kon op de korte afstand niets meer uitrichten. Op nog geen meter scheerde het vliegtuigje boven onze juichende hoofden weg en verdween achter de horizon. Het werd weer stil op Erica. Vol trots bekeken we elkaar. We zaten onder de groen puntjes, het haar, onze gezichten, de kleren, alles. Je kon het zo wegpoetsen want het was een soort van vloeistof. Dat deden we natuurlijk niet. Vol trots lieten we dat aan onze moeders zien die weer de zoveelste hartverzakking van schrik kregen van hun lieve zonen. De volgende keer was het weer iets anders in de lucht wat onze aandacht trok. Dit keer geen geluid, het leek in de lucht stil te staan. Een luchtballon. Een enorme ronde bal gevuld met heliumgas. Als aandachtsmagneet trok het mensenhoofden omhoog. We bleven maar naar die grote bal gapen. Onder de bal zagen we een minuscuul mandje met een paar figuurtjes over de rand kijken. Dat waren mensen die naar ons zwaaiden. Natuurlijk zwaaiden we terug. Met die figuurtjes eronder konden we pas een vergelijk maken hoe enorm groot die ballon was. Het was bijna te groot voor onze bevattingsvermogen, we werden er een beetje bang van. Later kwamen de peervormige heteluchtballonnen. Daar kwamen er steeds meer van, waarschijnlijk omdat hete lucht goedkoper was dan heliumgas. Maar het bleven indrukwekkende grote ballonnen. Ik maakte veel later een keer mee dat ‘s avonds zo’n ballon achter ons huis ging landen. De ballon droeg het rode logo van Douwe Egberts koffie. Zorgvuldig werd door de ballonvaarder een veilig plekje gezocht. In het schemerdonker kwam de ballon een paar meter boven het veld zachtjes op ons aandrijven. Het duurde niet lang of het was te donker om de silhouet van de ballon nog te zien. We hoorden wel stemmen vanaf de ballon en grond die elkaar instructies toeriepen. Toen een moment dat ik nooit meer vergeet. Een harde brul gevolgd door een enorme steekvlam deed de ballon zo´n dertig meter voor onze neus als een enorme rode lampion opgloeien. Als het mogelijk was geweest was mijn zoontje op mijn arm in mijn broekzak weggekropen. Ik hem achterna. De meest indrukwekkende luchtballon zag ik in de derde klas van lagere school. Bij meester Marie. De meester was in de morgen al onrustig en vertelde enthousiast dat er ‘s middag een Zeppelin boven Erica langs zou varen. We probeerden enthousiast mee te doen maar de meester had vergeten te vertellen wat een Zeppelin was. Hoe meester Marie het te weten kwam is me een raadsel maar ‘s middags kwam inderdaad een sigaarvormige ballon over Erica langs drijven. Voorzien van een logo van Goodyear. Indrukwekkend en nooit meer zo’n ballon gezien. Wat we wel vaak zagen in de jaren zeventig waren de straaljagers die boven Erica langs scheerden. De koude oorlog was immers in volle gang. Nederland verdedigde zich toentertijd met Starfighters. Onze regering leek te denken dat wie het meeste lawaai maakte automatisch de oorlog won. De straaljagers kwamen soms zo laag boven Erica vliegen dat de sokken ons waaierden om de kuiten. Dan gingen de Starfighters op elkaar oefenen. De vliegtuigen waren zo wendbaar als een drol in een kniebocht. Ze hadden heel gemeente Emmen nodig als draaicirkel. Bij gebrek aan een verdwaalde Rus zaten de Starfighters achter elkaar aan te vangen. Ze maakten hierbij soms een draai om de as. Dan schoten de straaljagers loodrecht omhoog de donkerblauwe hemel in. Geweldig leek me dat. Ik wist gelijk wat ik toen wilde worden. Van alle geluiden die er waren kwam even later het luidste die je kon voorstellen, hoogstwaarschijnlijk nog steeds herkenbaar voor mensen uit de jaren zeventig. Het was een Starfighter die door de geluidsbarrière vloog en menigmaal de ruiten liet springen, sjonge wat een tijd was dat hè?

 

Geschreven door Henk Beukers

Laat een reactie achter bij Rudy Hanenbergh

1 Reactie

  1. Rudy Hanenbergh · 30 november 2016 Reageer

    In de jaren 70 werd enige tijd gesproeid met een dubbeldekker, nog voorzien van een heuse stermotor. De piloot was een echte cowboy die niet bang was om zo laat op te trekken dat zijn wielen de takken uit de bomen aan de Ericasestraat vlogen.