SusScrofa

November 2005

November 2005

Het novemberweekend van 2005 begon op vrijdag 25 november onder koude en gure weersomstandigheden. Natte sneeuw wisselde af in regen. Dat het ook anders kon hoorden we op de radio. Het dorp Haaksbergen was in Nederland een paar dagen verstoken van elektriciteit en moest op noodaggregaten overschakelen.

DSCF0160

In Duitsland was het zelfs een graadje erger. Een groot gebied met steden als Ochtrup zaten 4 dagen later nog zonder stroom. Oorzaak was sneeuw en ijzelafzetting aan de kabels gepaard met storm en/of harde windstoten. In Groß Dörgen knalde hooguit één keer de stop eruit, dat was ook nog onze eigen schuld. Na twee elektrische kachels, lampen, een raamventilator moest ook nog even koffie gezet worden met het elektrisch apparaat. Tja, toen zaten we zonder. We joegen Yeti de kar uit. We moesten toch wat. Gelukkig regelde hij snel een nieuwe stop in het huis van de zoon van Pilzen Hein. Pilzen Hein zelf was er niet omdat hij zo dood was als een pilz. Aan mijn oproep om kleurenprints mee te nemen en fotolijm leverde een poster van de gemeente Emmen op plus een fles behanglijm. Tja, nu moest de poster nog aan de wand, met behanglijm. D`r werd vergaderd, want één ding kunnen we goed, vergaderen. Het gevolg raad zich raden, de poster ligt keurig opgerold in de Ketel en de fles met behanglijm ging stilletjes terug in de kar. De wil was er wel, het vlees was alleen wat zwak. En de portemonnee budgettair. Een gouden zwijntje op onze revers zal om laatste reden ook wel richting utopie gaan. Het blijft een leuk idee, vroeger lukte het bij ‘De Gouden Klompjes’ wel. Afijn, het weer bleef slecht, eigenlijk kon je die dag ook maar één ding, in de warme Ketel blijven zitten. En dat deden we met liefde. Onder het genot van een pilsje zaten we tevreden te knorren en keken af en toe naar buiten waar natte sneeuwvlokken een zachte buiklanding maakten in het gras. `s Avonds kwam Bambam zich voegen bij de troep. Het wijn liet hem die avond ook goed smaken. Uil deed nog een poging om orde in de troep te gooien. DSCF0002Wat hem goed lukte, gooien. Hert deed pogingen om iets in de band te leuteren, uit de geluidsbanden bleek dat iedereen ongeveer op het zelfde moment een mop inzette en elke zwijn lachte spontaan om elke mop die ter ore kwam. Vervolgens was er weer een seconde stil, er moest geademd worden nietwaar? Tot de volgende roffel moppen zich opboerde. Tussendoor moest er natuurlijk ook veel bijgepraat worden, het vorig weekend stamde uit April! Enkelen produceerden spontaan een bel methaan die qua geur bij benadering leek op een aap in vergaande staat van ontbinding. Oei-oei`s productie naderde zelfs die van de hinderwet. Sarin was er Cacharel Anaïs eau de toilette vapo bij. Gelukkig, ja gelukkig hebben we nog onze eigen raamventilatorretje. We gaan nu luisteren naar het openingswoord van ons eigen Grote Wijze Uil. Stichting ‘BEDOKOKOMALO’. Afdeling ‘Sus Scrofa’. Team ‘NOBST’. p/a links onder de Hasebrug. Ketel 1 Groß Dörgen. Weekend 25, 26 en 27 november 2005, Beste Beren, welkom aan U allen. Het thema voor dit weekend is: ‘Expeditie Zwarte Specht’. Maar eerste een toost op ons 1989 – 2005 = 17 jaar. Dit is 34 keer een BeDo-weekend, 34 keer samen zwijnen in de natuur. MAAR!! Februari 1988 is het begonnen met KoKoOs maar hier werd nooit over gesproken. Ma was op de achtergrond aanwezig voor determinatie van uilenballen, vossenkeutels en embryo’s. Yeti en Uil wilden graag verder, Os viel af, studieperikelen, Ma (Oei-oei) wilde graag als volwaardig lid meedoen en werd na een antecedentenonderzoek aangenomen. Daarna volgden BeBeDo, ook zij werden aangenomen, hiervan viel HKT af en kwam LO als Bambam. Iedereen werd klaargestoomd, met als gevolg een stelletje zwijneberen welke zeer gemotiveerd de natuur gingen observeren. Mede daarom wil ik niet alleen op 34 keer maar ook op 35 keer samen als SusScrofa vrienden op expeditie. Het programma: welkomstwoord, nachtwandeling, napraten en slapen. Zaterdag om 07.00 uur, toilet, graag eerder, verder programma zie thema. Dus zoek de Zwarte Specht. Even een correctie: Dit is Uils versie, er is een andere versie: Vliegend Hert en Yeti kwamen in die tijd nog vaak in Dorgen, die twee namen het initiatief tot clubvorming, elk van die twee leverde een aantal leden. De club was geboren. SusScrofa begon in Februari 1989 met een soort van snuffelweekend voor het toenmalige ‘Scouting Klazienaveen’. Dat een jaar daarvoor toevallig een paar KoKoOsnoten in Groß Dörgen aanwezig waren doet er niet toe. 2005 minus 1989 is overigs 16. Verder had Os geen studieperikelen in Groningen maar werkte daar als diender. Verder deed Oei-oei van begin af aan mee als volwaardig lid en deed HKT daarentegen pas 3 jaar later mee. En die 34 keer op expeditie geldt slechts voor enkelen onder ons, de absentielijst was zelden leeg. Hierbij draag ik een gedicht op aan ons zwijnen. Een gedicht vergroeid met geschiedenis. Geen gedicht, want het wil maar niet rijmen Maar uit het hart gegrepen is. Diep in de bronsgroene wouden van Dörgen Waar geen lieve moedertje ons meer helpt Waar geen Rubens vrouw ons pad kruist Waar de onverbiddelijke wet der natuur heerst Herinneringen bij een gloeiend kampvuur Bij lach en `n traan, daar voelen we ons terecht Die avond werden oude verhalen verteld, braadworsten gevreten en uit de hoorn gedronken. Bewonderend keken we naar de schedel van een heuse Marter naast die van de bever en de vos. Oei-oei heeft zich als preparateur weer van zich doen gelden. Ons clubhuis krijgt allure. De avond viel en wij vielen ook, in slaap. Gelukkig lagen d`r net op tijd slaapzakken onder want je kunt best wel hard terecht komen.

DSCF2300 DSCF0039

Zaterdag 28 november. Voor een aantal van ons was het weer vroeg dag. Behalve Oei-oei en Yeti, die wilden uitslapen. De wereld begroette ons met een witte lach. Het landschap om ons heen was namelijk wit en ontrolde zich voor onze voeten. Voorzichtig betraden we koning Winters rijk. Op de Hase Brücke was het glibberig en tochtig. Het landschap om ons heen was daarentegen schitterend koud. We besloten naar de oudste plek van Groß Dörgen te gaan waarop de oudste boom stond. Op deze plek waren in het verleden sinistere zaken waargenomen. De plek met de eeuwen oude boom had nog steeds een spookachtige uitstraling. We kregen het gevoel dat we niet alleen waren. Schichtig keken we rond om ons heen.

 

Het klopte, we waren niet alleen, we waren met ons vieren. Maar we werden gevolgd. Telkens wanneer we omkeken zagen we mist en klimmend gras in de sneeuw. We liepen langs de Kolk, die lag er bij als een koele meres des doods. In ieder geval koel. Het begon te sneeuwen en te waaien. we doken diep weg in onze kragen. Plotseling werden onze ogen getrokken naar een heel vreemd fenomeen. Er liepen voetstappen in de sneeuw op ons af zonder dat we iemand zagen. Vanuit de westen kwamen sporen van stappen op ons toe. Vlak voordat we achter de Kolk het woud indoken maakte ik nog snel een foto van dit vreemde natuurverschijnsel. Een boom begroette ons met een grote oor, het bleek een grote zwam te zijn. De Witte Wieven waren op pad. Met een omtrekkende beweging kwamen we op een plek waar ooit een kampvuur van ons had gebrand. Hier hadden we bij volle maan de weerwolf gehoord. Hier werd een mop van een Lieveheersbeestje verteld die de Kapelaan niet snapte. De rook was allang opgetrokken, de geluiden weggestorven, alleen de sfeer hing er nog. 6 berken leken als stille getuigen de herinneringen te bewaken. We waren diep in het woud, op Kuhl`s platz.

DSCF2310 DSCF0057

We liepen stug door en kwamen achter de boerderij van Berend uit. Hier leken wel de hallen van Vitalis spontaan diarree te hebben gehad, zoveel rommel om ons heen. Hier kon je nog op een creatieve manier een halswervel breken. Bij de Ketel aangekomen maakten we ons op voor het ontbijt. Maar wat gebeurde er nu? Alle zwijnen vluchtten in een stampede de Ketel uit. Welk een kracht bracht deze beren in beweging zodat deze hun huis en haard verlieten? Het was krachtiger dan Sarin, krachtiger dan mosterdgas. Het was Oei-oei`s deodorant. Deze onverlaat vond het nodig alles wat leefde onder zijn oksels weg te verschralen. Zijn deodorant mag dan wel in de reclame een toploze nimf vibrerend door het brandend zand laten huppelen, SusScrofa`s kreeg je ermee rap. Flink ingepakt trokken we richting indianendorp de witte bevroren wereld in. Diep in het stille woud, waar reuzen werden geveld door noestige knagers, waar de roep van de Buizerd echoot in het bronsgroene sparrendek, waar konijnen haastig en hazen konijnstig hun holen opzoeken, daar voelen zwijnen zich thuis. Als er op aarde een Hof van Eden bestond of De Eeuwige Trogge, dan was het hier niet ver vandaan. Ik hoop alleen dat het daar iets minder stinkt dan tussen deze stelletje windhozen.

DSCF0058 DSCF0061

Kortom, we voelden ons gelukkig, behalve wanneer er bullen in het veld lopen. Na deodorant het tweede waar SusScrofa`s van in de war raken. Deze vinden stieren alleen aaibaar achter cellofaan in de supermarkt. Deze beesten leken echter op de biefstukjes uit Schepers Supermarkt, ze bewogen. Gelukkig was het koude besneeuwde gras hoog en hun klokkenspel laag. Die bullen hadden geen handen om de familiejuwelen hoog op te trekken. SusScrofa`s hadden die handen wel. Daardoor konden we sneller wegkomen dan die hamlappen. We klommen over een hek en vervolgden onze weg door een weiland vol met meidoorn- en wilgenstruwelen. De rivier de Hase heeft in zijn loop door het landschap de vorm van een schoenveter. We naderden het nauwste punt in de schoenveter waarbij de Hase zichzelf bijna kustte. Dieper trokken we het woud in. We lieten ons niet belemmeren door prikkeldraad of hekken. Als we het niet vertrouwden joegen we Uil voor ons uit. In het rulle zand vonden we een spoor van onze neef, een prent van een Wild Zwijn. We werden stil, we naderden het rijk van de Zwarte Specht. In het laatste gedeelte van de schoenveterlus stonden honderden Populieren fier in een rij.

DSCF0067 DSCF0062

In vroeger tijden hebben we hier een Zwarte Specht met het nest een tijdlang geobserveerd. Thans was het gebied wit, woest en ledig. We volgden de Hase. Ver voor ons uit rende een haas naar stillere oorden. We verlieten de dieper gelegen gebieden en naderden de Corral. Hier troffen we wel een heel vreemd iets aan. Het leek op de cabine van een ruimteschip. Maar het stond op wielen. Het bleek een jachtkansel te zijn. De huidige jager zit doordeweeks achter een tandartsstoel, loopt scheef van het geld en wenst in tamelijke luxe te leven. Zo was de kansel gevoerd met blauw tapijt, de schietgaten afzonderlijk af te sluiten met plexiglas en was de ellebogensteun tevens gevoerd met zacht tapijt. De stoel, zeg maar fauteuil, deed niets af van zijn doordeweekse martelvariant. Snel namen enkele SusScroafa`s bezit van het luxueus onderkomen. Na alles flink besnuffeld te hebben trokken we verder naar de volgende jachtkansel zo`n 300 meter verderop. Vanuit een kansel tegenover het bouwland richting de boerderij van boer Wolff werd geschoten. Als haas verveel je hier niet, het was beven en leven ofwel lood en dood. We trokken verder door een strook bos. Hier vonden we het meest smerig stukje jachtgereedschap die we konden bedenken, een vossenklem.

DSCF0069 DSCF0075

Afkomstig van Helleveeg himself, demon Schnoing. Onze übergeflipte jachtopziener die alles in repen schoot wat niet fel oranje is. Thans had dit stuk stront hier een heuse val neergezet. Een stuk fazant diende als lokaas. Werkte de val nog? We drukten Uil naar voren. Gelukkig was het een oud en versleten exemplaar want Uil stond bovenop de horlepiep te dansen en niets gebeurde. Na het ding goed te hebben bekeken, van onze afkeur blijk te hebben gegeven, deponeerden we de klem in de daarvoor aangewezen Hase. Weg ermee! Over fel oranje gesproken, we vonden een zwam aan een tak die zich onderscheidde van de sombere kleuren om ons heen.  In een felle kleur gaf het blijk van zijn bestaan. Plof plof. We keken op, waar komt dat geplof vandaan? Van achter de boerderij van Wolff, zo`n 400 meter verderop, kwam een trekkertje aangeploft met een platte kar erachter. Er omheen liepen een aantal fel oranje vesten. Satan Schnoing (SS) und Sein Demonen (SD)! Ze maakten zich op voor een drijfjacht. We probeerden ons ongezien van het strijdtoneel af te wenden maar hadden niet op de duivelse blik en grote bek van Schnoing gerekend. Op hoge poten beende Schnoing op ons af en blafte tegen ons wat we hier te zoeken hadden. We keken hem strak aan, deden een stap opzij en stuurden Yeti op hem af. Na een felle hoogstaande conversatie:”Waar komen jullie vandaan”, “van die kant”, “op de paden blijven!”, “kan niet, d`r loopt daar geen pad”. Dit ging een tijdje door. Op het laatst draaide Satan zich om en beende naar de rand van het uitgestrekte veld met maïsstoppels om met de drijfjacht te beginnen. Ik verbeeldde dat Schnoing zich krabte achter een hoorn en nog tegen een andere demon verzuchtte “Er wolte nur ein Streich”. We grinnikten, Yeti for President!! We togen verder richting Mittelradde en hoorden en staccato aan knallen uit schrootflinten. Zelfs een dominomus zou daar een loodallergie oplopen.

DSCF0085

We volgden het pad langs Wolffs boerderijen en kwamen bij het houten brugje over de bosstroompje. Bambam en Yeti besloten de loop van het stroompje te volgen en doken het woud in. De rest gaapte als een glasbak en liep naar het zandpad die leidde naar Alwies Rolfes. De karpertrap, eens zo`n dure watertraject, stond op droge sokken nu de loop van het riviertje omgeleid was door het bos. Ook aan de overkant van het zandpad probeerde de natuur weer vat te krijgen op het vismeertje. Dit hoekje bos bevatte talloze dierbare jeugdherinneringen toen we daar als welp en verkenner de boel onveilig maakten. Groot was in die dagen de teleurstelling dat ons hof van Eden plaats moest maken voor ein Fischteich. Jaren heeft daar zo`n omheinde bak water gelegen. Sindsdien heeft zich daar nooit meer een welp of verkenner vertoont. Die tijd lijkt nu weer te veranderen nu de natuur daar weer zijn gang mag gaan. Zo is het leven, alles komt vroeg of laat weer in een iets andere hoedanigheid terug. Eigenlijk is het leven net als een braadworst. Ofzo. Over het asfaltweggetje liepen we weer terug naar Groß Dörgen. Het begon te donkeren, onze veldtocht zat erop. Uil evalueerde de middag met ons. Wat restte was het stillen van de onze honger, het lessen van ons dorst en het ophalen van oude verhalen en het delen van de nieuwste dorpsroddels. Dat ging tot laat door en een beetje klieren hoort daarbij. Na ons zondagmorgenontbijt van braadworsten, eieren, knakworsten, zure pickels en, ik geloof ook nog een plakkie stoete, togen we op weg voor onze Kleinreusiestocht. De wereld om ons heen had haar smetteloze witte mantel verloren. Het was zo`n typische novemberdag, gelukkig droog maar wel donker en een beetje triestig. Een mooie dag voor een begrafenis zal ik maar zeggen. Bij gebrek aan een lijk togen we toch maar op pad. Door deze sloffe schemerige landschap trokken een zestal zwijnen die eigenlijk best wel vrolijk waren. We keken triest, dat maakt ons vrolijk. We liepen langs de Kolk en keken nog even schuw naar de plek waar voetstappen op ons af kwamen. Al het sneeuw was verdwenen, niets was meer te zien. We togen richting Hase Altarm. Door de donkere en sloffe omgeving leek alles op een sompige moeras. Maar moeder natuur deed toch weer haar best om zich van haar mooiste kant te laten zien.

DSCF0121

We zagen plotseling Bambam rood aanlopen. Hij stamelde dat het konijntje al bijna uit het holletje kwam kijken. Zijn gemoed leek vol te schieten door al die emoties om ons heen. ‘Pa pa’, stamelde Bam. Uil legde een arm over zijn schouder. ‘Rustig maar jongen, we hebben allemaal wel eens heimwee’. Bambam keek hem strak aan. ‘Pa, pa, papier, nu!’ en strompelde met geknepen billen en X-knieën naar een bosje. We gaven hem snel een pakje papieren handdoekjes en maakten ons snel uit de voeten. Bij zo`n jonge zwien weet je het nooit, hij kon wel uit elkaar spatten. Hoe krijg je dát uit je haar. Van de grote heksenkring uit paddestoelen, zo`n 5 meter in diameter, was vrijwel niets meer over. Tja, de natuur neemt, Bambam geeft. Verderop gaven enkele bevers blijk van hun afwezigheid in de vorm van afgekloven boomstammen. Over boomstammen gesproken, in dit gedeelte van Groß Dörgen stonden prachtige boomstammen, sommigen niet afgekloofd door bevers maar door de tand des tijds, en allemaal die sterke wil om te overleven.

DSCF0128

Na een tijdje door het prachtige moerasachtige natuur te hebben gelopen verlieten we het gebied en trokken richting de boerderij van Berend Rolfes. Hier hadden ze het bos flink uitgedund en lagen de boomstammetjes keurig op stapels. Zo`n uitgedunde bos gaat op den duur, door meer lichtopbrengst, veel meer leven. We liepen door het pittoreske dorp terug naar de, diep in het woud verscholen, Ketel. Na een copieus ontbijt moest thans in de Ketel ook nog een pan voedsel naar binnen gewerkt worden. Yeti had zich voor het weekend zorgen gemaakt om de inwendige mens. Hij was bang dat we de hongerdood zouden sterven, zo helemaal zonder bonen. Dus heeft de echtgenote van Oei-oei zich een ochtend uit de naad moeten werken om aan Yeti`s wens te voldoen. In de kelder werd gekeken of het blikvoer niet inmiddels de status ‘Schepers’ hadden gekregen, oftewel of ze nog wel van deze eeuw waren. Vlak voordat de opener in het blik zou wegzakken riep Yeti met een benepen stemmetje dat hij geen honger had en, wat hem betrof, de blikken maar ongeopend te laten. Hij keek in 5 paar ogen vol leedvermaak.

DSCF0150 DSCF0153

Dàt pleziertje gunden we hem echter niet, vreten zal hij. Hij mag dan Schnoing de Satan aankunnen, tegenover 5 SusScrofa`s kromp hij weg als een geholpen acoliet. Hoewel het eten uitstekend smaakte moeten we ons toch eens serieus afvragen of het nu zo noodzakelijk is om bonen te eten. Van de honger kwamen we dit weekend zeker niet om en na die bonenzooi blijven we wel met een flinke afwas zitten. Met braadworsten heb je dat probleem niet, die eet je zo uit de hand. We braken het kamp op, zadelden het paard en togen naar Erica. Eigelijk geen kijk, zo`n buffel van een auto met een doosje als aanhanger. Wat restte van ons kamp waren de stille getuigen. De doosjes van plezier. Leeg, het is wrang. We gingen die middag naar een jubilaris. Scouting Erica bestond namelijk 60 jaar. Foto`s bekijken uit de oude doos. Kamp Vilsteren, kamp Geeste enz. Afijn, voor ons zat het najaarsweekend van 2005 erop. Moed broeders, struikel niet. Vliegend Hert

2005 April

2005 April

Laat verslag van het Sus Scrofa observatieweekend op een, twee, en drie april 2005. Vrijdag één april 2005. Vanmorgen reeds vroeg, ergens tussen zes en negen, ging bij Sus Scrofa de krul in de staart: observatieweekend aangebroken. Waar andere keren enige zwijnen vooruitreizen om kwartier te maken, was deze keer het voltallige team in staat reeds in den morgen te vertrekken. Jongebeer BamBam moest vanwege een afspraak een zijner spruiten met de bisschop weliswaar verstek laten gaan, hij wenste toch op eigen gelegenheid een deel van de dag in het Hasedal met de rest door te brengen. Salon de KetelNa een korte reis door de zuidoosthoek zat de bus vol zwijnen, en konden wij richting de grens. Wacht! Bier, takkeworst en hartige versnaperingen moeten nog verzameld! Gezellig, eerst winkelen bij een Klazienavener grootgrutter. Deze uiterst vriendelijke handelsman had voor ons koffie laten zetten door een aardige mevrouw. Niet teleur willend stellen, dronken wij een bakje. Het is gratis, dus waarom niet. Bier konden wij hier wel kopen tegen een concurrerende prijs, takkeworst is echter met nadruk een Duits product, daarvoor moet je naar de marktkoop. Volgens traditie de marktkoop onveilig gemaakt, en dan honger. Vóór de marktkoop stond een nering ener zuidoosteuropese handelaar, hij verkocht döner kebab. (Dat is een soort pannenkoek met dood schaap, kool en knoflook. Misschien ook goed tegen de muggen.) Vult goed, een dergelijk ding van alle delen van de schijf van vijf. Eindelijk konden wij door naar het Hasedal, naar onze geliefde Salon “de Ketel”, bijna konden wij zingen van “stookt het vuur ’t is avondstonde”, bijna, want niemand durfde te beginnen. Aangekomen in Groot Dörgen (het is eigenlijk Groringeles Dörgen, Duitsers vinden dat zelf ook te lang, en hebben voor ringeles een apart teken, nl. ß, maar dat zit weer niet op een Nederlands toetsenbord, bovendien spreek je het teken uit als een s, waardoor Groringeles, geschreven als Groß, wordt uitgesproken als Groos, wat naar het Nederlands vertaalt gewoon groot betekent. Doe niet moeilijk denk ik dan, en zeg ook gewoon groot, cq typ dat. Dit even terzijde) moesten wij een teleurstelling wegslikken: die van Jongebeer BamBam. Het maken van ons kwartier had deze keer zolang geduurd, dat hij volgens belofte aan zijn lieftallige eega bij onze aankomst reeds naar huis moest wederkeren. Gelukkig had hij, olie op papier, een afbeelding van de Salon voor ons gebasteld, zodat hij in de geest nog bij ons kon blijven. Het wegslikken ener teleurstelling is een droge aangelegenheid, en hoewel wij het met koffie hebben geprobeerd, moet ik aangeven dat gerstenat, liefst in combinatie met een vrolijk knapperend kampvuur, door ons inmiddels ontstoken, efficiënter is. Vrolijke verhalen bij een vrolijk knapperend kampvuur leiden bij zwijnen tot vrolijk consumeren. De tijd verstrijkt ongemerkt, tot de dorst is gelest en de honger zich meld. Zullen wij eten? Neen, wij gaan eerst een kleine omzwerving maken, klein vanwege de fysieke beperkingen een onzer, omzwerving vanwege het observerende karakter onzer vereniging. Vlak bij de ketel vonden wij een merkwaardig fenomeen: een boom wiens takken, dik en stevig, naar de grond terug negen. Hert besloot via de tak naar de stam te lopen. Dit kon als enkele medezwijnen de tak iets verder naar de grond trokken teneinde een aangename opstaphoogte te creëren. Gedaan zoals besproken, Hert nadert de hoogte van pak hem beet (persoonlijk ben ik voorstander van de uitdrukking “pak haar beet”, ik vind dat de uitdrukking dan aangenamer aanvoelt) twee meter, als hij plots zijn naam eer aandoet: hij vliegt, doch land niet geheel en al op zijn normale landingsgestel. Volgens Hert was zijn vlucht het gevolg van een plotselinge opwaartse beweging van de tak, maar niemand had dan ook gezegd dat we die tak moesten blíjven vasthouden. Hert ziet het even niet meer en klaagt over kortzichtigheid, nee niet die van zijn Sus Scrolegas, zo gaan wij niet met elkaar om, Hert is zijn bril kwijt. Fallen of of his deer nose. (Engels woordgrapje). Problemen zijn pas problemen als er geen oplossing voor is. Linie vormen, voetje voor voetje over het rampgebied, en Hert vind zijn bril terug juist voor hij er zelf op gaat staan. Geen probleem. We besluiten nog even langs Jedhis schoonvolk te gaan. Al wandelend raken Hert en Jedhi elkaar onzacht. Niet onvriendelijk, wel onzacht. Dit heeft voor de rest van het weekend dan nog onvermoede gevolgen. Schoonvolk heeft geen tijd voor ons, ze zijn het gazon grootschalig aan het verticuteren. Met geweld. Dat wordt nieuw inzaaien. Wij gaan terug naar onze Ketel. Het is nu toch echt wel tijd voor Struyckproducten. Na een enkele versnapering. Of twee. Er is, na het eten, wat niet iedereen even bewust meemaakt, maar een conclusie mogelijk: struyck is niet lekker en niet genoeg. Gelukkig zijn er nog pindas. Nadat onze Uil, in al zijn vermeende wijsheid, ons heeft voorgelicht over het wereldbeeld ten tijde van zijn geboorte, aan de hand van voorbeelden uit de Katholieke Illustratie, (die iemand niet meer thuis wou opbergen), hebben we onze slaapzakken uitgerold.

Goedenachgngngngnggggggggggg…. Zaterdag twee april. Gevoelsmatig reeds vroeg zaten wij deze zaterdag weer bij ons kampvuur. Het vrijdag gebouwde windscherm, wie kan er zonder, maakte dit een aangename verpozing. De activiteiten van een landbouwer op het belendende perceel waren minder. Hij speelde voor strontboer. Live and stinking. Positieve kant van zijn activiteiten: alle strontvliegen verzamelden zich net buiten het hek. Geen last meer van gehad. Een onzer Sus Scrolegas echter kon zijn instinkt (!) niet weerstaan: de dwangmatige neiging tot het besturen van een landbouwtractor tijdens de koffiebreak van de vriendelijke landbouwer. Even op en neer. Niks aan de hand. Geen stront aan de knikker zogezegd. Tot de heer landbouwer terugkwam. • Wie hefteropmientrekkerzeten. Maar dan wat duitser. • Gieniene mienjong. (Nooit je afkomst zonder meer prijsgeven, breng ze op een dwaalspoor). • Maar ik zie toch dat dat ding hef reden! • Woaran dan? • An de sporen in de stront! •  Maar dat bint trekkersporen, dus dan hef joen trekker dat toch zulf doan! Afijn, een discussie met een vertoornde landbouwer leidt tot niets, dus is negeren de beste oplossing. Of negeren op enige afstand, dat klaart de lucht (ook betekenend geur) nog meer. Wandelen en observeren dus. Nu bleek echter dat de onzachte aanraking tussen Hert en Jedhi op de vrijdag een verstrekkend gevolg had, of verrekkend, hoe de lezer het maar wil. Hert had een zere voet. Hert kon nu niet meer ver wandelen.

DSCF0733DSCF0808Twee zwijnen met beperkingen. Daar past de rest zich zo bij aan: niet te ver zwerven, dichtbij observeren. We hadden toch apparatuur mee voor micro-observaties. Die hebben we tentoongesteld en weer ingepakt. Wat je niet gebruikt hoef je niet schoon te maken. Korte wandeling, terug naar het kampvuur, de wind in de zeilen. Das beter dan in of uit de rug, in deze omstandigheden. Zo’n kampvuur verleidt tot verhalen, verleidt tot blijven waar je bent, tot het innemende gedrag waarvan wij ook bekend zijn. En hoewel een dag lang kan duren als je niets doet, was het toch plotsklaps tijd voor de zon om onder te gaan. Allemaal naar de voetgangersbrug, de ondergaande zon fotograferen. Schiet op, anders is hij/zij weg. Toch gelukt hoor, zie illustratie. Ondergaande zon, 2-4-05 19.45h

DSCF0850Ondergaande zonDe rest van de avond hebben wij passend doorgebracht met innemend gedrag, lodderogen, diepzinnige discussies over nut, noodzaak en kwaliteit van hare majesteits wapentroepen ten opzichte van die van andere mogendheden, tukjes tussendoor, totdat ook nu weer alle gordijnen dichtvielen, en eenieder in blinde onmacht in zijn slaapzak nederzeeg, dan wel opklom tot het niveau van slaapzak. Zondag drie april. Zoals het betaamt, scheen de zon. Wellicht dat de temperatuur ongewoon hoog was voor de tijd van april, dan wel het jaar, maar wij Sussen Scrofas hebben ook rechten. Na een stevig ontbijt met eieren en augurken, koffie en bier, brood en worst, viel er een besluit. Boing. We gaan vandaag observeren vanonder een camonetje in de zon in de weide langs de Hase. Indianenvrouwdal. Met een camonet kun je van alles camoufleren. En andere speelse mogelijkheden heeft zo’n netje ook.

Groene SpechtSpeenkruid 1Verstoppertje, spelen voor Julius Ceasar, gebruik als grand foulard, over een bank gebouwd van medekampeerders, te veel om op te noemen. Wat hebben wij geobserveerd: Speenkruid 1 Salon de Ketel, 3-4-5, 12.00u, 22°C Het is vandaag zo warm, opmerkelijk na de gigasneeuwbuien in maart, juist geen volle maand terug, wij besluiten onze uitbundige hoeveelheid witte huid bloot te stellen aan de zon. Heel aangenaam, geen kijk, maar wel heel aangenaam. Het meest doet dit tafereel nog denken aan walrussen. Hier is een foto van, maar niet op mijn digitale rolletje. Helaas zal zonder die foto niemand ooit geloven dat we hebben gezonnebaad. En dan het hoogtepunt, qua observatie, rustig blijven, geen omtrekkende bewegingen, gewoon de zoom goed gebruiken: Groene specht 1 Na een dergelijk hoogtepunt kun je niet anders, dan moet je opruimen en naar huis, in stilte nagenieten, en vooruitkijken naar een volgend weekend. Na lange tijd, toch uw aller Oei Oei.

 

2004 April

2004 April

Op 2 april 2004 tegen 10.30 uur arriveerden Batman en Vliegend Hert in Groß Dörgen. Het was een prachtige vroege voorjaarsdag. De natuur om ons heen schreeuwde lente. Volgens afspraak zou de Ketel door Werner op Hollander Platz zijn gebracht. Dit was dus niet gebeurd. Een traditie moet je in ere houden, nietwaar? De Ketel stond nog gewoon in de tuin van knubbe. Dscf0011Geen nood, we richten ons daar wel in. Het nadeel was wel dat we het Heilige Gras betraden. Dit groeit alleen op het Heilige Weiland achter Knubbe`s huis. Precies op de plek van de winterstalling van onze Ketel. Tja, konden wij er wat aan doen dat de Knubbes eerder op onze stallingplaats woonden dan wij? Menig gast van de Ketel had uit goede wil iets achter gelaten. Dekzeil bijvoorbeeld. We hadden genoeg vierkante meter dekzeil om half Dörgen droog te houden. Ooooh zoo goed bedoelde activiteiten. Het gevolg was dat we geen poot meer konden trekken in ons eigen Ketel.  Aan alle toekomstige gasten in de Ketel: als je weer overloopt van goedgevendheid, overleg even met een bestuurslid. Je krijgt dan vriendelijk te horen, RUIM JOUW ROMMEL ZELF OP!!  Nu wisten Batman en Vliegend Hert een mooi schuurtje op het erf van Knubbe. Ooit bedoeld voor stalling van een vouwwagen. Daar kon mooi iets bij. Vouwzeilen bijvoorbeeld. Genoemde goedgevendheid had ons tevens belast met zoveel servies en bestek om tig weeshuizen te verrukken. Na het nodige ach en wee werd dit weekend grote opruiming gehouden. Thans is er weer ruimte voor het echte werk, vondsten, artefacten en documentatie. De Ketel is een CLUBHUIS en mag niet worden verward met dumpstore!!  Na een uur het Heilige Gras te hebben betreden kwam er beweging in huize Knubbe. Spoedig stond een Groene Hoestbui klaar om de Ketel te verslepen op locatie. Maar, ooo,  wat een gruwel. We kwamen niet meer aan op Hollanders Platz in een stille groene omgeving zoals we dat zo`n 35 jaar gewend waren. Ooo, wat een hard gelag, we moesten onze ogen eerst eens goed uitwrijven. Alles wat negatief was openbaarde zich voor ons. Een nachtmerrie, een monster. Aaaah. Ons vertrouwde Groß Dörgen leek wel een enorme bouwput. Er veranderde nooit iets in Groß Dörgen en als er iets veranderde dan was dat omdat er een wolk voor de zon gleed. In de wal van de appeltuin werd nu een bouwwerk aangelegd. Douche- en wasgelegenheid voor de toekomstige campinggasten. Het gaat er dus echt van komen. We raken Groß Dörgen kwijt aan de burgers van deze tijd. Groß Dörgen wordt na vijfendertig jaar onttrokken aan de vergetelheid. Groß Dörgen wordt Groß. Dscf0022Die immense stilte, de ruimte, de geuren en kleuren. Die we zolang hebben weten te waarderen en waarvan we al zolang van hebben kunnen genieten. Een tijdperk voorbij. Kampvuren en het nachtbraken zullen voor altijd een onderdeel van onze herinneringen zijn. Afijn, we hadden weer een reden om te zuipen. Stel je eens zwijnen voor op een camping? Jerrycans netjes afgevuld met verse ochtendurine of anderszins  openbarend op windschermen in de vorm van parabolen. Een jogger uitglijdend op dampende bolussen in de vroege ochtenddauw. Wasteiltjes voorzien van zurige brokken rookworst en natte kruimels pinda`s. Te priemende ogen op te strakke bikini`s. Omgangsvormen met de correctheid van een kettingzaag. Een campingneus die geprikkeld wordt door de frisse ochtendbries vermengd met peristaltieke consequenties die een bepaalde voedingspatroon nu eenmaal mee zich meebrengt. Nee, zwijnen hebben ruimte nodig en vrijheid, dat kan niet in de buurt van een camping. We zochten nogmaals troost in een goudgele Rakker. Na ons ingekwartierd te hebben trokken we op naar squawvally, een prachtig gebied ten zuiden van Groß Dörgen. Heuvels met kruiden en grassen afgewisseld met struiken Meidoorn en bloeiend Sleedoorn. Door deze heuvels liep een pad kronkelend over heuvels naar het achterland die was verborgen achter eikenbomen en Wilgstruwelen. De natuur in een stralende voorjaarszon. Het leefde om ons heen, alles wat mannelijk was had het druk met het verdedigen van zijn territorium. Dan kan het er hard aan toe gaan. Hazen normaliter schuwe beesten beten stukken vacht uit de opponenten. En dan de geluiden, alles wat stembanden had gebruikte die ook. In de verte hoorden we een onbekende roep van een vogel. Helaas liet het beest zich niet zien en alleen op de zang konden we hem niet determineren, rotbeest.

Dscf0009Dscf01642

We genoten van de lente in al zijn hevigheid. Helemaal achter in het veld aan de oever van de Hase vonden we blote boomstammen. Knaagsporen van bevers alom. Via een omtrekkende beweging hoorden plotseling een  vreemd geluid. Gestamp en geknars van takken, alsof elk moment een hengst door de struiken kwam denderen. Het geluid kwam dichterbij en we zagen vier hazen, rammelaars, in een bitter gevecht met elkaar. Hier was de paasgedachte ver te zoeken. Ook al was de wind meer een scheet op sloffen, we stonden we bovenwinds. Die kapsonesbunny`s hadden ons pas laat in de gaten en ik had een fototoestel. Kullik.

Dscf0183Dscf0184

Tussen alle ontluikend leven ging de strijd om te overleven gewoon door. Tussen het dichte struikgewas vonden we sporen van een gevecht op leven en dood. Op drie locaties waren sporen te zien van hevige strijd. Overal lagen dons- en slagveren. Op de tweede locatie vonden we sporen van een prooi. Een Buizerd. De jager bleek hier prooi. Op de menukaart van de Havik staat de Buizerd. Ondanks zijn postuur is de Buizerd geen partij voor deze felle jager. Op de derde locatie vonden we de afgekloven karkas van de roofvogel, dit was waarschijnlijk het gevolg van een vos. Deze opportunist dacht waarschijnlijk gemakkelijk een maaltje te kunnen bemachtigen. Aan de afgekloven karkas zat nog de kop en twee machtige klauwen. Vliegend Hert nam deze natuurartefact mee naar de Ketel. De kop werd uitgekookt en wordt wellicht op een plankie spiekert. Terug in de appeltuin zagen we Berend bezig met zijn campinggebouw. Ook zijn vrouw was druk bezig. Maar wat zagen we toch in hun ogen, dat waren geen pupillen. We keken wat beter, nu konden we het duidelijk zien. In plaats van pupillen zagen we eurotekentjes. Neuh, als ik Berend was geweest had ik hetzelfde gedaan, aan die ScheißSchweine valt geen kruimel te verdienen. Thans gaat boer zich bekwamen in het vakkundig uitschudden van campinggasten. Bedroefd keken we toe, Vliegend Hert met een dooie Buizerd in de hand. Symboliser kon het bijna niet. De appeltoene, Hollander Platz, de schuine weg, de oale kampeerplaats, de weiland, de Kolk, allen worden ontrokken aan de vergetelheid en stilte. Weg is de oase van rust en uitgestrektheid van het donkere woud. Zo`n vijfendertig jaar geleden werd bij het opheffen van de toenmalige camping de tijd in Groß Dörgen stilgezet. Het werd het terrein van de Ree, de Buizerd, de Bonte Specht en de Sus Scrofa. Nu gaat de klok weer tikken in Groß Dörgen en alles moet plaatsmaken voor de voorzettenten, vollybalnetten en ‘Goeiemorgen Buur’. De geur van kampvuur maakt plaats voor de geur van zonnebrandolie. Het oude Groß Dörgen stopt, zijn herinnering begint. Afijn, terug in de ketel maakten we ons op voor het avondeten. Tegen acht uur in de avond kwamen de overige drie leden van de Club. Traditioneel deed Oehoeboeroe de wijze Uil het voorwoord. Moi stellegie zwien`n. Ik als voorzitter van dit moment, o sorry opnieuw. Ikke as jullie veurzitter op dit moment, 2 april 2004 ongeveer 8 uur (`s avonds) heet jullie allemoale welkom – neem rust, luustern noar de reacties – Heb ie nou goed luustert wat ik nou zegt hebt stellegie zwien`n?? – neem rust, luustern noar de reacties – Ie met mekoar weet wa`k bedoele. Van nou af an moet `t afgelopen wees`n met dat gedoe op internet. Trouwens in mien tied (toen het touw wegliep en de koe bleef stoan, red.) ar ie dat nog nie, dat internet. Ik bedoele, dat toalgebruuk – alles valt stille, wat bedoelt Uil? heur ie ze denk`n – Ik bedoele de begroeting in de trant van ‘Hai, Sussen’ as welkomswoord!! Ie bent toch gien meid`n met mekoar. Van nou af is`t ‘Moi, zwien`n” en niet meer dat Flikkertaaltie!! Stel dat ikke ‘De Uil’ zelf zien welkomswoord zal begin`n met “Hallo Sussen”, dan kniept joen kontgat toch spontaan dichte. Dus van nou af “Moi, zwien`n”, joen kontgat ontspant zich weer, die wind kreg de vrije loop, ie roekt weer zo as ie roek`n moet`n. Mooi, da`s dan ok weer afspreuk`n, stellegie zwien`n da`j bent. – `t heurt bij de opvoeding van zwien`n, doar moet`n ze nog lange over noadenk`n – Ik as veurzitter op dit moment wul met jullie proost`n op `n lang en vruchtbaar weekend in de deur oons zo geliefde natuur van Groß Dörgen. `T programma is bekend bij ons allemoal. Veur de veraandering voeg ik er wat aan toe. Veur de vrijdag op zaterdag is de Nachtwandeling. – wacht op reacties die kom`n- ‘T thema is ‘Wasbeerhond’ – wel een mooie naam veur Oei-oei- Loat`n wie begun`n met dit weekend, stellegie zwien`n. Bedaankt veur `t luuster`n. Jullie eigen Uil.  P.S. Vliegend Hert hef 10 minuten en de rest moet goed luuster`n. Hert, mien zwien, ie soll`n veur oons uutzuuk`n wat veur dier een ‘Nyctereutes procyonoides’ is. De avond begon, de eerste 10 minuten had Vliegend Hert het over de ‘Nyctereutes procyonoides’  oftewel de Wasbeerhond. De rest van de avond werd gespendeerd aan voorbereidingen op de tocht van morgen. Het was spoedig donker zodat het tijd werd voor de traditionele nachtwandeling. Met de volle maan als schijnsel was het een sprookjesachtige landschap. In de natuur was inmiddels de nachtploeg aan de beurt. Zaterdag. Na een stevig ontbijt van braadworsten werd het voor Oehoeboeroe minder vrolijk, hij zag later groen en nog later betrad hij het Onzalige Pad.   De expeditie ging naar squawvaly, een vrij ongerept stuk natuur achter Groß Dörgen. Op het schuine pad vonden we iemand van de ondergrondse. Wanneer iemand van de ondergrondse boven kwam moest die een verdomd goede reden hebben. Verraad?, collaboratie? of hoge nood.  De mol was gewoon dood. Oké. Het weer was goed, bewolkt maar geen regen. Achter in het veld bij de oever van de Hase kwamen we weer op de plek van de beversporen. Het was een mooi decor voor een groepsfoto. We hebben nog even naar de graffiti gekeken van de Groep Bevers afdeling Jeugd. Na bestudering bleek het puberale taal te zijn, welke organen je nodig hebt om te kunnen copuleren, dat soort geschrift (zie foto). Wat kriebelt daar tegen mijn schoen op? Een tor. Wat krijg je als een tor achteruit loopt? Een rot. Dit beestje was een bijzonder exemplaar, waarschijnlijk door onderkoeling deed het twee stapjes achteruit en twee stapjes vooruit. Een rot-tor dus. Hij schoot niet erg op, we besloten de tor ietsepietsie te helpen. De natuur in juveniele stadium prikkelde de zintuigen, de karakteristieke zang van de Tjiftjaf, het getjilp van een oude bekende van weggeweest, de Mus, de geur van kersenbloesem, de warme tinteling van de voorjaarszon, de frisgroene kleur alom, het is lente. Verderop in het gras zagen we een kikker zich proberen uit de voeten te maken. Dank zij ons goede opmerkings vermogen waren we in staat het dier onmiddellijk te herkennen. Verwonderd stonden we naar de schutkleur van de kikker te kijken. Geheel opgaand in het gebladerte. Bij de mens is dat wel anders, die gaat niet op in het gebladerte. De vrouwelijke exemplaar wil juist opvallen met veel kleurige kledij aan de kapstok en dat laatste is weer een werktuig van de Hutsies en de Tutsies.   Diep in het veld, achter boer Wolff, doken reeën uit de verre bosrand naar voren en verdwenen in het bronsgroene woud. Vanuit de kansel trokken we over de weiland richting kapschuur, onze vroegere domicilie. De oversteek van het bouwland ging gepaard met slagschaduwen van de snel voorttrekkende wolken voor de zon. Wat waren we piepkleine mensjes in een immense natuur. Bij de Ketel aangekomen werden enkele braadworstjes bruin gebakken op de barbecue. Lekker zo`n braadworstje als ontbijt, diner, avondeten en niet te vergeten, als tussendoortje! Er werd een kampvuur gemaakt van dikke takken die verdacht veel leken op de ex-slaapmeubel van Yeti. Om 18.00 uur was voor Vliegend Hert het uur van afscheid gekomen. Andere verplichtingen. Hij werd nog netjes uitgezwaaid ook. Tja, het verhaaltje was voor mij hiermee  uit. Moed Broeders, struikel niet. Vliegend Hert

Aanvulling.

Omdat Vliegend Hert niet het gehele weekend geestelijk en lichamelijk aanwezig was heb ik hierbij geprobeerd het volgens mij niet volledige verslag aan te vullen. Naar de nachtwandeling waren er “Braadworsten”. Na elk twee hiervan te hebben genuttigd was het voor meeste Sussen genoeg om de gordijntjes dicht te doen het was onderhand al 2:30. Maar twee varkentjes vonden dat ze onze literfles “laatste hoop” nog soldaat moest. Zo kon het gebeuren dat een tweetal Sussen s’morgens tegen 5:30, het werd al licht, ontwaakten uit hun coma, en moesten constateren dat Hert en Uil nog in diepe gesprekken zaten verwikkeld. Ook de fles “Laatste hoop” had een behoorlijke diepte bereikt. Op een bodempje na leeg! Toen de heren eindelijk zover waren om naar bed te gaan, was het tijd om op te staan. Dit ging vanzelf want met het betreden van zijn slaapzak ging Uil als een blok horizontaal. Waardoor Yeti en Oei Oei gelijk konden opstaan. Naar het zetten van koffie, eieren koken, braadworsten bakken en kleine kikkerruggen konden we aan het ontbijt. Uil had het al gezien van slapen werd niets en probeerde voorzichtig een tosti broodje. Hert lag nog op één oor maar werd toch maar gewekt. Eén voor allen, allen voor één blijft toch ons devies. Naar een aantal mislukte pogingen zijn ledematen weer onder controle te krijgen, konden we tegen half tien op weg. Allereerst maar eens gekeken naar de mol die we de vorige dag op het pad hadden ontdekt. Deze was nog aanwezig en gaf ook nu niet prijs waaraan hij was gestorven. DSCF0002De gang kwam er maar niet in want Hert en Uil bleken ineens een opmerkelijke interesse te tonen voor elk stukje natuur en bleven overal bij staan. Zo tekende uw scriba een stuk gesprek op over een stukje schors van een boom. Moei bnauw is kieken, Dit is bwel hee’’l bbijzonder. Mat dan mejong? Nou ou dit! O. o…h bdat, eu. Ja bdaat wel hei. . eil bbijzonder. Naar de eerste keer er nog te zijn ingetrapt, en niet hebben kunnen ontdekken lieten we ze maar. Bij de nieuwe “kampstelle” van Yeti werd weer langdurig stilgestaan. Men wil zeker het pas gezaaide gras zien groeien, dacht de Bat en ging vast vooruit langs de oever van de Hase. En maakte enkele opmerkelijke observaties zoals een zwaan die statig in de Hase op en neer peddelde, van dit is alleen van mij. En enkele plantjes die alleen op een arme bodem voortkomen. Dit “rivierduinen” gebied is nog bij het oude gebleven en is nog niet onder onze Berend zien moderne landbouw met camping gevallen. Naar een half uur voegde hij zich weer bij de rest die nog steeds aan het “groundshooten” waren op de kampstelle van Yeti. Het ging nu richting het bosje waar we de vorige dag de gesloopte Buizerd hadden gevonden. Ook hier bleven de heren weer langdurig staan en merkten de Havik die boven hun in de boom zat niet op. Toen de Bat zijn camera net goed instelling had gebracht om de opname van de eeuw te maken. Vond uil het nodig, in zijn onschuld, om aan de boom er naast te schudden. De havik maakte een rare sprong en vloog weg een beduusde Bat achterlatend. Bij een doorgeknaagde stam met veel bever-graffiti werd het tijd om een groepsfoto te maken. De Digiphot van Hert werd instelling gebracht met een driepootje op een conisch afgeknaagde stam. Beiden stonden nogal wankel Hert en de driepoot met camera, Zodat the Bat Oei, Oei en Yeti het ergste vreesden. De wijze uil bood zijn hulp aan wat niet erg hielp. De camera begon nu een leven te krijgen of dat hij op een schip stond met windkracht 10 in de golven. En hoewel het niet warm was, begon Hert aardig te zweten, hij stuurde de wijze Uil weg. Deze ging uit protest met de rug naar de camera zitten wat een groepfoto ook niet ten goede komt. Naar eindelijk alles in het gareel te hebben de camera en Uil in de goede positie te hebben staan. 

DSCF0005

Kwam Vliegend Hert er achter dat de camera nog uit stond. Nog een keer werd ons geduld op de proef gesteld. Maar kon eindelijk de foto worden gemaakt. Voor Vliegend Hert en Uil was het genoeg, en wilden met een omtrekkende beweging terug. Ze kregen waarschijnlijk nadorst de sloekers. Hier was nog één redmiddel mogelijk. De Bats noodflacon met “allerlaatste hoop” . Naar hiervan een slok te hebben genuttigd verviel Hert weer in de hik waar hij s’morgen voordat hij in zijn slaapzak kruipend mee was geëindigd. De Bat probeerde het nog te redden door een waterfles uit zijn rugzak te vissen. Maar het was al te laat, bij elke tweede stap kwam er Huu..K uit. De Wijze Uil gaf raad. Je moet dat ineens wegdrinken met “ laatste hoop” . Zodat de noodflacon werd opgeofferd aan Hert. Wat natuurlijk niet hielp en de gang van hert er alleen maar slechter op maakte. Gelukkig bevonden op een stuk bouwland zodat we de ruimte hadden. Ondertussen hadden Oei Oei en Yeti een omgewaaide eik gevonden en die later was afgezaagd. De diameter van de stam bedroeg een kleine meter en de heren waren druk aan het jaarringen tellen.The Bat wilde dit vastleggen maar zag zijn opnames gestoord door allerlei voorwerpen die door het beeld vlogen. En op de bovengenoemde jaarringen en de tellende heren terecht kwam. Een blik met de camera opzij ontwaakte onze twee niet al te nuchtere Boeben. Joe, hoe! we zijn er weer. Het oversteken van een klein beekje over een omgewaaide boom was de volgende hindernis voor onze niet al te vast op de been zijnde Boeben. Maar naar deze ook te hebben genomen onder de nodige hilariteit van de ander leden, en konden we onze weg vervolgen. Twee stappen vooruit, een stap achteruit. Welke een Tor die uit zijn winterslaap ontwakend op de gedachte bracht, dit moet de nieuwe tred zijn voor dit jaar en hun gelijk na-aapte. 

Dscf0027Iets verderop ontwaakten we een paar reeën aan de bosrand in de verte. We probeerden dichterbij te komen door ons lang de rand, en uit hun blikveld, van het bos in richting van hen uit te gaan. Maar ze hadden ons door en trokken zich terug in het dichte gedeelte. De Bat probeerde via een omtrekkende beweging de reeën weer in de richting van de ander groepsleden te krijgen wat niet lukte. Maar ondertussen kreeg hij wel een aantal mooie opnamen van een bloeiende bosbodem met bosanemonen en bosaardbeien. Voor de rest was het genoeg. De Bat werd weer bij de les geroepen en gingen we binnendoor, via de schuur van Berend, terug naar de ketel. Hert probeerde zijn slaap in te halen en deed dit strategisch buiten. Hij rolde slaapmat en slaapzak uit en nam een nap. De rest begon aan de 40 overgebleven braadworsten. De plaatselijke barbecue werd opgestookt en voorzien van de braadworsten. Uil hoefde niet, hij kreeg toch geen last? Want hij had nog niet gefulmineerd deze dag. Zo bleven er drie over met 40 braadworsten. Naar drie van die dingen heb je het wel gehad. En zaten we er mee. Toch Hert maar wakker maken en hem een proberen te slijten. Op ons roepen kwam geen reactie dan maar een met mosterd in zijn mond schuiven. Weggooien is toch zonde. Wonderbaarlijk lukte dit. Ondertussen hoefde de wijze Uil geen braadworst en geen bier, Hij moest eerst uit de broek verklaarde hij de gluiperd. Wij lieten hem gaan en zagen hem met de rol papier onder de arm verdwijnen richting de WC aan de rand van het weiland. Nadat hij al een poosje weg was ontwaarden wij mensen in de wei. Met minimaal een vrouwelijke persoon. De deur van de WC stond open naar het weiland en wij vreesden het ergste. Maar toen het gehele gevolg dichterbij kwam ontwaarden we Uil met zijn arm over de schouder van de vrouwelijke persoon, welk ook nog het aanzien meer dan waard was, heupwiegend aankomen lopen. Nu weten we dat Uil gauw vrienden maakt, maar onze gedachte dat jonge vrouwen nu ook al vallen op vijftigers met de broek onder op de enkels leek ons toch raar. Gelukkig was er een verklaring Het was namelijk zijn zoon Patrick vriendin. Met Patrick, Peter en een vriend. Die wel eens wilden weten hoe primitief wij kampeerden. We hebben nog een paar “braadworsten aan hun kunnen slijten en bleven met nog 29 zitten. Nadat deze waren vertrokken keerde de rust terug op het kamp Hert werd nog een worst gevoerd en wij ging langzaam achter over met een voldaan gevoel van te veel braadworst en een lekker biertje. Yeti moest al het eerst lossen en verdween naar de rand van het bos. Oei Oei en the Bat met Wijze uil tussen zich in achter latend. Uil keek een keer naar links en een keer naar rechts. Werd groen en stond op. Terwijl de wangen steeds boller werden werd de gang steeds sneller. Op het moment dat hij Yeti voorbij kwam was hij op volle snelheid, en net een hamster, zoals de verbaasde Yeti later verklaarde. Er kwam nu ook een straaltje uit, en twee meter verder was het zover. Met een flinke boer welke twee keer na echode werd de inhoud van de maag in het bos gedrapeerd. Wij zagen onze hoop om de 50 Braadworsten dit weekend nog soldaat te maken verschieten. Ook Hert kwam weer langzaam in de benen en begaf zich naar de rand van de kolk naar zijn zeggen om te mediteren. Zij die achterbleven hadden hier ander gedachten bij. Tegen 18:00 kwam de eega van Hert hem ophalen. Hij had nog een feestje het beest! Wij hebben nog aangeboden hem hier te laten, wat misschien een hoop ellende kon besparen, maar Herts eega had het volste vertrouwen in hem. En zo vertrok hij, ons met vraag achterlatend welk scenario hij uit de kast zou trekken. Of hij begint met een glas sinas en is een half uur later thuis of hij neemt weer een pilsje en weet een half uur later weer niet wat hij zegt. Wij gingen rustig verder met het “lagerfeuer” Naar wat pilsjes werdt het langzamer kouder en vertrokken we naar binnen waar de wel vertrouwde doppinda’s op ons lagen te wachten. Het werd nu voor sommigen te zwaar en tegen 21:30 vertrok de één naar de ander. Oei Oei probeerde het nog even vol te houden en uw scriba moest vanuit slaapzak toezien hoe hij met een paar hele grote ogen Yeti aan bleef kijken en het hoofd steeds weer een knikkende neergaande beweging maakte. Maar ook hij kreeg in de gaten dat naar een dag met zoveel overweldigende natuurindrukken je geest en body moet rusten en je dit niet tegen kunt houden. En zo keerde langzaam de sonore klanken van een stel rustende zwijnen terug in de ketel. De zondag begon met de klank van regen op de ketel. Dus nog maar een keer omdraaien. Tegen half negen er toch maar uit want er moest nog veel gebeuren. Op het programma stond nog het verorberen van: – 20 eieren – 24 braadworsten – 12 rosties – 1 pot kikkerruggen – 2 potten koffie – 2 kratten bier Met drie man togen we in de keuken, Bat, Oei Oei en Uil. Dit gaf nogal een logistiek probleem om alles op één vierkante meter te regelen. Zodat de koffie wat later aan bod kwam. En toen Yeti om 10:00 vanuit zijn slaapzak achter de tafel plaats nam hij getrakteerd werd op een pot bier, een omelet van eieren en kruiden, 3 eier, braadworsten, rosties, etc. Ook de anderen schoven nu aan voor de brunch welk de rest van de morgen zijn beloop nam. Dat is nog eens “Ar-bieten” en ondertussen werd hier en daar de “Hudo” opgezocht. Vooral als je niet fatsoenlijk ordent zul plaats moeten maken. De rest van de dag werd gebruikt om de ketel op te ruimen. Een herhaling van het vorige weekend en de vrijdag. Maar er viel nog steeds veel op te ruimen. De halve bestekla en hoop glas- en beker-werk inclusief het glaasje van ons Koos moesten er aan geloven. Niet alle leden konden het over hun hart krijgen van zoveel weggooien en redde nog wat voor hun nageslacht. Zo liep Yeti verdwaasd rond van hier was toch meer, of hebben we dit toch vorig jaar al opgeruimd? Ja Yeti er was meer maar dat had zijn bestemming de vrijdag al gekregen. Met een vreugde vuur van afval werd het weekend beëindigd. En tegen 15:30 toen alles was opgeruimd en ingepakt zijn we weer huiswaarts gekeerd. Moed houden broeders ook al stuift het wel eens naar een drooglegging.                                                                                                                                  The Bat.

2003 November

2003 November


Sus Scrofa was reeds een week eerder aanwezig geweest bij de Ketel in verband met groot onderhoud. Het koetshuis werd opnieuw stevig bevestigd op het frame zodat van verschuiving geen sprake meer kon zijn. Anders had je kans dat het onderframe bij Knubbe stond terwijl de rest van de groep nog door de ramen uitzicht op de Kolk had.

Kolk2

Nu zijn de houtfretten vast gelast op het frame, benieuwd hoe de natuurkundige wetten hierop reageren. Kwartier was reeds gemaakt, Werner had donderdags tevoren de Ketel op zijn plaats gezet met zijn groene hoestbui-tractor. Batman en Vliegend Hert hadden dit jaar een nieuwe onderlinge afspraak gemaakt. Geen verdeling meer bij voedsel- en drankinkoop maar ieder voor zichzelf. Gevolg: dubbel drank. Dus men nam eerst iets om moed in te drinken en nog een om het weer af te leren. Nadat de pakkage in de Ketel geladen was ondernamen de heren een wandeltocht naar de Kolk en het uilenbosje. Aan het eind van het uilenbosje doemde een mobiele kansel op. Het leek wel op zo`n tor uit de film Star Wars, speciaal gemaakt om de laatste ree in franjes te schieten. Om het watervaste multiplex van de kar een camouflage effect te geven hadden ze de platen met olie ingesmeerd, en gemakshalve de rest ook maar, de smeerpoetsen. Dwars door het uilenbosje gekomen gingen Bat en Hert weer richting de Ketel. Yeti had thuis een grote verbouwing doorgemaakt en wat doe je dan met het afvalhout? Die breng je naar Dörgen. Daar maken de varkens er een mooi Kampvuur van.

Dscf00122 Dscf00132

Ook maar even snel de Ketel opgeruimd. Ondanks dat Batman en Vliegend Hert dit weekend verstoken bleven van een hazenslaapje waren ze klaar wakker toen het gevolg van de clan kwam. Oké, iets beneveld maar verder klaarwakker. Na de begroetingsrituelen deed Oehoeboeroe, de wijze Uil, het openingswoord: Geachte Heren, bij deze wil ik het najaarsweekend 21-11-2003, waarvoor wij hier in de Ketel aanzitten, openen. Dat wil ik doen met een dronk op Vliegend Hert, hij heeft een aantal zeer zware maanden achter de rug. Dit na zijn ernstig ziek zijn en een lange revalidatie. Wij, ik spreek namens de hele groep, zijn verheugd om je toch weer in ons midden te hebben en wensen jou veel gezondheid toe in de verre toekomst (een toost werd uitgebracht). Nu wil ik het thema voor dit weekend bekend maken. “Indian Summer”. Dit is een benaming voor de herfst en is afkomstig uit Canada en is afgeleid van de vele kleuren welke te zien zijn in de bossen. Het programma dit weekend is, in verband met de perikelen omtrent Vliegend Hert, aangepast maar zal eindigen in een jubileumetentje in Bokeloh. Jawel, 15 jaar geleden hielden we ons eerste weekend in het land van Groß Dörgen, onderdeel van het beruchte Bourtanger Moor. Ook wel het land van Satan genoemd. Vijftien zogenaamde Emslandlager stonden er ooit in dit gebied waar zo`n 26.000 russen over de kling werden gejaagd. Dit even als tegenwicht op de Indian Summer. De nachtwandeling was bijna klassiek te noemen. Enigszins vrolijk waren we reeds na 200 meter verdwaald in twee groepen. Na een nachtelijke dwaling lang de Kolk kwamen Oei-oei en Oehoeboeroe zich weer bij de groep voegen. Slaperig? Nee dus, om half drie `s nachts zaten de zwijnen vrolijk braadworst te schransen. Zaterdag. Het was een duustere november dag, de hemel zat potdicht. We waagden een trektocht naar squawvalley maar zaten spoedig vast in een hevige regenbui. We trokken ons terug in de oude bekende schuur en zochten in het rulle zand om een portemonnee te vinden, dit was ons eerder ook gelukt. De partytent van jaren geleden, ooit de voortent van de Batmobiel, lag er nog. Yeti zag een Buizerd in de boom met een rat in de klauwen. Hij wees en wees maar de rest zag niets. Hij liep naar de betreffende boom en wees naar boven. De rest zag nog steeds niets. Yeti moest bijna naast de Buizerd gaan zitten om het ons aan te wijzen. Eindelijk zagen we het dan, de rat.

Dscf00412Dscf00392

Een vrolijk en waar gebeurd verhaaltje.

Pa en Ma Beukers gaan op een zondag, in hun Dafje, naar het zomerhuisje in Groß Hesepe. Bij de grensovergang naar Duitsland reden ze vrolijk door het rode licht en werden ze even verderop staande gehouden door een Duitse douanier. “Internationaal”, riep de man en wees naar het rode stoplicht. Pa zette het Dafje in z`n achteruit en tufte het karretje terug naar de streep waar de douanebeambte naar toe liep. Ma deed het raampje aan bijrijders kant open. De beambte, nog steeds boos, bitste: “Pasport bitte”. Pa Beukers bukte zich rechts over ma door het open raampje en antwoordde: “Gaspot?”. Fluisterend naar Ma, “hoe weet hij dat we een gaspot in de kofferbak hebben” (in die tijd mocht je geen gas smokkelen). Ma Beukers kreeg giechelend de slappe lach, ” ach nee man, hij zee paspoort!!”. Beide begonnen hard te lachen. Ondertussen liep de stemming van de ijverige douanier zachtjesaan naar het kookpunt. Eindelijk werden de benodigde papieren aan de beambte overhandigd, deze besnuffelde de documenten op zoek naar een foutje. Hij zon op wraak op die vrolijke Holländer. De papieren bleken in orde en gaf ze enigszins teleurgesteld terug. Pa en Ma waren weer tot bedaren gekomen, de tranen nog op de wangen. De beambte maakte met zijn hand een beweging van, Vort jullie, doorrijden! Ondertussen liep hij, een laatste poging om te scoren, naar achteren van de auto om te kijken of het NL- plaatje correct was bevestigd. Pa, opgelucht dat ie niet was betrapt op gassmokkel, gaf het Dafje een dot gas. Hij was echter vergeten dat het karretje nog in z`n achteruit stond. Tja, daar stond nog steeds een streberige commiesje naar een NL- sticker te zoeken. De daarop volgende noodsprong van de douanier deed Pa en Ma opnieuw in een daverende schaterlach ontbranden. Pa zette het dafje gauw in z`n vooruit en gaf plankgas. Ma keek opzij naar het douanekantoor en zag diverse douaniers grijnzend wijzen naar de onfortuinlijke collega. Pa en Ma scheurden Duitsland in waarbij het dichtdraaiende raampje de lach deed weg ebben. Een beteuterd beambte keek hen na, streek zijn haren recht en klopte de pet af tegen zijn broek.

In de Ketel wachtten we de regenbui af, blij dat we droog zaten maar we verdorstten niet. Is een mug een schadelijk of nuttig dier? Het is duidelijk, voor ons is het een schadelijk dier. Het is de brenger van de gevreesde ziekte malaria die ook tegenwoordig nog miljoenen slachtoffers eist. Reeds vroeg ontdekte men dat de ziekte vooral toesloeg in nabijheid van poelen en moerassen. De oorzaak van de ziekte moest liggen in de kwalijke luchten die dampend ontsproten uit de vochtige aarde, zo dacht men. Vandaar de naam Mal aria: zieke lucht. Wel, het was zo een soort van kwalijke dampige zieke lucht, ontsproten aan een neuriënde dij, die ons die middag de Ketel uitjoeg. Noodgedwongen begonnen we aan de middagwandeling, we sloten de Ketel niet af en namen het risico dat een potentiële inbreker de gevreesde ziekte zou oplopen. De Clan toog richting Kolk, deze lag er stemmig treurig bij. Door overbevissing, zeg: door het overdadig gebruik van lokvoer, hadden algen de kans gekregen in overvloed toe te slaan. De kolk was één pan groene snot en het water stond zo laag dat de aanlegsteiger in haar onderjurk leek te staan.

Kolk

Door de lage waterstand concentreerde het groene kwalster zich tot korsten. Door het ontstane zuurstofgebrek in het water was alle leven verdwenen. Alle hoop is nu gelegen in een fikse natte periode waarbij de te verwachten hoge waterstand van de Hase als een soort van toiletspoeling door de Kolk gaat razen. Totdat, als een soort van evolutie, de vissers opnieuw verschijnen met hun gevreesde lokvoer. Wanneer Onze Lieve Heer tijdens de schepping met Vissers was begonnen waren we allemaal groene fluimen geworden. Stel je dan eens een verkoudheid voor. Bij de Hase Altarm was een bever wel erg fanatiek bezig geweest. De doorgeknaagde boom viel niet om maar bleef tegen zijn buurman hangen. Geen probleem dacht de knager, ik bijt hem nogmaals door. Zo krijg je wel heel veel spaanders. Ik zie dan `s avonds moeder Bever zuchtend en hoofdschuddend haar beverzoon bij zijn oren wegslepen van de boom waarbij zoonlief kraait: die boom moet om, die boom moet óóóm!! Reeds van ver was een vossenhol zichtbaar door de enorme berg geel zand voor de ingang. Zo`n gele vlek heeft wel degelijk een functie. Voor de vos is het een soort van rulle buitenlamp. Vooral bij gevaar weet zo`n dier de ingang direct te vinden. Plotseling begon Yeti te filosoferen. Zomaar, echt zomaar. “Vrogger”, zo begon hij, “vrogger kwam hier veul volk en nou niks meer”. Er viel een stilte. We wachten dat er meer zou komen. Maar Yeti liep verder, eigenlijk hij is nooit een man geweest met veel woorden. Iets verderop bungelde een bananenschil in een boom. Achtergelaten door volk wat hier nooit kwam. Via de Rundweg gingen we naar boven, met een omtrekkende beweging bovenlangs waren we weer terug bij de ketel. Hier was de zieke lucht weer redelijk opgeklaard. We keken toch even naar beneden onder de Ketel of de houtfretten er nog zaten

Dscf00292 Dscf00192Nog een leuk en waar gebeurd verhaaltje.

Pa Beukers was druk doende in de kas. De planten moesten verpot worden. Het was koud dus de gaskachels stonden op volle kracht te brandden. Tijdens de werkzaamheden stootte hij een vaas met water om over zijn nieuwe sloffen. Op hetzelfde moment werd hij door Ma geroepen voor koffie. “Weet je wat”, dacht hij, “ik doe de klompen aan en zet de sloffen tegen een van de kachels te drogen”. Bij terugkomst van een lekker bakkie koffie keek Pa in de kas beteuterd naar de kachel. Daar stonden keurig rechtopstaand nog twee hakjes. De rest van de sloffen was, door de hitte van de kachel, weggesmolten.

Avondwandeling: Nou ja, eigenlijk een late middagwandeling om half vier, om half vijf begon het reeds te donkeren. Even naar de Hasebrücke om de zonsondergang te bekijken. Dscf00442Als avondmaaltijd stond er gerookte forel op het menu. Nee, niet een forel die net zijn peuk had uitgedrukt. Het waren tien heuse, boven het beukenhout gerookte, dooie forellen. Deze lekkernijen lagen tijdelijk opgeslagen bij Knubbe. Ja ja, zelf gevangen ook nog. Het was het resultaat van een, in september gehouden, visweekend. Nu zijn deze forellen niet gerookt uit het water getrokken hoor. Nee, opa Knubbe heeft een rokerij en daar zijn ze gerookt. Het vlees heeft een lichte zalmkleur en heeft uiteraard een rooksmaak. Zogezegd, forellen gehaald bij Knubbe. Hier was Boer Berend ook aanwezig, bezig een pilsje te kantelen. Eigenlijk ongelooflijk dat hij een boerderij runt met meer dan honderd hectare grond en tig melkkoeien, in zijn uppie. Nou ja, in zijn uppie, samen met zijn vrouw dan. Wij vroegen ons af of hij zijn tijd niet zat te verklooien en aan het werk moest. Maar ja, hij is onze gastheer, dan hou je je in hè. Oehoeboeroe ging spelen met het teefje van Knubbe. Na een koud pilsje en voor Uil een emmer koud water trokken we met de vissen Ketelwaarts. Hier lekker gerookte forel gegeten, deze weggespoeld met bier. Vis moet zwemmen nietwaar? De oogjes werden zwaar. We vergaten dat we kerels waren. Vergeten, vergeten, vergeten, we lijken de ziekte van Oppenheimer te hebben ( de echte naam ben ik vergeten). Huize De Horst sprak af een hazenslaapje van 18.00 uur tot 20.00 uur te houden, dit werd voor Yeti en Oei-oei een kamelenslaap tot 23.00 uur. Behalve Oehoeboeroe, deze hield de rug recht, sliep niet en bleef fier overeind. De Uil mopperde, zette koffie en maakte het kampvuur aan. Vervolgens maakte hij eenzame uurtjes door, mijmerend over de zin van het leven. Zogezegd kreeg hij om acht uur gezelschap van Batman en Hert. Nu keken drie sip. Met gerookte forel in de maag lukt dat uitstekend hoor! Om 02.00 uur zochten Batman, Oehoeboeroe en Vliegend Hert alsnog het nest op. Yeti en Oei-oei waren nu klaarwakker en gingen op visite bij huize Knubbe, voor een verjaardagsfeest van Malies. Bij aankomst huize Knubbe zocht Yeti direct zijn vrouw op. Oei-oei bleef in zijn eentje achter in de schuur, samen met de Freundinnen van Malies. De conversatie zou als volgt kunnen lopen: “Wie het met mie keet?”, “Koet, en met joe den”? Afijn, tegen heel laat kwamen de heren weer terug in de Ketel. Oei-oei leek wel in ochtendgebed, zo op zijn knieën en murmelend met zijn hoofd in de struiken. Je bent wel in het land van Satan hoor. Toen kwam de zon op, tja, en dan weet je wat er gaat gebeuren, de heren zijn niet uit hun nest te branden. Vil je een neger dan heb je een witte Michel Jackson. En een motorpak natuurlijk, maar daar gaat het nu niet om. Hij was in het nieuws, hij werd wakker en zag dat zijn leuter per ongeluk was verdwaald in een kleuter. Het was zelfverdediging zei hij, zo kon hij niet uit het bed rollen. Net terwijl zijn nieuwe cd werd uitgebracht. Een verkoopstunt als 10 jaar geleden? Wereldvreemde vent, zit zijn kind boven het balkon uit te schudden, zou hij gedacht hebben dat er batterijen in zaten? Één ding had die maan-spast wel goed door, eind tachtiger jaren had hij alle rechten opgekocht van Lennon en Mc Cartny. Kijk, dàt was pas misdadig. Zondag. In de vroege ochtenduren kwamen we Alwies Rolfes tegen. De buurboer liep in het bos te struinen. “Kerke verkroep`n”, mompelde iemand. We vertrouwden de houdbaarheid van de overgebleven gerookte forel niet dus gaven we het aan Alwies. Hij was er blij mee. Alwies bleef nog even leuteren. Het gesprek ging over de woningmarkt hier in Duitsland. Batman had het enthousiast over “Zwei unter iene Kapfe”. We braken het gesprek af en gingen wandelen richting de Kolk. Van hieruit naar het Uilenveld en naar het zandgat. Zogezegd geen lange expedities dit weekend in verband met de toestand van Vliegend Hert. Het werd die dag maar liefst 16 graden. Pfff, de jassen kwamen er bij uit. Een paar graden boven het vriespunt is het lekkerst lopen, nu werd het zweten. Terug bij de Ketel, de spullen opruimen en op de foto. `s Avonds naar het jubileumdiner bij Giesen en daar waren de, en hebben we, echtgenoten. In een Kneipe in Bokeloh. Hochzeit Tisch, lekker joh!! Het was alleen zo snel voorbij. Nadien ging ieder weer terug in zijn eigen leven, ieder volgde weer zijn eigen wildspoor, totdat ze elkaar weer kruizen. 3e kerstdag bijvoorbeeld, met de Kalkoenentocht.

Ziek zijn, ziek zijn is niet fijn, je kan beter, beter dan ziek zijn.

15 jaar Sus Scrofa, 15 jaar Moed Broeders, Struikel niet.                                                                                                            Vliegend Hert.

2003 Mei

2003 Mei

Om 10 uur arriveerde Batman met zijn Batcar bij Vliegend Hert. Deze stond panklaar voor vertrek. De Ketel stond bij Alwies Rolfes, zoon Herman was bezig met een verbouwing van het huis en had een tijdelijk slaapplaats nodig. Afijn, Alwies met de trekker voor de Ketel. Dscf0004Verwacht geen wheely, het ging met een gangetje van 3 km/u naar het weiland naast oude de kampeerplaats. Het weer was prachtig zoals we dat graag wilden, overdag mooi weer en regen `s nachts. Het mooie weer hield het hele weekeinde aan (het weekeinde erop was regen, regen en nat). Na een korte inspectie troffen we bij de buren voldoende hout aan voor een avond kampvuur. We leenden het hout, de buren vonden het vast goed. Ze waren bovendien niet aanwezig. We besloten het terrein achter squawvally te onderzoeken. Het prachtige landschap en het mooie weer nodigde ons als ware uit.  Halverwege spitste Hert de oren. Hij attendeerde Bat. Hoort, een volle rollende melodieuze riedel in de verte. Het geluid van een bijzondere vogel. Een muzikant die ons allemaal uitnodigt naar buiten te gaan omdat de zomer in het land is. Jawel, de Wielewaal, hij werd op zang gedetermineerd. Een half uur later hadden we de territorium van deze mooie gele vogel bereikt.

Wielewaal6 Dscf0026

Vlak langs de rivier de Hase. Hoog in de loofboomtoppen vloog hij om ons heen, ondanks zijn felle kleur bleef hij vrijwel onzichtbaar in het lichtgroene bladerdek. Soms vloog hij over de rivier Hase om in de populieren aan de overkant zijn zang voort te zetten. Tegen het strakblauwe hemeldek zagen we zijn bijzondere kleur van het verenkleed afsteken. De gehele resterende middag bleven we de troubadour observeren. Moe maar voldaan keerden we tegen de avond terug naar de Ketel om de avondprak te nuttigen. Tegen acht uur arriveerden de overige leden, ai, alweer zonder Uil. Het zesde weekend van ons bestaan waarin Oehoeboeroe ontbreekt, op één na allen voorjaarsweekenden. Kom op Uil, je mist iets!! Die avond hadden we sinds jaren weer een heus kampvuur. Voor een mooie foto opname hadden wij geen statief nodig Het was mei dus de duisternis viel laat in. Dat was geen reden om de  perikelen rond Scouting Erica te verzwijgen.  Na de gebruikelijke  egotripjes van enkele leden kwam er uiteindelijk  op neer dat communicatie toch erruugg belangrijk was. Zaterdagmorgen werd Yeti door Oma gewekt. Stel je dat eens voor. Yeti droomt `s morgens en wordt door oma wakker geschud. Oma kijkt verbaast naar de O.D.O.L. en vraagt: Wass ist das? Antwoord: Uhh?? Ooo, das ist mein rolle pff pfff pfefermint. Genoeg nu. Na een uitgebreid ontbijt togen we naar het Dörgenermoor. Het domein van de Zeepman. Nabij de ons bekende Hase Altarm zagen we plotseling een uit het bronsgroene sparrenwoud een ree opduiken. Het edele dier stond tot de knieën in een grasveld die was bezaaid met witte Margrieten. Het leverde een bijzondere foto op. ree2

Verderop in het bos stond een oude tractor. Het was van een bosarbeider die lange takken van jonge Kers bij elkaar bond. Volgens goede traditie saboteerden we de tractor. Het had geen reden maar we voelden ons er prettig bij. Terwijl we verderop langs de weg uitrustten op een bankje, kwam een rupsje aan een sliert, gelijk Tarzan aan een liaan, voorbij slierten. Nog een paar macro`s gemaakt van een bosviooltje en verder dan maar weer.
Op de geasfalteerde straat kwamen we de eigenaar van de oude tractor tegen. Wij grinnikten binnensmonds, hij krijgt dat ding nooit aan de praat. Yeti had immers verstand van tractoren en hij had een of ander palletje verkeerd gezet aan de motor van de tractor. We snurkten van het grinniken, het waren binnenpretjes die naar buiten kwamen. De man nam plaats op de tractor. We kregen bijna geen adem meer en maakten balkende geluiden. De man startte de tractor probleemloos en reed er mee weg. Yeti kreeg een paar smerige blikken van SusScrofa`s toegeworpen. Meneer Palletje keek verbaasd terug en trok zijn schouders op. We naderden het moorgebied.Dorgener MoorAan de rand van het stille gebied vonden we de mobiele observatiehut waarin we ooit hadden gebivakkeerd in het verleden. De hut verkeerde na al die jaren in een desolate toestand. We demonteerden een flessenopener van de houten wand. Kompaltiedvanpas. We namen afscheid van de oud schuilplaats, alhoewel, de oude hut gaan we vaker aandoen. Wellicht schuilen we er  ooit in. Het Dörgenermoor is een heus moerasgebied met bijbehorende biotoop. Een schitterend gebied. In de herfst is het daar echt spooky. Verderop werd kuikengepiep waargenomen. Het geluid kwam uit de richting van een dode boom. Een Piepende Geest, een Kreunende Trol of een Zwammende Boom? Het was een boom met zwammen.

DSCF0062Met bovenin een nest van de grote bonte specht. Besloten werd om foto`s te maken van de af- of aanvliegende specht. We namen positie in en plaatsten de statieven. O jee, de Sus Scrofa`s en statieven. Ik zie jaren terug Oei-oei nog onder zijn statief gebukt gaan. In combinatie met de lange lens en zijn grote fotomachine leek het wel eenStinger lanceerinrichting wat hij op zijn schouders mee torste. Afijn,  de camera`s op statieven leverde niets op, uit losse hand ook niet. Valt niet mee vogels te fotograferen. De enige die pret leek te hebben was de specht, deze ging pal boven me zitten en kijkt verdwaast naar beneden.  Wa`s dat veur volluk? Spoedig werd het heet en benauwd in het moorgebied. We trokken dwars door het zompige gebied bedekt met pollen wollegras. Menig keer zakten we diep weg in Duitsland. We kwamen aan de achterkant van het moerasgebied uit op een oude landweg. Na de verstikkende benauwde lucht van het moeras gaf een lichte bries iets verkoeling. De terugweg naar het kamp verliep spoedig. Bij de wagen werd voor één (1) volle seconde pittig gediscussieerd: verder in die hitte of aan het koele bier. We zaten die avond opnieuw aan het magische kampvuur. Opnieuw deden prachtige verhalen de ronde. Ondertussen werd een braadworst aan een stok gespietst en boven het vuur gehouden. Aan de andere hand hing een pot bier. Over het bereiden van braadworst voor consumptie d.m.v. spietsen aan een tak boven het kampvuur kan men simpel zijn, toch vielen me twee verschillende bereidingswijzen op. De eerste bereidingswijze is de behoedzame, de stok met braadworst wordt op enig afstand boven het vuur gehouden. De stralingswarmte krijgt de tijd om tot de kern van de braadworst door te dringen zonder de buitenkant van de worst door verbranding te beschadigen. Voorwaarde is dat de braadworst af en toe wordt gedraaid.

DSCF0066Deze bereidingsvorm duurt iets langer, je moet erbij nadenken (niet te dicht erop, draaien) maar het levert een lichtbruin doorgebakken smakelijke braadworst op. De tweede bereidingswijze is de kordate, de stok met braadworst wordt in het vuur gestoken. De stralingswarmte krijgt geen tijd om tot de kern van de braadworst door te dringen omdat de buitenkant van de worst reeds aan het cremeren is. Voorwaarde is dat de braadworst niet wordt gedraaid. Deze bereidingsvorm duurt kort, je hoeft er niet bij nadenken en het levert een zwart nauwelijks doorgebakken niet te vreten braadworst op. Beide bereidingswijzen waren die avond aanwezig, het leverde in beide gevallen knorrende, smakkende, luid boerende, consumptie morsende maar bovenal tevreden varkens op.  Braadworst en asresten werden immers weggespoeld met sloten bier, proef je niks van, echt niet. Kampvuur2Zondagmorgen. De Wielewaal opnieuw bekeken, zat nog steeds op dezelfde locatie. Opnieuw weer niet gelukt om een foto te nemen, een week later kwamen Bat en Hert apart voor de wielewaal terug. Na zeven uur veldwerk gelukte Hert om een paar foto`s van de zanger te nemen. Die zijn in dit verslag verwerkt. Tijdens het observeren droeg een Pimpelmees zorg over haar kroost in een nestje pal boven ons. Van het watervlugge diertje werd een foto genomen. Later in alle rust nog een foto kunnen nemen van een buizerd, deze bleef lang genoeg in positie voor een foto.  De meest waarschijnlijke reden voor zoveel coöperatieve medewerking lag gelegen in het feit dat het dood was. De roofvogel werd in een wurggreep gehouden door de lange dunne takken met venijnige stekels van een meidoornstruik. Het dier moest een meedogenloze doodstrijd doormaken van  honger en uitputting. Het leuke ervan is dat we van dichtbij foto`s konden maken. Op de terugweg nog landschapsfoto’s gemaakt van het idyllische dorp Dörgen, zo`n dorp loopt tenminste niet weg.

Koolmees1 DSCF0086

Terug in de Ketel verplicht haringkots eten, met zonder bonen en weggespoeld met resterende bier. Volgens mij hebben we de volgend keer genoeg aan de takkenworst. Wat wel overbleef was een bonk kaas en een fles ketchup. Kaas maar in plakjes en een kleiner formaat fles ketchup?  De Ketel kon blijven staan want die haalde Alwies t.z.t. weer op voor de bouw van zijn huis, zijn zoon Herman kon hierin bivakkeren mocht het nodig zijn. Met het weer hebben we dit voorjaarsweekend eindelijk eens geluk gehad, de week erop was het al weer prut. Nog een groepsfoto achter de kar gemaakt met de Kolk op de achtergrond. Tot het najaarsweekend in november, 15 jaar alweer. Moed broeders, struikel niet.                                                                                                                                                                Vliegend Hert

De Wielewaal: Veldkenmerken. 25 cm. Mannetje onmiskenbaar: helder geel verenkleed en zwarte teugel, vleugels en staart; punten van buitenste staartpennen geel. Vrouwtje en juveniel gelijk, hoewel vrouwtje helderder gekleurd is: bovendelen, flanken en anaalstreek groenig geel; vleugels en staart donkerder en groener; overige onderdelen roomkleurig met vage gele waas en fijn grijs gestreept. Meer gehoord dan gezien, leeft verborgen in gebladerte van boomkruinen. Vlucht zwaar en golvend. Meestal alleen of in paren, maar op de trek soms in groepen.
Voorkomen. Vrij algemene broedvogel in geheel Europa, behalve de Britse eilanden en Scandinavië, alwaar dwaalgast.
Habitat. Boombewoner met voorkeur voor beboste gebieden met voornamelijk loofbos. Bouwt nest in een takvork.
Voedsel. Voornamelijk insecten, maar na de broedtijd ook aanzienlijke hoeveelheden vruchten. Geluid. Zeer karakteristiek: gebruikelijke roep is een vloeiend, helder, fluitend ‘wiela-wieoo’.

Wielewaal5 Wielewaal4

2002 November

2002 November

Weekend, 22, 23 ,24 november 2002. Twee jaar na de vorige eeuw. Batman en Vliegend Hert kwamen op een grauwe vrijdagmiddag aan bij huize Knubbe in Groß Dörgen. Allereerst moesten de banden opgepompt worden. Althans twee ervan. Dit gebeurde met een compressor uit de schuur van Werner. Onder bezielde aanwijzingen van opa Knubbe,die zich voornamelijk zorgen leek te maken om de kwaliteit van het mos in de wei, leek alles voor de wind te gaan. Toen de beloofde tractor ter sprake kwam die de Ketel naar de locatie van ‘Hollander Platz’ moest slepen was opa ineens ‘Verschwunden’. Dan maar met de 4WD van Bat. Die had er geen problemen mee. De Ketel stond op zijn plek. Het weer was nog steeds miezerig zodat we maar eerst een ‘Kleinen’ namen, en nog een. Die middag verkenden we het zandgat van de firma Holt. Vanaf nu worden foto`s genomen met een Fujifilm FinePix S602Zoom digitale fotocamera met een zoom bereik van 35 mm – 210 mm equivalent. Met een breedhoekvoorzetlens van 0.50 x en met een televoorzetlens van 1.85 x wordt een bereik gehaald van 17,5 mm tot 388 mm equivalent. Nu zijn alle foto`s tot nu toe in eigen beheer genomen, met name de ontwikkelkosten liep nog wel eens aardig op. Onbewust ga je selecteren, dat remt weer je het vrije gebruik. Maar nu ga ik digitaal met alle mogelijkheden van dien. Shoot, shoot shoot, lange sluitertijden, grote diafragma’s, lage ISO’s, serieopnames of zelfs AVI-film, alles is mogelijk met deze camera. Van het zandgat werd de volgende foto genomen.

zandgat1

Let wel, met een reguliere analoge camera is de bovenstaande opname onmogelijk. Door de jaren heen zijn de bulten puin niet verhoudingsgewijs toegenomen. Blijkbaar wordt ook weer puin afgevoerd. Het neemt niet weg dat een aanzienlijk stuk natuurgebied verloren is gegaan. Op het westelijke gedeelte van het zandgat is zwart zand opgebracht zodat de wand nu schuin afloopt naar beneden het gat in. Het begin van betere tijden?

Dscf0003Dscf0001

Hoewel, we hoorden dat Berend Rolfes in kampeerfaciliteiten gaat investeren. Een soort van kamperen bij de boer maar dan bij de Kolk. Tja, wat moeten we hier van denken. Zijn we onze vrijheid kwijt? Krijgen we bezorgde ouders aan de keteldeur wanneer we een s`avonds de dag ‘evalueren’? Kijkt Uil recht in verschrikte kinderogen wanneer hij de pinda`s retourneert? Of nog erger, roepen we `s morgens “goeie morgen buurvrouw, lekker weertje hé” terwijl we in haar jerrycan staan te pissen. Of moeten we het positief bekijken en beschikken we voortaan over luxe voordelen als electriek, water en toilet? De toekomst zal het leren. Ik heb er geen goed gevoel over. Via het Partizanenpaadje namen Bat en Hert de terugweg naar de Ketel. Hier werd een segment van een grote heksenkring bestudeerd. De waterspiegel in de HaseAltarm stond hoog. Een kennersblik van Bat zei dat we door de hoge waterstand het benedenpad niet konden nemen. (Een dag later liep de Clan probleemloos langs het pad waarbij Bat slaakte: ”wat is het water toch in één nacht snel gezakt hé”).Die avond kwamen Yeti, Oehoeboeroe en Oei-oei weer in een gespreid nestje. Oehoeboeroe nam traditiegetrouw het openingswoord: Het thema voor dit weekend is. ALCEDOATTHIS. Beste jongens, van jullie eigen voorzitter een kleine openingswoord. Eerste wil ik een toost uitbrengen op het welslagen van het weekend en op de Alcedoatthis. Waarom op de Alcedo atthis? Wij hebben al zoveel dieren geobserveerd in al de jaren dat wij hier komen maar naar mijn bescheiden mening nooit de Alcedo atthis. Dus dit weekend aandacht voor dit bijzonder vogeltje. Denk hierbij aan de zes W`s. Waarom, Waar, Welke Wanneer, Wie en Wat. Wat heeft deze vogel met ijs te maken, dus alle reden om ons hierin te verdiepen.

Dscf00091

Het punt schuilnamen, wij noemen ons steeds bij de eigen naam, logisch dat de dieren wegblijven. Onze schuilnamen heeft meer met de natuur te maken dan de eigen naam. Steeds hoor je de dieren roepen, kom jongens, H. Y. B. en de rest komen eraan. Dus noem je Uil of Vliegend Hert of Yeti, dan is het goed. Oei Oei is goed maar dat is wel een schreeuw om aandacht, zoiets van ‘lullig’ man. Ik val met mijn zakkie op een takkie en dat doet wel zeer. Waarom niet gewoon IJsvogel? Batman is goed maar die naam is geromantiseerd. Waarom niet gewoon Vleermuis. Dit zijn allemaal punten welke wij vanavond kunnen bespreken. Geen onderwerp van gesprek is de nachtwandeling, Die gaat gewoon weer door. Deze is in de loop van de jaren bijna afgeschaft terwijl dit toch een van de mooiste wandelingen was. Het programma. Vrijdagavond, programma bespreken en nachtwandeling. Zaterdag 7.30 uur, eerst eten dan zoek de ijsvogel, denk om de zes W`s Zondag 7.30 uur, eerst eten dan wandeling door en met de natuur. Verder is alles kits met mij, met jullie ook? De Ketel is op zijn plaats dus vangen wij aan. Groeten Uil. Even was het stil in de Ketel. Wat voor een ei heeft die nachtoele nu gelegd? Namen veranderen? In de statuten en reglementen staat dat je elke keer van naam mag veranderen, zolang je voor de groep maar Batman, Oehoeboeroe, Oei oei Vliegend Hert en Yeti blijft. Simpel toch? Dscf00251Wat zeg je nu haarbal? Nachtwandeling bijna afgeschaft? Gewoon vaker meegaan verenbol, dan nemen de nachtwandelingen vanzelf toe. Oei oei een ijsvogeltje? Hoe ik mijn best ook doe, zonder een hersenhernia te riskeren kan ik me hiervan geen voorstelling maken. Oei oei is gewoon eh… Oei oei. Tenslo

tte het thema van dit weekend: dat is het onderwerp die ons aan dit weekend moet doen

 herinneren: Gerookte forel eten. Het is het weekend van de Forel. Dus uiltje, op het openingswoord na, had je helemaal gelijk. Maar Uil gaf zich niet zomaar gewonnen, na een eind leuteren werd Oei oei, Apus Apus, hierna vernoemd als Oei oei en werd Batman, Pipi Strulus, hierna vernoemd als Batman. Sowwy hoor, maar die nieuwe namen kan ik niet onthouden. Zaterdag 23 november 2002. We werden wakker van de vroege ochtendzon en van de zwoele stem van Shania Twain (I get you good). Op eh..Pino Apus na waren we allen vroeg uit de veren. Batje had bijna koffie gezet en bijna eieren gekookt. Het werd tijd voor de expeditie. Narillend van de koffie gingen we een tocht maken, de ijsvogeltocht. Naar het achtergebied van de Mittelradde. Oehoeboeroe hoopte vandaag een ijsvogel te zien. IJsvogels zijn zeldzaam dus de kans is klein dat we er een zien. Alles is mogelijk, na een reeks relatief zachte winters kunnen de dieren in aantal toe zijn genomen.

Niet geschoten is altijd mis. Spoedig zagen we een aantal eenden in de weiland. Mooie dieren eigenlijk, vooral het mannetje. In stadsparken zie je helaas steeds meer wit gevlekte eenden. Witte tamme eenden mengen zich in het ras. Een ras zuiver houden valt niet mee, zo zien we in Dörgen de schapen steeds kortere beentjes krijgen. Het wordt tijd dat we Oehoeboeroe geen schortje maar een krijtzak voorbinden. Op de weg naar de boerderij van boer Wolff maakte Vliegend Hert en later Yeti en later Oei oei foto`s van een dampend landschap met een kansel op de voorgrond. Het werd een warme dag voor November. Het zwerk was staalblauw. Van boer Wolff richting Mittelradde zagen we de eerste en tevens laatste reeën. Spinnenrag als satijnen draadjes vingen de vroege zonnestralen van de najaarszon in het ochtenddauw als diamantjes aan een snoer.

Dscf00151Dscf00131

Een mooi herfstschrift. (let op het aantal medeklinkers achter elkaar, een leuk woord voor Galgje). Bij de Diamantkreek werd een tros Russula`s digitaal vastgelegd. Bij de karpertrap werd bijna een ijsvogel gezien. Meer zat er die dag voor de ijsvogel niet in, sorry Oehoeboeroe. Nabij de uitkijktoren vonden we knaagsporen van bevers. Vanaf de uitkijktoren werden een aantal foto`s met groothoeklens genomen van het meanderende zijriviertje van de Radde. In het midden de rookpluim van het spaanplatenfabriek in Bokeloh, let op de smogspoor over de horizon. Wat een vreselijke stinkfabriek is eigenlijk het toch. We trokken het drassig binnenland van het overloopgebied in. Dat werd soppen. Langs een beek werden groene kikkers waargenomen die zich lagen op te warmen in de zon. Horen die beesten niet vijf voet diep in de modder te wachten op betere tijden? Daarnaast werden nog macro`s gemaakt van een Aardappelboleet en van een Hertshoorn. Via een dijk liepen we het bos in en met een grote omtrekkende beweging kwamen we in Dörgen. Van de kolk werden nog een paar shotjes genomen.De zon stond zeer laag die zaterdag in november en wierp lange schaduwen voor ons uit. Tijd voor een fotografisch grapje. Vermoeid en bezweet kwamen we aan in de Ketel. Het was warm voor de tijd van het jaar. Onze avondeten speelde zich af in de schuur van de familie Knubbe, hier aten we eigen gevangen en gerookte Forel en door Oma geplukte paddestoelen, vom Wald. De forellen waren op een eerdere zaterdag gevangen en door opa gerookt.Mittelradde4

Deze had een eigen rookkastje aangeschaft. Opa’s eerst gerookte vissen hadden een petroleumsmaakje. Ja ja, toen kon opa nog snel beukenhoutsnippers in brand krijgen. Werner had zeg maar een boerentafel gemaakt in de trekkerschuur. Van tapijt sneed hij een keurig tafellakentje. Met de kettingzaag uit een boomstam gesneden plak hout werd op tafel gesmeten en diende als onderzettertje voor de hete pan met gebraden paddestoelen, BAMM!! De forellen lagen in slagorde op de schaal. Aanvalluuh. Zalmkleurige visvlees glimmend van het vet verdween in rap tempo in de kelen, gevolgd door Faxebier. Vis moet zwemmen nietwaar? Oehoeboeroe leed schipbreuk en hing als een hangmatje tussen stoel en krukje. Voordien had ie als een Prestige zijn lading achter de schuur geloosd, de conifeer zag hem alweer aankomen. Het was een heerlijke feestmaal op een donkere Novemberavond 2002 in de schuur van de familie Knubbe. Tegen negenen waren we weer terug in de Ketel.

Dscf00511 Dscf00461Voldaan en moe, BURP! We kregen nog een heldere discussie over de graadverdeling op een statief. Bij panoramazicht kun je hiermee de mate van overlapping van de te nemen foto`s bepalen. Belangrijk is dan wel te weten hoe groot je objectief is. Zo zijn voor een landschappanorama met een groothoeklens minder foto`s nodig. Zomaar een paor streepies vedder zett`n is gokwerk. ‘Goa noar berre’, stamelde Yeti die het geleuter zat was. Precies 1 seconde nadat hij zijn oor op de kussen had sliep hij. 10 minuten later ging traditiegetrouw Batje in bedje. Oehoeboeroe, Vliegend Hert en Oei oei gingen per ongeluk tot laat door. Na het nodige te hebben weggefaxed kropen ook de drie in de bedstee. Zondag 24 november. De Klein Reussies tocht leidde ons naar het zandgat. Opnieuw was het warm met een blauwe hemel. Opnieuw gingen de jassen uit tijdens de tocht. Onderweg zagen we een struik met felrode bloemen. De Kardinaalsmuts. Hiervan werd een macrofoto gemaakt. In het zandgat lagen nog steeds de puinbulten. In de wanden van geel zand hebben in de afgelopen zomer een aantal oeverzwaluwen genesteld. De gaten waren nog duidelijk zichtbaar. Echt een staaltje van overlevingsdrang van de natuur. Na een rondje door het immense zandgat gingen we via het partizanenpaadje en via de rundweg lans de Hase Altarm terug naar het kamp. Bij het partizanenpad vonden we een boleet in de vorm van E.T.

Dscf00701Dscf00731

Even later werden we bijna van de sokken gereden door een stel mountainbikers. Verderop de heksenkring althans een segment ervan. Sporen in de natuur, het blijft een avontuur. Bij de ketel werd tenslotte nog een aantal faxes genuttigd. Na het op- en afruimen van de Ketel maakten we ons op voor het vertrek. Het zat erop. Een prachtig zonnig weekend, dit keer vielen we in de prijzen.

Dscf0007Dscf00671

Volgend weekend zal op 16 mei 2003 zijn. Eerst krijgen we nog de Kalkoenentocht en de nieuwjaarsbijeenkomst.

 

Voor nu, een Goed Sint Maarten, een Prettig Sinterklaasfeest, een Zalig Kerstfeest en een Mooi Uiteinde. Moed broeders, struikel niet.       Vliegend Hert.

 

 

 

 

2002 April

26 april 2002.
Het inkwartieren gaat met de Ketel eenvoudig. Men hoeft alleen de opgeworpen barricades op te ruimen en het kwartieren is gepiept (de slabladenreinigingsbak was niet meer aanwezig). Kussens, dekens, mokken, borden enz alles is aanwezig. Wat we nog wel moeten doen is de ketel voorzien van artefacten en foto`s. Dan wordt het echt een clubhuis. Die middag hebben Batman (B.) en Vliegend Hert (V.H.) het uilebos onder handen genomen. Met name een Horst, w.s. een Buizerdnest, trok de aandacht. Vorig jaar hadden we het ontdekt in een hoge grove den. Bij het benaderen vloog een roofvogel als een schicht van het nest. Aan de stam geen sporen te zien van uitwerpselen of prooiresten. Waarschijnlijk zijn we te vroeg. De roofvogel is nog broeds. B. en V.H. trokken verder naar de Hasealtarm.

untitl10 untitl5

Een gerucht van Oehoeboeroe werd nagetrokken. Deze had een zestal weken terug een dode bever in het water zien drijven, zo`n 100 meter stroomopwaarts van de stuwdam. Oehoeboeroe had weer eens sterk overdreven, het was 95 meter. Als een volle aardappelzak dreef de bever pofferig tussen overhangende berkentakken. Het was in verre staat van ontbinding. V.H. zette zijn wandelstok achter de voortanden en trok holle bolle Gijs op de kant. Zijn wandelstok had hem weer een goede dienst bewezen.

Terwijl V.H. met de wandelstok in de corpus van de dode bever prikte nam B. close up video. Het beest meurde verschrikkelijk. B. `s maag draaide om en daarmee de video-opname`s. Kokhalzend deed hij afstand, mietje. We besloten de dode bever te laten liggen. Zo vaak zien we geen bever, zeker niet van zo dichtbij en zo dood. Vliegend Hert kwam met het voorstel om de schedel te behoeden voor de definitieve ontbinding. untitl13Als zo`n herteschedel op een plankie! B. probeerde kokhalzend iets tegen in te brengen, onverstaanbaar. Voorstel aangenomen! Morgen gaat de club terug naar de plek waar we de dode bever hebben gevonden voor decapitátio. B. en H. vervolgden hun weg en kwamen via de rundweg terug bij de Ketel. De hemel betrok. Het begon te regenen en het werd snel koeler. Helaas bleef dit het hele weekend zo. `s Avonds arriveerden Yeti en Oei oei. Oehoeboeroe was helaas absent. De Uil had andere beslommeringen, maar was toch aanwezig. Een plastiek in de vorm van een uil die Oehoe riep wanneer je er voorlangs liep. Aanwezig was ie, en hoe! Batman deed als oudste het openingswoord. Volgens traditie kreeg ie de kans niet. D`r leuterde wel altijd iemand tussen, Wullum Bier was ok joarig en zo. Batman had nog iets over het weer, nat en slof, hij vergeleek het met een primair vrouwelijk orgaan. Batman had gelijk, het was kutweer. Het thema van het weekend 0402 is: ken de bever van binnen en van buiten. Terwijl de wind om de Ketel joeg en de bosgeesten buiten hun domein opeisten was het binnen warm en guzzelli. Oude en nieuwe gebeurtenissen werden smakelijk verteld, daarbij werd schaamteloos gelogen, de hoorn des overvloeds kolkte over.
Zaterdag 27 april 2002.
Een wandklok met vogelgeluiden probeerde ons die nacht wakker te houden. De klok was een rechtstreekse gevolg van een TubberWare Party. Batman was als eerste eruit, deed vlijtig de afwas, zette koffie en kookte eieren. Voor het koken is weinig inteligentie nodig, we hadden anders wel een vrouw meegenomen. Vliegend Hert kwam als tweede uit bed. Zo tegen 9 uur werd Yeti en zijn grote knuffel wakker. Als reden gaf Yeti aan dat het raam teveel frisse lucht binnenliet. Nu kan ik me geen verschrikkelijker reden bedenken om wakker van te worden. Het zal je maar overkomen. Al die frisse lucht zo vroeg in de ochtend. Yeti uit bed, om 10.00 uur zaten we panklaar om de tafel. We maakten ons op voor de klus, de zaag lag klaar. Een smerige klus moest gedaan worden. Batman keek bescheten, trilde met zijn onderlip, had iets over Buizerdnest en was verdwenen. Ahaaaa, vandaar die vlijt in de vroege morgen! Yeti, Vliegend Hert en Oei oei togen op pad. Naarmate de drie de altarm naderden werd het weer onstuimiger. Dikke wolken pakten zich samen. Alsof de bosgoden ons wilden afhouden van de bever. Ter hoogte van de beverdam reageerde Pluvius woedend. Hevige slagregens met felle windstoten geselden op de drie neer. De lijkschenners probeerden in de luwte van een meidoorn beschutting te vinden. Het vervelende was dat de meidoorn nog geen blad had en daarmee geen beschutting. De drie lijkepikkers bleven geduldig staan totdat ze nat waren. De drie kraaien namen het glibberige bospad, verderop lag het corpus delictus. De vloek van de bever trof hun. Na 50 meter begon het hevig te hagelen, de wind huilde stormachtige door de kale bomenkronen. Ze waren vastberaden. Vloek van de Bever of niet, we gaan door!! Op 10 meter afstand van het eindpunt hadden we daar alweer spijt van. Dat beest lag daar heerlijk relaxed voor zichzelf uit te meuren. Yeti begon naar lucht te happen, hij verschool zich achter een boom, zodat de geur hem niet kon zien. Vliegend Hert had de zaag in zijn handen. V.H. stapte af op de bolle stinkzak en zette de zaag in het zachte rotte weefsel. Decapitátio ofwel onthoofding is geen leuke klus in je vrije tijd. Toen de zaag verdween in het weefsel begon het lichaam mee te lubberen. Alsof het weerstand bood door nee te schudden. De weergoden reageerden verwoest en haalden nu alles uit de kast. Een felle flits met een knallende donderslag kwam over ons heen. Onder een gesel van hagel en felle windstoten vervolgde Vliegens Hert zijn morbide klus. De zaag zocht zijn weg ter hoogte van de luchtpijp, er kwam een 6 weken oude lucht vrij. Het rook naar put. Tied veur een pafke. Bij de lichtflits van de onweersbui dacht Vliegend Hert dat iemand het belangrijkste moment van het weekend op foto vastlegde. Niet dus. Bij gebrek aan vrijwilligers was het Vliegend Hert die de decapitátie in zijn eentje moest klaren. In de verte hoorden we een autotoetertje. Het was Batman, hij kon niet in de Ketel, had geen sleutel, ach gut, lekker puh. Vier man en een beverkop reden even later door de mistige regen terug naar de Ketel. Vliegend Hert had op het kamp een aluminium pan zien liggen, die kwam ons goed van pas. In de barbeque werd een houtvuur gemaakt waarop de aluminium pan gevuld met water werd gezet. De beverkop werd op deze manier uitgekookt. untitl8Het resultaat was een intacte beverschedel (op één kies na, die werd per ongeluk weggegooid). Ondertussen regende het maar door. In de Ketel gingen we maar achter de braadworsten, je moet toch wàt. De regenbuien kwamen nu in eskaders. De club zag kans om tussen de eskaders door het uileveldje te bezoeken. De horst had onze aandacht. De roofvogel vloog van het nest. Volgens Batman was het een havik, sinds hij een hele rij valken op een draadje zag moesten we hem niet tegen spreken van de dokter. Het kon ook een Buizerd zijn. We joegen Yeti de boom in voor nestinspectie. De nest bleek leeg. We waren te vroeg. We haastten ons naar de Ketel omdat het volgende schip met zure appels zich aandiende. Langzaamaan werd het donker, de pot bier kwam op tafel. Zo`n hele dag in de ketel zitten is niet veel aan maar je hebt geen andere keus. Je wordt er wel moe van. Tegen 23.00 uur begonnen de gordijntjes in de ooghoeken naar elkaar toe te schuiven. Huize ‘Avondrood, maar nog lang niet dood’ ging in ruste.

Zondag 28 april 2002.
Het regende. Het regende en het regende. Pluvius was nog steeds boos. We deden de raam aan de leizijde wagenwijd open. Van hieruit hadden we zicht op de weiland met kolk.

Ons ontbijt bestond uit gekookte eieren, augurken, hotdogs, brood met kaas, koffie en Faxe. Direct na ontbijt gingen we achter de braadworst. Deze zijn blijven liggen omdat de barbeque gisteravond wegens regen niet doorging en omdat de beverkop erin sudderde. Dan de braadjes maar in de koekenpan. Tussendoor spoelden we de etensrestjes tussen de tanden weg met Faxe. Direct na de nuttiging van de braadworsten was het Angelus, tijd voor het middageten. Deze bestond uit bruine bonen en vlees. We loensden nog na van de braadworsten. Met een verzadigde vetstem bromde Batman dat de bruine bonen zo na het vele eten wel een beetje veel was. Drie borrelende burpen antwoordden bevestigend. De pan met vlees moest wel leeg. untitl9We dronken ons moed in een begonnen aan de klus. Vlees verwijderen uit een pan hadden we dit weekend reeds vaker gedaan. Alleen dit rook iets anders. Na de klus leken we hoogzwanger. Het was een slijtageslag op onze binnenwerk. Weet je trouwens wat het toppunt van slijtage is? Een neger met een witte lul. Met volle pens keken even later weer naar buiten over de weiland en kolk. Het bestudeerden het groeiend gras, dat was boeiend. Wanneer een vogeltje het lef had iets dichterbij te komen brak een discussie los, een heggemus, een spreeuw, een doefe, een valkie. Ja, ja, Wullum een valkie. Eén fototoestel klikte zacht, bij een andere toestel het geluid van een opklappend vlizotrap. Een mecanodoosje. Yeti had zijn vogelhuisje vergeten. Hij beweerde de verfdoosje jaarlijks naar de schoonmaker te brengen. Het kost maar 100 gulden, deed ie al 20 jaar. Na 2000 gulden heb je een doosje waar je licht in kunt bewaren, vergeet ie hem ook nog! Het regende maar door, het was welletjes, we braken op. Een paar van ons keken met hun derde oog nog even door de WCbril. De Ketel weer op stee en wegwezen. Op de parkeerplaats in Nederland namen we onder genot van een sigaar afscheid. Mij konden ze zo zachtjes aan versnijden als tabak. Moed broeders, struikel niet.

2001 November

Het eerste weekend na de gevreesde BSE-crisis (het voorjaarsweekend ging niet door i.v.m. mogelijk besmettingsgevaar) was bijzonder ten opzichte van andere voorgaande weekenden omdat we niet in de Abdij resideerden. Dat zal naar alle waarschijnlijkheid ook nooit weer gebeuren. untitl2We zullen nog vaak terug denken aan de kanten doekjes die het interieur domineerden. Maar ook de Abdij moet plaats maken als residentie, het krijgt een ereplaats in de galerij der oude glorie waar ook de Batmobiel reeds een plek verworven heeft. Ons nieuwe onderkomen is mobiel maar heeft geen tentdoek. Het is zo`n type woonwagen waarmee Pipo de Clown en Mammaloe over des Heren Dreven koersten. Met noeste arbeid omgetoverd van schaftwagen tot Residentie der Leden Sus Scrofa. Een verblijfsplaats voor Wildzwijnen heet een Ketel. En zo gaat onze nieuwe residentie heten: ‘De Ketel’. De Ketel bevat een slaapkamer, een keuken, een Stamtafel en een slabladenreiniger. Jawel, het bijzonder exclusieve aan ons nieuw onderkomen is een slabladenreiniger. Een vinding van Yeti. Via uitschuifbare rails kan de slabladenreiniger onder het chassis vandaan worden getrokken. Om slabladen te reinigen moet de volgende procedure worden gevolgd: het te reinigen product, slabladen, in de slabladenreinigingsbak deponeren. Water toevoegen, de slabladen met de handen wentelen in het slabladenreinigingssopje. Dit zolang herhalen tot de slabladen reinig zijn. De slabladen vervolgens voorzichtig drogen aan een lijn, de slabladen moeten om budgettaire redenen nog langer mee. Morgen is er immers weer een nieuwe dag en moeten opnieuw slabladen gereinigd worden. Na het reinigen van de slabladen kan de stop eruit, het water loopt weg uit de slabladenreinigingsbak. Met een lichte duw rolt de slabladenreiniger soepel op de rails onder het chassis waar het des morgenvroeg opnieuw kan kwijten van een nieuwe edele taak, te weten slabladen reinigen. Een droom of werkelijkheid? Het was Yeti die beloofde hiervoor zorg te willen dragen. Nu wil het toeval dat Amun Min, de Egyptische god van de liefde vaak afgebeeld wordt met, jawel, sla. Uit het sla werd slaolie geperst, deze olie heet de liefde te bevorderen. Ik ben blij dat ik boven slaap.
Om de natuur een handje te helpen dumpte Hert en Bat de gootsteenbak op een oudijzerbult. Uit het zicht van Yeti uiteraard, we wisten hoe hij zich aan iets kon hechten.

23 november 2001
Traditioneel heette Oehoeboeroe ons van harte welkom. De nachtwandeling werd weer met verve van stal gehaald. Vind ie leuk. Het werd in ieder geval een warme avond in een woonwagen temidden van een mistige koude landschap in November. `s Nachts bleef een olielamp branden. Dit heeft twee voordelen, door het schijnsel van de olielamp vind je makkelijker de weg naar buiten ingeval een sanitaire drain. Het tweede voordeel is dat zo`n olielamp vrijwel alle zuurstof in de Ketel opgebruikt, dat slaapt wat dieper.

24 november 2001
Het was een druilerige novemberdag, motregen en mistig. Precies wat we niet wensten. Yeti had na lang zoeken zijn gootsteenbak weer teruggevonden. Triomfantelijk kwam hij met zijn kompaan ermee aanlopen (het volgende weekend was de gootsteenbak verdwenen, gelukkig dan maar weer). untitl3We togen naar het gebied van de Mittelradde. Het gebied waar we 15 jaar geleden met Scouting Klazienaveen op zomerkamp waren. Van het gebied is nagenoeg niets herkenbaar over. Maar dit keer in de goede zin van het woord. Het Duitse staatsbosbeheer heeft het landschap weer in zijn oude staat terug gebracht. Inclusief de dode armen van de Hase die thans weer, als levende armen, een onderdeel vormen van een nieuwe waterloop. Het resultaat is verbluffend. We hebben er zo honderden hectares aan natuurgebied erbij gekregen, met heuse eilanden en uitzichten. Het gebied dient tevens als een soort van waterbuffelring, mocht de Hase uit haar oevers willen treden. Pas bij de achtergelegen dorpen kan men waterkeringen ontdekken. Wanneer met een paar jaar het gebied is ingegroeid zal het ongetwijfeld vaak de aanwezigheid van Sus Scrofa kunnen verheugen. Ze moeten de letters op de infoborden wel groter maken. Die zaterdag zwierven we door het ganse gebied en lieten al het nieuwe op ons inwerken. Misschien dat we de Ketel hier ergens kunnen plaatsen, dat scheelt een loop. `s Avonds terug in de Ketel hadden we een levendige discussie over het wel of niet aanschaffen van een generator. Dan hadden we stroom voor licht, radio, magnetron, elektrisch dekentje en voor straks een reanimatiekar. Tjonge, wat worden we virulent. De Ketel? Het gaat meer lijken op Huize Avondrood. Straks willen we ook nog een koelkast. Hmm.. Maar waar kun je die generatoren dan kopen. Afijn, het leuterde die avond nog een poosje door. De generator kwam er niet, Oehoeboeroe opgelucht. Die avond werd ook besproken of ‘vreemde’ mensen die de Ketel gaan gebruiken buiten de weekenden om een bepaald bedrag moeten betalen. Traditioneel kwam er geen duidelijk antwoord maar werd het een warrig gekrakeel die werd gesmoord in een krop sla. Degene die de Ketel gaan gebruiken moeten de Ketel heel laten, een ‘vrije’ gift is welkom. Zoiets kwam er geloof ik uit. En gien snoekekop`n aan de waand spieker`n, aldus Batman. Daarmee de avond besluitend.

Zondag
Klein Reusies tocht was een natte. Zo`n eentje van kraag omhoog, blik op je voeten en flink doorstappen. Het is dan mijmertijd. Telkens verwonder ik me om de betweterige onzin die ik steeds weer moet aanhoren. Die we klakkeloos voor waarheid aannemen. Zo zou van Gogh zijn oor afgesneden hebben. Niet dus. Mensen die Vincent van Gogh in zijn laatste anderhalf jaar hebben gekend beweren allemaal dat Vincent slechts het lelletje en niet het hele oor heeft afgesneden. Een heel oor afsnijden klinkt leuk, wij weten nu beter. Beren gaan in winterslaap. Niet dus. In een winterslaap gaan stofwisseling, ademhaling en bloedsomloop naar een minimum niveau. Vleermuizen, egels, marmotten en hamsters gaan in winterslaap. Beren gaan wel langdurig slapen maar hun stofwisseling gaat niet naar het minimum niveau. Beren zijn bijvoorbeeld meteen wakker terwijl uit het winterslaap komen zeker een half uur kost om op temperatuur te komen. Beren in winterslaap klinkt leuk, wij weten nu beter. Een hond met een natte neus is gezond. Een hond kan best ziek zijn ook al heeft hij een natte neus, hij kan gezond zijn ook al is de neus droog. Kortom geen peil op te trekken. Bij het smelten van de poolkap stijgt de zeespiegel. Niet dus. Een beginselprincipe uit de natuurkunde leert ons dat ijs meer volume inneemt dan water. Wanneer een fles met water bevriest zal de fles door uitzetting van het ijs barsten. Conclusie: wanneer de poolkap smelt zal de zeespiegel dalen. Nog eentje waar je een Greenpeacelid de hik bezorgd: Het tropisch regenwoud is de long van de wereld. Planten en bomen produceren zuurstof zolang zij leven, als ze dood zijn gaat die zuurstof weer op aan het verrottingsproces. Het aandeel zuurstof die bomen en planten leveren is slechts 1/100.000 op het totale zuurstofgehalte. Da`s nie veul. Kappuhhh. We waren dus snel weer op het kamp. kliekjes opeten en zuipies opzoepen. De Ketel weer terug in de tuin van pa Knubbe (lekker hè, zo`n schoonzoon). Daarna opuusan. Moed broeders struikel niet. V.H.

2000 November

Traditiegetrouw opent de Wijze Uil het weekend met een openingswoord. Hij wordt daar nogal eens in de rede gevallen door vervelende groepsleden met een niet te bedwingen geldingsdrang. Hun stem zal en moet op de band. Nou troost je, “ruis” wordt niet in het verslag opgenomen. Een uitzondering hierop ben ik natuurlijk zelf, maar dat heeft te maken met het feit dat ik van nature interessant ben. Toe jongens, laat Oehoeboeroe nu eens ongestoord zijn openingswoord doen! Hij sprak: Wij uhh, wij uhh, komen, bent hier allen weer samen netjes bijeen. Gekomen. (iemand vond het in alle wijsheid nodig een rafelige wind te laten, gatver, ik wist niet dat je daar zuurbranden van kon krijgen) Dit weekend is bedoeld om onze lange benen weer een beetje te strekken. Wij hopen dit weekend een paar dieren te observeren. Leden, wat ik graag wil is dat jullie morgenvroeg na het douchen, wassen en scheren niet te verschijnen met Deospray onder de armen of op je lichaam, want dan zie je geen dieren meer. Dieren ruiken beter dan wij. (Inmiddels was de ruimte gevuld met iets wat heel ver van deospray afstond). Ga je scheren? Geen aftershave op je gezicht doen want die dieren ruiken beter dan wij. Zorg dat je die dieren eerder ruikt dan die dieren jou, dan heb je succes. Dan zie je ze ook. Als je ze ruikt dan zie je ze ook. Morgenvroeg om ongeveer half zeven op, acht uur eten en om negen uur starten we met de tocht naar Bokeloh. Wij gaan niet naar de hondenrace, we hebben wel wat anders te doen. Wij lopen aan de Hase langs terug naar hier. Ik had eerst nog in gedachten om op visite te gaan bij Piet Römer maar dat vonden jullie nogal ver. (Grote Voetentocht) Dan zijn er nog de nodige pannenkoeken waar we ons vanavond op kunnen storten. Ik open dit weekend met een borrel, ik heb nog een dingetje. Wij hebben een logo, een wildzwijn, ik heb ook nog een mooie. Daar gaan we ons vanavond over buigen. Het weekend is geopend, dank u!!

De volgende morgen, iets later dan gepland, liep de club op de Baileybrug richting Bokeloh. Het was fris, zo`n graad of zes. Oei-oei wees naar het water, daar zwom een vis. Ja, dat doen ze. De baileybrug, een restant uit WO II, ligt rustiek in een oase van groen. Het niet alleen een relikwie uit onze jonge jaren, het is tevens een object die zeer fotogeniek is. Er werden dus weer de nodige foto`s en video`s gemaakt. Wauw, wat is Groß Dörgen toch mooi!! Vanaf de brug hadden we zicht op een bomenrij. In een van die bomen zat een grote vogel die onze aandacht trok. In de groep borrelde een discussie los, was het een Uil? Of toch een Buizerd? Nadat het beest ons een poosje had geobserveerd vloog het weg, zijn geheim prijsgevend, het was een Buizerd. Onderweg zagen we nog een Reiger op een paal, dat zijn echte schijtfabrieken op stelten. Volgens Oehoeboeroe liep de groep te hard. Mopperend kwam hij aanlopen. Ie denkt helemaol nie aan mij, ke`b nog kopzeere ok. De groep ging rekening houden met Uil. Er werd flink gereuteld over pixels en formaten bij een digitale fototoestel. Uil, nog steeds de smoor erin, riep dat we meer aandacht moesten besteden aan de natuur. Niemand kon volgens Uil weten hoeveel pixels er in een peerebloem zitten. Hij mopperde verder, als ze nou gewoon het aantal kilobites delen door het aantal gigabites, dan kom je vanzelf op het juiste aantal pixels uit. Jullie zien dat niet. Blauwe korenbloemen, rode klaprozen, geel koolzaad, jullie willen niets zien, alleen maar pixels, pixels en pixels, zo mopperde Uil. In Bokeloh bij de aanlegsteiger hielden we halt voor een pauze. Het terrein was zelfs voorzien van een openbaar toilet. Dat was met Deutsche Grundlichkeit gebeurt. Koperen gootjes en zo. Bij de kerk hebben we de grafzerken bestudeerd. De jaartallen gingen terug naar 1700. Die liggen daar al zolang, die komen bijna alweer terug. Langs de Hase trokken we terug. Het begon gewoon een beetje warm te worden, zeven graden of zo. Beversporen lieten het bestaan zien van deze ijverige knagers. Het konden ook otters zijn maar die hebben niet zo`n brede sleepspoor. We konden het niet zo goed dementeren, dus bleef het bij sleepspoor. Verderop vonden we opengebroken schelpen. Dus toch een otter? Langs de Hase gelopen viel het ons op dat er nog zoveel planten bloeiden. Het is november, de maand van bisschop Sint Martinus. Dan verwacht je geen bloemen, hoogstens lampionnetjes. Terug in Groß Dörgen vonden we in het Oerbos oftewel het Uile-ballen-bos een boom met een groot nest. Vanaf de Hasekant zo`n tachtig meter het bos in, vanaf de HaseAltram ook zo`n tachtig meter. Die moeten we komende zomer in de gaten houden. (wat we op dat moment niet wisten is dat het Bedokokoma-weekend in het voorjaar geen doorgang kon vinden in verband met de MKZ epidemie, de boeren wilden en konden geen risico nemen om wildzwijnen vanuit de Niederlanden hier rond te laten lopen). Vlakbij het nest vonden we een ropplaats. Een duif werd van verenkleed ontdaan en vliegt nu ergens rond in pyjama, dat met die kou. Zondagmorgen. Kleine Reusies tocht. Een korte tocht langs de Hase Altarm was eigenlijk alles wat er die morgen in zat. Een goed moment om even te mijmeren over de zinnige en onzinnige geluiden die zo links en recht ons ten gehore zijn gekomen. De Rijn zou ons land binnenkomen bij het plaatsje Lobith. Wie de moeite neemt even op de kaart te kijken ziet dat de Rijn niet bij Lobith, maar bij Spijk het land binnenkomt. Ja ja ja, wij laten ons niet voor de gek houden. De boemerang is Australisch. Nee dus. Archeologische opgravingen hebben aangetoond dat ook in de Europese steentijd met dergelijke stokken werd geworpen. Nog zo`n eentje: De Sahara ligt vol met zand. Mooi niet. In feite is niet meer dan 20 procent van de Sahara zand, de rest is rots, steenpuin en grind. Ik krijg er zin an. Nog eentje: oude jenever is ouder dan jonge. Nee, jonge jenever is licht en neutraal van smaak, terwijl aan oude jenever meer smaakstoffen worden toegevoegd. Oude jenever ligt geen dag langer op fust dan jonge. Nu dan een gewaagde: de kompasnaald wijst naar het noorden. Laat ik het zo zeggen: wie in Nederland met een kompas het noorden zoekt en in die richting zijn weg vervolgt, heeft weinig kans op de noordpool te komen. De magnetische noordpool en de geografische noordpool zijn namelijk verschillend. Nog zo`n lekkere misvatting voor onze elektrieke Bat: Elektriciteit gaat van plus naar min. Dus niet. Electronen, de dragers van elektrische lading, hebben een negatieve lading. Elektrische stroom is een beweging van elektronen van negatief naar positief. Simpel toch? Dat we er toch nog steeds instinken! Het weekend zat erop. Kamp opbreken en snel opuusan. Moed broeders, struikel niet. Vliegend Hert

2000 Maart

2000 Maart

Het eerste weekend in het millennium. Een natte. Aanvankelijk hadden we de appeltoene als standplaats in gedachten. Deze lieten we varen door regenval. Bij het ophalen van de Abdij kwam Malies ons in tegen om mede te delen dat er ruimte in de kapschuur was. Dat kwam goed uit, we hielden de tent droog. Na het kwartier maken togen Batman en Vliegend Hert op pad. Op het pad richting zandgat vonden we een interessant natuurspoor. Op het pad lagen talloze dennenappelresten, daartussen uitwerpselen. Geen platte spetters maar keutelvormig. In het dichte bladerdek van de grove den konden we een contour van een nest waarnemen. Dit kon wel eens een nest van een eekhoorn zijn. Later hebben we op deze plek eekhoorns waargenomen, maar ja, we zagen ook reeën dus dat zegt niks, tenzij deze ook nestelen. Via Hase-Altarm kwamen we weer terug op het kamp. De natuur was druk bezig zich van de winterjuk te onttrekken. Tussen de half vergane twijgjes en bladeren ontsproot de loten van de lente. Omdat het vroeg duusterde moesten we snel ons prakkie opwarmen en voorbereidingen treffen om de clangenoten te verwelkomen. Deze kwamen traditiegetrouw stipt te laat. Dit voorjaar waren we eens compleet, mooi toch. Zaterdag 24 maart. Oehoeboeroe begon de morgen met een schuldbelijdenis, dat we het niet zo laat moeten maken en zo. Vervolgens ging hij een stevig potje duiven observeren. Andere keus had hij ook niet, die kapsoneskwartels koerden de ganse ochtend vanuit hun positie hoog in de hanenbalken op ons neer, af en toe larderend met een fluimende witte kwak. We joegen de duiven uiteindelijk weg want ze wisten niet van ophouden, per slot van rekening zijn we hier om van de natuur te genieten. Hierbij deed Vliegend hert een opmerkelijke vondst in het rullige zand voor het stro. Een portemonnee. Zat nog 100 D-mark in ook. We konden Berend rustig betalen. Yeti is gauw naar vrouw Knubbe gegaan. “Frau Knubbe moei kiek`n wak fund`n heb. `K eb `n porremenee vund`n, veur `n krat bier mag ie um weer ophaal`n”. De spons. Kunnen wij Berend weer niet betalen. Naast de kapschuur waarin we ons verblijf hadden deden we een natuurobservatie. In een van de bomen zat op 7 meter hoogte een ronde gat, eromheen deden twee spreeuwachtige vogels vreselijk hun best om niet op te vallen. KarperVolgens Oehoeboeroe is het een boom die kruipt van boven naar onderen tegen de klevert aan. Boomklevers dus. Twee kauwtjes zagen kans om toe te slaan, ze vlogen zo in het holletje en plunderden de fouragekast. En wij maar denken dat zo`n hol in de stam voldoende bescherming biedt tegen ongenode gasten. Het weekend stond een beetje in het kader van de Micro. Her en der namen we op onze expeditie allerlei vondsten mee die we onder de microscoop gingen leggen voor nader observatie. Hiervoor had Vliegend Hert een heuse microscoop meegenomen. Als eerste doel hadden we het kanaalachtig meertje (kleine Hase) genomen langs de weg iets voorbij het huis van de familie Knubbe. Hier namen we watermonsters en een sigaar. Hierna togen we naar de Kolk. Op Kuhl`s plaats vonden we een ropplaats van een buizerd. De Kolk leek een waarlijk bordeel. Tientallen padden waren bezig voorbereidingen te treffen voor hun nageslacht. De heren betreden de dames op hun rug, zetten zich vast en lijken in slaap te vallen. De dame in kwestie moet zich maar zien te redden met de ballast op hun rug. Een heerlijk leventje lijken de heren te hebben. Als ik reïncarneer weet ik wat ik wil worden: Reiger. Langs de waterrand vonden we braakballen en visschubben, we namen dit mee voor nader onderzoek. Yeti vergewiste dat het wel braakballen waren nadat hij in het verleden met veel ijver een vossenkeutel ontlede. Had hij een half uur in stront zitten te peuren op zoek naar muizentandjes. Hoe wreed kan de natuur zijn en wat kan het stinken. In het weiland richting het uilenballenbosje stapte Oehoeboeroe bijna pardoes op een jong haasje die verscholen lag in een leger temidden van graspollen. Een guitig kopje met olijke oogjes, een rammelaartje. Oei-oei nam het beestje in de handen, knuffelde het af, stopte het in de zak, haalde het eruit, knuffelde het af, zette het terug in het leger. Zo kon de moeder vast wennen aan mensenlucht. Maar ja, wij konden toch ook niet weten dat de moeder zo verlegen was. Wie is er nou bang voor Oei-oei zijn lucht? Nou?… Nou?… Goed, hij hult zich wel eens in sinistere nevelen, nou en? We hebben toch allemaal wel eens “pien in de boek”? Arm Snuitje…We gingen naar de Hase, hier vonden we een karper in vergaande staat van ontbinding en nog dood ook. Iemand keerde de corpus om, een putlucht ontsteeg. Haastig maakten we ons uit de voeten en neuzen.

Landschap7 konijn

Bij de duiker tussen de Hase en Hase-altarm vonden we beversporen in de vorm van afgeknaagde twijgen. Of het stikt hier van de bevers, of we observeren steeds dezelfde knaagsporen, daar zijn we nog niet over uit. Bij het zandgat zagen we minder zand en meer gat. We trokken langs de Alt-arm terug en namen de bovenste route. Het partizanenpaadje. Halverwege gingen we naar beneden en zagen een nestkastje wegvallen en vonden en uilenbal. Vanaf de dooie arm zijn we terug gelopen, in de hoek van de weide hebben we gekeken of Snuitje nog te zien was met zijn Pappa. Dat was niet het geval. We hebben toen maar een borreltje genomen en zijn terug gegaan naar de tent. Hier legden we de meegebrachte spulletjes onder de microscoop en deden verassende ontdekkingen. Het water van de kleine Hase bleek veel meer leven te bevatten dan het water uit de kolk. Uit een braakbal van een reiger vonden we nageltjes, waarschijnlijk van een muis. Visschubben blijken onder de microscoop een bijzonder mooie structuuropbouw te hebben. Het donkerde vroeg, tegen de avondschemering liepen de leden van Sus Scrofa richting Squawvally. Uit de diepe gewrochten van de Hase maakten de Witte Wieven zich vrij uit de beknellende ketens van het donkere water. Geruisloos gleden zij over de weilanden op zoek naar conserven die zij opofferen aan Wodan, hun god. De offers die de Witte Wieven zochten moesten puur zijn in denken en lichamelijk onbesmet. Hun blik viel op de leden van Sus Scrofa…….. Dat hadden de Doorluchtige Dames beter niet kunnen doen. De Witte Wieven zoefden hongerig snel naar de Sus Scofa leden, verheugend op de blikken in doodsangst. Van puur en onbesmet was geen sprake. De smeekbedes bestonden uit luide boeren en rafelige scheten, de doodsangst bestond uit hijgende blikken op de doorkijkbloesjes van de Zwevende Blondjes. Om het kort te maken, de Sus Scrofa`s zagen kans om een stampede te veroorzaken onder de Wieven. De Sus Scrofa`s op de loop, de Nevelige Nimfen vooraan. De zwijnen. Toch is het een prachtig gezicht om je in een wolkendek te begeven tot heuphoogte die zwak opgelicht wordt door de purperrode avondlicht van de ondergaande voorjaarszon. Door de nevelen zag je de Dame bekoorlijk haar gang zoeken door de glooiende zandruggen. Achter haar gleden de donkere akkers naadloos over in de silhouetten van populieren als schildwachters tegen de naderende nacht. Een rode punt werd groter, het was de video van Batman. Zijn “Evel Eye” registreerde alles onverbiddelijk. We namen een borrel, het was inmiddels stikkeduuster geworden. Net voordat we de tent bereikten kwam in de gewelven van Oei-oei, zeg maar Stukgoederen in beweging. Zijn enige houvast waren de teennagels in zijn schoenzolen. Het mechaniek kwam tot stilstand. Alleen door snel ingrijpen van Oehoeboeroe die Oei-oei voorzag van een veeglint voorkwam een spontane onbedoelde grindlozing. Wat sinistere nevelen teweeg kunnen brengen. We trokken ter afsluiting van de dag naar de Hasebrug om van de ondergaande zon te genieten. We trokken ons terug in de abdij en laafden ons aan de hoorn des overvloed. Nunc est Bibendum. Zondag. Kleine Reusies tocht. Na een viergangen diner; zakkenspanner, apenlul, kikkerrug en brune stoete togen we op pad. Hoger op het land, ver achter Squaw Valley had een boer zijn land diepgeploegd. Nou, hier liepen we langs. Yeti vond een prehistorisch eikenblad. Bij de Kansel voorzien van een vliegtuigstoel vonden we geen val zoals voorgaande jaren. Toen smeten we dit soort ontuig diep in het woud. Verderop richting het oude pittoreske boerderijtje van boer Wolff nabij een voederplaats vonden we een kooival en een vossenklem op scherp. De val werd onschadelijk gemaakt en gedeponeerd in het daarvoor bestemde poel. Een weekend daarvoor op ongeveer dezelfde plek hapte de aarde naar de kuiten van Vliegend Hert. Wij adviseren de Jagers dan ook met klem, gebruik géén klem. Verderop zagen we een drietal reeën richting Alwies lopen. O ja, gunst, die waren d`r ook nog. Voor het laatst dat weekend togen we naar Kamp Dörgen. Om afscheid te nemen. Ieder volgt voorlopig weer zijn eigen wildspoor. Tot November, dan volgen wij weer één spoor, dat van Sus Scrofa. Moed broeders, struikel niet. V.H.

Groep0400 groep1

5 of 7
1234567