SusScrofa

November 2013

November 2013

Het was een donkere dag en het regende pijpenstelen toen op die laatste vrijdag van November 2013 de Bumsbullie van Yeti, vergezeld door Oehoeboeroe, onze oprit opdraaide. De herfst was in volle gang, overal waaiden bladeren speels door de straten. Niet lang geleden brak een dom blondje nog haar been bij het aanharken van bladeren in de tuin. Bleek ze hierbij uit de boom te zijn gevallen. Even later togen we in de regen naar het stulpje van Oei-oei. Toen deze ook plaatsnam in de auto was het weekend eindelijk begonnen. De komende 2 dagen waren we prettig met elkaar opgescheept. Allereerst de boodschappen. Traditioneel ingeslagen bij de Aldi in Klazienaveen. Traditioneel teveel bier, teveel koffiemelk, teveel koffie, teveel braadolie, kortom van alles teveel. Hierna gingen we naar een buurtsuper in het Duitse Versen. We hadden namelijk nog niet teveel braadworst en teveel Jagtslock. Met een gerust hart betraden we de winkel om uiteraard ook het traditionele Herfstbock in te slaan. In de hele winkel dus niet te vinden. Na een kort beraad besloten we midden in de winkel collectief in paniek te raken. Oehoeboeroe klaagde dat ook de rode paprika en rode uien niet goed waren, het stond zelf met een bord aangegeven: rot. Gelukkiger was Yeti de slimste van ons, altijd nog geweest. De meester op de Gerardusschool vroeg aan Yeti: ‘noem eens vijf dieren in Afrika’? De slimme Yeti wist toen al het antwoord. ‘Twee olifanten en drie tijgers’. Yeti kwam op de parkeerplaats uiteindelijk met een idee dat onze gemoederen enigszins deed bedaren. Hij wist nog een winkel. Hier ging hij altijd boodschappen doen als hij op vakantie naar Duitsland ging. Een K&K winkel midden in de stad Meppen. DSCF2784 DSCF2781En zo trok een Bumbullie omringt met pijenstelen naar het centrum van Meppen. Deze winkel had alles, ja zelfs Bockbier. Deze K&K winkel kon onze toekomstige foeragewinkel wel eens worden. Eindelijk hadden we teveel van alles. Groß Dörgen riep en wij kwamen. Even later stopte een witte Volkswagenbusje voor een hek aan het Quinzelpfad nr 1. Helaas regende het ook aan de andere kant van de hek. Snel brachten we de boodschappen in de Ketel. Luikjes open, spinnetjes weg, gaskraantje open, Bambino aan en het eerste gerstenatje werd een feit. Omdat het buiten toch maar regende bleven we de rest van de middag binnen. We hadden bij het boodschappen ook kerstverlichting gekocht, weldra hing in de Ketel een weldadige sfeer van Kerst. En het hagelde en het regende en het was er zooo koud, nou vooruit nog een gerstenatje. Oeioei had voor ons een leuke verassing in petto gehad en de vorm van 40 liter zelfgestookte bier. Echter, bij het bereidingsproces had een recalcitrante bacterie kans gezien de hele boel in de ketel te verstieren. Het resultaat deed de fineer van de tafel krullen, wat weer leuke effecten gaf. Jammer Oei, de volgende keer beter. Gezien het fineer twijfelen we nog of we ons daarop moeten verheugen. Dat het Bokweekend 2013 een Bourgondisch Culinair Hoogtepunt (BCH) zou worden hadden we in onze stoutste dromen niet gedacht. Het begon vrijdagavond. Een inwoonster van Groß Dörgen, toevallig de schoonmoeder van Yeti, had zich moeite getroost om ons eens flink te verwennen. Het resultaat was een braadschaal met vijf goudbruine Schweinshacksel. Daar had Yeti een fantastisch gerecht van gemaakt die ons het water in de mond deed stromen. Onze kok was niet te beroerd om het recept ter beschikking te stellen aan de wetenschap. Het recept:

9 schweinshacksen
4 bouillonblokken


1,5 kilo zuurkool
1,5 kilo aardappelen
1 dl room
200 gram spekblokjes
8 grote uien
30 gram boter
8 laurierblaadjes
10 witte peperkorrels
10 pimentkorrels
suiker
10 jeneverbessen
1 fles witte Riessling
Spoel de schweinshacksen af met koud water.
Breng 5 liter water aan de kook met de bouillonblokken en doe de hacksen erin.
Snij 4 uien in vieren en doe ze met 4 laurierblaadjes en de peper- en de pimentkorrels en 1 theelepel suiker in de pan.
Laat alles 1,5 uur sudderen op laag vuur.
Haal de hacksen uit de pan en zeef het kooknat.
Snipper 4 uien , verhit de boter en maak een bedje van gefruite uien en de spekblokjes.
De zuurkool uitknijpen en een beetje los maken en dan op het bedje van spek en uien leggen.
Voeg de jeneverbessen en 4 laurierblaadjes toe.
Giet de Riessling over de zuurkool en herhaal dit enige malen.
Schil de aardappels en kook deze in 20 minuten gaar.
Maak er met een handmixer een luchtige puree van met wat boter en room.

Maak een mooi bedje van zuurkool, rode kool en aardappelpuree.
Leg de hackse op het bedje, eventueel het vet verwijderen.

Onze stamtafel werd omgetoverd tot een tafel uit een viersterrenrestaurant. Dit was ongekend, dit hadden we nog nooit eerder meegemaakt. Het gerecht was een waardig voorspel op ons komend 25 jarig jubileum van de SusScrofa’s aankomend voorjaar. Vol overgave zetten we onze tanden in het malse vlees en onderwijl kreunen van genot. Het vet droop van onze kinnen, niets kon ons deren. Oehoeboeroe serveerde een Bockbier. Na dit decadent festijn deden we ons tegoed aan Schultenbrau en maakte Oehoeboeroe zich op voor het houden van een speech. De Wijze Uil die de wereld heel anders bekeek dan wij eenvoudige zwijnen. Zat ie onlangs nog met een uil in de Emmer dierentuin. Zegt Oehoeboeroe tegen de andere; ‘Triest hé, al die mensen achter tralies.’ Weldra rolden de plannen voor dit weekend over de stamtafel. De wijze Uil had rekening gehouden met allerlei mitsen en maren, tegelijkertijd bouwde hij voor en tegens in en hield hij rekening met een eventuele noodplan. Kortom, we hadden geen idee wat we morgen gingen doen. Die avond hadden we ons vol gegeten en ons gelaafd aan de dranken die de Herfst ons bood. Het werd niet laat die avond, de oogleden werden zwaar. Met een hoge cholesterolspiegel was het goed rusten.

DSCF2815 DSCF2798

Zaterdag.
Het was vroeg in de morgen, de Ketel lag nog in de schemer. We hoorden een duif tegen de koe roepen: ‘Roekoe’. Hoorden we de koe terugzeggen: ‘Roeduif’. Traditioneel waren Vliegend Hert en Oehoeboeroe vroeg aan de bak. Ons ontbijt van ei, knak- en braadworsten moeten op een proper manier door onze strot geduwd worden, dat gebeurde met koffie, veel koffie. We maakten ons op voor de Bonefatiustocht. Die morgen werd een bovenmatig staaltje van besluitvorming ten toon gespreid. Allereerst kwamen we zo’n vijfentwintig meter van de hek. Een acute grindverschuiving een der leden deed ons spoedig terugkeren. De volgende poging bracht ons tot de crucifix ‘Im Kreuz ist Heil’. Iemand onzer nam dat letterlijk zodat wederom een retour werd aangevat. De volgende poging was richting de Kolk. Bij een klus bij hun nieuwe vakantiehuisje deed een zwager, zus en een broer ons ophouden. De opgehouden tijd was net voldoende om ons met gezwinde spoed te doen terugkeren naar de Ketel teneinde een gevaarlijk biologisch proces de kop in te drukken. Een depressieve koe van Berend die in een uithoek stond was getuige van mensheids degeneratie. Nog diezelfde morgen vroeg de koe  vrijwillig noodslachting aan. Eindelijk gingen we op pad. Niet naar de Kolk. Plotseling stonden we op de Hasebrucke en besloten dan maar naar Bokeloh te lopen. Een nieuw bordje deed ons de geschiedenis van de brug doen gelden. Wat het Nieuwe Fietsen wel niet teweeg brengt. We zagen daar een man lopen in het Groß Dörgener Wald paddenstoelen te zoeken. Hij graait tussen een stel bladeren en wat denk je dat ie ziet? Een kabouter! ´Goeiedag eem’, zegt die kabouter, ‘nu mag je een wens doen’. De man zegt: ´ik zou wel een brug over de lengte van de Hase willen. De kabouter antwoordt hierop met te zeggen dat het wel een beetje binnen proporties moet blijven. ´Ok´, zegt de man, ´doe dan maar een vrouw die niet zeurt´. De kabouter zegt: ´hoeveel banen moet die brug hebben’? Het werd een klassieke najaarstocht met veel paniek. Het weer was die ochtend veranderd van gerefo-regen in een prachtige najaarszonnetje met witte stapelwolken. Het was stil in de natuur. In de verte het gekraai van een enkele kraai en het staccato van jachtgeweren. Ja hoor, het jachtseizoen was weer geopend. De litanie van schrootflinten was overal hoorbaar. De hoofdreden waarom we dit weekend geen ree te zien kregen, die verplaatsten zich hoogstwaarschijnlijk in tijgersluipgang door het struweel en bleven zorgvuldig in vuurdekking. In Bokeloh aangekomen was onze eerste ontdekking een gesloten Giesen. Kütt. Voor de Kneipe stond een tractor met een soort van mobiele hut. Eromheen liepen druktemakertjes met feloranje camouflagepakken. Aan de mobiele hut hingen twee onvrijwillige medewerkers in de vorm van meervoudig geperforeerde eenden. Achter Giesen lag een bosje van hoogstens een halve bunder. Daar trok onze jacht-armee op af. Vanaf een hoger gelegen weg hadden we er precies zicht op. In slagorde werden de jagers achter het bosje in een linie opgesteld. Vanaf Giesen werd door drijvers en jachthonden het wild opgedreven. Het bosje was echter zo klein dat jagers door het bosje de prijzenlijst van Giesen aan de deur zagen hangen. Wat we zagen was geen wild maar luie jagers. Zitten daar maar een beetje om de kroeg heen te hangen. De frustratie van de jagers nam  evenredig toe met ons leedvermaak. Tja, dan moet je daar niet tussen gaan zitten als kraai. We zien hem nog steeds zitten vanaf een hoge tak. Had ie goed zicht. Het beestje zag iets op zich afkomen. De kraai bukte zodat het lood over hem heen scheerde. De kraai leek een lange neus te halen naar de jager. Kraaien kunnen echter niet tellen. Het jachtgeweer was dubbelloops. Het volgende schot deed de kraai nog een keer vliegen, als een wolk veren. Wij hadden genoeg Weidmannsheil gezien. We liepen over het kerkhof, onvoorstelbaar hoeveel jonge Bokelohers in de oorlog gebleven zijn. Net buiten Bokeloh vonden we langs een bospad een Gedenkmal. In de negentiende eeuw hadden ze op deze plek een postkoets overvallen en de koetsier dood geschoten. Pikant is dat de overvaller hier met zijn slachtoffer op het kerkhof ligt. DSCF2816 DSCF2817We liepen langs het hondenkamp en betraden even later een voor ons onbekende bospad. D.w.z. deze bomen kenden we nog niet. Ook de Altarm kwam ons niet direct bekend voor. Het grote voordeel van dit gebied is dat alle paden uitkomen in de zandgroeve. Als  ´verdwaalde gasten´ ontkwamen we daar ook niet aan. Ondertussen is het begonnen te regenen, van die fijne regen. Alsof er gereformeerden ontsnapt waren. Aan de overkant zagen we de reden, de poort naar de hel stond als een afwateringsbuis wagenwijd open. Tja, dan wil het wel fijn gaan regenen. Met de paniekflesjes leeg kwamen we bij de Ketel. Moe vleiden we ons neder. In een duister reflex grepen we naar een hoek van de kamer. Even later lieten we een gerstenat goed smaken. Vliegend Hert wil van de Ketel een heuse clubhuis maken door foto’s van SusScrofa’s door de jaren heen aan de wand te hangen. Daar is ie een groot gedeelte van de middag zoet mee geweest. Het resultaat mag er zijn, van alle zijden kijken grijzende clubleden je aan. De Ketel wordt het Nirvana voor Zwijnen. Opnieuw bereikten we die middag een culinair hoogtepunt. Was ons de herfst naar het hoofd gestegen? Waren we lijp aan het worden? Feit was dat Oehoeboeroe een onbekend talent bij zichzelf had ontdekt. Jawel, onze eigen Uil ging die middag kokkerellen. En niet zo maar even. Oehoeboeroe maakte voor ons elk als voorafje een gevulde champignon. Ook de Edele Vogel stelde zijn recept belangeloos beschikbaar aan iedereen die het maar wil (w)eten.

MIJN VOORGERECHT is een SNACK GEMAAKT VAN;DSCF2830

12 grote CHAMPIGNONS met een kap diameter van 10 centimeter.
3 bakken met DOBBELSTEENTJES SPEK.
6 grote SJALOTTEN.
3 bollen KNOFLOOK.
Boter voor het bakken.

VOORBEREIDING de vulling van het menu.DSCF2837

Haal de spek uit de bakken en snij deze nog een keer doormidden.

De sjalotten snij je fijn.

De knoflook snij je ook fijn, en als ik zeg fijn dan doe je dat, en niet uitpersen.

Snij de steel uit kap de kap van de champignons, en snij deze fijn.

Als je de voorbereiding hebt gedaan ga dan bezig met de bereiding.

DE BEREIDING. van de vulling van het menu.

Doe de boter in de koekenpan en smelt deze.
Voeg vervolgens de fijngesneden spek toe en bak deze een iets bruin.
Daarna voeg je hierbij de de fijngesneden sjalotten en de knoflook.
Laat dit alles nog even meebakken.
Vervolgens doe je de fijngesneden champignonstelen toe en laat ook deze een klein poosje mee sudderen.

Als dit allemaal klaar is pak je een eetlepel en daarmee ga je het zo juist bereide in de Kap van de Champignon doen.

Als de kappen gevuld zijn doe deze dan ook in de koekenpan en laat ze allemaal nog een kleine 5 minuten braden.

Pak een mooi bord en doe hierop de Gevulde Paddenstoelen.

VERVOLGENS SLA EEN KRUIS EN BID VOOR DEZE SMAKELIJKE MAALTIJD.DSCF2836 DSCF2838

Een Schweinshackse en een gevulde champignon mogen allebei 3 wensen doen, de Schweinshackse begint en zegt: ik wou dat alle Schweinshacksel in Groß Dörgen meisjes waren. Dan wenst de gevulde champignon dat hij een auto had. En het gebeurt. Dan wenst de Schweinshackse dat alle Schweinshacksel van het land meisjes waren. En de gevulde champignon zegt van: ik wil de supersnelste auto. En alles gebeurt. Dan wenst de Schweinshackse dat alle Schweinshackse van de wereld meisjes waren. En ja, ook deze wens komt uit. Dan zegt de gevulde champignon: ik wou dat die Schweinshackse een homo was! Allerlei herfstvruchten vonden via de kundige handen van Oehoeboeroe hun weg naar de populaire mycelium. Het was een femofantastisch kunststukje, het was top, het was Uil. Dat ons dit in Groß Dörgen overkomt, dat ons dit in 2013 overkomt, het is een wonder! Aaaaahhh (katzwijm). Ik stel voor om van Groß Dörgen een culinaire Lourdes te maken. Het wordt etevaartsplaats ‘Grote Kwiele en Zever’. We bekommeren ons om de knappe zusters, die nodigen we uit in de Ketel. Om een nieuw culinair hoogtepunt te halen. We zijn dan ook erg blij dat de Wijze belangeloos zijn recept beschikbaar stelt op deze site en zo aan de wereld wil tonen dat wonderen de wereld niet uit zijn. Dan te bedenken dat dit slechts het voorafje was. Ditmaal was het Oei-oei die voor een smaakexplosie zorgde. Van herfstvruchten als kastanjes en paddenstoelen wist de Vogel-met-de-zware-familiejuwelen een goddelijk gerecht te maken die zijn weerga niet kende! Telkens werd de ene smaaksensatie afgewisseld met een andere als Bockbier. Het was een smaakestafette. Wat een herfst. Wat een weekend, het regende topkoks. Ook Oei wil zijn talent delen met de wereld en staat toe dat zijn recept op deze site beschikbaar wordt gesteld voor alle professionele chefkoks. Opdat ze kunnen leren. Recept voor het maken van een dwarsdoortbos herfstschotel.

Bij dit recept is het niet mogelijk op te geven voor hoeveel personen het is bedoeld, de kok is hier geheel afhankelijk van de eetlust der disgenoten.
Lees het recept in zijn geheel door voor u begint, dit voorkomt teleurstelling over niet aanwezige ingrediënten, en het in volle paniek zoeken naar de juiste gereedschappen op het moment dat ze onontbeerlijk zijn.

Bos-uien (van die met die rode rokjes)
Sjalotten of gewone uien.
Alternatief voor sjalotten, en een stuk gemakkelijker: uien
Varkensgehakt, vers en ongekruid
Spek
Boter
Mosterd
Suikerklonten
Tamme kastanjes
Champignons, voor de gevorderde kok en/of eter zijn andere paddenstoelen niet uitgesloten. Houdt hierbij wel voor ogen dat sommige paddenstoelen slechts eenmaal te eten zijn, en andere maag- en darmbezwaren kunnen veroorzaken. Wilt u na het nuttigen van de maaltijd liever alleen positieve opmerkingen van uw disgenoten, houdt hier dan rekening mee. Is er te weinig bier, dan kunt u overwegen toch de minder eetbare soorten toe te passen, zelf niet te eten en later in uw eentje het bier opmaken. Dit verhoogd de gezelligheid niet.
Eieren, van een kip, eend, fazant en dergelijke, nooit van vissen, krokodillen, schildpadden, insecten, spinnen, amfibieën en zo voorts
Het is geen bezwaar ook knoflook, kruiden, zout, rode kool of ander ingrediënten klaar te zetten, doch deze worden in dit recept niet gebruikt. DSCF2805

Pel de tamme kastanjes, een eventueel abusievelijk gevonden wild exemplaar zal tijdens het pellen door middel van bokkensprongen en ander ongerief zijn ongewenste aanwezigheid kenbaar maken. Het pellen van de kastanjes is een redelijk inspannende arbeid. Vindt u iemand die dit nog nooit heeft gedaan, spiegel hem of haar dan een onvergetelijke ervaring voor en besteed het werk uit.
Doe de gepelde kastanjes in een pan met ruim water, zorg dat ze geheel bedekt zijn. Voeg een handvol dobbelstenen spek toe, en breng aan de kook. Na enige tijd koken de kastanjes en het spek uit de pan nemen, en de kastanje-velletjes waar mogelijk verwijderen. Geheel verwijderen is niet nodig, maar zoveel mogelijk draagt bij aan het smaakgenot en het voorkomen dat deze soms wat taaiere stukjes tussen tanden en kiezen geraken. Snij de gekookte kastanjes in enige stukken. Maak voor het vaststellen van de grootte der brokjes gebruik van uw kennis van de fijnezinnigheid der eters. Niet te grof voor fijnbesnaarde luitjes, iets minder fijn voor de Bourgondiërs onder hen. Gooi het kookvocht weg, dit is echt nergens meer goed voor.
Pel de sjalotten en de bos-uien, maak ze fijn, pas ook hierbij uw kennis der disgenoten toe om de mate van fijnheid te bepalen. Snij ook de paddenstoelen van enige of diverse aard in gepaste brokken.
Beboter een koekenpan lichtjes. U gaat weliswaar geen koeken bakken, edoch in de Nederlandse taal is de naam koekenpan voorbehouden aan een uitermate geschikte pan-soort voor het aan te gaan bak-werk. Daarmee wordt niet bedoeld dat het maken van deze dis een bak werk is, edoch dat een bereidingsmethode van voedsel waarbij dit niet rauw wordt genuttigd wordt gebruikt.
Doe de gesneden uien, sjalotten en paddenstoelen in de pan, en fruit deze op gematigd vuur. Elektrisch mag ook, er bestaat geen voorkennis mijnerzijds dat dit van invloed zou zijn op de smaak van het eindresultaat.
Na enige tijd, als de uiensoorten mooi glazig zijn, het ontstane kookvocht afgieten, ruim mosterd aan de pan toevoegen, roeren en nog even nafruiten.
Voeg nu de in dobbelen gesneden spek toe, roerend bakken, dan de gehakt toevoegen en doorbakken terwijl u al roeren zorg draagt dat het geheel goed gemengd raakt.
Leg een forse handvol suikerklonten op een doek, bij voorkeur een schone en droge, vouw deze doek dicht en sla de klonten volledig aan losse suiker. Gebruik voor het fijn slaan een hamer, een deegroller, uw vuisten, andermans hoofd, of bijvoorbeeld een bijl. (Nee, niet de scherpe kant gebruiken). Neem de daarbij ontstane poedersuiker op de koop toe, en maak u niet druk om deuken in uw aanrecht. Als u later eieren gaat koken zijn deze deuken mooi om bijvoorbeeld te voorkomen dat rauwe eieren van het aanrecht rollen. Dat geeft namelijk een enorme smeerboel. Vergeet niet ondertussen in de koekenpan te roeren.
Voeg de losgeslagen suiker toe aan de pan, roer door en voeg nogmaals mosterd toe, roer weer door.
Laat de suiker voorzichtig karamelliseren. Zwarte aangebrande en knusprige stukjes onderin de pan kunt u later verklaren met de opmerking dat dit gekaramelliseerde suiker is, en zal bijdragen aan het smaakgenot.
Schud de eieren uit hun schaal, en voeg ze al roerend toe aan de koekenpan. Laat het geheel nog even doorwarmen tot de eieren goed gestold door het gerecht zijn gemengd.
Dek naar believen de tafel voor de aanwezigen of alleen voor wie u het eten gunt, dan wel geeft elkeen een vork en eet smakelijk. Vergeet niet de pan op tafel te zetten. We rustten ons uit en gaven de smaakpapillen kans om even bij te komen. Ook hier werkte Schultebrau louterend en als diuretica. We werden gedwongen een frisse neus te nemen om zodoende een warme broek te voorkomen, snappie? Over warme broek gesproken, Steven, Yeti’s Germaanse oomzegger die geen oom zegt maar Unkel, nam die avond zijn vriendinnetje mee. Die achteraf blijkt een andere vriendje te hebben (jammer dan Steven). Tot een uur bleef het kittig dingetje in de Ketel zitten. Sorry hoor, het eten bleek gewoon te lekker te zijn geweest. Voor vier uitbuikende zwijnen was het om half twee eindelijk kamprust.DSCF2849

Zondag.
We wisten op tijd onze ontbijt van knakworstjes en eieren door de strot te wurgen en togen op pad. Het werd een korte wandeling naar de Kolk en terug. We besloten dat paaltje achter de kolk eindelijk te ontdoen van dat witte plastic flapje. Die had ons jaren doen laten geloven dat het een spiegel van een ree was. Het is waarschijnlijk het meest gefotografeerde stukje wit plastic van Groß Dörgen. In Groß Dörgen hoorden we twee Duitse herders tegen elkaar tekeer gaan. Het was een boeiend gesprek. Blafte de een Duitse herder tegen de andere: ‘Ik zag je laatst nog zitten bij de dierenarts, waarom zat jij daar?’ Andere: ‘Wel ik liep met mijn baasje over de straat en aan de andere kant van de straat liep een teefje. De wet van de natuur was sterker dan mezelf en toen zat ik daar, …castreren’. Eerste herder: “Ooooh, erg hee”. Andere herder: “En waarom was jij toen bij de dierenarts?’. Eerste herder: ‘Wel ik zat voor de deur van de badkamer en mijn bazin zat in bad. Nu laat dat mens de zeep vallen en staat op en bukt om de zeep terug op te rapen, ik zag dat doosje, en de wet van de natuur was sterker dan mezelf’. Andere: ‘En ….. ook castreren?’ Eerste: ‘Nee mijn nagels bijknippen’. In de Ketel lag een enorme berg afwas op ons te wachten. Kwaliteit heeft zijn prijs. We dronken ons eerst moed in door een treedje Schultebrau om te zetten in zinloos blik. Dan toogden we an die Arbiet. Daar zijn we de rest van de middag zoet mee geweest. De Ketel zag eindelijk weer Spic en Span. Alles lag weer op zijn plek, de vloer netjes geveegd. De boog kan niet altijd gespannen blijven. Gelukkig hadden we nog tijd om een mooie pagode-vuur te maken. Naast dit kunstwerk werd een groepsfoto gemaakt. Van vier volgevreten-maar bovenal tevreden zwijnen. We pakten onze tassen en stapten in de Bumsbullie. De hek naar Quinzelpfad nr 1 werd gesloten. Het geluid van een Volkswagenbusje stierf weg en het werd stil. Elk een onuitwisbare herinnering rijker, dat al vijfentwintig jaar lang. Maar dat gaan we een andere keer vieren. Bokweekend 2013 gaat de boeken in als een culinair hoogtepunt en mag als zodanig zeer geslaagd worden genoemd. Moed broeders, struikel niet.
Vliegend Hert

2013 September

2013 September

Aanvankelijk was het de bedoeling dat we die vrijdag onze traditionele Hike van 35 km naar Groß Dörgen zouden lopen. Het werd anders. Batman kreeg problemen met zijn rikketik en was hierop alweer druk aan het revalideren. Om nu geen risico te lopen hadden we de route in kilometers enigszins ingekort, namelijk de eerste dertig. We zouden starten in het centrum van Stadt Meppen. DSCF2283Bij de Kochloffel. In deze Imbiss zouden we onze vaatwanden eens lekker in het vet laten marineren. Ook dit ging niet door. De SusScrofa’s zijn geen dag misbaar. Nu was de scoutingvereniging in een acute crisis, een van de leiding wou een paleisrevolutie beginnen. Zo kwam het dat ik ´s avonds om half negen een telefoontje kreeg van Yeti, ik moest maar vast klaar gaan staan, hij kwam me zo halen met de Bumsbullie. Nog even Oei-oei opgehaald en dan vertrokken we toch, het was al donker, eindelijk naar Duitsland. Hoewel Bambam en Batman al veel eerder vertrokken werden ze toch nog voor het hekwerk van onze kampplaats ingehaald. Yeti´s Bumsbullie had meer cilinderinhoud en was toch krachtiger en sneller. Bovendien had hij de sleutel van het hekwerk, dat wel natuurlijk. In het donker werd kwartier gemaakt. De Bambino werd opgestookt en weldra was het behaaglijk warm in de Ketel. Buiten was het donker en binnen was het warm, wat kon je dan nog doen? Juist, daar bleef ons niets anders over dan het beheerst consumeren van enig gerstenat. We kwetterden eerst als een stelletje oude viswijven totdat de braadworstbraadmachine op tafel kwam en onze praatspleten werden gevuld met braadworst. We gingen weer verstandig praten, zoals dat kan na een paar treden bier. Langzaam werden de oogleden zo zwaar als lood. De een na de ander kapseisde in bed. In een laatste poging om nog iets te betekenen ging ik met mijn fototoestel naar buiten om nachtopnames te maken bij volle maan, ook Yeti deed enthousiast mee. Toch moeilijk om de spookachtige sfeer vast te leggen in diffuse maanlicht. Tenslotte werd ook de maan gefotografeerd met zijn kraters. Het werd stil in en om de Ketel. De egeltjes konden weer boodschappen doen.DSCF2321DSCF2425

Zaterdag 21 september 2013.
Batman en Vliegend Hert hadden die ochtendstond al vroeg goud in de mond. Opnieuw toog Hert met zijn camera en statief erop uit om de zon opkomst boven Groß Dörgen vast te leggen. Hij dacht ook de Hasebrucke in dezelfde sfeerbeeld vast te kunnen leggen maar de slagschaduwen van de enorme bomen hield dit tegen. Toch werd een bever gekiekt die als een sleepbootje onder de brug kwam langs tuffen. Terug in de Ketel had Batman het ontbijt klaargemaakt en serveerde die uit aan de inmiddels wakker geworden publiek. Toch waren we die morgen redelijk vroeg op zodat we ook redelijk vroeg aan de expeditie konden beginnen. Ons plan was een bezoek te brengen aan het prachtige dorp Lohe. We waren ver in Duitsland, maar niet ver genoeg. Na nog geen 100 meter kwamen we twee zwagers van Yeti tegen die bezig waren met een klus. Een van de huisjes in Groß Dörgen werd namelijk gehuurd door een zus en zwager van Yeti, thans waren ze bezig om allerlei grindtegels uit een vrachtwagentje te laden. We togen verder naar de oude kampeerplaats. Het weer zat ons mee, door de dichte wolkendek waren er bijna geen schaduwen. Op het oude kampeerplaats stond een bestelauto van de ´Rettungsdienst´. Op de nieuwe aanhanger stond een reddingsboot, ook fonkelnieuw. We hebben al dat fonkelnieuw eens goed besnuffeld. Zag er goed uit. Het terrein werd ook hier langzaam overheerst door de Balsemien. Op het veld richting het Uilenveld stonden diverse Parasol zwammen zwam te zijn. Sommige stonden in een cirkel. Toch moeilijk om van zo´n heksenkring een duidelijke foto te maken. Ook een klein rood vlindertje liet zich maar moeizaam vastleggen op de gevoelige plaat. Op het partizanenpad langs de Hase Altarm werden enkele sfeerfoto´s gemaakt. Want het was immers een prachtige rustige herfstdag met hier en daar een verlate zwaluw. We volgden de Rundweg met de trap omhoog. DSCF2324 DSCF2327We vonden boven een naamplaatbordje die we in al die jaren nog nooit hadden gezien. Heinr. Schlömer Staffel stond op het bordje. Hij hing nog net aan een totaal vermolmde boom. Na een paar forse tikken werd het bordje veilig gesteld, voor het interieur van de Ketel. Even later kwamen we langs de vieze boom. Die stond daar nog steeds trouw vies te wezen. We naderen de openbare weg en trokken richting het Dörgener Moor. Een telefoonpaal trok de aandacht. Een barcode zou ingelezen kunnen worden. Dus niet. Tenslotte werd dan maar een foto gemaakt van de barcode, dan kon de mobiele eenheid dit later nog inlezen. We trokken de drukke straat over, bij gebrek aan Uil moest Batman er als eerste aan geloven. Langs het Dörgener Moor was alles in diepe rust, zelfs een bankje stond er rustig bij. Hier gingen we dan voorzichtig op zitten zodat de bank niet wakker werd. Een versnapering in blik werd genuttigd. We trokken verder door het mais en gele koolzaad beheerste landschap. Vooral het gele koolzaad leverde mooie plaatjes op. Op een driesprong ontstond een discussie over een soort van boom die daar in een oksel van de driesprong stond te staan. Wederom kwam het nieuwerwetse apparatuur te voorschijn. Maar ook nu weer kon al dat digitaal geweld geen uitkomst bieden. De Amerikaanse Eik, want dat was het, kwam niet voor in de Europese bomenbestand. Toch maar goed dat we het zelf wisten. We liepen op een bijzondere pad die aan weerszijden werd omgeven met vruchtbomen. DSCF2333 DSCF2334 DSCF2335 DSCF2341Op een bordje stond ´Appelbomenpad´. Even waanden we ons in Nederland. Waarom een pad met appelbomen in Duitsland die met een Nederlandse naam werd betiteld? Het bleek een liefdespaadje te zijn voor verliefde stellen, die als het moet een appel konden eten, gelijk Eva in het paradijs. Alleen in het paradijs hadden ze geen zwijnen. Vakkundig vraten de zwijnen zich genoeglijk vol met allerlei soorten appels en een enkele pruim. We schatten in dat driekwart Lohe hier moest zijn verwekt. Jammer dat Erica ook niet zo’n soortelijk pad had in het landschap. Het is goed tegen de vergrijzing. We lopen door het dorp Lohe die zich kenmerkte door hun enorme huizen. Echt vakwerk. De een nog groter dan de ander. Hoewel een enkele woning ‘over de top’ was gebouwd konden we zeggen dat de mensen in Lohe niet tot de armsten van Duitsland hoorden. Op het schoolplein van de ‘Katholische Schule’ hielden we op een grote houten bank een korte pauze. We trokken verder richting het dorp Versen. In het gebouw van het ‘Schützenverein’ hebben we in het verleden nog menigmaal een feest gevierd. Nu bezochten we even de schietplaats. In plaats van geblinddoekte mannen zagen we schietrozen tegen de muur. Iets minder spektakel maar ook wel interessant. De mensen aldaar waren zeer vriendelijk en gaven uitleg over het een en ander. Vol met informatie trokken we even later verder richting Groß Dörgen. Het weer bleef prachtig, het begon zelfs warm te worden. Verderop zagen we in het landschap een verhoging van zandwallen. Dit leek verdacht veel op een bunker. In ieder geval werd daar iets gedaan wat het oog niet mocht zien. Voorzichtig betraden we de geheimzinnige plek. Het werd ons snel duidelijk dat hier een smeerboer geheimzinnig hout zat te kloven. Dit werd voor Bambam allemaal teveel, temeer omdat de plek werd omzoomd door hoge maisplanten. Ergens leek bij hem een klep los te springen en kwam het grind in beweging. De overige leden maakten zich snel uit de voeten. We waren niet ver meer van onze Lagerplatz. Terug op onze vertrouwde plek aan de Hase maakten we een kampvuur. Na een paar pogingen begon het hout genoeglijk te branden. Van dit heugelijke feit werd een groepsfoto gemaakt. Met een lege laadklep en warme klompjes aan zakte Bambam langzaam weg in een coma. Het bleef gezellig aan het kampvuur. De inmiddels wakkere Bambam maakte de avondprak klaar in een wok op het kampvuur. In het donker werd nog een sfeerfoto van de groep gemaakt. Dit jaar hadden we ook buren, een groep Duitse mannen met eveneens een kampvuur. Die hadden alleen maar dun waaibomenhout ter beschikking, het kampvuur was te heftig of uit. Bovendien was het bij ons lawaaieriger, gezelliger, zopen meer en was ons kampvuur veel mooier. Maar op gegeven ogenblik koelde het toch behoorlijk af. In de Ketel was het behaaglijk warm en hadden we een gezellige sfeer bij gedempt licht. Jammer dat we geen piratenmuziek op de radio konden krijgen, een grote wens van Bambam. Een leuke groepsfoto werd gemaakt. Die avond wisselden we ervaringen op het gebied van fotografie uit, steeds weer bleek dat we van elkaar konden leren. Ook elkanders fototoestel werd op competentie gewogen. Het werd later tot laat, de diafragma’s werden steeds kleiner. De spelonk voor het sekreet werd nog een keer bezocht. Elk zwijn zocht zijn warme slaapplekje op, het werd weer rustig op het Pilzenkamp aan de Hase.

Zondag 22 september 2013, Klein Reusies tocht.
DSCF2378Deze keer trok Vliegend Hert met zijn fototoestel erop uit om het kwetterende gevogelte op de gevoelige plaat vast te leggen. Het was echter nog te vroeg, het was te donker. Wel lukte Hert om een overzichtsfoto van het kampterrein te maken en maakte hij sfeerfoto’s van de omgeving. Terug in de Ketel deed Hert verslag aan Batman over zijn jongste ervaringen met het fototoestel. Die kwetterende roodborstjes waren te snel in de donkere takken. DSCF2404_2 DSCF2413 Totdat Batman hem onderbrak en naar buiten wees. Op een dikke afrikpaal zat een borst rood te wezen. Vrolijk riedelde het zangvogeltje zijn liedjes af, ondertussen schoot Vliegend Hert het ene plaatje na het ander. Wederom lieten de zwijnen zich op een ontbijt fêteren door de vroege vogels Batman en Vliegend Hert. Die leken zich beter te realiseren hoe snel een weekend voorbij kon gaan, dus lieten ze zich geen kostbare minuut ontnemen. Die morgen trokken we naar het minst bezochte en daarom mooiste gebied van Groß Dörgen. Als Adam en Eva het opnieuw mochten proberen zouden ze het hier doen. Via het Indianenplatz trokken we naar het Hof van Eden. Daar waar de Hase met een enorme lus het landschap al eeuwen in haar greep hield. In dit, met bronsgroen eiken omzoomd, gebied waar koeien grazen in het gouden gras, waar de Meidoornstruiken pronken met hun rode sieraden, waar in de verte de Buizerd het leven toeroept, daar deden vijf SusScrofa’s zich prachtige herinneringen op. Gemaakte sfeerfoto’s probeerden dit te ondersteunen, opdat wij niet vergeten. We liepen zover we konden het Hof in, dat wil zeggen tot aan het prikkeldraad. Achter het prikkeldraad lieten we het Hof verder het Hof wezen. Dat gedeelte achten we het heiligste deel van het Hof van Eden. Bovendien stond het prikkeldraad te hoog, dat wel natuurlijk. DSCF2424_2 DSCF2430_2Verderop stond een Buizerd ons geduldig op te wachten tussen de afrikpalen in het gras. Eigenlijk te geduldig. De Buizerd bleek afgeknapt hout. In de verte hoorden we een Buizerd, of was het een lach? Vlak naast onze schoenen copuleerden twee slakken er lustig op los, d’r moest wel gewerkt worden ja! Yeti deed verderop een zeer bijzondere vondst, een schedel van een heel bijzondere vogel. We konden de vogel niet thuis brengen maar vonden de lach van Bambam erg verdacht. Nog meer sfeerfoto’s werden gemaakt. Jammer dat de serene stilte niet mee te kieken was. We hielden rust bij de OK-Corral. Hier nuttigden we een vloeibare snack. En ja hoor! Eindelijk liet de eerste ree van het weekend zich zien. In het aardappelveld achter een brummelstruik. De eer was gered. Al was de ree wel erg ver weg en moesten we de telelenzen tot het uiterste de sporen geven. Verder werden opnieuw sfeerfoto’s gemaakt en werd een foto gemaakt van een verlegen Berkenzwam. Net als de verzonken boerderij van Wulf stond hij daar rood te wezen. Nog een paar macro’s van zwammen en natuurlijk van een eikel trokken we richting de boerderij van Wulf. Hier bezochten we een bepaalde schuur waar we eerder reeënschedels hadden gevonden. Om ze tegen bederf te beschermen namen we enkele mee voor in de Ketel die zo langzamerhand ook verzadigd bleek te zijn. Je doet wat je kunt nietwaar? De rest van de prachtige nazomerdag hebben we uitgebuikt aan de stamtafel. Het weekend naderde zijn einde. De spullen werden afgewassen of opgeruimd. Een laatste groepsfoto in het koolveld van het septemberweekend 2013 werd gemaakt.
Het zat er op. De egeltjes en konijntjes op Pilzenplatz waren daar niet rouwig om. Dat zal niet lang duren, maar dat weten de beestjes nog niet. Moed broeders, struikel niet. Vliegend Hert

2013 Maart

2013 Maart

De maand maart startte precies op de SusScrofa-weekend. De weerberichten waren goed, zonovergoten en 7 graden. Tegen 10.30 uur arriveerden Yeti en Uil, nog even Batman uit de grot trekken en het weekend kon beginnen. Traditioneel gingen we foerageren bij de Aldi in Klazienaveen. En nog even bij C1000. Daar hadden ze zure- en geen gemarineerde haringen. Daar loop je wel even voor om. In Duitsland hadden we ook onze vaste adres gevonden. In de supermarkt in Versen kochten we de onmisbare braadworsten en Jagdsluck. Terwijl de rest naar binnen ging hield Batman de wacht bij de Bumsbullie. Kreeg ie gelijk weer aan de stok met een oude Duitse dame, de necrofiel. Maar nader uitleg van Batman bleek dat het andersom was. De oudje zocht toenadering door Batman bijna van de sokken te jagen. Wat heb je nu aan een dode vleermuis? De dame een necrofiel? Gatver. Na het noodzakelijke gefoerageerd te hebben trokken we Meppen in. Om die vervolgens weer snel te verlaten. De lente was in aantocht, zelfs de mollen zijn actief, overal worden de weilanden opnieuw ingericht. DSCF1340 DSCF1149In Groß Dorgen moesten we zijn, nergens anders. In deze prachtige plaats werden we opgewacht door een viertal reeën. Kijk, dat is wat je noemt een binnenkomertje. In het drassige weiland waar een meerstal zich had gevormd stonden de reeën parmantig ree te wezen. Snel reden we door naar Quinstelpfad nr 1. Wat nu? Stond daar op het pad een adolescente pink obstinaat te doen. Later dat weekend kwamen we de loslopende koe opnieuw een paar keer tegen. Raar beest, ging ie hetzelfde weekend nog dood. Op PilzenHein-stecke gingen de autodeuren open. De Ketel stond ongedurig op ons te wachten. Snel laden we de spullen uit en installeerden we ons om de stamtafel. De Bambino werd aangestoken en weldra was het behaaglijk warm in de Ketel. So ein Durst! Enige tijd later vervoegde Bambam zich bij ons. We zouden het voorjaarsweekend 2013 met z’n vijven zijn, Bambam, Batman, Uil, Vliegend Hert en Yeti. We hadden die avond heel wat bij te praten. Dat deden we dus, heel Erica werd even doorgenomen.
Zaterdag 2 maart 2013.
We waren vroeg uit de veren, nou ja redelijk vroeg dan. De dag begon doordat Batman de radio aandoet. Radio FFN onze huisradio. Volgens mij hebben we verschillende soorten muziekliefhebbers. De freaks: worden lyrisch om een onbekende band en doen net alsof zij de ontdekker zijn. De kenners: de grootste groep, sommigen schromen niet om een hele bevolkingsgroep als mongool neer te zetten wanneer deze niet aan hun smaak voldoen. De emo’s: luisteren met een traan in de ogen. De specialisten: houden van muziek waar niemand iets van snapt. Nederland heeft de Engelse ziekte dus de muziek moet Engelstalig zijn. Kom niet aan met namen als Gouden Oorring of De Katten. Ondanks hun muziek hadden beroemde bands niet bestaan als ze Diep Paars, De Adelaars of Koningin hadden geheten. Muziek van FFN werd afgewisseld door het gesis van de omeletten in de pan. Tegen de tijd dat ieder wakker was had Batman een stevig ontbijt uit de koekenpan gestampt. Bambam ontwikkelde zich dit weekend als een Eekhoorn-fluisteraar. Hij kreeg een Eekhoorn zo ver dat deze voor ons op een tak ging poseren. De handen van Bambam straalden de Eekhoorn in en het beestje bleef vervolgens doodstil op de tak zitten. Hiervan maakten we snel een foto. DSCF1167 DSCF1185De fluisteraar: ‘Ik heb ‘n scalpel metneum, ik fiek straks zien vel eraf’. Snel togen we op pad. We gingen naar een rustplaats van onze verre voorouders, de Hunen. Deze maakten een graf en noemden het Bed. In die tijd gingen ze vroeg naar bed, soms alleen, soms met meerdere. Rare jongens die Hunen. We passeerden de boerderij van Berend. De boer deed veel aan verval. Onlangs had hij nog een stuk uit de muur van een bijschuur gereden. Langs de Kolk toogden we naar het zandgat. De Kolk lag er bevroren bij. Koning Winter droeg dezelfde mantel als bij het Bokweekend. De Camping met zijn wasgelegenheid lag er verloren bij. Toch vonden een paar reeën het nodig om ons in de weg te lopen. Snel werden daarvan een paar foto’s genomen. In het zandgat was activiteit, de Bevers hadden een grote dam in de afwatering opgeworpen. In het zandgat hoopte het water zich op in een bult. Zonder natte voeten kregen we het voor elkaar de zandgat te passeren. We verlieten het veilige woud en trokken de snelweg over. Hier geen waarschuwingsbord van Overstekende Zwijnen. We moesten het weer zelf doen. Voorzichtig duwden we Oehoeboeroe de snelweg op. Was het veilig? Snel stak de rest de gevaarlijke weg over. De natuur begon levendig te worden. De vogels waren druk bezig met de inrichting van hun nieuwe stulp, dat kon blijkbaar niet zonder geluid. Gelukkige wij, die genoten hiervan. We hielden halt. We zagen een voorouder. Een voorouder van Vliegend Hert. Bevallig lag de carrosserie van een ree over een tak dood te liggen. Dubbelgevouwen, als een boterham. Waarschijnlijk door een Havik gemakkelijker op te peuzelen. Dubbel van het lachen was de ree wel vergaan. Over vergaan gesproken, de kop ontbrak. Alleen een hoef lag op de grond. Kop weg hoef niet. Een eindje verder zagen we iets roken. DSCF1188 DSCF1187 DSCF1200Toen we dichterbij kwamen bleek het een mestbult te zijn. Ze zeggen wel eens: ‘Je kunt ruiken dat iemand rookt’. Voor ons lag de bevestiging. Toch blijft roken slecht, de pijp van Bokeloh krijgt er rode plekken van in zijn hals. Door het prachtige prehistorisch landschap zwierven een vijftal varkentjes. Het was fris maar het regende niet. Niet lang daarna betraden we een bosperceel. Hier lag het wetenschappelijk bewijs dat we niet van een tuinslang afstamden. Vele handen hadden loodzware stenen op elkaar gestapeld en er een hutje van gemaakt. En een tuinslang heeft geen handen. Duizenden jaren later deden we dit stapelen opnieuw, nu met stropakken. Tja, het zit erin. Het is een raadsel hoe de Hunen de stenen op elkaar hadden gekregen. Wij waren geen goede SusScrofa’s als wij daar geen oplossing voor vonden. Het was zo simpel. In die tijd lagen de stenen op ijs. Dat gleed zo van de plaats en hup tegenop een helling op van sneeuw. In de lente smolt het ijs en klaar, een hunebed. Op het grafmonument werd een groepsfoto gemaakt. In een nabijgelegen schuilhut dronken we van het meegebrachte bier. Toen we genoeg buikpijn hadden van het koude bier trokken we verder. Door sompige landerijen die vol lagen met vuistbijlen en grote klompen Barnsteen. Die lieten we liggen omdat we nog steeds buikpijn hadden. Buikpijn kregen we ook van die smeerboeren die geen enkel oog hadden voor het milieu. Zelfs de natuur liet zijn afkeer merken door een boomstam zuur te laten kijken. DSCF1222 DSCF1210We naderden het Dorgener Moor vanaf de noordkant. Er ontstond nog een discussie over een wildkansel. Deze zou ooit een nest bevat hebben van de Hoornaars, een grote wespensoort. In het Dorgerner Moor vonden we een bankje met een prachtig uitzicht over het veld. Hier werd een Grauwe Kiekendief geplaagd door een paar brutale kraaien. Verder zat het veld vol met ganzen en zwanen. Verderop vonden we ons oude onderkomen, nu geheel vervallen. Thans werd het gebruikt als opvang voor Overige Artikelen. Even later joegen we Oehoeboeroe opnieuw de snelweg op. Toen hij het sein veilig gaf betrad de rest het bronsgroene woud van Groß Dorgen. We passeerden de ‘Vieze Boom’. De Hase Altarm lag er vredig bij, zeg maar zo levendig als een pier. Even later stonden we weer bij het beginpunt, De Ketel. Bambam maakte een begin met het maken van een overheerlijke macaronischotel.  De rest liep in de weg of nam een gerstenatje. Die avond was het weer bar gezellig in de Ketel.
Zondag 3 maart 2013.
De zondagmorgen bakte Batman ze bruin met de omeletten en kregen de haringen  een augurk als zwemboei. Alweer zijn die nacht de SusScrofa’s een dag ouder geworden. Dat straks al vijfentwintig jaar. Wanneer je op de site alle verslagen nog een keer leest en vooral de foto’s ziet vraag je je af: hoe lang nog. Over vijftien jaar zijn de meesten over de zeventig, Uil is dan een krasse tachtiger. Of dood, maar dat geldt voor ons allen. Om ons een beetje op te vrolijken liepen we de Klein Reussiestocht naar de boerderij van Herr Wulf. DSCF1249Vanaf eind 18e eeuw tot begin 21e eeuw werd deze boerderij door de familie Wulf bestiert. Nu lag het als een ruïne te vergaan met overal omgehakte bomen. Ja hoor, daar knapten we van op. Het terrein bestond uit een boerderij als hoofdgebouw en zo’n tien bijgebouwen. Alle gebouwen hadden hetzelfde beeld, zomaar verlaten, niets opgeruimd, bevroren in de tijd. Het waren stuk voor stuk tijdcapsules.  Een werkplaats met een antieke hooiwagen, aan de wand allerlei aandrijfriemen en overal oude onderdelen van vergeten machines. Vliegend Hert trapte weer eens in een vossenklem, gelukkig stond deze niet op scherp maar strompelde hij er slechts over. In een andere schuur vonden we hertenschedels en andersoortig vrolijke klemmen en vallen. Tegelijkertijd dachten we allen aan dezelfde persoon, Schnoing. Langzaam begon het in de schuur naar zwavel te ruiken. DSCF1320 DSCF1321We maakten ons uit de voeten en trokken achterlangs richting de personeelsverblijven. Deze stonden vol met koetsen. Met het vergaan van de daken vergingen ook de koetsen. Een koets werd doorklieft door een ingestorte dakspant. Ooit werd een kostbare koets uit een dezer gebouwen gestolen. Als verkenner heb ik nog in de deze koets gezeten. Met hoge ramen en de binnenkant met fluweel bekleedt. In de deuren het familiewapen. Met de diefstal werd de koets een vreselijk lot bespaart, wat is wijsheid. We trokken via het Elfenpad naar de Mittelradde. Vanaf de brug zagen we hoe het landschap was toegetakeld. Met een grijper was her en der grote happen uit de oever genomen. In het gele landschap lag een grote steen die magnetisch was. Een grote klomp oer? Of toch een meteoriet? Die zijn namelijk magnetisch. En kostbaar. We trokken verder en vonden diverse sporen van de vlijtige knagers, de bevers. Waar ooit een uitkijktoren stond, waar ooit slechts fundamenten lagen, daar stond zowaar een nieuwe toren. Van verzinkt staal. Het betreden vergt een enigszins sterke maag, het bleek een heuse zwabbermast. Maar het uitzicht was perfect. Na de nodige foto’s te hebben gemaakt trokken we weer richting Ketel. Even voorbij de droge karpertrap vond Bambam in het rode oerwater een lijk, in een tas. Althans twee blouses die waren verzwaard met een steen. Ooit had iemand hier twee blouses vermoord. DSCF1339 DSCF1354Op de terugweg zagen we in de verte een grauwe Kiekendief geduldig op ons wachten. Verveeld wachtte hij of we dichterbij kwamen, toen vloog hij tergend langzaam in de verte weg. Terug bij de Ketel deed onze Eekhoornfluisteraar een poging om de Eekhoorn van jas te ontdoen. Dat lukte natuurlijk niet, het was veel te koud. Bambam’s poging eindigde pas toen de Eekhoorn als compromis zijn staart had ingeleverd. Voor lezers die enigszins trager zijn van begrip, de eekhoorn was door Bambam gevonden nadat het door een auto was aangereden. Het beestje was hierbij gesneefd. Doodstil op de tak was dus letterkijk bedoeld. Het weekend liep ten einde, de boel werd opgeruimd. De wijze Uil en Bambam vertrokken als eersten. Vliegend Hert, Batman en Yeti volgden niet veel later. Het werd weer stil aan het Quinzelpfad nr 1.

2012 November

2012 November

Vrijdag 23 november 2012

Om 10.45 uur stopte een volkswagenbusje voor mijn huis. De bekende 3 Drentse kwartiertjes. Na een hartelijke begroeting met Yeti en Oehoeboeroe, de Wijze Uil, trokken we oostwaarts. De Bumsbullie was afgeladen vol van de boodschappen. DSCF0727 DSCF0738Maar er moest nog meer bij. We reden eerst richting Duitsland. Later in Duitsland. Steeds verder naar het oosten. Als men een zieke Duitsland de koorts zou moeten opmeten. Dan zouden ze de thermometer stoppen in de plek waarheen we nu reden. Het gat van Duitsland. Al jaren onze plek. Waar we met losse handen plassen. Waar we tegen een tak swaffelen tot het droog is. Waar al we snel leerden dat hierbij windrichting wel degelijk ertoe doet. Deze plek heet Gross Dörgen. Maar, na eerst gefoerageerd te hebben in Klazienaveen en Versen, want met een droge gagel beginnen we niets. Volgende keer niet vergeten dat we de sterke drank uit Versen halen. Je krijgt daar veel meer duizeligheid voor hetzelfde geld. Wat was de reden waarom we in het koude november hier neerstreken, wat was onze motief? Het was onze BOK-weekend. We lieten ons die vrijdagmiddag het bokbier goed smaken. Want er was nog een reden waarom we hier waren. De kalender van de Maya’s. Volgens die klukklukkers vergaat de wereld op 21 december 2012. Dit bokweekend is dus onze laatste weekend. Eindelijk een legitieme reden gevonden om nog een treetje bokbier aan te breken. Des avonds sloot Oei-oei bij ons aan en we vierden heftig wat ons aan tijd nog rest.
Zaterdag 23 november.
Al in de vroegte stonden Oehoeboeroe en Vliegend Hert eieren te bakken in de Ketel. De dampende koffie deed onze brillen beslaan. Telkens moesten we met een schoon doekje onze brillen weer schoonmaken. Ook later toen Oei-oei en Yeti al lang waren aangeschoven en ons ontbijt achter de kiezen hadden moesten we de brillen weer schoonmaken. Uil had het niet meer, hij besloot in paniek te raken.  Op gegeven ogenblik stonden we buiten voor de Ketel onze brillen schoon te maken. Totdat iemand van ons opmerkte dat het niet aan onze brillen lag. We deden onze brillen af. Het was mistig. Op Oehoeboeroe na deden we onze brillen weer op om de mist beter te kunnen zien. En ja hoor, de wereld zag potdicht. Dit keer geen heldere vergezichten, geen staalblauwe luchten. Toch waren we vrolijk. Dat kwam niet alleen door het niet geheel uitgewerkte bokbier, dat kwam ook door het feit dat mistige weersomstandigheden ook leuke sfeerplaatjes kunnen geven. We toogden op weg waarbij Oehoeboeroe pardoes tegen een boom liep. Eindelijk deed hij zijn bril ook op. Op de indianenplatz, niet van de Maya’s hoor, die hadden lang geleden hun eigen feestje van 22 december gevierd. En ons maar doen geloven dat de wereld vergaat. Nee, deze plek was van een andere Indianenstam. Het was de plek van Steigerende Wolfgang en Dampige Brunhilde, aus Nordhorn. Die kwamen hier af en toe logeren. DSCF0745 DSCF0770Een Wigwammetje opzetten. Op deze plek vonden wij een spinnenweb die prachtig was verpakt in de zilveren ochtenddauw. We volgden de Hase stroomopwaarts. Best wel moeilijk dat volgen in die dikke mist. We konden maar zo’n twintig meter zien van de honderden kilometers die de Hase lang was. Veruit het meeste van de Hase zagen we dus niet. We moesten afgaan op die laatste twintig meter. Nog een probleem, we moesten stroomopwaarts. Door de mist zagen we de stroomrichting niet. Nu misten we onze clublid Hakketee. We hadden zijn schoen in het water gegooid. Zo konden we mooi de stroomrichting van de Hase bepalen. Zonk de schoen, dan lag dat aan zijn stalen steunzool. Zo waren wij die ochtend als ware scouts allerlei natuurkundige problemen aan het oplossen. Wij zouden niet verdwalen. Bovendien hadden we deze tocht al zo’n dertig keer gelopen. Het toeval wil dat we langs een boom liepen waar de bevers een zandloper uit geknaagd hadden. Daar zou later iets bijzonders mee gebeuren, daarover meer later in dit verslag. We toogden verder in deze desolate landschap die tot de nok toe gevuld was met mist. So ein Mist! Langzaam werden onze poten nat van het vele gesjouw door het natte gras. We liepen verder en verder. In het landschap maakte de Hase een loop gelijk een loop van een schoenveter. In de ‘taille’ was de afstand niet meer dan een zo’n driehonderd meter. We liepen die dag helemaal door tot onder in de lus. Daar aangekomen kwamen we tot de volgende conclusie: het was hier ook mistig. In de verte stond een man ons op te wachten. Zijn silhouet was duidelijk zichtbaar in de dichte mist. Was het een struikrover? Het bleek inderdaad een struikrover te zijn, maar dan zonder rover. Het was een struik. In de verte hoorden we geknal, Schnoing schoot weer eens mis. Er doemde een bord voor ons op. Ab hier Schutzgebiet! Bitte verhalten Sie sich ruhig. Bitte steigen Sie nicht aus. DANKE Ihre Anwohner. We wilden op het bord toe lopen. Maar goed dat we dat niet gedaan hadden. door de dichte mist zagen we niet dat het bordje aan de overkant van de Hase stond. Hadden we bijna natte noten gehad. Na lang door de mist te hebben gedoold doemde eindelijk OK-Corral voor ons op. Zeg maar de koeienhangplek. Zelfs dit bouwsel leek spookachtig in het dichte landschap en had iets weg van Bergen Belsen.

DSCF0751 DSCF0778Plotseling verdween mij been dertig centimeter in Duitsland. Langs het pad waren afrikpalen ter grootte van een spoorbiels uit de grond getrokken. Daarbij waren de gaten niet dicht gegooid. Grootwild als Vliegende Hert kon hierin naar hartenlust hun poten breken. Klotenboer. We zagen in de verte de schuur waar ons avontuur vele jaren geleden begon. De schuur is hetzelfde gebleven, alleen het verval is sterk veranderd. Tussen de struiken door zagen we de Ketel die ongedurig op ons stond te wachten. We hadden een droge keel en natte voeten. Dat moest snel andersom. Eerst droge sokken aan voordat we de keel nat gingen maken. We kregen die avond visite. Een speciale gast uit Nederland. Een uil. Jawel, een uil met dezelfde naam als Oehoeboeroe. Zijn naam is: Oehoeboeroe. Ook hij had als uilskuiken vroeger als verkenner hier in het ruige landschap gekampeerd. Onze gast-Uil is kunstschilder van beroep. Hij leek zelfs een beetje op Rembrand van Rijn. Zeg maar Rembrand van Hase. Hij had alleen geen houten lijst om zijn hoofd. De nieuwe Oehoeboeroe gaat een schilderij voor ons maken. Die komt aan de ketel te hangen. Dit gaat echt iets geweldigs worden. Morgen bij de Klein Reussies Tocht wou de kunstenaar inspiratie opdoen uit het oude landschap. Maar die avond was hij van ons, hij at met ons mee, vertelde mooie verhalen en laafde samen met ons van het leven.DSCF0790 DSCF0804
Zondag 24 november 2012
De weergoden hadden die dag geheel andere plannen met het weer. De dichte mist met al zijn dichtbijgezichten had plaats gemaakt voor een fikse Zuidwester storm. Er werd die dag niet uit de vrije hand geplast, en gezien al die zwiepende takken ook niet geswaffeld. Boven al het donderende lawaai van loeiende windstoten stond een blauwe hemel gevuld met enorme witte stapelwolken. We konden nauwelijks met elkaar te praten. Kortom, het was een prachtige dag. Aangezien Oehoeboeroe hier in jaren niet is geweest namen we opnieuw een tocht stroomopwaarts langs de hase. Toen gebeurde het. Vroeg in de middag. Langs de Hase. Boven het lawaai van de storm hoorden we een korte diepe grondtoon. Alsof er iets knapte. Uil controleerde zijn breukband. Die hield stand. Vlak voor ons zeeg een woudreus langzaam neer. De enorme stam sloeg op de grond en de kroon stortte half in de Hase. Zestig lange jaren had deze boom hier gestaan en nu het scheelde het niet veel of we hadden de reus op onze kop gekregen. Over toeval gesproken. Desalniettemin waren we getuige van een unieke natuurgebeurtenis. DSCF0799De boom was jaren geleden ten prooi gevallen aan de bevers. Die hadden er een grote zandloper in geknaagd. Het was echter de wortelstok die diep in de grond afgeknapt was. Volledig verrot. De kroon half in het water wordt nu een mooi opstapje voor de bevers in de Hase. In de natuur heeft alles zo zijn doel. Omdat de wind transparant was konden we prachtige landschapsfoto’s maken in het harde najaarslicht. We doolden door het ruige landschap waarbij het witte haar van de kunstenaar op ons werkte als een spiegel bij een reebok. Door de sinistere bezigheden van Feldwebel Schnoing was er dit weekend geen ree te zien. Die lagen allemaal nog in vuurdekking. Gek eigenlijk dat ze zo’n primaat een jachtvergunning geven en deze ook nog vrijlaten. Via de spookboerderij en het elfenpad kwamen we bij de Mittelradde. We gingen het nieuwe landschap in. Waar ooit een uitzichttoren stond restte alleen fundament. Compleet weggerot. Zestig miljoen geïnvesteerd in het landschap maar een fatsoenlijke uitkijktoren kon er niet af. Na een paar jaar werd de toren verwijderd. We liepen terug langs de enorme verlaten boerderij van boer Wulf. We besloten dit keer het pand eens goed te bekijken. Eens een machtige en rijke boer met veel potentie. Echter, de potentie zat verkeerd. Ze lagen liever op het geld dan op een vrouw. Bij gebrek aan jonge Wulfjes liep hun dynastie letterlijk in een doodlopende weg. Een lijkwade heeft geen zakken. Een of andere verre neef moest de naam Wulf aannemen. Vervolgens kreeg hij de hele kwak in de schoot geworpen. De boerderij met al zijn bijgebouwen, die al op oude landkaarten werden genoemd, liggen er nu verlaten bij. Weer en wind hadden al op een aantal gebouwen grip gekregen. DSCF0850 DSCF0839Ik denk dat de rest spoedig zal volgen. Een typisch geval van vergane glorie. Bij de Ketel gekomen ruimden we de boel op. Oehoeboeroe de kunstenaar nam afscheid van ons. Hij zou zich hier vast en zeker nog vaker laten zien. Na de Ketel te hebben afgesloten namen ook wij afscheid van elkaar. Een prachtig weekend, met twee totaal verschillende weertypes met eigen sfeermomenten en fotosessies. Maar waar het bokbier weer goed smaakte.

Moed broeders, struikel niet.  Vliegend Hert.

2012 September

2012 September

Om kwart voor zeven stond Hakketee voor de deur. Hij was klaar voor de Hike van 35 kilometer die we die dag zouden gaan lopen. Na een bakje koffie toogden we op pad. Er ging een gastloper mee, Barry. Bij zijn huis begon de wandelroute ´Over de Gruppe`. Laat nu deze wandelroute precies eindigen in de Ketel. Tijdens de wandelroute gingen we kijken of de bordjes nog goed hingen. Deze hadden Hakketee en Barry een jaar eerder uitgezet. DSCF0558Nadat we bij Barry nog een bakje koffie hadden gedronken toogden we echt op pad. Het was bewolkt toen we Erica via de Ensingwijk verlieten. Boven het huis van Klein Reusie kwam de Koperen Ploert boven de boomtoppen uit. Het bleef die dag 16 graden en belangrijker, het bleef droog. Ideaal wandelweer dus. In Zwartemeer hielden we een pauze bij de Antoniuskerk. Daar brachten we teven een bezoek aan het graf van Bary´s moeder. We hadden er al zo´n negen kilometer op zitten. Langs de grens zochten we een doorgang naar Duitsland. Uiteraard werd deze met een bordje aangegeven. Nu volgde een lange rechte weg door veen en landbouwgebied. De ruimte en stilte kwam per jaar steeds meer in gedrang door de bouw van mega stallen. De middagpauze hielden we traditiegetrouw bij Griendsveen. Yeti ving ons daar op met koffie zonder bekers. Gelukkig was een Duitse werknemer aldaar bereid om ons kopjes voor te schieten. Zelf Wasser is aardig in Duitsland. We trokken verder naar Gross Fullen. Op een gemaaid maisveld had ooit een concentratiekamp gestaan uit de tijd dat een aantal Duitsers minder aardig waren. Griezelig terrein. We dachten nog een Russische schedel te zien schitteren in de zon maar dit bleek een zwerfkei te zijn. De middagpauze hielden we vlakbij Stadt Meppen. Yeti was met zijn BumsBullie nergens te zien. We trokken Meppen binnen. We namen de brug die versierd werd met het beeld van Sint Vitus. Dat was althans de stellige overtuiging van Hakketee. Over de brug stond een bordje die aangaf dat het beeld NIET van Sint Vitus was. Dus namen we de weg naar de Kochloffel. Je moest toch wat. Hier stond Bambam op ons te wachten. Barry nam een halve kip en ik nam de andere helft. Dat ging er heerlijk in. Bij vertrek uit Meppen stond ons een teleurstelling te wachten. De kroeg waar we altijd ´Zwienebier´ dronken was dicht. Dat bier moest ons juist de spieren versoepelen. We zochten een oude man om ons af te reageren. Als je ze nodig hebt zijn ze er niet. De tocht naar Bokeloh werd dus een beetje afzien. De man met de hamer diende zich aan. Gelukkig was Gasthaus Giese wel open. Na een paar pinten bier kregen we praatjes voor tien. Pocherig zaten we tegen de gastvrouw te snoeven dat we 35 kilometer hadden gelopen. Het meisje toonde begrip voor onze stramme spieren. Dat had ze ook toen ze die 100 kilometer liep op een dag. ‘Totenmars heistte das glaub ich’ zei ze bescheiden. We keken mekaar stoer aan. ‘Mo..mogen we nog een biertje Fraulein? De eierrek. We waren er snel uit dat we met haar liever tussen de lakens lagen dan met veertig graden koorts. Of zoiets. We hadden zin om de laatste kilometers te lopen. Die waren dan ook zo genomen. Voor mij startte het SusScrofaweekend. Bary en Hakketee liepen de volgende dag de de hele route terug. Om te kijken of de bordjes hier ook nog goed hingen. Het kampvuur brandde, de verhalen werden verteld. ´s Avonds vervoegden Batman en Oei-oei zich bij de club zodat de Bonte Avond kon beginnen. Met Barry als gast kon het ook niet mislukken. De hoorn des Overvloed vloeide weer eens rijkelijk over.

De volgende morgen waren er al vroeg allerlei activiteiten. Hakketee en Barry maakten zich op voor de terugtocht van 35 kilometer. Na hun afscheid namen we de tijd voor het ontbijt. Ons dagprogramma moest worden afgewerkt. We zouden een tocht maken achter de houtfabriek van Bokeloh, via het Moor met een omtrekkende beweging weer terug naar de Ketel. We liepen nog even langs de boerderij van Berend. Hier leek de tijd wel stil te staan. Elk jaar zagen we meer sporen van verval. Onze schuur waarin we onze eerste kampeerplek hadden leek een ruïne.

DSCF0603

 

DSCF0599

Op de oude kampeerplaats stond nog een kampeerder. Een herdershond bewaakte de boel. In de Kolk stond het water laag. Het stond bij te komen van de jaarlijkse aanslag van vis-lokvoer. Een dikke plak gifgroene alg was hier het gevolg van. Door het natte gras ontdekten we een groene kikker. Toen we rondkeken stikte het eigenlijk van de kikkers. Bij de Hase Altarm zagen we diverse paddenstoelen, eentje was voorzien van een geurvlag van een Das of Marter. Het zandgat stond is Herfst-dressing. Waterplantjes zetten het water in felle kleuren. Rondom ons heen was duidelijk te zien dat de herfst in aantocht was. Toch hoorden we nog een verlate TjifTjaf in het struikgewas die gehuld was in allerlei tinten herfstkleur. We passeerden het gedenkteken. Een volledig vergeten gedenkteken die het 25 jarig regeringsjubileum aangaf van Kaizer Wilhelm op 15 juni 1913. Op de achterkant van het monument werd met een plaquette de vrijheidsstrijd in 1813 op de de Fransen (Nappie) herdacht. We trokken de grote weg over. Hier moesten we altijd goed uitkijken want die Duitsers rijden hier alsof ze de duivel op hun achterbumper hebben. Iedereen haalde de overkant. In het bos zagen we een boom die ooit was omgevallen of omgewaaid. Uit pure overlevingsdrang was er uit de schuine stam een nieuwe stam ontstaan die de zonnestralen boven de kruinen opzocht. DSCF0626 DSCF0631 We kwamen op het treinspoor. Die volgden we tot achter de fabriek. We zagen een wissel in het spoor. Natuurlijk werd er geprobeerd om de wissel om te gooien. Dan ging de trein zo het fabrieksterrein op, leuk. De wissel was echter SusScrofa-bestendig. We trokken verder en zagen in de verte de condenstoren van de oud-elektriciteitscentrale in Haren. Die werd door menig zwijn gekiekt, temeer omdat het zo mooi in de zon stond. Donkere wolken pakten zich samen aan de hemel. Op zich een prachtige natuurverschijnsel ware het niet dat regen niet lang uitblijft. Om enigszins beschutting te vinden doken we in het Wald. Langzaam trokken de zware regenbuien over. Het zonnetje begon twijfelend te schijnen. Door het bos gelopen volgden we een landweggetje. Achter ons kleurde de lucht opnieuw blauw. Daar kwamen een paar flinke schepen met zoere appels op ons afdrijven. Even later gingen de sluizen open. Net op tijd konden we ons schuilen achter een paar dikke bomen. Het werd gewoon gezellig zo met z’n allen achter een boom. Hierna was Pluvius uitgeraasd. De donkere schepen trokken verder en de lucht klaarde op. Die dag zou het verder ook niet meer gaan regenen. Halverwege hielden we nog een kleine pauze in een Wildkanzel. Via een zandweg trokken we terug op het zandgat. Hier zagen we een bijzondere bloem, de stalkaars. Hier kon BamBam zijn camouflagejas testen. We maakten een foto waarbij hij met open jas nog zichtbaar was. Vervolgens deed Bam zijn jas dicht, door Stealth was hij volkomen onzichtbaar.

DSCF0645 DSCF0644

We togen Dorgen binnen en namen de oude wandelpad. We kwamen langs de vieze boom. Deze boom spleet zich in tweeen en uit de oksel groeide een berk. De reeen hadden blijkbaar die dag een snipperdag. Geen enkel liet zich die dag zien. Vermoeid maar voldaan kwamen we weer bij de Ketel. Hier had de zoon van Pilzen-Hein zich verzameld met een paar zwart-bonte dirndels.

DSCF0657_2Wat zo’n datingsite wel niet opbracht. Het werd fris zodat enkele blote braadworstjes zich opwarmden aan het spit. Het was inmiddels namiddag, na een paar pilsjes vielen bij een paar de oogjes dicht. Na het middagdutje zorgde een koude wind ervoor dat we binnen gingen zitten. Na het eten nam Oei voor die avond afscheid. De overigen namen deel aan het avondritueel. De maan werd nog door enkelen onder ons gekiekt of deden daar een poging toe. De biervoorraad nam op het eind een kritieke volume aan. Oei voegde zich op het eind weer binnen de groep. Het bleef tot in de kleine uurtjes nog erg onrustig aan het Quinspelpad. Na het ochtendontbijt namen we de Klein Reussiestocht. Over het Schoolpad via een omtrekkende beweging om de altarm weer terug op de Hasebrucke. We zagen een paar reeen. Althans we dachten ze te zien. Het waren schaduwen van diepe tractorsporen in het maisveld. Want dat is wat we dit jaar opvallend vonden in Duitsland. Er werd ontzettend veel mais verbouwd. Voor biobrandstof. De tijd zal het leren of dit een goede ontwikkeling was. Wij zagen er in ieder geval geen ree meer door. We betraden paden waar we nog nooit waren geweest. Maar ook hier stikte het van de bomen. Op een gemaaide maisveld (ja hoor) zagen we een vlinder badend in de zon. Het was het Bonte Zandoogje.

DSCF0668_2 Op een paar gespannen lakentjes op de rug na was ze geheel bloot. Zachtjes werd ze wakker en keek recht in een drietal lenzen van fotocamera’s. Verontwaardigd om haar geschonden privacy vloog ze verder. In het landschap kwamen we soms een kunstuiting tegen. Op een schildersezel werd met een plaquette historisch  e feitjes duidelijk gemaakt. Hier deed Yeti een zeldzame ontdekking. De bliksem had een brandplek veroorzaakt in het gras. Hoe vaak kwam je dat tegen zat hij ernstig te mijmeren. Dit is pure toeval dat we dit tegen kwamen in de natuur. Een roep van een mede-SusScrofa deed hem wakker worden uit zijn mijmeringen. ‘Hier nog eine’, riep een zwijn. En ja. Een tweede brandplek was zichtbaar in het gras. Yeti was zichtbaar geroerd, zulke zeldzame verschijnsels en dat vlak naast elkaar, het werd hem bijna teveel. Wat moest dat een hevig onweer zijn geweest. De rest van de troep had toch het donkerbruin vermoeden dat het kwam van laswerkzaamheden aan de brug aldaar. We gingen gauw verder. De natuur in Dorgen werd de laatste jaren stormenderhand veroverd door een bijzonder plant, de Spring-Balsemien. Overal zag je die plant opdoemen. De plant bracht nog een kleurtje in de grote kleurenpracht van de herfst. De kardinaalsmuts was met zijn felle rode/roze/gele kleur de topper en stak iedereen de loef af. BamBam vond verderop de ingang van het Dodenrijk. Verwoed deed hij een poging deze klep te openen. Gelukkig voor hem en ons bleef het Rijk gesloten. Je zal Pierlala maar chagrijnig uit die buis zien stappen. Onze aandacht werd afgeleid. Een kano met kranige dames kwam voorbij. Stoere meiden die tegen de stroom in roeiden. We trokken verder en vonden een insekt met een lange achterlijf. Het was een Houtsluipwesp. DSCF0683_2 DSCF0705Als Oehoeboeroe hier was geweest was het een NAMpijp-Kapsonesmug geworden. We richten ons op en keken rond. De natuur stond op deze prachtige septemberdag er gewoon schitterend bij. De geknaagde boomstammen, de diverse bladerkruinen en de staalblauwe lucht. Daar zagen we ooievaars vliegen op duizelingwekkende hoogte. Slechts als bijna onzichtbare stipjes waren ze te zien. Wellicht op zo’n 3 kilometer hoogte. De aanlegsteiger in de Hase daarentegen lag bijna op de bodem, zo laag stond het water. En wederom deden we in het gras een prachtige natuur ontdekking. Een kever met een geel/zwarte dekschild. Een Doodsgraver. BamBam had die klep naar de onderwereld iets eerder dicht moeten gooien. Gewillig liet de kever zich kieken en verdween in de grond. Ik zie jullie later leek hij te zeggen. Nou mooi niet, alleen al om die reden vier ik mijn Grote-Finale op de BBQ. We naderden de Hase-Brucke. Vanaf deze brug namen we afscheid van onze schaduwen. Je moet toch wat. We ruimden onze spullen op, bliezen nog een blik soep op, en namen we elkaar afscheid. Dorgen was ook in september 2012 voor ons een goede gastheer geweest. Rest me nog te zeggen, Moed Broeders, Struikel niet.    Vliegend Hert

2012 Maart

2012 Maart

Vrijdag 16 maart 2012

Na een aantal avonden te hebben geoefend met rondjes van 10 km, stonden Bat en Hakketee vrijdagmorgen om vijf voor zeven voor mijn deur. Na afscheid te hebben genomen van mijn echtgenote togen we op pad. Even later tikten 3 paar Nordicstokken over de Kerklaan op weg naar Groß Dörgen. De Hike van 35 km was begonnen. Het eerste stuk tot aan de Duitse grens was gelijk ook de stevigste, zo’n 9 kilometer. Hier namen we onze eerste pauze en deed ik mijn eerste natuurobservatie, twee Kiekendieven. Mijn determinatie moest ik enigszins bijstellen toen de Kiekendieven begonnen te snateren. Ik maakte dit goed door mijn kompanen erop te wijzen dat verderop een Buizerd op een paal zat. Ik besloot toch maar een pauze in mijn determineren te leggen toen bleek dat de Buizerd begon te kraaien. Allen waren er over eens dat dit een goede zet was. We waren echter nog geen 100 meter in Duitsland toen ik wederom een natuurobservatie deed. P1020305Pal naast de hak van Batman, de lomperd, deed een Adder zijn best om een veilig heenkomen te zoeken. Maar dat ging zomaar niet. Die kapsoneswurm moest eerst nog voor ons poseren. Dat deed ie dan met een gelaten gezicht. Toeristen, hoorde je hem denken. Hakketee duwde voorzichtig een Nordic stick in het Adder-strotje. ‘Kiek’n offe wul biet’n’. Batman maakte een paar mooie foto’s. We liepen snel verder, een beduusde Adder op het pad achterlatend. Een aantal kilometer verderop kwamen we bij de Griendveenshalte. Er waren inmiddels een aantal uren verstreken. Het ondersteuningsteam liet ons van hun meegebrachte koffie genieten. Na Noe?, twee BumsBullies? Jazeker, Yeti had zich ook Ein Vollig-TUV-geprufte-Rollstuhl-fahige-Shutlle-Bus-fur-jedes-Krankheitsbild aangeschaft. Hij wou ook eens het gebied tussen Giethoorn en Noord- Groß Dörgen verkennen. Vrolijk toeterend namen de twee afscheid, een geluid dat weghad tussen een slippende V-snaar en een grieperige Gans. We passeerden de A 31 waar we een korte pauze hielden in een bushokje. De pauze werd ernstig ingekort door een illegale methaangasdump van Hakketee. Het voorheen vernietigingskamp Groß Fuhlen diende zich aan. Hiervan stond alleen nog een transformatietoren. Op de belendende panelen hadden zich in de vorige eeuw huiveringwekkende taferelen afgespeeld. Een paar kilometer verder had ik het punt bereikt waar ik de vorige keer kapseisde. Snel stoomden we op naar de middagprak. droppedImage_1Na de middagpauze trokken we op naar Meppen. Een Drents Kwartier later werden we ingehaald door een Schnell Imbiss. Wederom werden we door het ondersteuningsteam verwent met een heerlijk bakje koffie. De voorste wijken van Meppen waren inmiddels in de verte zichtbaar. In het centrum wisten Batman en Hakketee een leuk terrasje. Hier ploften we tevreden knorrend neder. Naast het terras zagen we een oud mannetje moeizaam uit het restaurant strompelen. Tot verbazing van ons allen stapte het opgewarmde lijk in een patserige BMW en reed langzaam weg. Wij stapten hoofdschuddend op en aten verderop in een Schnell Imbiss een currywurst. Op naar Giesen in Bokeloh, onze laatste halte voor Gross Dorgen. Bij Giesen namen we nog een pint. Tegen 16.00 uur stonden we op de Dörgener Brucke. Vanuit de struiken konden we de ons bekende ganzenstrontgroene Ketel zien. Een foto van aankomst werd gemaakt. Na 35 kilometer zat de Hike erop. Met de reeds aanwezige leden van het ondersteuningsteam namen we plaats aan het Kampvuur. `s Avonds vervoegde Oei-oei zich bij ons en trakteerde Bambam ons op een heerlijke warme prak. Die avond maakten we plannen om een bepaald gebied bij het dorpje Versen te verkennen. Er waren voornemens om een vierbaansweg aan te leggen door dit gebied. We besloten de zaterdag het gehele traject af te lopen en een gedeelte van de route met closetpapier uit te zetten. Uiteraard werd het die avond weer bar gezellig, stond de Ketel te schudden op zijn grondvesten en liep de Porie langzaam vol.

Zaterdag 17 maart 2012

Na ons ontbijt van brood, eieren, gemarineerde haring (niet zure) en in mosterd geswaffelde knakworstjes gingen we op pad. De A37 wordt in Duitsland als het ware doorgetrokken richting Cloppenburg. Bij Versen wordt de binnenbocht genomen en loopt het dwars door een moerasgebied. Het is de vooruitgang maar we vonden het toch jammer van het gebied. We hadden een missie. We hadden de Berenburcht nauwelijks verlaten of we deden onze eerste observatie. Een roege chauffeur had een boom geramd en een paar stille getuigen achtergelaten. Bij de volgende observatie gingen we ons afvragen of het bier gisteravond d’r wel goed was ingevallen. Aan een tak hing iets roods. De kerstman was een bal kwijt, kan pijnlijk zijn, hoeft niet. Op de topografische kaart hebben we de binnenbocht gisteravond eens goed bekeken. We besloten de weg in het gebied uit te zetten met een lange sliert toiletpapier. Als een soort van Land-art. Die middag toogden 6 man en een toiletrol naar het moerasgebied om de route van de snelweg precies in kaart te brengen. We verlieten de verharde droge weg en deden nog even het watertje aan naast Knubbe. Het water was zwart, koel maar vooral nat. Bij Alwies werden we op een originele wijze gewezen op café An der Biberburg. 055 061Alleen het verband met de fiets ontging me een beetje. Onderweg werd nog een ree gefotografeerd en kreeg een oude schuur plotseling belangstelling. Dan nog even een pauze op een bankje in het bos met een lekkere pilsje erbij. De boog is niet altijd gespannen. Een oprisping herinnerde ons aan de gemarineerde haring. In het moerasgebied waren we nog nauwelijks eerder geweest. We vonden in een oud vervallen schuurtje allerlei attributen van een imker. Een klein kooitje voor de koningin was iets bijzonders. Verderop kwamen we een proefopstelling tegen van de universiteit van Osnabruck. Ik adviseer de studenten nog een aanvullende cursus te volgen: Achtergelaten Troep Opruimen. Sompige rietvelden, modderige paden. Vele bomen stonden naargeestig dood te wezen, alsof ze de snelweg al zagen aankomen. Af en toe zakte je langzaam tot de enkels weg in Duitsland. Maar het mooie voorjaarszonnetje maakte alles goed. De route van de snelweg liep precies over een groot weiland. Hier nam Bambam plaats in een jachtkanzel en gaf luide aanwijzingen die prompt met de harde wind werden meegevoerd. Dat viel nog niet mee, zo’n sliert papier in de wind recht te leggen. Yeti werd slim. O jee. Hij legde op het papier natte aarde zodat het bleef liggen. Het natte papier knapte echter zodat we achter de slierten aan moesten rennen. Geweldig idee Yet. Ondertussen zat in de verte hoog in een kanzel Bambam te gebarentalen. Links, links, tikkie rechts. Langzaam werd de kromme sliert recht. Eindelijk lag het op zijn plaats, hierlangs kwam de snelweg te liggen. Vanuit de kanzel maakte Bambam een heuse land-art-foto.IMG_5508_09_10_tonemapped Zoals gebruikelijk bij snelle kunst werd de sliert opgeruimd en in brand gestoken. We trokken verder. Achter een boerenerf waakte een enorme haan over zijn hennen. We kwamen op de grote weg en staken de Mittelradde over. Die volgden we een tijdje, er was namelijk een drijvend corpus gezien. Dat bleek een enorme Beverrat, een mannetje. De opblaaspop lag voor een stuw relax te drijven. Totdat het van Hakketee met een lange stok een duw kreeg richting opening. De dode Beverrat had zijn vrijheid terug en dreef richting Hase. Met een beetje geluk was hij eerder bij de Ketel dan wij. Onze pogingen om de toekomstige snelweg te volgen werd ernstig belemmerd door het landschap. Het moeras deed zijn best om moerassig te zijn en zat vol met oer. IJzer dat je in kluitjes zo aan de oppervlak kon vinden. Als het water dan gaat kleuren naar het vele ijzer dat hier in de grond zit leverde dat wel prachtige foto’s op. Onze route eindigde bij een brede sloot. Hier kwamen de genietroepen Bambam en Hakketee. Deze wierpen een paar grote takken in het water, daarover vervolgden we onze weg. Na even gerust te hebben bij een grote Fischteich kwamen we uit bij een brede sloot die eindigde bij Alwies Rolfes. 096 In het bouwland had zich een grondverschuiving voorgedaan waarschijnlijk door het vele water dat in de winter was gevallen. We liepen van hieruit terug naar de Ketel. Onze veldtocht zat erop. Het kampvuur wachtte. En een staldeur wil ook branden. Na genoeglijk een paar goudgele rakkers te hebben genuttigd kwam Bambam met een wokgerecht die stond in de maag, bij sommigen bleef het staan. Na enig wikken en wokken (grapje) gingen we in de Ketel om de dag in het bijzonder en het leven in het algemeen te evalueren. Pas diep in de nacht werd het wat rustiger.

Zondag 18 maart 2012

Terwijl Oei-oei een innige relatie met zijn knuffel onderhield stond de schoonmaakploeg vroeg op. D’r lag behoorlijk wat achterstallig onderhoud in de potten, pannen, glazen en bestek. Het ochtendontbijt werd klaargezet met de unieke smaakcombinaties. Opnieuw kwamen de gemarineerde haringen op tafel, niet dezelfden van gisteren hoor. Plus een mosterdpot om hierin wederom de knakworsten te swaffelen. Zachtjes naboerend gingen we op weg. De Klein Reussiestocht ging naar het zandgat om de biodiversiteit aldaar te bestuderen. Vanaf de dijk langs de Hase konden we een viertal reeën observeren die achter de Kolk in het veld graasden. Op de dijk zelf zagen we een boom waartegen de reeën heerlijk hebben geschurkt. Ach, het zijn ook maar uhh reeën. Altijd jeuk op een plek waar je niet bij kunt komen. 122Het zandgat lag erbij zoals een zandgat in maart erbij hoort te liggen. Stil en doods. In het gat zag Bambam een ijsvogel langsflitsen. Het kon aan de opgeboerde gemarineerde haringen liggen hoor, maar wij zagen niets. Wat we wel zagen waren sporen van crossers. Van die gasten die hun vrije tijd gaan besteden ten koste van de natuur. Achterin het gat liep de wal langzaam naar boven. Van hieruit had je een prachtige uitzicht over het zandgat. Deze gaat voor de snelweg zand leveren zodat de bodem nog twintig meter lager komt te liggen. Misschien niet zo gek. Nu hadden ze in het ondiepe water zo’n honderdtal afgezaagde boomstronken gedumpt. Niet bepaald een natuurlijk gezicht. Mooier is een diepblauwe binnenmeer. Uit het zandgat gekomen liepen we richting het Pratend Pad. Hier bood de Lente zich aan. Een bekende gezegde luidt: de Tjiftjaf kondigt de lente aan. En de Tjiftjaf kondigde zich aan, en hoe. Het was net alsof we een buslading van die tjiftjafferige verenbollen over ons uit gestrooid kregen. Helemaal in het lentegevoel dartelden we terug naar de Ketel. De natuur in Maart is nog niet mooi maar wel in blijde verwachting. Overal zie je lentebodes die de mooie tijd aankondigen. Wij werden blij en dorstig. Terug in de Ketel werden de laatste biertjes opengetrokken. Toen gingen we de spullen bij elkaar pakken en maakten we ons op voor de groepsfoto. We vertrokken naar Drenthe. Het werd weer stil in en om de Ketel. Een eekhoorntje rook voorzichtig aan een kwak witte wurmen die onder de Ketel lag. Macaroni afgieten is best nog wel moeilijk hoor. Moed broeders, struikel niet.                                Vliegend Hert

2011 November

2011 November

Bokweekend 2011.  Het dreigde een mistig weekend te worden die 18, 19 en 20e November van 2011 maar we hadden geluk. Nederland zat potdicht. Maar Duitsland niet, daar moesten we zijn. Na het traditioneel teveel aan boodschappen te hebben ingeslagen bij de Aldi en C1000 te Klazienaveen trokken we naar het land van Hermann. Een staalblauwe hemel zal ons de komende dagen ten deel vallen. Blijkbaar was Groß Dörgen verrukt toen we kwamen, bij binnenkomst in het dorp poseerde speciaal voor ons een Grauwe Kiekendief in haar onderjurk. Gewillig ging ze op een tak zitten en maakte een duikvlucht naar het weiland. Gretig werden hiervan foto’s gemaakt. In het bronsgroene eikenwoud van Groß Dörgen stond geduldig in het dichte struweel een mosgroene Ketel op zijn bezoekers te wachten. Wij bleken niet de enige bezoekers.droppedImage_22 Bij het openen van de luiken vluchten een dozijn spinnen, motten en meer klein grut alle kanten op. Hup, hup, plaats maken voor de zwijnen. Op een paar na werkten de beestjes allemaal mee. Die hingen een dag later boven de gebakken Hamburgers. Als ze niet oppasten vraten we ze d’r gewoon bij op. Het weekend in November gaat voortaan het BOKweekend heten. Naar het Bokbier dat alleen in deze tijd van het jaar verkrijgbaar was. We kregen het nog druk die vrijdagavond, op het avondprogramma stond sluiting na 24.00 uur en we moesten die avond ook nog op visite bij Malies. Deze was verjaard tot 49. droppedImage_1Vier SusScrofa’s brachten die avond een sonate a capella aan Malies. We werden beloond met een verlegen giegel. Op de gedekte tafel stonden volle schalen met eigengemaakte cakejes en dergelijke. Een kwartier later waren die vakkundig leeggevreten. Een riedel Duits bier spoelde de laatste tafelmanieren weg. BURP, SCHEET,kom, we stappen maar eens weer op. De Ketel kreeg die avond een prachtige trofee erbij. Oei-oei had op internet een wandlamp besteld die de vorm had van een SUSSCROFA-kop. Die was zo mooi, die bleef de gehele nacht branden. Een trotse Oei ging ermee op de foto. Zie foto, ennuuhh, links is de bestelde kop. We waren een beetje opgewonden die avond, dat kwam niet van Malies maar van de trektocht. Die stond ons morgen te wachten. We gingen dit weekend de Lange Voeten Tocht (LVT) lopen. De digicamera van Vliegend Hert had na 10 jaar de geest gegeven (voor een prikkie te koop) en hij had zich een nieuwe aangeschaft, de Fusjifilm HS20 EXR ennogwat met een objectief-equivalent van 710 mm (kwijl, kwijl). Normaal onmogelijk om daarmee uit de hand te fotograferen, echter het apparaat had een stabilisator (teiltje). Na een lange vrijdagavond werden de kooien opgezocht. Nu kwam nog een fantastisch gadget van Vliegend Hert hem zeer goed van pas, namelijk een paar oordopjes. Het is inmiddels bekend dat wanneer de oren van Oei-oei, Yeti en Oehoeboeroe de hoofdkussens raken er allerlei pruttelende, ratelende, krakende, gierende mechanismes in werking treden. Ja hoor, even later stond de Ketel op zijn grondvesten te schudden. De rest van Groß Dörgen, inclusief de jarige Malies, schudden zachtjes mee. droppedImage_9 droppedImage_17In het zachte schijnsel zag ik nog net een paar paniek-oogjes van een spin. Twee pootjes in de oren, de overige klampten zich vast aan het gordijn. Voor hem werd het een lange nacht. De volgende morgen begroette ons een waterige zonnetje in een heiige wereld. Gelukkig trok de mist snel op, een prachtig landschap ontrolde zich voor onze ogen. We namen de tijd voor een goed ontbijt en nog meer tijd voor een bezoek aan biechtstoel De Porie. Ook hier paniekreacties van spinnen, nu de pootjes in de neus. Tegen 11.00 uur vertrok de troep. De LVT begon. Allereerst brachten we een bezoek aan de Appeltuin. Hier lagen houten kasten, manden, rekken en dergelijke ter verbranding ende vermaak voor de komende zomer. We trokken de oude kampeerplaats op en zagen de eerste ree verderop in het veld. Langs de Hase zagen we door het struweel nog eens twee reeën die verschenen aan de rand van het Uilenbos. Na een paar tevreden knorren en een verholen vloek trokken we verder. Wat ons opviel, aan de overkant van de Hase waren alle Populieren gekapt. Was hier de Kettingzaag-scene van afd. Groen bezig? Nee, het bleek een onderdeel te zijn van een veel groter natuurplan in deze regio. De Hase gaat meer ruimte krijgen om haar overtollig water tijdelijk te parkeren. Hiervoor moesten de zomerdijken wijken. Tja, laten die Populieren nu net op de zomerdijken staan. Maak d’r maar klompen van. We trokken naar het zandgat. In het bruin-groen-gele landschap vielen af en toe struiken op met fel roze-rode vruchten. De Kardinaalsmuts. Hiervan werden macro’s gemaakt. Verder was elk graspolletje door spinrag ingepakt. Het spinrag was op zijn beurt voorzien van dauw. Het najaarszonnetje scheen er devoot doorheen en deed zijn best om er een kleurenmozaïek van te maken gelijk een kerkraam.

droppedImage_1 droppedImage_20 In het grote zandgat werd geen zand meer afgegraven, het had daardoor zijn gele kleurenpracht grotendeels verloren. Duizenden boompjes en struiken waren daarvoor in de plaats gekomen. De natuur nam wederom bezit van dit gebied. Het zal echter nog tientallen jaren duren voordat het weer volledig hersteld is. Zoveel tijd hadden we niet dus trokken we verder. Langs het zandgat richting Bokeloh naar het VELD VAN HET EIKELTJESGRAS. Op de weg erna toe deden we een vreemde ontdekking. Het pad door het woud begon te praten. Van deze zeer bijzondere fenomeen waren Oehoeboeroe en Vliegend Hert getuige. Dit pad staat voortaan bekend als het PRATEND PAD. We zullen nooit ontdekken wat dit pad heeft doen laten praten. Hoewel er wel een vermoeden bestaat. Oei-oei had namelijk zich vlug uit de voeten gemaakt waarbij een sliert moerasgas hem onzichtbaar volgde. Bij Oei-oei werkt het net iets anders als bij een onweersbui, bij hem komt eerst het geluid, dan heb je nog 3 seconden. Na het Pratend Pad verscheen het Eikeltjesgras, een veld vol. Kort daarna verscheen een van de Altarmen van de Hase. Niet dat deze zelf naar ons toe kroop, wij liepen er tegenaan. Hier maakten we verscheidene herfstopnames. De gekleurde bladeren stonden er, met de zon op de achtergrond, als lampionnetjes bij. Genoeg te zien in de natuur, als je er maar oog voor hebt. In de verte doemde de kerktoren van Bokeloh op. Bokeloh was het keerpunt van de LVT. Om de grens van de geciviliseerde wereld aan te geven had een ambtenaar een hek bedacht met een draaigedeelte. Het leek meer op een ambtelijke dwaling. droppedImage_6We maakten een foto van de Bokeloher Brucke. We gingen achter de kerk de dijk op waar een paar eeuwenoude eiken ons begroetten. De boomwortels hadden zich als leeuwenklauwen vastgezet in Duitsland. Op het plaatselijke kerkhof bezochten we enkele bekenden zoals de schoonvader van Yeti, de familie Wulf en Werner zijn moeder en broer. Voor Wulf, eens een machtige boer met een eigen smederij en koetshuis, was geen kandidaat goed genoeg voor zijn kinderen. Het gevolg was dat de familie Wulf uitstierf en een ver familielid met de poet streek. Nicht slimm, Wulfje. Na het bezoek aan het kerkhof was de kerk zelf aan de beurt voor een bezoek. Stil betraden wij de kerk en keken vol ontzag naar boven. Vliegend Hert fluisterde dat het orgel op een reuzenblaasbalg werkte. Het werd even stil, nu moet je met SusScrofa’s niet over blaasbalgen praten zonder fysieke gevolgen in de vorm van gereutel en gepruttel. Zachtjes rinkelde iets over de kerkvloer. Het was een spijkertje. Hugh? waar kwam dat spijkertje vandaan? We keken naar boven, we zagen een crucifix, de arm los van het kruis, de hand kneep de neus dicht. Razendsnel maakten we ons uit de voeten. droppedImage_8 droppedImage_6Buiten gekomen zagen we aan de Römerstraße 1 een Kneipe. Het was Altes Gasthaus Giese, ons keerpunt in de tocht. Aan Frau kastelein vroegen we of we buiten mochten zitten. Een tel later zaten we in een prachtig najaarszonnetje te genieten van een pint bier ‘mit ein Kleinen’. Er volgde spoedig nog een pint, het leven werd gevierd. We trokken hierna over de HaseBrucke en vervolgden onze terugweg naar de Ketel. Het open landschap liet zich gewillig lenen voor herfstfotografie. Op de meest onverwachte plekken werden we getrakteerd op ongekende kleuren. Ook hier veel omgelegde Populieren. Het landschap werd er opener door. Met de late middagzon in de rug trokken we over de zomerdijk terug naar Groß Dörgen. Onderweg zagen we een opmerkelijk natuurverschijnsel, een boomparasiet. Enkelen van ons noemden het Maretak. Als een enorme takkenbol had deze zich vastgezet aan een hoge boomtak. In Nederland was deze allang door een bloemschikkunstenaar ingepikt. droppedImage_15 droppedImage_11 droppedImage_10 droppedImage_14 We vervolgden ons pad, steeds meer gesneuvelde Populieren volgden. Overal lagen opgestapelde lijken, het ging steeds meer op een massaslachting lijken. Via het Altarm kwamen we terug op de Hase. Spoedig verscheen de ons bekende brug waar Uil en Oei nog even poseerden. Die avond trakteer de Oei-oei ons op een culinair hoogstandje. Een goddelijke Bokbier-bruinebonengerecht die zich voort bewoog op een aantal tenen knoflook. Heeeerlijk, Oei-oei had zichzelf overtroffen. De trektocht werd hierna nog eens flink nageëvalueerd. Gretig schransten we die avond in de vele sappige braadworsten die wederom werden weggespoeld met liters Bokbier. Langzaam veranderden we in stinkbokken. Die nacht klampte weer menig spinnetje aan het gordijn om niet door de luchtverplaatsing naar buiten te worden geslingerd. Die ochtend zaten in de Ketel vier uitgeruste zwijnen en een achttal doodvermoeide spinnen gretig op het ontbijt te wachten. Er werd gekozen uit een licht ontbijt bestaande uit broodjes met knakworst, hamburgers, eieren en braadworst. Natuurlijk rijkelijk gelardeerd met Unionsauce. Uil, nog iets nagroenend, had iets scherps meegenomen. Daar sneden we onze tong aan, niet te vreten. Wederom werden we verwelkomd door een strakke blauwe lucht met een waterig najaarszonnetje. Ons plan was om op de verharde weg te blijven zodat we onze voeten een beetje droog hielden. Even later liepen in het drassige bouwland richting de leegstaande boerderij van boer Wulf waarvan wij altijd dachten dat het boer Wolff was. Op het verlaten terrein werden foto’s gemaakt van het hoofdgebouw met zijn vele bijgebouwen. Kwade tongen beweren dat Snoeing, de Polizist die Dein und Mein niet uit elkaar kon houden en zodoende dacht dat een jachtvergunning hetzelfde was als een eigendomsakte, de boerderij al had geplunderd. droppedImage_2 droppedImage_23In ieder geval is veel materiaal verdwenen van het Wulf-terrein en ligt nu opgeslagen bij een boerderij verderop richting Bokeloh. Het is me wat, laat daar Herr Schnoeing nu ook gezien worden. We wilden via het pad langs de spookboerderij het terrein verlaten maar werden geblokkeerd door een zondagse koe. Ze had haar nachtmaskertje nog op en met haar grof permanentje en haarextensie probeerde ze indruk te maken op Oei-oei. Die maakte een paar foto’s van de dirndl waarbij ze met haar lippen smakte en tochtig in de lens loenste. We wilden Oei-oei even alleen laten, even een moment samen. Maar Oei-oei mompelde slechts, ‘Tot cellofaans, sudderlap’. Snel stapten we over het prikkeldraad, niet rekening houdend met de lichaamsbouw van Oehoeboeroe. Volgens de Wijze Uil lag het niet aan zijn korte benen, het draad was te hoog. droppedImage_13Een winkelhaak in de broek en een geile koe was het gevolg. Verderop stoof een ree achter ons langs. We gingen ervan uit dat de ree het pad zou oversteken en maakten van het pad alvast een foto. Zeg maar niets, wij vinden onszelf ook slim. Wederom werden we verderop in het donkere woud verrast door een wonderlijk fenomeen in de natuur. Bij de bosbeek hadden we een plek gevonden waar Boselfen een ontmoetingritueel hadden gehad. Vol ontzag keken we naar de boom met elfenbankjes. Allen geoefende ogen, zoals die van ons, konden dit bovennatuurlijke verschijnsel waarnemen. droppedImage_24 We maakten een foto van deze bijzondere plek zodat ook minder begaafden een poging kunnen wagen iets paranormaals waar te nemen. Het pad langs de spookboerderij gaat voortaan het ELFENPAD heten. Bij de Brucke over de Mittelradde viel ons een Fischteich op. Het was zwaar gebarricadeerd en voorzien van serpenten oftewel Navodraad. Blijkbaar had de eigenaar ook reeds kennis gemaakt met de Boselven. Op elke boom op het terrein had hij een huiveringwekkende koeiekop gespijkerd. Was nog dood ook. Petri Heil, Petri goeimiddag. We trokken snel verder. Bij Alwies Rolfes werd een Winterkoninkje gekiekt. Echt een watervlug vogeltje terwijl het toch een landdier is. Terug in de Ketel aangekomen werden nog een paar pilsjes genuttigd. Daarna pakte ieder van ons rustig zijn eigen spulletjes bij elkaar en werd de Ketel opgeruimd. Bekers, glazen, bestek, alles werd schoongemaakt. Bokweekend 2011 zat erop. We hadden het niet beter kunnen treffen met het weer. droppedImage_18Wij hadden geen koeienschedels nodig. Op elke boom op ons terrein in Groß Dörgen hadden we in gedachte een herinnering gespijkerd. Maar deze waren wel levend.

We maakten ons op voor een groepsfoto.

Nog maar eens de timer van het fototoestel uitgelegd.

Als het lampje begint te flikkeren NIET NAAR VOREN LOPEN.

                                                                                                               Hugh??

droppedImage_9

Uiteindelijk toch een groepsfoto gemaakt. Moed broeders, struikel niet.                                           Geschreven door Vliegend Hert

2011 September

2011 September

23 september 2011. Het is twee voor negen als Yeti geheel tegen de gewoonte in een kwartier te vroeg bij Bambam op de dam verschijnt. In de auto van Bat nota bene! Volgepakt met isolatie materiaal als slaapzakken, kleding en polystyreenschuim. Bam was geheel onthutst door de vroege komst van Yeti en begon de bumsbullie “Hermann” aan te slingeren. Bam had met Hermann afgesproken dat dit pas om 09:10 uur zou plaats vinden. Zonder tegensputteren aanvaarde Hermann zijn aansporing tot galop en flux reden Yeti en Bambam met de Batmobile en Hermann naar Klazienaveen voor de nodige boodschappen. SAMSUNGTwee uren daarvoor liep Hakketee de voordeur uit op weg naar Bat, die klaar stond met twee stokken en twee flesjes om de weg naar Groß Dörgen lopend af te leggen. De 35 kilometer naar Dörgen lagen voor hun open met een zonnige dag in het verschiet. Maar in plaats linksaf de kerklaan op te lopen liepen zij rechtdoor richting Vliegend hert zijn nieuwe stulpje. Jawel lezers, Vliegend hert is terug, Hoera! Vliegend hert had aangegeven zich weer onder de zwijnen te willen begeven en na ampel beraad door de andere zwijnen was Hert van harte welkom om het samenzijn op te vrolijken. Vliegend hert Had het pad weer gevonden en die wilde hij eens van heel dichtbij bekijken. Dus had hij besloten Hakketee en Bat te vergezellen tijdens de looptocht naar Groß Dörgen. Hij had zich net zo belachelijk uitgedost als zijn vrienden. Dat wil zeggen met twee stokken en twee flesjes die als niet ingedaalde teelballen om zijn heupen wiegden. Voort vrienden…voort! Ondertussen waren Yeti en Bam in de Aldi te klazienaveen om de meest noodzakelijke boodschappen te vergeten behalve het bier. Zij waren nauwelijks uitgeshopt of er kwam een telefonisch bericht dat ze weldra het eerste “rendez-vous” punt zouden bereiken. De griendtsveen huisjes te Schöningsdorf. De geschrokken kassierre in opperste verwarring achterlatend togen de volgeladen voertuigen naar Schöningsdorf waar we onze vrienden vergastten op een fijne bak koffie. Hert, die ongetraind de wandeltocht inzette, moest zich ter plekke ontdoen van enkele overbodige kledingstukken want de zon deed zich al flink gelden. Het was al bijna 20 graden, en dat om 10:00 uur in de morgen, reeds. Ook smeerde hij, aangespoord door Bam, zijn voeten overdadig in met nivea teneinde de wrijving in zijn sokken te voorkomen. P1020048 P1020051Of dit effect had hebben we hem niet meer gevraagd. Na de koffie reden Hermann met in het kielzog Batmobile over de meervoudige heuvelen en bultenweg” richting Meppen. In Meppen werden nog worsten gekocht bij de Lidl, en Jagemeister bij de K&K. In Duitsland valt het toch minder op dat er twee heren op vrijdag morgen onorthodoxe boodschappen doen getuige de vriendelijkste glimlach van de kassière die ons luidkeels een “frohes wochenende” toewenste. Op de kampeerplaats aangekomen deden we eerst een plas. Daarna ontdeden wij de voertuigen van hun last en maakten een aanvang met het zetten van koffie voor de volgende pauze van onze drie Podagristen. Wreed werden onze werkzaamheden verstoord door een alarm. De telefoon van Yeti stond roodgloeiend. Hakketee vermeldde ons aan de andere kant van de antenne “ Vliegend Hert is mank, OVER! Kom hem halen , OVER! Onmiddellijk begrepen wij de boodschap en zo snel als we konden en mochten spoedden wij ons naar de afgesproken plaats. De windmolen in Groß Füllen. Via, via reden wij naar de afgesproken plek waar wij in de verte rookwolken zagen op doemen, en zes stokken. Het waren de schoenen van Hert die rookten en zijn voorhoofd dat dampte. Geschrokken dumpten we Hert in de ambulance en spraken hem geruststellend toe. Het is niet erg, je bent al over de helft, je ballen dalen wel weer in enz, enz… Het mocht niet baten, hij was met geen zes stokken meer uit de auto te slaan. Wij reden naar het tweede “rendez-vous” punt waar wij de lunch nuttigden. Zonder koffie, want die stond nog, in allerijl vergeten, op het vuur in de ketel. Na de lunch lepelden wij Hert weer in de Batmobile en togen naar de ketel. Daar aangekomen konden wij een welkomst knor niet onderdrukken en weldra zaten we bij een vuurtje de eerste blikken bier leeg te drinken. Hè, dat hadden we wel verdiend! Hert’s voeten rookten nog een beetje na maar dat mocht de pret niet drukken. IMG_3631Tegen een uur of vier liepen we maar eens naar de brug om te kijken of Hakketee en Bat de hadden weten weerstaan. Al wachtend kwam er een alleraardigst Duits mannetje aangefietst op een electrocyclist die verlegen was om een praatje. Hij sprak over de Hase en over “der Ingenieuren” die naar zijn mening “ganz beklopt” waren vanwege het feit dat ze de dode armen weer open gegraven hadden. Hij wist wel hoe het zat, hij woonde zijn hele leven al bij de Hase. Hij was in de Hase geboren! Wij dachten er het onze van en spraken verder over koetjes en kalfjes toen plotsklaps en onverwacht Hakketee en Bat op de brug verschenen. Een luide knor vulde het Hase-dal en alle flora en fauna dook even weg. Snel, snel bier! Verzuchtte Hakketee. Snel, voordat het te laat is! Net op tijd zaten we allemaal om het vuur en dronken snel een biertje. En nog een. Onderwijl brouwde Bam een pot met “chili non carne” Chili zonder vlees dus want dat hadden we vergeten. Desondanks lepelden we met luid gesmak de zwienepot leeg en lieten een klein boertje gaan. Zo laat het feest nu maar beginnen!! De oplettende lezer heeft reeds opgemerkt dat er een element ontbreekt in het voorgaande verhaal… Juist, Oeioei. Oeioei moest eerst nog aan zijn arbeidsverplichting voldoen, ware het niet dat hij met zijn specifieke kennis een vroegtijdig ketelwaarts kon forceren. Trouw als hij was liet hij zich niet onbetuigd en voltooide hij een dag met noeste arbeid. KIJK! Daar is onze vriend reeds en snel klonken de woorden, die al eerder het Hasedal vulden. Snel, snel, bier! voordat het te laat is! En al ras vloeide het goudgele vocht door de dorstige kelen. Ditmaal afgewisseld met Jagemeister en pinda’s. Ondanks de aangename temperaturen overdag moesten wij op een gegeven moment toch de ketel betrekken vanwege een snel dalende temperatuur na zonsondergang. P1020131Na enkele no-nonsens verhalen en wat serieuzere stukken uit eigen werk had de slaap greep op ons gekregen en vleiden we ons in de kribbe en vatten al ras slaap. Morgenstond heeft goud in de mond! Om negen uur had Bat reeds een ontbijt aangericht waar de Engelsen en de Amerikanen zich in de toekomst aan konden meten. Op niets was bespaart en de tafel bood ons de meest exotische specialiteiten. Brood, knakworst, augurken, eieren met mosterd een blikje bier voor de liefhebber met een sigaartje voor de echte liefhebber. Niets is te gek! Het was weer rennen wie het eerst bij het schijthuis was behalve voor Bam, want die had er zo zijn eigen filosofie over, de maïs moest ook groeien orakelde hij. Weldra waren we gereed voor een wandeltocht die zijn weerga niet kende maar we moesten wel op tijd weer bij de ketel zijn want Frau Hakketee kwam naar Dörgen om Hakketee mee te nemen voor een feestje van het koor. Jammer voor Hakketee, beter voor ons. Zo bleef er wel heel veel bier over voor de achterblijvers. On-y-va! De eerste stappen gingen naar de paardenweide richting squaw-valley waar Yeti met zijn geoefend oog binnen twee minuten fris gedekte koeien ontdekte. “Die bent zo tochtig dat ze je van 100 meter al bespringen” riep hij enigszins bevreesd. De route werd iets bijgesteld zodat wij met één sprong het hek konden bereiken. “Voor de zekerheid” zei hij semi-stoer. Aldus wandelden wij, ondertussen de koeien in een ooghoek houdend. Ineens viel ons oog uit de hoek naar een vreemd verschijnsel. P1020069Het waren “frosselties” aan een stokkie Het bleken parasiterende beestje te zijn die in de wilde roos een gastheer zagen. We schoten er een paar plaatjes van om de thuisblijvers hierover te kunnen informeren zonder dat ze ons vreemd aan zouden kijken. We namen aan het eind van de weide de scherpe binnenbocht van de Hase. Normaliter nemen wij de Ruime bocht waar het jachtkansel van Schnöing staat. Maar nu dus de binnenbocht welke met dicht met struikgewas is begroeid. We ontwaarden een strandje aan de hase-oever wat ons een prima plekje leek voor een koel biertje. Aldus geschiedde. Bam echter, had eerst een andere bezigheid voor ogen. Het bemesten van de maïs. Rij 16, stoel 268 was aan de beurt. Hij mestte alsof het een aard had en met een brede glimlach en een strook wc-papier als markering bij de gepleegde fertilisatie voegde hij zich bij zijn vrienden, die zich moedig door de pilsjes sloegen, en Bam sloeg mee. En door. Na deze interruptie volgde er een volgende. Nooit zouden wij een keer ongehinderd door kunnen lopen zonder weer een of ander onderwerp te ontmoeten wat om aandacht vroeg. Dit keer waren het witte ballonnen met daaraan een kaartje met daarop het verzoek te reageren met een email richting ene “Just en Married”. Deze personen, vermoeden wij, waren eerdaags getrouwd en daarom waren er ten teken van feestvreugde ballonnen opgelaten met daaraan de voorgenoemde kaartjes. Met onze mobile devices poogden wij een email richting de stakkers  te zenden maar de techniek liet ons in de steek. Vooruit, we lieten de ballonnen vrij en staken de kaartjes bij ons voor een poging op een later tijdstip. Tussen de tweede leg maïs en de wintertarwe liepen we richting Wolff en twee prikkeldraden later stonden we bij een bouwval, of liever ruïne wat vroeger een trotse boerenschuur was. Gemaakt volgens eeuwenoude tradities, met wilgentenen en koeienpoep, Eikenhouten gebinten van eigen kweek en zelfgebakken dakpannen. P1020058Nu was het slechts een schim van de ooit zo kloeke schuur die onder zijn sterke schouders de oogst te beschermde. Maar niet getreurd, we spoorden Hakketee aan een heldhaftige pose in te nemen om toch nog wat kloeks op de gevoelige plaat te krijgen. Als een ware James Dean leunde hij tegen de oude eik die het allemaal zag gebeuren. Zijn gestel kraakte bij het zien van bovenstaand tafereel en hoopte dat het snel voorbij was. Na een plas liepen wij via de kirchenweg terug naar de ketel waar het bier te popelen stond overdatum te geraken. Inmiddels was het tijd geworden afscheid te nemen van Hakketee. Bij het horen van het motorgeluid van zijn oude trouwe Opel met daarin Frau Hakketee spoedde Hakketee zich naar de bierblikkenstapel om er nog snel eentje te openen met als bedoeling de tijd iets te rekken, het mocht niet baten, Frau Hakketee maande haar echtgenoot tot het snel achteroverslaan van het kostelijk vocht en na diverse dingen te zijn vergeten reden zij het pad naar de buitenwereld af. Zo, nu de rest van het bier. Plotsklaps kwam Bat daar met een tas aansjouwen waarvan de inhoud deed vermoeden dat er een gitaar inzat. Eigenlijk hoopten wij dat er een geweer inzat of iets anders spectaculairs. Maar nee, onze fantasie werd in de kiem gesmoord. P1020070Het bleek toch een gitaar te wezen waar Bat zich de in alle rust van zijn huiselijke ketel, zich het vel van de vingers had geoefend met als doel tijdens het zaterdagmiddagkampvuur een schitterende serenade ten gehore te brengen. Na enige stemming makerij waarbij de toehoorders luid applaudisseren begon het concert pas echt. Geheel eigen interpretaties van een groot allooi bekende muzikanten geselden de oren van de zwijnen die op dat moment toehoorden. De tranen sprongen ons in de ogen en niet alleen van de rook van het kampvuur. Bat daarentegen ging geheel op in zijn muzikale kampvuurbeleving en speelde als een waar wereld artiest de sterren van de hemel. Voor de toehoorders was er geen ander alternatief dan bier drinken en mee neuriën. Na het onverwachte concert begon de afterparty. Het bier vloeide rijkelijk en spontane sessies met ter plaatse verzonnen liedjes over “Ietje met de stieve nekke” galmden door het Dörgense landschap. Het enige wat er ontbrak aan de afterparty waren de zogenaamde “bandhoeren en groupies” maar dat deerde niet want we hadden elkaar toch… Wel wel, wat weer een belevenissen je zou er honger van krijgen. In de krochten van de keten vonden wij nog een voorraad van de roemruchte zilveren puuties die een instant aardappelproduct bevatten. Samen met de siepels, knakworsten, leverworst uit een glazen pot brouwden Oei en Bambam hier een voedzame maaltijd van. De smaak was niet echt om over naar huis te schrijven maar met een beetje tabasco en ketchup en natuurlijk een blikje bier schrokten wij gezamenlijk de pan leeg. Op naar de het volgende programmapunt. Het “voetenomhoogdutjesmoment” ingeluid door een kruidenbitter om de vertering te bevorderen. De vroege avond begon traditioneel met koffie van een sterkte waarbij je na uren nog stuiterend door het leven gaat. In combinatie met nog een hartversterkertje reduceert dit effect tot een gemoedelijk semi-intelligent gedrag waarbij filosofische onderwerpen ter sprake komen die anders onaangeroerd bleven. De avond vorderde dus met quasi wetenschappelijke wetenschappen en nieuwe inzichten op de toekomst. Poe poe, daar word je moe van, eerst maar eens slapen. Hersenen zijn immers de grootse energieverbruikers van het lichaam en moeten dus regelmatig rusten. Slaap wel zwijnen. P1020131 P1020135De volgende ochtend schrok ik wakker van een aardbeving. Nadat ik verschrikt de gordijntjes van Hermann opzij geschoven had zag ik de smalende gezichten van mijn vrienden. Na voorgaande avond met serieus gefilosofeer maakten ze nu een gebbetje door de Hermann wild heen en weer te schudden met als doel mij deelgenoot te maken van een woest ontbijt. Dit lukte wederom, en na enig ge-tandenpoets met de zure bommen was het weer een steeple-chase naar de porie die reeds met gesloten ogen stond te wachten op het onvermijdelijke. Na het toilet te hebben gemaakt en met de schoonste glimlach elkaar te hebben aangekeken vertrokken wij voor een tocht aan de overkant van de Hase, rechts van de brug naar beneden, met de stroom mee. Weldra stonden wij oog in oog met de meest mooie dingen die moeder natuur ons heeft gegeven. Kardinaalsmutsjes met een verbijsterende kleur, spinnenwebjes met dauwdruppels tussen de grassprieten die het licht in vele kleuren brak en keutels van een paard. Voorts zagen wij vele sporen van beveraktiviteiten zoals sleepsporen vanuit het bos en glijbaantjes de Hase in. Het zijn toch zulke aardige beestjes! Plots sloegen wij linksaf om langs de dode arm te gaan lopen. Het spring balsemien sprong dat het een aard had en wij hopsten dartel mede. Wederom zagen we het noeste werk van Ed en Willem. Een boom die reeds in verre staat van omknaging verkeerde. Met vereende krachten poogden de zwijnen het klusje af te maken, wat niet lukte. Bij nader inzien wijten we het staken van deze poging aan: een met darmgassen gepaard gaande peristaltische beweging die vroegtijdige ontsnapping van fecaliën ten gevolge kan hebben. Een juiste keuze om het klusje aan de bevers over te laten. Aad het eind van de dode arm gingen we het dijkje over en stonden we oog in oog met de Hase ter hoogte van de overstort klep. P1020086De muurtjes nodigden ons uit te gaan zitten en het zonnetje deed er een schepje bovenop. Weldra hadden we een goudgele rakker in de handen en proostten we op van alles en nog wat. Vooral op het weer want dat was ons welgezind. Tevreden knikten we naar elkaar en lieten en gezamenlijke scheet. We zagen dat het goed was. Via het schouwpad liepen we terug naar de brug en staken de Hase over. Bat ging rechts met darmperikelen, Hert,Oei, Yeti en Bam gingen links. De kampeer terreinen moesten nog geïnspecteerd worden na geruchten over hopen afval en wan-kampeeraktiviteiten. Er lagen nog zoveel resten van bewoning dat archeologen over 5000 jaar zouden veronderstellen dat er een stad geweest moest zijn. Waarna er jonge onderzoekers op zouden promoveren en zo het geschied vervalst is. Dat leek ons niet zo’n goed plan en ter plaatse maakten wij een beleidsplan voor de komende 10 jaar. Dan hoeft Berend dat niet meer te doen zodat hij meer tijd kan besteden aan het beheer van het zo kwetsbare weide gebied met aangrenzend naturschutzgebiet. Zo dat is ook weer klaar. Na enige “fungus shots” en het gedag zeggen van een eenzame kampeerder gingen wij ketelwaarts waar we Bat met een gelukzalige glimlach bij het vuur zagen zitten. Tijd voor een biertje dus. En worst!! Naarmate de middag vorderde werd het later en later zoals het klokje ook thuis zou tikken. Dus deden we nog even wat experimenten met afgesloten blikken en een kampvuur waarbij spatten van diverse blikinhouden vrolijk in het rondte spetterden. Het geheel ter leringh ende vermaek van de uitvoerenden. Hahaha riepen zij vrolijk onderwijl elkaar high five’s toebedelend. Ondertussen rende er alweer een zwijn met een vers blik naar het vuur. Time flies when youre having fun. De voorraden worst werden nog even weggewerkt en aan het bier kwamen we niet meer toe. Dat moest dan de volgende keer maar. Er moest nog afgewassen worden. Zoals de Belgen plachten te zeggen “ Een propere ketel is een parel in het woud” gingen wij de ketel kuisen dus. En na enkele ogenblikken glom alles weer als een keutel in de maneschijn en goedkeurend gaven we elkaar een veelbetekenend knikje. WIJ, de zwijnen van het Dörgense woud zagen dat het goed was!! Mooi, dan kunnen we nu naar huis. Nog even een groepsfoto met de raket (raket???) en de voertuigen konden gestart worden. P1020140Bam keek even bezorgd naar Hermann maar dat bleek ongegrond want Hermann startte bij de eerste slag. Victorie! Anders was het met de Batmobile. Die vertoonde nog geen half slagje, niet eens een klikje. Beteuterd keek Bat naar de motorkap en na enige kustgrepen met kabels en Toyota’s gromden de 6 zuigers in hun geoliede cilinders. 200PK’s steigerden in de machtige Nissan en weldra ploeterde de Nissan zich door het ruwe land… Het hek sloot achter ons en we zwaaiden nog even. Dag dag Vriendelijk landschap Bomen die zwaaien Bloemen die juichen Vogels die fluiten Het liefst ben ik in Groß Dörgen En dan buiten… Bambam 2011

shapeimage_4

2011 Maart

2011 Maart

Vrijdag 11-03- 2011 Zoals gewoonlijk moest er nog vlak voor de tijd van alles worden geregeld, en was het onduidelijk wie morgens, middags of avonds heen gingen. Uiteindelijk werd het duidelijk dat Bam Bam en the Bat morgenvroeg kwartier gingen maken en ook de foerage voor het weekend gingen halen. Bam had de avond er voor zijn Bumsbullie “Hermann” uit de winterstalling gehaald en om 9:30 bij the Bat afgesproken. IMG_0050Deze stond op dat tijdstip klaar en zag Bam met Hermann aankomen. Maar deze bleef midden op de weg staan zonder dat er van de tegenovergestelde richting verkeer aankwam? Het aanzetten van de richtingaanwijzer was de zwakke accu van “Hermann” fataal geworden. De koude winterstand had nog net gezorgd voor het starten maar nu moest hij eerst aan het infuus. Naar eerst nog met een startkabel en de tweede accu van Hermann geprobeerd weer leven in hem te krijgen, werd de Batmobiel gestart en eerst de sleutels bij Yeti in het dorpshuis en de acculader bij Bam thuis gehaald. Hermann stond ondertussen nog half op de straat geparkeerd.En nu moest het echte werk komen. De Batmobiel werd er naast geplaatst, en de met een ronkende V6 en startkabels werd Hermann gereanimeerd. Snel alle bagage in de “Bullie” en gaan met de banaan. Omdat er vorig weekend nog meer dan 50 liter bier was blijven staan hoefden we hier ons geen zorgen te maken over bier kopenen werden de inkopen in Meppen gedaan. Ondertussen kon Hermann zich weer mooi opladen. Nadat alle inkopen voor het weekend in de auto lagen konden we op naar het kampterrein. Aangekomen werden de deuren en ramen opengezet en was het tijd voor een pilsje. Hadden we wel verdiend dachten wij. Grote paniek vwant de grote stapel halve liters die we in het najaar hadden achter gelaten was volledig opgelost. De schrik sloeg nu hard toe, geen bier! Yeti werd gebeld en deze legde rustig uit dat hij een voorraadje mee had genomen voor de nieuwjaarsreceptie en hij Oei Oei wel even zou bellen dat deze wat meenam. Als twee alcoholica’s die bij het Leger des Heils waren terecht gekomen gingen Bam en The Bat op zoek. Gelukkig in het schuurtje stond een koelkast met nog een redelijke mondvoorraad. Gelukkig, gered!  Onder het genot en een pilsje werd het laatste wereldnieuws door de heren doorgenomen en werden we naar een tijdje opgeschrikt door de komst van Yeti. Die kwam direct met een tree van 24 halve liters binnen en verklaarde direct maar “ loop even mee want ik heb de hele kofferbak volstaan”.  Het werd al weer gezellig en over allerlei zaken gesproken. Ook Haketee kwam in de loop van de middag aan en het wachten was alleen nog op Oei Oei en Uil. Na het eten tegen 19:00 waren ook deze beide laatste heren aangekomen en toen de vele weekendtassen en jassen binnen was. Kwam Oei niet met met één treetje bier maar met nog twaalf zodat de biervoorraad tot het plafond reikte. “dat wordt drinken kerels!” riep uil en trok gelijk een halve liter los.  Hierna vond Uil het nodig dat zijn openingswoord zou worden gesproken; “want anders heb ie stellegie zwienen te veul drank op en ben ik een uur bezig” Sus scrofa weekend 11-12-13 maart 2011. Bespreken van een vogelverhaal, genaamd “Vogels in het Ericaase Bos, beter geen dan deze” op de site van “ericalekkerwater.nl” waarvan de auteur ene Janus Adrianus Setz is. Het speelt zich af in Gunderland. Het mooie is dat dit verhaal overeenkomsten heeft met het verhaal waarin wij als zwijnen leven en leefden. droppedImageMaar waar in elk zwijn in eens een Koolmees, Pimpelmees, Buidelmees, Putter, Huismus, Winterkoninkje of Heggenmus is. Deze namen vrij vertaald luiden, Yeti, Uil, OeiOei, Batman, Vliegend Hert, BamBam en Hakatee. En waar “Gunderland staat “Duitsland” zou kunnen staan. Dit weekend heeft als thema ROOFVOGELS. Het programma heb ik net als het novemberweekend gehouden. Vrijdagavond/nacht lok een echte uil. Dus vroeg op, observatie bij Berend vanuit de schuur. Beschrijving van de Roofvogel maken, b.v. vanaf een foto. Als het droog is gaan we het veld in. Spot roodwild of zoals de duutser zegt Rotwild. Maar het allerbelangrijkst is, maak er een mooi weekend van. Het is zo weer september en dan november voor de liefhebbers. Nou zwijnen ik zou als voorzitter willen zeggen “Weidmanssheil” of zoals de jager zegt goede jacht. Uw”UIL” heeft gezegd.  Gelukkig heeft hij zijn speed s aan uw scriba meegegeven want het laatst ging onder in allerlei geroezemoes van allerlei leden die allemaal hun verhaal wilden doen naar deze winterstop. De rest van de avond werd geprobeerd om een aanvang ten nemen op onze grote voorraad bier en braadworsten. Zaterdag 12-03-2011 De Oude Uil was al vroeg uit de veren en joeg iedereen in het gareel .P1010578 Hij was namelijk volledig uitgerust en zou dit zien laten. Observeren gaan we. Besloten werd om na het ontbijt te gaan kijken bij de boerderij van Wolf . Want de twee oude zusters van de nog leven zijnde broer en zusters Wolf waren ondertussen opgenomen in een verpleeghuis en onze goede vriend Schnoeing had een verbod gekregen om zich nog bij boerderij te begeven. Er was een slagboom met slot geplaatst zodat je er niet meer met een auto bij de hoeve kon komen. Maar als je zo’n wezel bent als Schnoeing dan verzin je wel wat en laat je de oudjes in het Altersheim een briefje tekenen zodat hij alles weer mag. De wettelijke erfgenaam kan dit alleen weer ongedaan maken door een juridische procedure. Wat nu weer loopt. Bij de slagboom aangekomen kwamen we nog een nare val van Schnoeing tegen met twee schedels als lokaas. Naar de slagboom zijn we richting het koetshuis gegaan en daarna na de Dörgenerbeke. Hier loopt ook nog een stroomtje in die ontstaat in de weilanden voor de boerderij voor Alwies Rolfers. Deze hebben we eerst door het bos en daarna in de weilanden gevolgd. Uiteindelijk kwamen we dicht weer bij de straat naar Wolf weer uit waarin een kolk water opwelt. Twee Nijlgansen hadden dit al opgeëist, maar met onze komst namen ze toch de wijk. Ondertussen hadden een aantal het al aardig warm gekregen, want de temperatuur was aardig gestegen naar een koude morgen. Ook kregen er een paar (na?)dorst. zodat besloten werd om terug te gaan naar de ketel en wat minder jassen aan te trekken. original Om niet gelijk een klein reusies tocht er van te maken en direct aan de bier te gaan werd besloten dat de rugzak van Bat maar vol moest met Bier Voor Onderweg (BVO otje). Maar eerst nog eentje genomen van die koude jongens. Weer op pad zijn we de Hase stroomopwaarts gevolgd vanuit het kampterrein. Langs de oevers kwamen we diverse sporen tegen vn o.a. bevers, maar op de zandbank in de bocht van de Hase troffen we hele leuke aan. onder andere van een Waterhoen en een Bisamrat. Observators zoals we zijn moest dit natuurlijk op de gevoelige chip (vroeger de gevoelige plaat), en overal doken we in het zand en maakten foto’s. Aan de andere kant van de bocht troffen we een oude beverburg t in de wal aan. en even verder op een hol in de wal met allemaal mosselschelpen. Deze waren we al jarenlang tegengekomen en waren er tot nu toe niet over uit welk dier hier nu verantwoordelijk voor was. We hadden in het verleden al eens geopperd van een wasbeer, omdat de schelpen altijd aan de oever lagen. Maar het meest waarschijnlijke is de Europese Nerts. Omdat deze een spoorprent laat zien van 4 tenen. Dit ten opzichte van een Otter of wasbeer die een prent van 5 tenen laten zien. En omdat we weten dat tegelijk met de bevers in dit gebied ook deze nertsen zijn uitgezet, is dit dus niet geheel vreemd. Ook op zijn menu prijken schelpdieren. Onze tocht ging weer verder langs de Haseoever en ook hier zagen we sporen van de bever door takken waarvan de barst was afgeknaagd. Ter hoogte van de weilanden hebben we de Hase verlaten om een kijkje te nemen of onze Statlich Angestelte Oberforstverwalter Schnoeing ook de vernielingen die hij had aangericht op een ander zijn grond weer had hersteld. Maar eerst tijd voor een BVO otje want het zonnetje scheen zo mooi en bij sommigen was de kookgrens weer bereikt. Er werd neergestreken op het gras en de rugzak werd open-getrokken. DSC02412Naar een welverdiende pauze welk werd opgeluisterd met menig boertje konden we verder. Even verder op schrikten we een ree op die was blijven liggen zodat al twee van ons op 1,5 meter langs haar waren gekomen. Want het was een hinde die al behoorlijk uitgezet was en waarschijnlijk haar nestplaats hier had bedacht. Nog even gekeken maar er lag niets. Onze Statlich Angestelte Oberforstverwalter Schnoeing had de Ententiech nog niet in oude glorie hersteld en wij trokken verder. Over de weilanden naar de Hase en hiermee de grote bocht afsnijdend. Hier vonden we nog een weerballon. Waarvan Bam dacht nog een parachute te kunnen maken. Maar veel zweefeigenschappen had het niet meer. Terug naar de OK-Corral, waarna we richting de hoeve van Wolf zijn gelopen. Hier hebben we nog even gekeken bij een oude schuur waar Bam in het verleden een camouflagenet had gezien. Maar deze was in een zoverre staat dat we er niets aan hadden. De schuur was al gedeeltelijk ingestort en het laatste overeind staande werd gebruikt voor brandhout opslag. Wel kon je mooi de oude manier van bouwen zien die in onze streek normaal was met grote eikenhouten balken met daartussen wilgentenen gevlochten en daar tegenaan leem met stro en mest. CIMG1873Langs de oude Kruisweg zijn we weer richting het kampterrein gegaan. Waar het tijd werd voor een biertje en het eten. Naar het eten werd besloten twee matrassen te verbranden die over waren. Maar even gewacht tot de zon onderging zodat de zwarte rook niet direct opviel. De ene brandde zo vel dat het gras in de omgeving van de kampvuurplek vlam vatte. Welk Yeti deed besluiten om met een noodgang met een Jerrycan rond de kampvuurplek te gaan. De hitte was zo enorm dat zelfs het windscherm en plastic glazen die op de picknick tafel stonden waren gesmolten. De avond werd verder gespendeerd om een gat te
slaan in de biervoorraad en daarbij een braadworstje. Gegaard op de automatische worstgrill. Zondag 13-03-2011 Naar opgestaan en voorzien van een paar zakspanners konden we weer op weg voor een kleine tocht. Deze ging aan de andere kant van de Hase langs richting Kamphaus. Naar de bocht met de zandplaat in de Hase gingen we op Kamphaus aan waarnaar we verder liepen richting de straat naar Bohkelo. Hier zijn we halfweg afgeslagen het bos in. De oude Uil vond nog een muurdecoratie die volgens hem wel kon worden gebruikt aan de ketel voor een blikje bier op te zetten. Door het bos en langs een groenstort zijn we richting Hofe gelopen waar de boer die langs het oude kerkpad naar Dörgen een nieuwe stal had gebouwd. Deze hebben we maar even bekeken. En ons verwonderd over deze moderne stallen. Ook dit houd je niet tegen. DSC02428Langs het oude kerkpad zijn we teruggelopen naar de Ketel. Tijd om langzaam op te ruimen en water te koken op het Kampvuur. Hakatee stelde de driepoot op en vulde de ketel met water. Het vuurtje werd hoog op gestookt. Toen moest de ketel nog even goed op het vuur worden geplaatst. Wat faliekant mis ging en resulteerde dat de gehele inhoud over het vuur ging. Dan maar weer opnieuw beginnen. Ondertussen hadden the Bat en Oei Oei de foerage voorraad nagelopen en hier kwamen een paar blikken snert naar boven die over de datum waren. Het vuur was ondertussen weer hoog opgestookt, zodat deze wel op het vuur konden. Na dat iedereen een veilige afstand had genomen was het wachten. De eerste begon mooi te bollen en vloog vervolgens met een boog over de picknick tafel, zijn groene inhoud achterlaten. Dit ging mooi en de andere twee blikken volgden. En omdat dit nog niet genoeg was moesten er later ook nog blikken bier op. Opgenomen door diverse camera’s kwamen er sommige blikken boven de bomen uit. Toen we deze lol hadden gehad werd het serieus tijd om de boel bij elkaar te pakken. Naar dat alles weer in de auto’s was geladen namen we afscheid van elkaar en bedankten elkaar voor weer een geslaagd weekend. Op naar het observatieweekend in mei. NOBST deed het weer! The Bat

2010 September

2010 September

Het weekend begon voor twee van ons weer vroeg. Hakatee en the Bat zouden voor de derde keer van Erica naar Groß Dörgen lopen, een afstand van zo’n 36 km. En Bam Bam had aangeboden om met zijn kampeerbus als bezemwagen op te treden. We hadden de gehele vrijdag hier vrij voor, want twee andere leden Jety en Oei Oei kwamen pas nachts. Reden hiervoor was dat een klassieke zangeres (oomzegster) kwam optreden in Erica. En de Wijze Uil kwam geheel niet omdat hij zelfs zo wijs was, om een dubbele boeking op dit weekend te zetten. Maar goed om 7:00 morgens vertrokken Hakatee en the Bat richting Duitsland. Tot een uur of acht bleef het droog maar daarna begon het te miezeren en te regenen. Dit duurde tot een uur of tien toen we bij de Griendsveenhuisjes in Schönighsdorf waren. Hier ontmoeten we ook Bam Bam weer die ondertussen een gedeelte van de boodschappen had gedaan en ons al 4 km verderop had verwacht. Dit gaf hem een mooie rit over de Jagerstraße met zijn bulten en gaten. De tweede keer dat we elkaar weerzagen was tegen 12:30 bij Groß Fullen waar wij de middagpauze hielden. Omdat Bam wat laat was i.v.m. wegbrengen boodschappen spraken we af om elkaar weer te ontmoeten in het café bij het station van Meppen. Toen de beide wandelaars over de brug van het Emskanaal kwamen en door de Bat weer eens te vroeg afsloegen zagen ze Bam al staan aan de oever om een foto van hen te maken als ze over de brug kwamen. Hij was net te laat want de heren waren er al over. Toch nog goed dat die Bat verkeerd afsloeg anders had hij daar een kwartier staan wachten terwijl de wandelaars al achter een pilsje zaten. Die konden we nu gezamelijk nemen. We bestelde drie pilsjes, twee half liters en een kleintje. Waarop de bedienster die het niet helemaal begreep vroeg “Drei Gleiche? “ waarop Hakatee de verwarring nog eenns vergrote, door te antwoorden “Nein! Nur Einen Gleich!” Gelukkig kon Bam de bedienster duidelijk maken dat we eerst maar twee groten en een kleintje moesten hebben. Naar twee pilsjes was het tijd om verder te gaan. Hakatee had honger gekregen van de aperitief zodat ze naar 600 meter verder al weer in een Imbiss stonden en een bord patat met een Curryworst stonden te bestellen. Gelukkig hield Hakatee de Bat tegen anders hadden we ook nog bij Giesen in Bokhelo aangegaan want we waren al laat. P1000932Tegen 16:30 kwamen we pas aan op onze kampplaats nadat we eerst op de brug nog even met een High Five onze overwinning hadden gevierd. Maar ook Bam Bam had voor de lopers een verrassing in petto. Hij had namelijk speciaal voor de beide lopers een medaille gemaakt. Waar de heren heel blij mee waren. Terwijl Hakatee en the Bat nog genoten van de mooie medaille en een pilsje was Bam al bezig met het eten. Hij had voor alles gezorgd inclusief het water voor weekend. Wat hem op volgende opmerking van de schoonzuster van Jety kwam te staan. “Wehr is dan mit dem BumsBullie? Welk Bam toch wel beledigend vond voor zijn kampeerbusje die hij liefdevol “Hermann” had genoemd, nadat deze hem deze zomer boven naar het “Hermannsdenkmal” had gebracht. Maar even later stond er Chili Concarne met echte pepers op tafel. Die laatste moet je zonder pitjes eten, welk de Bat wel deed en direct zwetend een halve liter achterover drukte. Na het eten begon Hakatee met een kampvuurtje welk al gauw door de regen werd achtergelaten. En we de avond in de ketel hebben voortgezet. P1010155Waar we wilde plannen maakten hoe we het interieur van de ketel er uit zouden laten zien. Tegen tienen kon Bat het niet meer bedwingen als oudste moest hij het thema van dit weekend bespreken “Paddestoelen” Zowel hij als Hakatee hadden een boekje meegenomen en de raarste namen rolden even later over de tafel. Toch maar even de achterban bellen of die misschien de namen konden verklaren. Deze waren net uit het klassieke gedeelte van de avond en gingen onderweg. En nu met allerlei vragen van; ‘gaat het daar wel goed? Tegen 23:30 waren ook Oei Oei en Jety aanwezig maar had de Bat ondertussen zijn gordijntjes dicht gedaan. Ook Bam Bam en Hakatee volgden gauw en zodat De beide laatst gekomen heren het alleen verder moesten uitzoeken. Zaterdag: Tegen 2:30 bleek er rust te komen Jety viel in slaap onder het gesprek met Oei Oei, wat kan de natuur toch een invloed hebben!. De heren besloten te gaan slapen. Dit commando was voor Jety genoeg om gelijk als een buitenboordmotor te gaan ronken. Met zijn oorverdovend kabaal hield hij menigeen die nacht wakker. Alleen Bam niet want die had een rustig plekje opgezocht in zijn “Bullie” Tegen 7:30 had The Bat genoeg van het gesnurk. Hij ging het ontbijt voor bereiden. Een stevig ontbijt compleet met braadworst. Onder het natafelen werden we opgeschrikt door het geluid van een motorzaag en daarna een donderend geraas van een vallende boom. P1000938Tijd om op stap en onderzoek uit te gaan. We troffen bij de boerderij van Berend Rolfers de omgevallen boom en ook de Werner de zwager van Jety aan die net een reusachtige eik had geveld. Nodig voor de uitbreiding van de inkuilvoer capaciteit. Zij begonnen gelijk met ons over dat onze vriend de “Staatlich Angestelte Oberforstverwalter” zo maar op de grond van een ander een “ Ententeich” had uitgegraven. Dit moesten wij ook zien. Met onze camera’s en onder begeleiding van prachtig weer gingen we op stap. Direct al kregen we de eerste paddestoelen in het vizier. Die gelijk op de gevoelige plaat werden vastgelegd en gedetermineerd. Er stonden dit jaar zoveel paddestoelen in het bos, er was namelijk een natte nazomer geweest, dat je moest oppassen om als je er een wilde fotograferen je niet gelijk op een ander stond. We naderden dan ook langzaam de plek die door de Herr Snoeink was aangetast. Dit overtrof ook onze verbeeldingskracht. Meneer had een stuk natuur met een kraan laten uitgraven zo’n 150 meter op een ander zijn grond! Nadat we achter de boerderij van Wolf verder waren getrokken, en steeds werden opgehouden door nieuwe paddestoelen, kwamen we bij de oude jeugdherberg. Hier stonden een paar hele grote parrasolzwammen. P1010079 P1000971 P1000978 P1000995Welk door ons moesten worden vastgelegd evenals de omvang. Hakatee kwam op het idee om zijn vinger dwars door een hoed te steken zodat je een goed beeld had van de omvang. Via het bos langs de Hase kwamen we bij Alwies Rolfers terecht en nog genieten van het mooie weer werd de terugtocht aanvaard. Tijd voor een vuurtje en een pilsje. Ondertussen waren we er achter gekomen dat we geen warm eten hadden ingeslagen voor de zaterdag zodat dit improviseren werd. Met een meesterkok als Bam Bam onder ons was dit geen probleem. En een uurtje later stond een voorgerecht met gekruide tomaat en hoofdgerecht van stampot met siepel en Chilisaus op tafel. Gesmuld hebben we . Naar het eten hebben we ons geschaard om het kampvuur en zijn er nog een paar omgevingsplaatjes gemaakt bij zonsondergang. P1010096 P1010099 P1010112 P1010142Toen het echt donker was bleken er bosuilen in de buurt te zitten. Hun geroep was in de verte te horen. Dit bracht de Bat op het idee om een applicatie op zijn iPhone te starten met vogelgeluiden en hier de bosuil met zijn eigen geluid te lokken wat wonderbaarlijk werkte. Binnen de kortste tijd zaten twee uilen in onze omgeving en gingen als gekken te keer tegen de elektronische uil. En brachten spectaculaire duikvluchten over ons heen te weeg welk wij probeerde te volgen met Jety zijn nachtkijker en de camera’s. Maar omdat deze vogels geruisloos vliegen waren we iedere keer te laat.web_6 web_7 web_8 web_9 web_10 web_12 web_14 Toen het vuur tegen 1:30 langzaam doofde hebben we ons teruggetrokken in de ketel. Het was namelijk behoorlijk koud. En werden de slaapzakken opgezocht. Zondag: Naar iedereen te hebben gewekt, ook Bam door middel van de winkelbel, voor het eten. Konden we op stap voor de “Klein Reusies Tocht”. De fotocamera’s en een dikke trui mee want het was niet alleen koud maar ook mistig. Als eerste hebben we de “HollanderPlatz” bezocht om te kijken of de stamtafel van het scoutingkamp er nog stonden. Jawel en vele paddestoelen, paddestoelen, paddestoelen. P1000997 P1000999 P1010002 P1010010-filtered P1010017Weer anderen als we zaterdag hadden gezien, en weer ander lichtomstandigheden zodat er weer flink moest worden ingesteld om de natuurlijke kleuren op de gevoelige plaat te krijgen. Via de “Alt Arm” waarvan het paadje langs het water behoorlijk de laatste jaren is veranderd. Er groeit steeds meer riet en het paadje is bijna onbegaanbaar geworden. Wat ons wel opviel was dat de meeste bomen onderaan de wal waren aangetast door schimmels. Er was bijna geen boom die geen paddestoelen op zijn stam had. Bij de de Hase aangekomen zijn we terug richting de ketel gelopen. En nog een paar herfstplaatje geschoten.P1010035 P1010036 P1010049 P1010052 Tijd voor de lunch en langzaam opruimen. En natuurlijk troffen we weer onderdelen aan die over de datum waren zodat even later een blik soep boven het vuur hing klaar voor verspreiding. Dit duurde nog wel een poosje en Jety kon zijn geduld niet langer bedwingen en ging kijken. Het blik stond geheel bol maar was nog niet gescheurd. Hij liep terug om verslag uit te brengen toen het blik knalde en de inhoud over de kamplaats sproeide, evenals op de bodywarmer van Jety. Toen moest of een halve liter bier aan geloven om te kijken of hij bij de felsnaad of bij zijn sluiting knapt. Dit was dus in eerste instantie de felsnaad en het blik spoot meters over de kampplaats. Na te zijn uitgespeeld was het tijd voor de groepsfoto en afscheid nemen van ons zo geliefde plekje. Terugkijkend hebben we een mooi weekend gehad en ons thema paddestoelen heeft veel opgebracht. Wel hadden we op een haas en de bosuilen na, maar weinig wild gezien. Maar daarnaast was de gezelligheid weer troef. Bedankt allemaal hiervoor. The Bat.

IMG_9081 P1010187

Een vrouw komt in rouw een boekhandel binnen. In haar hand houd ze een boek “Paddestoelen in ons land”. Diep ontroerd drukt de boekhandelaar haar de hand. ‘Mag ik u mijn innig medeleven betuigen, mevrouw. Maar de uitgever heeft ondertussen de drukfouten verbeterd.

3 of 7
1234567