SusScrofa

1999 november

1999 november

Na het gebruikelijke kwartier maken togen we snel op expeditie. We moesten tempo maken daar het vroeg donker zou worden. Voor het donker moest ook het eten nog klaar gemaakt worden. Onze trip ging richting Hase Altarm. Hier vonden we knaagsporen afkomstig van een bever. Een boomstam klassiek afgekloven als een potloodpunt. De jaren geleden uitgezette bevers hielden tot nu toe goed stand in de rauwe natuur. Jaarlijks doen we wel ergens een vondst van deze ijverige knagers. Het weer was stemmig depri. Na een omtrekkende beweging waarbij we opnieuw moesten aanzien hoe Groß Dörgen weer kleiner is geworden door nieuwe afgravingen, trokken we terug naar ons hoofdkwartier, de Abdij. Het eten maakten we warm op Esbit. D`r was geen gas aanwezig, een regiefoutje. Ging prima hoor, dat opwarmen op Esbit. De overige leden, Oehoeboeroe ontbrak weer, kwamen pas tegen acht uur aankakken. Dat blijft me toch elke keer weer verbazen. Zo`n weekend kan mij niet lang genoeg duren, elke minuut is er één. We trokken ons die avond terug in de abdij en namen ervan zoals wij dat al 10 jaar doen. Zaterdag. We werden wakker met harde wind en slagregens. Schiete. Om ons een beetje te beschermen tegen de elementen spanden we een dekzeil langs de open wand van de kapschuur. Het hielp eigenlijk niets maar we waren even van de straat. Net dat we klaar waren met het opspannen van de dekzeil hield het op met regenen. Eigenlijk beter zo, regen is wel het minste weertype op zo`n weekend. Die dag stond in het kader van de barbecue die avond. Wij als Sus Scrofa hadden de autochtonen in Groß Dörgen via een uitnodiging laten weten dat ze zich op onze kosten konden laten volvreten. Het was ons millenniumfeest. Werner zorgde voor de drank, daar is ie goed in. Om twee uur togen we naar de schuur van de familie Knubbe om de schuur op te ruimen. Stoelen haalden we van de buren, die had ook zo`n leuke kneipe achter zijn huis gebouwd, dat vergeten we niet. Het was zo gepiept. De partytent stond er al en diende als afdak, de lege schuur als asbak. We hadden het druk met het verwerken van het aangereikte bier door Werner. Ja, daar zijn we goed in. Zijn grote herdershond liep blaffend iedereen in de weg. Ze zeggen wel eens dat de baas steeds meer op de hond gaat lijken. Klopt niet, we hebben Werner nog niet op het bankstel zijn ballen zien te likken. Om twee uur in de middag trokken we het veld in. Via squaw vally de zinderende wouden in. We moesten weer aan de kajak denken. Langs het erpelveld deden we onze eerste natuurontdekking. We vonden een braakbal van een Buizerd. Er zijn buiten de uil meer dieren die aan deze viezigheid doen. Sus Scrofa`s braken geen ballen, anders hadden ze wel schone broekspijpen. Bij een ijzeren hek, waar we ooit een schaap hadden aangetroffen, vonden we een kikker. Zat niet veel muziek in. Logisch eigenlijk, een kikker is een koudbloedig dier. Bij dit koude weer hoorde hij in de grond te zitten. Trouwens, het bloed van de schaap was kouder en zal nu waarschijnlijk ook wel diep in de grond zitten. Afgezien van de maden zat er namelijk niet veel leven meer in. Het waren Maden in schaapskleren. We lieten de kikker verder verrekken. In de wei zagen we een aantal paardjes. Een boer had een soort van OK-corral in de wei gebouwd. De uitslover. Wyat Earp is toch allang dood! Tegen drie uur klaarde het weer op, we zagen de zon meer en meer door het wolkendek heen schijnen. Achter boer Wolff stond nog steeds de wildkansel op de hoek van de landerijen. Een luxe kansel voor meneer de jager. Het was zowaar voorzien van een draaistoel zo uit een vliegtuig gesloopt. Een schietstoel zogezegd. Gemak schiet de mens moet je maar denken. Tja, je hebt jagers en negers. De een knikt, de ander schudt. Aan de voet van de kansel zagen een val die we al eens eerder gevonden hadden, het stond op scherp. Dit keer trapten we dat ding een eind het bos in. Bij de voederplaats van wildzwijnen stond een emmer maïs, tot onze tevredenheid zagen we dat goed voor onze naamgenoten wordt gezorgd. Een ropplaats wees op een duif die door een Buizerd was gestript, de veerschachten waren namelijk door de snavel bij het uitplukken beschadigd. Even verderop zagen we een eik die rijkelijk was voorzien van korstmos. Een teken dat de lucht niet was verontreinigd, daarom staken we met een gerust hart nog een sigaret op. In een schuttersputje vonden we een aangevreten bunzing met een stuk fazantenvleugel. De jager gesneefd naast zijn prooi? Dat is ongebruikelijk. Vliegend Hert dook in het putje en peurde met zijn stok aan de vleugel. Een knal weerklonk. Stukken mos en gebladerte vlogen door de lucht. Hert keek verbaast naar zijn wandelstok. Een grote berenklem had zich er in vastgebeten als een Amerikaan in een hamburger. Stropers. Dat had ook anders kunnen aflopen. Gezien de lengte had het, in plaats van de wandelstok, ook Herts edele deel kunnen zijn. De stropers kunnen blijkbaar niet overzien wat voor een leed ze kunnen aanrichten met hun bijtgrage materiaal. Voorbeeld: Mamma, mamma, kijk eens wat een leuke veertjes in de kuil! KLASH!! De klem was op dat moment met een knal om de hals van het kind dichtgeklapt. De vrouw had haar man aangekeken, zenuwachtig giechelt en gezegd: ”hihi, wat kinderen, hihi, toch allemaal niet doen, hihi, om aandacht te krijgen”. Verderop zagen we een ton gevuld met graan. Een muis, op zoek naar een feestmaaltje, had zich door een opening in de wand naar binnen proberen te dringen. De muis kwam halverwege de gat hopeloos klem te zitten en er was geen weg meer terug. Wat een kwelling overkwam de muis, zo te sterven van de honger. Zoveel graan en niets te eten. Groot leed in het klein, een foto ontrok de muis aan de vergetelheid. Nou ja, het gat zat wel weer dicht. muisWe trokken langs Wolffs hoeve richting abdij. Om 15.50 uur arriveerden we in de kapschuur, onze hoofdkwartier. Hier had zich ongemerkt de onbrekende lid van het weekend toegevoegd. Oehoeboeroe (Harry). Hij had nog even een ommetje over de dooie arm gemaakt om zijn eigen ik te zoeken. De Wijze Uil nodigde ons uit op de barbecue. Dat deden we dan die avond. Het werd een daverende avond met de nativen. Het millennium kreeg in Groß Dörgen een waardig eind, met dank aan de Sus Scrofa`s en, vooruit dan maar, Werner. Zondag 28 november 1999. De morgen stond in hoofdzaak in het kader van het opruimen. De schuur van Werner werd in tempo weer in de oude staat terug gebracht. We gooiden een paar oude stoelen naar binnen en een strooiden een zak met zaagsel rond, kulaaaaar!! De schuur was weer in de oude staat. We vraten de overgebleven stukken vlees op, hiervoor was de barbecue opnieuw aangestoken. Vlees wat we niet meer vertrouwden gaven we aan de familie Knubbe. Ook de tafel stoelen brachten we terug naar de Kneipe van Grote Werner. Hier persten we nog een borrel door onze strot, plaatselijke gewoonte, moet je niet weigeren, je weet wel, pek en veren. Yak, nog een borrel. Het was een mooi weekend met een waardig slot. Volgende keer, het voorjaarsweekend, doen we op verzoek van Oehoeboeroe in maart. Dat komt Uil beter uit. Kein Problem, machen wir. Moed broeders, struikel niet. Vliegend Hert.

1999 April

1999 April

April 1999.

Op Kuhl`s platz waren Vliegend Hert en Batman neergestreken en hadden de vouwwagen opgezet. Een nieuwe vouwwagen, een heus abdij. Dat was nog wel even puzzelen. Waar kwam de voortent, de keuken en waar de biechtstoel. Oehoeboeroe was jammer genoeg weer eens niet aanwezig, ook Yeti liet zich tot zaterdagavond niet zien, jammer, jammer. Maar laat ik ophouden te jammeren. Vliegend Hert is nu definitief de enige suscrofa die vanaf 1989 alle expedities vol heeft uitgediend. Yeti had zijn schoonvader beloofd dat ‘de jongens’ hem zouden helpen met het leggen van tegels, de smiecht. Schoonpa rekende erop, hij kwam die Vrijdag al een paar keer langs rijden in z`n otootje waar wij toch bleven. Vanuit onze voortent observeerden we hem nauwkeurig. Later kwam Malies nog even langs en vroeg voorzichtig waar we bleven, ondertussen tufte schoonpa d`r weer met zijn autootje langs. We maakten haar duidelijk: geen geel zand, geen tegels leggen (burp). Malies ging weer naar huis, een half uur later schoot schoonpa er met de trekker langs om met de voorlader geel zand te halen We bleven hem observeren. Bij zijn vierde rit had schoonpa een grote grijns op het gezicht, zo van; het gele zand ligt er, d`r kan gewerkt worden!! Wij met een verveeld gezicht kenbaar makend; te làààt, mòòòrgen (burp). Gniffel, gniffel, vinden wij leuk. `s Avonds kwam Oei-oei vogel met zijn Oei-oei vogel. Eigenlijk was zij geen Oei-oei vogel, ik noem haar zo omdat ze getrouwd is met Oei-oei. Zij is geen Oei-oei vogel want bij haar ontbreken de .. eh .. eh .. eh .. oeioei. Hoewel het die avond behoorlijk afkoelde werd het bij het kampvuur toch gezellig. Zaterdag 1 mei 1999. Komt daar een blik met Duitsers aangereden, blijven bij de ingang van het terrein staan een mompelen wat. De man krijgt een por in de rug van zijn lieve kenau en loopt naar ons toe. Beleeft maakt hij duidelijk dat dit het terrein was dat hij had gereserveerd. We boerden iets droog terug van Scheisse mit Reisse en dat het onze bunker was. Tevens wouwen we onze Fahrad zuruck. En zet die kenau wat verder terug, straks gaat ie nog grazen. 10 minuten later zagen we een Deutz in galop op ons afkomen, Berend op tilt. Niet hun maar wij zaten verkeerd, of wij dat begrepen. Zes doorlopen soepoogjes keken hem trouw aan. Wij wonnen. De tegels lagen er snel in, fluitje van een cent. Al snel trokken we voor een voettocht erop uit. Bij squaw-vally deden we een opmerkelijke (wens)waarneming. Vanaf de hoge wal zagen we een blonde nimf uit de wal van de Hase opklimmen. Met heupwiegende bewegingen liep ze de wal op, ze leek geheel naakt. Ze raapte iets van de grond. Haar lippen bewogen, wat leek ze te zeggen? Was het mist? De lenzen van de verrekijker besloegen. Zo snel ze kwam zo snel was ze ook weer verdwenen. Op de plek van waaruit ze op de wal klom was niets meer te zien, ze was blijkbaar met een kajak vertrokken. De kajak bleef nog lang in onze gedachten. We trokken verder, het was een prachtige voorjaarsdag. Voordat we wisten zaten we in een bushokje midden in Gross Dorgen. We bestudeerden de voorbij gaande mensen en deden weddenschapjes over wie de volgende mag hebben. Batman won de halve Holdert. Tja, `t was 1 mei, dan fietsen er veel oudjes. `s Avonds voegde Yeti zich bij de groep. Het werd een ouderwetse kampvuuravond inclusief de sterke verhalen. Zondag 1 mei 1999. Over de Zondag kan ik kort zijn. Of het aan de avond ervoor lag of dat het alweer een tijdje geleden is dat het weekend zich heeft afgespeeld, ik herinner me er geen bal meer van. Ik weet zelfs niet hoe ik thuis gekomen ben. Ik sluit dan ook af met de woorden: Moed broeders, struikel niet. Vliegend Hert

1998 November

1998 November

Het welkomstcomité bestond uit reeën toen Batman en Vliegend Hert in Groß Dörgen arriveerden. Ze gingen gelijk op de foto. Het was helder weer, ver onder het vriespunt. De mist van voorgaande nacht zette het landschap onder rijp. Na het kwartier maken werd een tocht naar de Hase-altarm ondernomen. Aan water geen gebrek, echte binnenzeeën kregen we te zien. Het werk van El Nino. Landschap10De dag vloog om, snel volgden de overige broeders van de clan. Oehoeboeroe deed traditiegetrouw het openingswoord. voorwoord. Hier een klein briefje van de oele Oehoeboeroe: wij zijn hier weer bij elkaar in de kar van Batman. Oei-oei vogel zit stiekem te kniepen op de bank. D’r zal zo wel een over de bank dreunen. Maar ja, hij is ook een zwijn, het mag dus.. Een voorwoord van de Uil, gericht aan jullie allemaal. Dauwtrappen. De eerste haan kraait, ‘t nevel trekt over het veld. De sterren verdwijnen, laten ons in de steek. De bladeren in de bomen zingen zachtjes een lied. Het ruist zachtjes in de reet. De dauwdruppels glinsteren in het rode ochtendlicht. Een koolmees vliegt weg, de uil zit er nog. De konijnen spelen en dollen in de ronde. Ginds ergens blaft een hond. De Hase loopt mooi door het weiland. In ons Dörgen, waar hij woont…Dit staat jullie morgen te wachten, ik noem het ROUTE 66. Dit is tevens het thema van dit weekend. Het is de lange barre voettocht, maar dan terug!! Mooi weekend. Groeten, de oele.

Iets over veldkenmerken, waar let je nou op. Afmetingen. Een belangrijk kenmerk is de grootte van een vogel. Dit kan het makkelijkst vastgesteld worden door de vogel te vergelijken met een bekende soort, bijvoorbeeld met een Huismus, Spreeuw, duif of reiger. Vervolgens kan vastgesteld worden dat een vogel bijvoorbeeld groter is dan een duif maar kleiner dan een reiger, etc. Onder het kopje Veldkenmerken begint elke beschrijving met de gemiddelde lengte, gemeten vanaf de snavelpunt tot aan de staartpunt. Vorm. De vorm van een vogel, in de vlucht of op de grond, is een belangrijke aanwijzing voor de determinatie. Er moet goed gelet worden op de relatieve afmetingen van snavel, nek, vleugels, poten en staart. Gedrag en geluid. Sommige soorten vertonen karakteristiek gedrag. Een kwikstaart bijvoorbeeld wipt voortdurend met de staart, een Boomklever klimt zowel naar boven als naar beneden langs een boomstam, spechten hebben een diepgolvende vlucht, een Waterhoen zwemt met rukkende bewegingen van kop en staart, sommige eenden foerageren door op hun kop met de staart omhoog in het water te staan om waterplanten te bereiken, terwijl andere eenden naar hun voedsel duiken. Roep en zang kunnen belangrijke aanwijzingen zijn voor identificatie. Sommige soorten lijken als twee druppels water op elkaar, zoals Fitis en Tjiftjaf, of Glanskop en Matkop, maar zijn aan de hand van de zang eenvoudig uit elkaar te houden. Verder zijn vogels aan de hand van de zang te herkennen terwijl ze zich niet-zichtbaar in de vegetatie ophouden. Nachtegalen bijvoorbeeld zijn bijzonder moeilijk te zien te krijgen maar hun aanwezigheid is onomstotelijk vast te stellen aan de hand van hun opvallende zang. Verenkleed. Het is belangrijk om een goed beeld te krijgen van het kleurenpatroon en van het meer algemene patroon (gevlekt, gestreept, etc., kleur van staart en stuit, vleugel- en koptekening). Het verenkleed van een vogel is niet het gehele jaar hetzelfde. Veel vogels ondergaan een complete rui na het broedseizoen en vervangen hun zomerkleed door een ander kleed, dat meestal gedurende het najaar en de winter gedragen wordt. Mannetjes eenden krijgen na de broedtijd een cryptisch gekleurd kleed dat meestal veel op het vrouwtjeskleed lijkt en gedurende een korte tijd gedragen wordt. Dit kleed wordt eclipskleed genoemd. Verder zijn er veel soorten waarbij het mannetje een ander kleed heeft dan het vrouwtje, terwijl jonge vogels vaak weer een ander kleed hebben dan volwassen vogels.

Buiten vroor het ongeveer 8 graden, een dikke mist zette op. In een boerenschuur brandde een lichtje. Gelach steeg op. De Sus Scrofa’s waren bezig met een ouderwetse gezellige avond. Het was een bijzonder weekend, een jubileumweekend. 10 jaar geleden waren we onder iets primitievere omstandigheden in dezelfde boerenschuur begonnen. (als Batman zijn mobiel verkoopt gaan we weer dezelfde kant op) Vliegend Hert en Yeti hebben tot nu toe als enigen alle weekenden uitgediend. Het weekend werd om die reden afgesloten met een etentje met de vrouwen erbij. Werner kwam en beloofde ook wat. Hoort wat Werner zei: “Volgend jaar om deze tijd, november 1999. Ontruim ik de schuur bij mijn huis. Ik maak van zeil een grote afdak. Jullie kunnen feesten in de schuur en slapen in de tent. Ik tref de voorbereidingen, maar wel onder één voorwaarde, wie niet komt opdagen moet 100 mark betalen”. Wij gingen akkoord. Zaterdag 22 november 1998. Wij waren allemaal fit die morgen, ondanks de strenge nachtvorst (minus 8,7 graden) had niemand kou geleden. Batman had een koude loopneus, daar hebben we eerst achteraan moeten vangen. ‘s Avonds leden Oehoeboeroe en Batman vroegtijdig schipbreuk, s’ morgens was Oei-oei niet uit zijn slaapzak te branden. Kortom; een traditionele morgen. Want dààr houden wij van, tradities. Oei-oei, Yeti en Vliegend Hert hadden nog gepoogd een nachtwandeling te maken, het strandde op de Hase Brücke in ijzige kou met een dikke mist. We aten ons eitje in de bittere kou, het was nog steeds 4,4 graden vorst. De mist had zijn sporen in de vrieskou achter gelaten in de vorm van een kerstkaart. We gingen lopen, route 66. Enkele Sus Scrofa’s hadden zelfs portable foons bij zich, batman zelfs een laptop. Tja, 2000 nadert en je wilt met de tijd mee. Bij de Hase-Brücke deden we onze eerste natuurobservatie, twee heel bijzondere ganzen rustten uit op een ijsschots.

hase2 Hase3

Ze waren getrouwd, één had een ring om de poot. En een ring om de nek. Onderkant waren ze lichtbruin tot grijs, het vederdek iets donkerder. De snavel iets rozig, de poten oranje. Volgens Yeti waren het nijlgansen, dàt had hij goed gezien.

Alopochen aegyptiacus. Vogelgroep: Ganzen Nederlands: Nijlgans Veldkenmerken. 63-73 cm. Groter dan Bergeend, met langere roze poten en zware, roze snavel. Bovendelen grijsbruin tot rossigbruin, onderdelen beigegrijs met kastanjekleurige vlek op buik. Kop bleekgrijs met kastanjekleurig masker. Stuit, staart en grote slagpennen zwart. Heeft in de vlucht groot wit voorvleugelveld, als Casarca. Geluid. Lawaaiig, luide kwakende en grauwende geluiden, vooral in de vlucht. Sist bij verstoring.
Voorkomen. Oorspronkelijk uit tropisch Afrika (heeft in West-Palearctisch gebied in Egypte gebroed). Ingevoerd in Engeland in de 18e eeuw en in Nederland rond 1975. Verwilderde populaties steeds algemener. Habitat. Geïntroduceerde vogels in parken, weilanden nabij vijvers, rivieren en meren. Slechts zelden aan zee. Broedt in holen in bomen of in de grond. Voedsel. Voornamelijk plantaardig, zoals gras, bladeren en gecultiveerde gewassen. Graast in paren, familiegroepen of in grote troepen (in de winter). Ei. Zonder tekening, grondkleur crèmewit. Aan beide zijden sterk afgerond. Formaat 69 x 50 mm (62-74 x 47-54), gewicht (in gevangenschap) 97 g (79-110).Bokeloh1

De camera obscura van Oei-oei barstte letterlijk in tweeën (houtworm?). Het was ook een artefact van vóór de tijd van Drees. Oei-oei keek beteuterd naar de flarden film, zijn bloedeigen kindertjes stonden erop!! Oei-oei hoopte met adem inhouden de overbelichting tegen te gaan. Dat lukte hem aardig, het adem inhouden. De overigen maakten prachtige foto’s van Bokeloh in winterdracht. Het lukte ons zelf een paar roodborstjes voor de lens te krijgen.

Erithacus rubecula Vogelgroep: Kleine lijsterachtige. Veldkenmerken. 14 cm. Gemakkelijk te herkennen aan aardbruine bovendelen, witte buik en onderstaart, en oranje gezicht en borst die van bovendelen gescheiden zijn door grijze band. Oog groot en donker, opvallend in egaal oranje gezicht. Geslachten gelijk. Juveniel met oranjegele vlekken, als een juveniele lijster of Nachtegaal. Opgerichte houding. Doorgaans niet schuw en makkelijk te benaderen. In de zomer wordt territorium verdedigd door paar, in de winter hebben individuele vogels een voedselterritorium, dat met grote agressie wordt verdedigd. In de winter wordt aanwezigheid van territorium aangegeven door luide zang, ook door vrouwtje. Geluid. Roep metalig ‘tik tik’, soms kort ratelend. Zang wordt gehele jaar gehoord, luid, melodieus en parelend, vanaf verheven zangpost, maar vogel zit zelden geheel open. Voorkomen. Algemene standvogel, maar in noorden en oosten zomergast. Habitat. Vochtige loofbossen met ondergroei. Vermijdt dicht bos, droog naaldbos en open gebieden als velden, woestijnen, etc. Op trek ook in geïsoleerde bosjes en heggen in open gebieden. Voedsel. Ongewervelden, zaden en vruchten. Foerageert voornamelijk op de grond, pikt hierbij ook onstuimig in de grond om ondergrondse prooi op te sporen. Jaagt soms vanaf lage uitkijkpost. zandzak1

Her en der waren nooddijkjes en zandzakken te vinden als sporen van de strijd tegen het wassende water. Niet voor niks, sommige boerderijen lagen duidelijk in de gevarenzõne, die hadden tot hun derde oksel in het water gestaan. Het water stond nog steeds hoog, goed waren de verwoestingen te zien die het kolkende water had aangericht. In deze uitgestrekte landschap vervolgden vijf eenzame figuurtjes hun weg over nooddijkjes, zandzakken en soms diep in de blubber. Het was afzien, maar er kwam geen klacht van hun lippen. Het waren namelijk kranige kerels, die wij. We trokken verder, namen de brug in Bokeloh en vervolgden de terugweg. In het dorp betraden we het kerkhof en bezochten het graf van Heinrich Rolfes. Er waren veel pronkgraven te zien, ook hier ligt het kapitaal op het kerkhof. We verlieten het dorp en trokken het woud in. We hadden er zin an, we waren blij van zin, we waren optimistisch, we waren verdwaald. De nattigheid van de afgelopen maanden speelden ons parten. Na een poosje als mank vee rond te hebben gehost vonden we een pad, wij zijn per slotte padvinders!! Yeti was nog niet uitgehost, vol enthousiasme nam hij alle omwegen die er te vinden waren. Het leek wel of iemand hem een sambalzetpil in de kont had gestopt. De natuur was in rust, beversporen waren de enige sporen van activiteit. We liepen via het grote zandgat naar de Hase-altarm. We namen bij tijd en wijle een neut en een paf, dat hield de moed erin. Bij de tent aangekomen gingen we over tot de orde van de dag, genieten in het najaarszonnetje met een pintje en pafke dabei. Route 66 zat erop. Die avond en nacht vroor het slecht 5 graden, toch wel koud hoor. Zondag 22 november 1998. Na een ontbijt van rösti, worst, ei en augurken en vrieskou waren we om half tien gereed. De komende voettocht leidde ons naar de Mittelradde. De kou maakte de tocht een beetje bar. Yeti had zoveel ijs in zijn snor dat hij twee sleepsporen naliet. De Mittelradde was zoals verwacht verdwenen in een zee van ijs en water. We doken snel het wald in richting Wolff. Hier zagen we een drietal reeën, Oehoeboeroe zag nog een in het veld liggen. In fotografiehouding noemde hij het zelf. Boven in het zwerk werd een V-vormig formatie vogels waargenomen. Volgens enkele broeders waren het kraanvogels. Kraanvogels zijn reigerachtige gracieuze vogels, hebben een langzame krachtige vleugelslag afgewisseld met lange zweefvluchten. Ze overwinteren in Spanje. Ai, toch maar geen kraanvogels broeders. Ik hou het op de

Grauwe Gans, die heeft Noord-Duitsland-Denemarken als overwintering. Anser anser. Vogelgroep: Ganzen. Nederlands: Grauwe Gans. Duits: Graugans. Veldkenmerken. 75-90 cm. Een grote, zware, grijze gans met grote kop. Grauwe Gans verschilt van andere ‘grauwe ganzen’ door ontbreken van zwart op helder oranje snavel, vleeskleurige poten, lichtgrijze vleugelboeg en stuit, kop en nek niet donkerder dan lichaam en onderdelen (vrijwel) zonder donkere bandering. Borst vaak met zwarte vlekken, maar niet gebandeerd zoals bij Kolgans. Twee Europese ondersoorten kunnen in het veld herkend worden: Westeuropese A. a. anser heeft oranje snavel; Oosteuropese A. a. rubrirostris met roze snavel en blekere bovendelen. Geluid. Als van tamme gans. Voorkomen. Vroeger wijdverspreid, thans in verschillende kleinere gebieden. Sinds kort (opnieuw) ingevoerd in diverse gebieden. Zeer algemene broedvogel op IJsland. Habitat. Broedt nabij grote, open zoetwater gebieden met dichte oevervegetatie. In broedtijd in toendra, natte gebieden, moerassen, heidevenen etc. Buiten broedtijd in nat grasland, zoute en zoete moerassen, riviermondingen, ondergelopen terrein etc; foerageert ook op graanakkers, stoppelvelden en andere landbouwgebieden. Voedsel. Graast op wortels, knollen, groene bladeren, bloemknoppen, vruchten etc. Foerageert ook zwemmend. Ei. Zonder tekening, basiskleur crèmewit, licht- tot donkerbruin of geel wordend tijdens broeden. Schaal glad, niet glanzend. Vorm subelliptisch/lang subelliptisch. Formaat 85 x 58 mm (77-97 x 50-66), gewicht 149 g (122-179).

Het weekend zat erop, met de opruimingswerkzaamheden werd begonnen. Dit weekend ging een heel mooi beslag krijgen. Ons lustrum werd gevierd met een etentje bij de Chinees, als nette varkens, dat wel. Moed broeders, struikel niet. Vliegend Hert.

1998 April

1998 April

April 1998

Het paard van Vliegend Hert had letterlijk de batterij op. Het aantrekken van het paard door middel van de auto riep in het dorp menig lachbui op. Met de auto dan maar. Clara bracht ons. Bij aankomst werd de slaapwagen achter Gnobbe gehaald. De dekkleed die enige bescherming moest bieden tegen de elementen, bood het niet. Dit had voor Vliegend Hert later in het weekend tamelijk vervelende gevolgen, maar daarover later meer. Batman en Vliegend Hert togen eerst met de slaapwagen door het weiland, dat was een hele toer! De slaapwagen werd vervolgens door middel van een sleepkabel achter de auto bevestigd. Dit ging aanvankelijk goed. Het probleem was dat er geen stuur was, de dissel zocht zijn eigen weg. Batman probeerde met zijn gewicht de zaak te stabiliseren door op de slaapwagen te gaan zitten. Het mocht niet baten, de Slaapwagen schampte langs een dennenboom. Vlak voor deze crash kon Batman zich met een noodsprong uit de voeten maken. Een stukje schors en slaapwagen bleven achter. We namen afscheid van Clara en zetten meteen de tent op. Het bleef maar gereformeerd door regenen. De tent stond er spoedig. Vliegend Hert en Batman besloten die middag een tocht over de Hase-altarm te maken. Hoewel het nog tamelijk fris was, was de lente nadrukkelijk aanwezig. Her en der botten jonge loten uit de grond. Een mooie tijd, vooral omdat de lastige muggen nog ontbraken. Bij de tent aangekomen begon het te regenen. Aangezien de twee heren scoutachtergronden hadden, was het hout snel bij elkaar gesprokkeld. Werner had grote blokken hout aangeleverd, deze waren later aan de beurt. Het aanmaken van het natte hout kostte iets meer moeite, maar ook hier draaiden de ex-scouts hun handen niet voor om. Zeer spoedig brandde het vuur. Een op de kampplaats achtergelaten barbecue diende als bakplaat. Hierop lagen de Struikjes te sissen. Dat ging perfect en ze smaakten voortreffelijk. Het eten én de genoten consumpties deden de oogjes toe. Om half negen kwamen Oei-oei en Yeti. Helaas was Oehoeboeroe dit weekend verhinderd. Nadat ze zich hadden geïnstalleerd (het bleef niet bij een tandenborstel) namen we plaats om het kampvuur. Yeti kreeg een lumineus idee; straks gaat het donkeren, enkele stormlantaarns zouden zorgen voor een aangename sfeer. De lantaarns waren spoedig gevonden, maar waar was die kandelaarolie gebleven? Hij mompelde iets van: ik weet toch zeker dat ik … Plotseling stokte hij. Hij keek naar het vuur. Vervolgens loenste hij naar de ex-scouts. Deze vlogen overeind en hadden het plotseling heel druk met hout op het vuur gooien. Die avond hadden we een pracht kampvuur, ook Oei-oei had hout meegenomen, dus hadden we genoeg. Vliegend Hert kwam even later bescheten uit de slaapwagen. Zijn slaapzak was nat. Hij legde het zorgvuldig in een kruiwagen. “Om te drogen bij het kampvuur” zei de genie. Maar ín de kruiwagen lag een plons water. Dát zag de genie niet. de slaapzak werd dus ontzettend antidroog (diepe zucht). Maar het werd toch nog gezellig. Een rooster boven het vuur, ooit op een trektocht gevonden, diende als een soort reuze barbecue. Hierop gingen de braadworsten. Zie het voor je: pilsje in de ene hand, braadworst in de andere en gewoon voor je uit lullen. Dàt is leven man! Maar wat is dat? Een gepruttel uit het bos, daar kwam een soort van hoestbui aangereden. Uit de krat wurmde zich een persoon. Een kabouter van Rien Poortvliet? Nee, het is Werner! Hij had zich jaren niet laten zien, maar door familie omstandigheden had hij nu het rijk alleen. Hij verwonderde zich om de slechts vijf vaatjes bier die we bij ons hadden. Hij stak de draak met de zuinige Hollanders, vooral Yeti als zwager moest het ontgelden. Hij toog aan de bier en werd tussendoor door Oei-oei gevoerd met whisky. Hij lalde spoedig, zijn klep bleef geen moment dicht. We kregen het op een gegeven ogenblik over een onlangs gepleegde moord hier in de buurt. Werner had hier een gepaste straf voor: vierendelen door Kröte. Om te voorkomen dat de pootjes slipten werden deze voorzien van spikes. Het werd gezellig tot in de late uurtjes, bij zo’n knapperend kampvuur is het moeilijk wegkomen. Maar er kwam een tijd dat we ons nest indoken, lekker pitten. Yeti was eerst. Zaterdag We waren redelijk vroeg op. Om `s avonds een beetje droog te blijven bij het kampvuur besloten we een afdak te maken. Dat liep een beetje uit de hand. Het werd d’r een met echo, de zijkant zat ook nog verkeerd. Of zoals Oei-oei zou zeggen: de zijkant staat wel goed maar de wind staat verkeerd. De zijkant werd weer afgebroken en aan de andere kant opgebouwd. Vier figuurtjes in een hoek. De tent kon niet op de foto, was te groot. We maakten ons klaar voor de Bonifatius-tocht, het hoogtepunt van het weekend. Ooit genoemd naar een drankje die we onderweg meenamen. We gingen eerst even langs Werner. De krat stond bij zijn huis. Zij schoonmoeder zei dat hij een tikkeltje beetje last had van hoofdpijn. Nou, dat geloven we graag, de spons. Hij had net een begin gemaakt met een schuurtje voor Yeti`s vouwwagen. Werner gebruikte zijn ogen blijkbaar als waterpas. Bouwvergunningen gebruikt hij voor het opvullen van kieren. We togen op pad. Over de Hase-Brücke vonden we een dode bruine rat. Over de dijk trokken we richting Kamphauser Strabe. De weergoden waren ons goed gezind, het bleef droog. De natuur was in frivole lentedressing. Kleuren van wilgenstruwelen, jonge loten van meidoorn en grove den, wisselden van groen in diverse tinten, daartussen stond de sleedoorn en kers mooi te pronken met witte kelkbloemen terwijl een deken van sappig gras er als een golfveld bij lag. Het frisse groen van het gras werd soms onderbroken door het zachtgele ondergrond van het oorspronkelijke duinlandschap. Door dit paradijselijk landschap schreed “Die Alte Dame” de Hase. We maakten, over de Hase heen, prachtige landschapsfoto`s. Onze route werd gekruist zich met een kikkerpad. Natuurliefhebbers hadden een net langs de weg gespannen die moest voorkomen dat de hitsige kikkertjes door een brute autoband geplet werden. Opvangemmers her en der langs het net ving de groene rakkers op. Hierna werden ze over de weg gedragen en konden hun pad vervolgen. Het lijkt wel heitje voor karweitje, geen oude dames helpen oversteken maar kikkers. We vonden een onbekende bodembedekker in het bos, de bosanemoon te zijn zo bleek later. Een prachtige groene deken met smetteloze witte bloemen. Het begon te regenen. We trokken de kragen op. Nog even bij Werner langs, hout halen in kruiwagens. Dat was een hele toer. Hoe zoveel mogelijk hout mee te nemen op een kruiwagen. Met een volle band zou het een stuk makkelijker gaan. Het kampvuur brandde spoedig, we aten tosti’s. Lekker makkelijk zonder gesmeer. We vraten d’r goed van. Bij de oudste en jongste, zeg maar necro en embryo, gingen spoedig de gordijntjes dicht. Spoedig kwamen de braadworsten, maar het kaande niet zo makkelijk meer weg. Bij het koffie drinken kwam Oei-oei weer bij ons zitten. Maar niet voor lang! Spoedig zat hij in de stoel te slapen met de koffiemok in zijn hand, blijkbaar een interessant onderwerp aangeboord. Toch wel aandoenlijk zo’n slapende Oei-oei. Bij het open maken van het vat schrok hij wakker, oei, dat scheelt de helft van het bier. Maar het werd toch weer veel en laat. Op het eind van de avond stonden drie figuren op een rij aan het rand van het bos. Vliegend Hert, Yeti en Oei-oei. De eerste twee waren luid de aardappels aan het afgieten, Oei-oei koos voor zachtjes en oraal. Vliegend Hert wachtte nog een verassing, bij het optillen van de slaapmatras kwam een vloedgolf van water op hem toe. Oei-oei mompelde iets van El Niño en sliep weg. In goede en slechte tijden weten we elkaar wel weer te steunen! Afijn, plastic zakken doen wonderen zodat het met de nachtrust van Vliegend Hert wel goed kwam. Zondag. De dag startte met een vet ontbijt (ik krijg nòg de blafhik). Het weekend stond immers in het kader van Engeland. Een plak brood gecamoufleerd met bacon en ei, rijkelijk in vet gebakken aardappelschijfjes na. Geef mij maar een pikkel. Volgende keer maar gewoon weer crisis-vreten, dat was tenminste nog om aan te zien. We maakten ons op voor de klein reussies tocht. Langs de kolk liepen we richting Hase-altarm, hier zagen we een ree wegschieten en vonden we een dode hond.

ree3 Skelet hond

In het stilstaand water zagen we pijlkruit. Het eerste ontluikend leven van dit seizoen. Er begon nog meer te leven in ons, de lading begon te schuiven. Via een omtrekkende beweging ging het weer richting kamp, naar het huuske. Na het afbreken van het kamp bleek het een en ander over te zijn gebleven. Gek eigenlijk, in Marktkauf heb je veel meer honger dan in het veld. Afijn, het zat er om 12.00 uur weer op. Komend zomer barbecue bij Batman, voor het weet zitten we weer te vergaderen voor het winterweekend 1998. Een mijlpaal heren, we gaan dan op de kop af 10 jaar als Suscrofa`s naar Grob Dörgen. Een feestje waard dacht ik zo, moed broeders, struikel niet.

1997 November

1997 November

Bat en Vliegend Hert kwamen tegen 11.00 uur aan in Groß Dörgen. Berend Rolfes had ruimte vrijgelaten in de schuur. De batmobiel stond er dus spoedig. We snoven de vrijheid plus een wolk rook diep in onze longen. We overleefden de sigaar dankzij een Jagermeister. Eenieder zou het zelfkastijding noemen, wij doen het graag. Weerrapport: zwaar bewolkt waar elk moment regen uit kon vallen, het was een duustere dag. Toch kregen we die dag geen regen. De B. en V.H. maakten de eerste loop. Dat wil zeggen, over squawvally met een omtrekkende beweging richting boer Wolff. De natuur lag er dreigend bij, heerlijk depri. Tijd voor een zielknijper: Onvoorstelbaar dat je vervaagt, oplost, na een druk druk leven. Na alle inspanningen die je hebt gedaan om vat te krijgen op het leven. Mensen die zich verzetten tegen verval, het eindeloos rekken en kleuren. Hectisch leven, omdat we geloven dat het hier en nu moet gebeuren. De dood is absurd net als geboren worden, uit gaat het licht en dooft het geluid. Op is op, als we eenmaal in het kistje belanden, komen we er echt nooit meer uit. In de kist ligt de dood, koud en klein, het komt meestal te vroeg, zelden te laat. Het lichaam nietiger dat het bij leven was, we lijken te krimpen als ons hart niet meer slaat. Als het einde van het leven nadert, en het besef van vergankelijkheid groeit ten top. De dood is een genade, stel dat er geen dood zou zijn, waar verheug je je dan nog op? Van mensen die geloven, geloven velen in de hemel, slechts enkelen in het vagevuur. Bijna niemand die vermoedt dat hij daar zelf terecht komt, na zijn laatste uur. Het leven moet worden gerechtvaardigd, door een hiernamaals met brood en wijn. Het biedt in ieder geval perspectieven waar afvalligen jaloers op zijn. Aanvaarding zonder rancune, geen rekening vereffenen met het autoritaire Rome. In de vertrouwde omgeving van wierook en kaarsvet, het leven over je heen laten komen. Toch is de dood even onherroepelijk als alle hoop op leven daarna voorzien. Die ongrijpbare dood, het wordt de hoogste tijd voor een massale demonstratie. Schluß mit dem Tod, diese Schweinerei muß endlich abgeschafft werden!!. Naast de kikkerwei zagen we zwarte Taliban-koeien. Het waren ook nog stieren. We besloten niet voor rode doek te spelen. In de verte zagen we boeren met het vee bezig. Tot diep in de avond zijn ze daar bezig geweest met Joost mag weten waarmee. In het donker staken de lichtbundels van de tractorkoplampen priemend in het niets, als een buitenwereldse dikke tor pruttelde het later op ons af. Wij zaten inmiddels bij de tent en rispen Struik op. Tegen half acht kwam de rest van de ploeg. Oehoeboeroe opende het tentdoek en liet tegelijkertijd een krakende scheet horen, alsof zijn rug brak. We verwachten een door hevige pijn vertrokken gezicht te zien, maar zagen Uil grijzend van oor tot oor. De leden installeerden zich in de batmobiel. Oehoeboeroe opende het weekend met het traditionele openingswoord: Bedokokoma, afdeling suscrofa, team nobst. Groß Dörgen 21 november 1997, 15.00 uur. Geachte heren, het is inmiddels ongeveer 10 jaar geleden dat wij zijn gestart met deze weekenden. Dus ik wil een toost uitbrengen op zo`n lange tijd samen. (oerwoudgeluiden) Het programma van het weekend kennen wij, het thema is: ijsvrij. Wij beginnen met het volgende, het voorwoord. Dit keer van de secretaris Generaal (alco)Owl. Wij zijn hier reeds allen bijeen om het weekend uit te zijn. Ik wil er niet teveel woorden aan vuil maken, wij maken er een mooi weekend van. Wij startten met de koffie, daarna onze verplichte nachtwandeling over de dreven en zo (van Groß Dörgen). Zaterdags staan wij op en nuttigen onze maaltijd enzovoort. Zaterdag gaan we ook de natuur verkennen als deze ijsvrij is. Teveel ijs is koud. Zaterdag gaan we ook warm eten, zondag maken we ook wat van. Nu iets van de uil zelf, van de owl: aan de dreven van de Hase, zullen we ons altijd verbazen. Over de natuur, want die is nog puur. Prettige weekend jongs. Owl. (applaus) De avond begon, wetenschappelijke stellingen vlogen heen en weer, heftige discussies begonnen. Gek eigenlijk, dat je daar zo van gaat lekken. Zaterdag 22 november 1997. We togen tegen 9.15 uur op pad, we trokken op richting het oel`nbossie. Door het vochtige weer van de laatste tijd wemelde er van de paddestoelen. Het vreemde aan het oel`nbossie is dat we de laatste jaren geen enkele teken van een uil gevonden of gezien hebben. We maakten een rondtrekkende beweging om de Hase-altarm. De natuur was in diepe rust. Alles was even grijs, grauw en zo vochtig als een gebruikte Tenaluier. Kortom Yeti, Oei-oei, Oehoeboeroe (In het chinees: oeloeboeloe), Vliegend Hert en de Bat werden vrolijk. Een man had net een motor gekocht. Hij kreeg het advies mee om dagelijks de grote leren zadel goed in het vet te zetten. Bij thuiskomst toog de man gelijk aan het werk, even later glom de lederen zadel van de ledervet. Hij beslot die middag een toertocht te maken. Dat ging zo mooi dat hij de tijd vergat. Hij belde bij een boer aan voor overnachting. Dat was vanzelfsprekend, hij mocht zelfs mee eten. In de keuken zag hij stapels vuile serviesgoed. Hij keek de boer vragend aan. Tja, zei de boer, we hebben in dit huis een afspraak: wie het eerst onder het eten praat moet de afwas doen. Tijdens het eten was het muisstil. De motorrijder keek de mooie dochter aan en denkt, die is voor mij. Hij nam de dochter waar iedereen bij zat. Niemand had trek in een grote afwas dus het bleef stil. Hierna nam hij de vrouw van de boer, het bleef stil. Hij keek rond en dacht, tijd om mijn motorzadel in het ledervet te zetten. Hij stond op, nam de pot ledervet en liep naar boer toe. Deze keek hem verschrikt aan en stamelde, laat maar, ik doe de afwas wel….Oei-oei begon een treurig lied te zingen: _Jantje had een klein konijntje, dat zijn beste vriendje was_. We zagen, door spechten, bewerkte boomstammen. De houtwormen hadden wonderlijke gangen in het hout gevreten, hun schrift leek op hiërogliefen. Alsof de wormen ons iets te zeggen hadden. Iets in de trend van: thans hout, later jullie. Rotbeesten. Een door bevers afgeknaagde boom lag in de Hase. Alleen de verse vraatsporen aan de boomtop verried hun huidige aanwezigheid. Bevers zijn in opkomst en tellen weer volwaardig mee. We zagen nog meer paddestoelen, volgens Oehoeboeroe: lederhozenpaddestoelen of hondsdrafzwammen, zeker geen buisjeszwammen. Dan zouden het Wavin-zwammen heten, want daar hebben ze buizen zat. Waarom heeft Bill Clinton onderbroeken van katoen? Dan houdt hij het warm om zijn enkels. Een schone maagd in Trinidad, zwom zo maar in haar blote gat. niet voor de show, maar meer omdat, ‘r ‘n kwal in haar bikini zat. Gezien in de Story: Geachte Mona, ik ben erachter gekomen dat mijn man een homofiel is, moet ik hem nu de rug toekeren? Oei-oei slaakte een diepe zucht, even leek hij een orgas-musje. Links van ons zag Yeti een fortificatie boven op de wal, “de russen komen”, werd gemompeld. We troosten ons aan een oud belgisch spreekwoord die zegt: Eén Rus op de Wal maakt nog geen Walrus. We zagen een vijfarmige boom, op deze boom zagen we mossen, braam, vogelkers en varen groeien. Een sterk staaltje symbiose. Oehoeboeroe strekte zijn schouders, keek ons ernstig aan en sprak: Wat de natuur ons laat zien is verbluffend, als je wilt kun je er van janken, maar wij willen niet van janken, dus lopen wij gewoon door. Welke lippen spreken zo een waarheid? Wie negeert zoveel wijsheid? Verderop zagen we een Kardinaalmutsstruik. De prachtige rode kroonblaadjes met roze vruchtjes, samen de vorm van een kardinaalsmuts, gaven een speels accent aan het omgevende grijs. Oehoeboeroe zag een silhouet in het water, hij begon zachter te praten. “Het lijkt wel de monster van Loch Ness. De monster van de Altarm kon het niet zijn want dat is een dooie arm” mompelde Wijze Hij. We naderden de Hase, we zagen wederom een vlammende Kardinaalsmuts. Dat onze gesprekken getuigen van diepgang getuigt het volgende: “hé, kiek, kardinaalskatjes”. “Aaah neeee jong, da`s `n katholieke struuke, kiek d`r zitten oranje zaden in, dat lussen vogels graag, als je ze in de tuune gooit, komt d`r niks van terecht”. (Achterop lopend lid) “Wat zei hij?” (Antwoord) “Als je die oranje zaden in de tuune gooit, komt van de vogels niks terecht..”. We liepen even later langs de woeste stroom van de Hase, met onze woeste blikken. Links van ons kronkelt bosrank en duivelsnaaigaren wurgend in de takken hop en neer.

Korstmos3 Hop1

We naderden het zandgat en zagen Alwies Rolfes met de fiets. Hij zocht taaie berkentak voor een bezem. In de verte zagen we raceteven. Voor één van de hondenkarretjes liep een dame in een strakke legging. Ze had het koud want ze was puntig. Onze priemende ogen lazen schaamteloos lip. Als je de hand in haar broekje doet, moet het aanvoelen alsof je een paard voert. Oei-oei meende iemand te herkennen, wederom een uniek dialoog met Oehoeboeroe: “Kiek, doar heb je joen maat ok”. “Die?, die ken ik niet, hoe ziet ie d`r uut dan, is dat die hondenbaas?”. “Nee, da`s iene van Jan Maat”. “Wie?, Vlooien Willie?”. “Nee, die vent die altied met popcorn voor de Hema staat”. “Oo, iene van Zwarte Diene!”. “Jaa, juust ja…,Jan Klaassen, die wil mij ok niet meer kennen…, ben bliede van trouwens”. We naderden het veld van eikelgras. Volgens Oei-oei: equisetum. Owl nam een handvol mee voor zijn tuin. Weer zagen we beversporen. De volgende keer nemen we een boot mee, we gaan de oeverrand bespieden van onder uit. We kwamen terug op het bospad, volgens Oehoeboeroe het pad van Robinson Crusoë. Vliegend Hert durfde te vragen naar het waarom. Zijne Wijsheid antwoordde: “omdat het zaterdag is, vrijdag is geweest”. Wie negeert zoveel wijsheid? “Kiek, een dinosaurusei, die ligt hier al lang, het is al helemaal gruun…” Via het zandgat, over de diek kwamen we terug op het kamp. De barbecue werd opgestookt. In een dichterlijke opwelling oreerde Oei-oei:
terwijl het vuurtje vrolijk vlamde, brandde hij zijn grote hande.. Gezien in de Story: Geachte Mona, mijn man wil dat ik hem pijp. Moet ik dit slikken? If there’s no colour at all, in alcohol, Why does the nose of a slurper, turn to purper? De tosti`s op de barbecue gingen erin als koek, in een mum van tijd aten we ons klem. Die avond werd niet de gebruikelijke kost gegeten. Batman capituleerde, zelfs een aangeboden augurk of pilsje kon hem niet meer oprichten. Een typisch geval van jammer. Als Titanic kapseisde hij neder, vol begrip deden we een stap opzij. De rest ging nog een korte avondwandeling maken. We liepen over de Hase-Brücke, via het smalle zandpad, naar de andere dooie arm van de Hase. Hier vonden we een eendenval. Deze stond nog op scherp, een eend zou hierin ongetwijfeld de hongerdood hebben gevonden, de val werd namelijk niet door de eigenaar bezocht. Wat zou die figuur veel eekhoorns lokken. (Die komen altijd op de grootste eikels af.) Het donkerde snel, we stevenden rap af op het nat-in-het-vat. Yeti trakteerde die avond de happy few op een heuse paddestoelenstoof. Notabene door zijn schoonmoeder (schönmutter) gemaakt. Hij was wel zo slim om ons de eerste happen te laten nemen, de leperd!! Zondag 23 november 1997. We mochten weer wakker worden, we dankten Yeti (en nog meer zijn schoonmoeder). Yeti en Oei-oei hadden weer eens ontzettend geen zin om op te staan. We verwenden ons met zakkenspanners, apenlullen en kikkerruggen. We maakten ons op voor de klein reussiestocht. Ons doel was de mittelradde. Deze zou verbouwd zijn, Alwies had ons dat daags tevoren verteld. Eerst gingen we richting Wolff, hier vonden we gekleurd schimmel op een boomstam, paars, felrood met witte punten. Kleuren die men zelden in de natuur ziet.

kooiklem Korstmos2

Vliegend Hert zag als eerste twee reeën over de dreven wegrennen. Hij kon als enige een foto maken. Yeti en Oei-oei waren te druk bezig met het instellen van hun meccanodozen. Lopen die bakken soms op stoom? Op een fris groen blad kroop een vette worm, hij dacht: deze sappige groene blad ga ik heerlijk opeten, daar wordt ik groot en rond van. Echter, achter de worm loerde een vogel, hij keek naar de vette worm en dacht: deze worm is voor mij. Wat de vogel niet zag was een poes achter hem. Deze zette zich schrap en dacht: deze vogel wordt mijn middagdis. Hij nam een sprong….maar mistte. De poes belandde in een grote plas water onder de boom. Moraal van het verhaal: Hoe groter de begeerte, des te natter de poes. Verderop vonden we een val. En wel een vreemde. Een ei moest een bunzing in een tunnel met een diameter van een regenpijp lokken. Temidden van een overdekte middenplaats lag opnieuw een ei. Een enorme berenklem moest bij het betreden dichtslaan. De klem zou over hem heen dicht slaan, net als touwtjespringen bij schoolmeisjes. Ooit een koe een haas zien vangen? We maakten de val verleden tijd, een viel. Bij de mittelradde vonden we de derde val van dit weekend. Een kooiwerk moest de bezoeker een verdrinkingsdood bezorgen. In alle drie gevallen zal het slachtoffer een tergend langzame dood sterven. Loopt hier Mengele nog rond? Ons rust de schone taak deze martelwerktuigen onklaar te maken, definitief. Wat voor soort val we ook tegenkomen, het is één pot nat. Net als twee lesbiennes die het bed delen en één ervan heeft geen zin. Eén pot nat. De Mittelradde werd terug gebracht in zijn originele loop, compleet met overloopvelden.

klem1 Landschap2 Het landschap cultiveert in een cirkel en is weer terug bij af, hetzelfde zie je bij de Drentse AA. We trokken dwars door de wouden naar onze kampplaats, het najaarsweekend 1997 zat erop.

Moed broeders, struikel niet. Vliegend Hert 18 januari 1998.

Bedenk, wie nicotine vreest, en hier ontdaan mijn grafschrift leest: Ik overleed aan roest afzetting, na het roken van een ketting.

Al heeft een wekker een gouden bel, men wenst het kreng toch naar de hel.

‘U vraagt’, zei de man uit Manilla, ‘waarom ik hier zo zit te gilla, wel verdorie ik zit, op mijn eigen gebit, en nou bijt ik mezelf in de billa.’.

Are you ticked by Lot?

De Nederlander noemt het water, de Fransman spreekt van L’eau, De Belg, die beide talen kent, spreekt van Waterloo.

Een man snoefde tegen de herder: “Ik kan in één oogopslag raden hoeveel schapen je hebt”. Als je dat lukt, antwoordde de herder, dan krijg jij van mij een schaap. De snoever raadde precies het juiste aantal schapen en won hiermee de weddenschap. Hij liep door de kudde, vond een mooi exemplaar en gooide het op de schouders. De herder naderde de man, keek hem strak aan en zei: als ik nou eens raad uit welk land je komt……, mag ik dan mijn hond terug?

‘You’re always blutt’, said Yall to Yutt, ‘for reason you, ain’t got no futt’, ‘Shut up, old trutt,’, said foul-mouthed Yutt, ‘I gotta do, my midday-dutt’.

‘Van brood’ sprak mijn nicht in Snake, ‘raakt mijn maag zo van strake, vandaar dat ik maar, voorlopig een jaar, niets anders eet dan cake’.

The hemp is nearer than the rock, but nearer is the roll, when Malies rocks around the clock, in her baby-doll.

Rompelt een rover, ooit u over, futsel dan terstond, zijn pistool ont.

1997 Mei

Na de lange winterstop kwam het weekend weer in zicht. Na een hectisch vergadering van een uur of 5 bij Vliegend Hert, waarbij alleen besloten werd dat we de harikost met hawai-ringen weer als het hoofdmaal zou meenemen. Werd er nog laat op de avond besloten om dit keer met z’n allen inkopen te gaan doen Wanneer hebben we het nog meer over gehad? Weet ik niet meer ! Wel weet dat die gele rakkers met hun witte mutsen goed smaakten. Maar goed zo kwam het dat we op een donderdagavond bij de Yeti klaarstonden, waarnaar we met zijn allen in de Groene “Struik” Rover van Vliegend Hert werden gehesen. Je weet wel die met ruimte voor een pony en 5 versnellingen. Vier blozende kopjes gingen even later de grens over van Germania. Het land van bier en braadworst waar een weekend in de natuur nog zo goed kan zijn! Het doel was de “Marktkauf. Niet dat we een hele markt wilden kopen, alhoewel het aan Oei Oei’s zakbijbel waar een gereformeerde dominee nog jaloers op zou wezen, zou je bijna denken. Neen, onze proviand voor het weekend werd hier ingeslagen. Na aankomst aldaar werd een strategisch plan opgesteld. Men pakke een winkelwagen, rij als eerste de drankhal naar binnen, niet te ver (zijn we de kassajuffrouw wel eens gepasseerd?, gooi hem vol met vaten bier gooi er als toegift nog een alternatieve bierpomp bij op (je weet maar nooit), en sta dan 2 minuten later weer buiten. Goed, sjekkie pauze, en plan “B” bespreken. Het plunderen van de winkel. Ondertussen werd onze mannelijkheid op de proef gesteld door een Duitse kantoorklerk welk naar jaren bij moeder te hebben geleefd als vrijgezel, maar nu naar haar overlijden, de kans vrij ziet. Hij huurt een paar billen (een of ander escortservice) en weet dan niets beter om haar te showen in de Marktkauf in de veronderstelling hiermee het geruchten circuit in de buurt weer voor jaren te hebben voorzien. Dat ook hij wel aantrekkelijke dames kan krijgen, en dus niet op mannen valt. Voor onze ogen komt een kort gerokte miep uit de auto, welk verdere kleren anatomisch precies naar haar lijf zijn gemaakt. Ik zie enkelen van ons langzaam tegen de auto omlaag zakken. Van verbijstering, of willen de heren liplezen? Ons “Deerntje” loopt ondertussen heupwiegend met de opgedroogde kantoorklerk richting winkel. Even denk ik plan B valt in duigen door algemene desoriëntatie, maar nee, als door een wesp gestoken storten sommigen onder ons zich op de winkelwagen en snellen richting ingang. Gelukkig zijn de twee in het gewoel verdwenen als wij het toegangspoortje door zijn, een rust keert weer over ons. De rokende wielen van de winkelwagen krijgen nu ook de tijd om wat af te koelen. Alhoewel rust, de gedachten blijven er, volgens Hert moeten er braadworsten mee en apenlullen, als deze dildo’s de bodem van winkelwagen nog maar net hebben bereikt zie ik Hert en Yeti met z’n tweeën zich vergrijpen aan “Pikkels” (augurken in beschaafd Nederlands). De heren zitten in het openbaar na te doen wat ze in gedachten door dat deerntje wilden laten doen. Naar een verwonderd blik van de Bat om het schap worden de laatste pikkels weer teruggestopt in de pot. Na de deksel weer te hebben gesloten wordt de pot weer netjes tussen de andere gezet. De nog steeds verwonderd kijkende Bat wordt medegedeeld, we nemen zo’n pot mee voor het weekend. Een andere pot wordt tussen de voorraad weggetrokken en naar de kar gebracht, waar een al even verwonderde Oei Oei vraagt “Jullie zijn toch niet zwanger hé? Naar een uitleg die nergens opslaat is deze overtuigd, de pot kan mee. Bij de drank wordt gelijk het thema voor het weekend bedacht: de Bat komt met een fles “Metaxus- aanlopen en verklaart “We maken er een Grieks weekend van want ik weet zeker dat Werner dit niet lust, zodat we hem in het najaar weer terugkrijgen” Voor diegenen die even het verhaal kwijt zijn, Wermer is de zwager van Yeti en deze zou het weekend langs komen. En dat met die drank, zie de verslagen hiervoor. Na alles te hebben volgens Oei Oei’s bijbel kon er afgerekend worden. De kassajuffrouw begint grote ogen op te zetten, als na zoveel drank en zwijnenvlees, ineens die bijbel weer te voorschijn komt. Dat is toch geen orthodoxe jood die hier de “Thora” gaat voorlezen, vraagt ze zich af. Maar als Oei Oei de bijbel op de toonbank legt en hieruit een check te voorschijn tovert, zie je haar gezicht opklaren. Buiten gekomen wordt alles over geladen in de gemotoriseerde wagen. Terwijl we hiermee bezig zijn komt onze opgedroogde kantoorklerk er ook weer aan met het deerntje, hij heeft een bloemetje voor haar gekocht, de kneuter! Onze boys beginnen weer langs de auto te glijden Na een laatste blik op haar naadjes wanneer ze met de veel te korte rok in de dinky toy van de kneuter stapt, beginnen er een Paar van ons acute verstijving’s verschijnselen te krijgen. De vrijdag begon voor ons nadat Vliegend Hert op zijn Kawasnakkie richting de Bat was vertrokken. Het was een mooie Kawasnakkie van Hert, die even als zijn baas de vrijheid rook. Ook de Bat en zijn paard waren zover dat de vrijheid begon te kriebelen, zodat het niet lang duurde of beide zaten gepakt en gezakt op hun Kawasnakkie’s richting Germania. In Groß Dörgen aangekomen om een uur of elf werd eerst even getankt van de vrijheid, de schone lucht, de sigaar en de halve liters die zomaar ineens uit Herts plunjezak te voorschijn kwamen. Na hier een poosje in de zon te hebben gelegen en de eerste halve liter was verdwenen vroeg de Bat zich af, of de vouwwagen niet opgehaald moest worden, voordat we van te veel bier en van de zon begonnen te genieten. Maar volgens Hert kon dit nog wel even wachten. Twee halve litertjes later werd alsnog besloten om de vouwwagen te gaan halen voordat we in een te desolate toestand kwamen dat dit niet meer mogelijk was. Met het paard van de Bat werd naar het huis van Yeti’s schoonfamilie gereden waar aldaar in het weiland de dertig paardenkrachten van de Kawa voor de vouwwagen werd gespannen. Met het geluk dat het hek nog los stond van de weide en vliegend Hert zijn naam eer aan deed stoof even later een stofwolk achter zich latend, een vreemd transport richting de Apfeltoene. Daar aangekomen werd de wagen uit geflapt en de boel opgezet. Omdat het nogal warm was vonden we dat we wel wat rust en drinken konden gebruiken. Nadat de bier op was werd besloten om de noodvoorraad aan te slaan. Na een halve liter Jagermeister en een flesje Mummelmann begonnen onze luxaflexen steeds dicht te vallen. Kwam dit nu van die lage zon of was er wat anders in het spel? Vliegend Hert nam een wijs besluit “laten we maar een tukje doen want we moeten ook nog eten klaar maken” zei hij. Aldus werd besloten en het laatste wat de Bat zich nog kan herinneren was dat hij de vouwwagen had gehaald. Tegen 19 00 was het alcoholpercentage weer zodanig gedaald dat Hert wakker werd, hij had alweer dorst, de zuipschuit! De blikken Struik Jachtschotel met een Grunniger kookmetworst met kruidnagel, kleiner als die leuning van vorig jaar werden opgewarmd. Ondertussen had Vliegend Hert het kampvuur ontstoken en kon het weekend opnieuw beginnen na een blackout van een uur of drie. We zaten nog maar net goed en wel of de rest van de bende verscheen al. Yeti en Oei Oei want de Wijze Uil had ons dit keer alleen op stap laten gaan. Waarschijnlijk met de gedachten, ze worden ook een dagje ouder. Het moet ook een keer kunnen. Hakkete gaat voortaan zijn eigen wildspoor volgen, die had van het voorjaar besloten dat deze weekeinden hem toch wat te veel tijd kosten. Hakkete is vanaf November 1991 bij de club gekomen, van de 11 volle weekenden in Groß Dörgen diende hij er slechts 4 uit. Zijn vertrek is jammer maar er komt zo wel meer rust in de groep. Hakkete, bedankt, het ga je goed en vaarwel! Dus met z’n vieren, ook gezellig hoor, je kunt met vier man nog altijd kaarten. Nadat Oei Oei en Yeti hun hele deken arsenaal hadden gedumpt in de vouwwagen, welk door het toegenomen gewicht gelijk uit het lood kwam te staan, werd koffie gepresenteerd aan het kampvuur. Tijd voor het openingswoord. Omdat de Bat de oudste nu was van het gezelschap werd door hem het volgende uitgesproken; Geachte beren, dit is in de volksmond het bekende woord voor een mannelijk zwijn. Ik had natuurlijk kunnen zeggen; Geachte evers, omdat dit meer overeenkomt met Sus. Maar Evers rijmt op jenevers, Beren kun je meer verdraaien naar Berenburg, wat ons meer treft. Het Griekse woord voor zwijn moet vast te maken hebben met Metaxus. Ook de oude Grieken hadden het zwijn in hun vaandel staan. Omdat anijsjenever hun nationale drank is moet het wel zo zijn. Zo laten we dit weekend uitroepen tot een Grieks weekend. Nadat het officiële gedeelte was afgesloten met koffie en een zwaar vallend openingswoord werd het tijd voor het officieuze. het eerste vaatje werd aangerukt, zelfs met een nieuwe pomp. Eens kijken hoe dat werkt mompelde Yeti terwijl hij de pomp uit de verpakking trok. Ik zag Hert nog met een scheef oog kijken, van gaat dat wel goed, maar voor dat pomp op het vat zat lag hij al in tweeën. Dat hej mooi doan mienjong verzuchtte Hert. Maar Yeti was niet uit het veld geslagen. Die krieg`n ze terugge, verklaarde hij. Oei Oei had het allemaal geloof ik wel van te voren zien aankomen want een moment later was onze oude vertrouwde pomp weer op het vat. Ondertussen werd van iedereen verwacht dat men een stok met een punt maakte voor de braadworsten En zo zag je even later onder het genot van een pilsje dat iedereen bezig was met een stukje snijwerk, waarbij een chirurg van het Schepertje zijn vraagtekens zou zetten, hebben deze niet een kans mislopen? Er waren er zelf bij die van één tak twee maakten. Toen de eerste lullen aan de stok gespietst waren en boven het vuur hingen te bruinen kwamen ook de verhalen weer boven water uit heden en verleden. Daarna hebben we de sirtaki gedanst nadat we van de mosterd hadden geproefd. Het begon ook donker te worden en boven ons ontwaakte een maanloze hemel met een sterrenpracht die we al jaren in ons eigen dorp niet meer kenden. Door die vele verlichting van de Bonenkwekers uit de omving. Even later konden we een satelliet zien welk volgens enkelen onder ons de Spacelab moest zijn. Volgens de Bat was die container al lang uit de lucht en was dit de Mir. Hoe het ook zij hij kwam die avond nog al eens over want we hebben tot in de kleine uurtjes volgehouden. Zelfs zonder de gebruikelijke nachtwandeling, mede waarschijnlijk door de braadworsten welk niet alleen gelaten konden worden. Tegen half twee werd toch besloten om de slaapzakken op te zoeken. Yeti en Hert namen nog een trekje, Yeti kwam onverwachts met het volgend verhaal wat hem nog lang zal achtervolgen: hij putte uit zijn jeugdherinneringen een verhaal op dat hij met Benny bezig was geweest met Ria. Het volgende werd door u scribent opgetekend: Ik wol heur net `n beurt geem zat Bennie er met zijn bek er veur. Er viel een moment stilte. Toen vroeg Hert; woar zat Bennie met de bek veur? (je kunt dit namelijk ook anders opvatten). Er volgde een daverend lachsalvo. Één rood hoofd probeerde wanhopig het verhaal te corrigeren hetgeen hem ontzettend niet lukte. Ook de laatste twee gingen tenslotte onderuit in de slaapzakken. Hert vergat, dat als Yeti toe is aan slaap ook slaapt. Terwijl hij nog zat te genieten van zijn laatste trekje en zich nog eenmaal wou wenden naar Yeti kreeg hij alleen nog maar gesnurk als antwoord. Er zat voor hem niets anders op om huppend in zijn slaapzak het licht uit te doen. Zaterdag 31 mei. Het begon met een gemopper van Vliegend Hert dat het verdomd koud was geweest de afgelopen nacht. Het raam bleek de hele nacht open te zijn geweest en hij sliep er pal naast. Terwijl de Bat koffie begon te zetten schuifelde Hert wat door de tent, en zocht tussen de foerage. Even later moest de Bat er toch wel aan geloven. Zat die me niet op zijn nuchtere maag pikkels naar binnen te douwen. Toen de Bat en Vliegend Hert de koffie, de eieren en het kampvuur klaar hadden werd het tijd om een kanonsschot boven de “Grebbeberg” te lossen. Hert voerde naar binnen en liet een daverend knal horen. Dit werd vanaf de Grebbeberg beantwoord met een al even zo’n harde knal. Hert merkte op dat nu niet het is struik wat ik ruik gold. Een lage mist begon zich van de Grebbeberg los te maken. Tevreden kwam hij weer naar buiten: ze zijn wakker, voegde hij de Bat toe. Even later verscheen Yeti maar Oei-oei liet nog op zich wachten. Toen hij eindelijk verscheen zag hij de wereld niet zoals wij hem zagen. Hij was ziek! Dat was hij de dag er voor ook al, maar als een echte bikkel laat je voor zoiets geen weekend lopen dacht hij. Eentje met ruggengraat, die Oei-oei. Maar nu zag het er niet beter uit. Zo kwam het dus dat we tegen half tien met z’n drieën vertrokken richting het gebied achter de schuur van Rolfers. De Bat was voorzien van zijn sonarapparatuur (ander woord voor parabool microfoon) en volgde op enige afstand van Yeti en Vliegend Hert, die rustig keuvelend door het rivierduinenlandschap trokken. Hierdoor kon hij de vogelgeluiden ongestoord opnemen. Na het bosje met de wilde rozen- en meiboomstruiken achter zich te hebben gelaten vervoegde hij zich weer bij de andere twee leden. Door de wind was het toch niet goed mogelijk om goede geluidsopnames te maken hoewel een koekoek toch nog probeerde aandacht te trekken. Wij gingen het hek over en kwamen nu op het weide gebied waar we verder lang de Hase trokken. Bij de bocht in de rivier naar links werd het tijd voor een “sigar dabei” en een welverdiende rust. Na zoveel indrukken van deze overweldigende natuur met daarbij het gevoel in de maag van een ronddrijvende dweil hadden we het nodig. We vleien ons neer in de rivieroever en spraken elkaar over het mooie landschap. Langzaam zag je gesprekken verstommen en een soort meditatie trad op, of was het toch slaapgebrek? Ineens klonk er een stem achter ons: “habt ihr Hermann nicht mitgenommen? Verschrikt keken we om. Een koe stond op nog geen twee meter van ons af, verder was het landschap verlaten. Dit kon toch niet, of droomde we? Nogmaals herhaalde de koe de vraag: habt ihr Hermann nicht mitgenommen? Nu wisten we het zeker dat beest sprak Yeti probeerde in zijn beste Germaans de vraag te beantwoorden : “Nein er hat andere verplichtoengen” Teleurgesteld antwoordde de koe, “lch hat mich zo gefreud auf im, nach vorige jahr” en liep sjokkend verder ons in verbijstering achterlatend. Had de Wijze Uil een speciale vriend hier? Nu wisten we wel uit voorgaande jaren dat hij met iedereen vrienden maakte. Of het nu mens of dier was, maar dit was toch iets wat we niet hadden verwacht. Dan moet dat die zijn welke Uil met zijn achterpoten in de laarzen wou zetten toen hij nog klein was opperde Hert. Wij konden het niet met zekerheid zeggen want de wijze Uil was er niet. Maar de Bat had in alle consternatie toch een foto van het dier gemaakt. Als de Uil dit verslag leest en de foto bekijkt, kan hij altijd ons altijd verdere uitleg geven. Nu we weer wakker waren werd het tijd om de natuur verder te bekijken. In een bosje werd onze aandacht getrokken door een gezang van een vogel die we niet gelijk herkenden. Fototoestellen, paraboolmicrofoons, alles kwam te voorschijn om dit nader te onderzoeken. De eerste conclusie van de Bat was, dit moet een “Hop” zijn. Nu begon Vliegend Hert ook te loensen: “Een Hop? die komt hier helemaal niet voor” verklaarde hij “Laten we het op een mus houden” probeerde Yeti de situatie te redden. Twee ongelofelijke blikken werden nu op hem gericht. Dit kan toch niet: een mus? Gelukkig voor hem werd de situatie gered door een kano volkje dat langs kwam en ontzettend vriendelijk was welke De Bat deed opmerken, als ze toch niks willen zeggen kunnen we toch altijd die vrouw nog even beurt geven. Bij dat staartje pakken voorover duwen en hoppa!”. We waren er weer en ons gezonde verstand werkte weer normaal. En zo kon de onbekende vogel ook gedetermineerd worden als de “gewone rietzanger” en wij konden weer verder. We vervolgden onze tocht via de Hase-oever nu langs het populieren bos. Ondertussen kwamen we meer van dat vriendelijk volk tegen in kano’s welk Yeti deed verzuchten: doar kan net zo goed niks in zitten, ze zeggen toch niks. Nou, hij werd op zijn wenken bediend, een moment later dreef er een kano voorbij die leeg was. Yeti al trots als een “druïde” die voor het eerst zijn toverspreuk zag uitgevoerd, moest even later constateren dat de kano werd achtervolgd door kano met wel iemand erin. Het bleek de eigenaar te zijn die hier een mooi glooiende baan had gemaakt om de kano’s van de oever te krijgen. We vervolgden onze tocht en maakten nog wat close-up foto’s van insecten. Na het bos weer achter ons te hebben gelaten bleek dat we ons iets te warm hadden gekleed, we begonnen langzaam aan de kook te raken. Tijd voor een pauze en wat overtollige kleding verwijderen. Na deze onderbreking kwamen we bij een kikkerpoelje met allerlei waterplanten. De volgende werden waargenomen, de fijne waterranonkel, de winterfoelier en waterscheerling. Ondertussen probeerden Yeti en Vliegend Hert de kikkers op de gevoelige plaat vast te leggen wat niet best lukte want deze beesten hebben een hoop lawaai tot dat je in de buurt bent, dan zijn ze stil en springen weg in het water. Wanneer je twee meter verder bent, ze weer achter je hoort. Hierna zijn we de heuvelrug overgetrokken richting het bouwland van Berent Rolfers waar onze Sussen zouden hebben huisgehouden. Nou dit was te zien, over een groot gedeelte van de bouwvoren was de grond omgewoeld en had het edele dier zijn sporen achtergelaten. Via het pad langs het lndianenlager liepen we terug. Bij het hek naar het weidegebied hoorden we iets. Volgen de Bat moesten er jonge vogels in de ronde ijzeren paal zitten, wat een gehoor hé! Voorzichtig gingen een drietal koppen omlaag om te turen in het duistere inwendige van de paal. Een plotseling hard gesis deed ons verstijven en verschrikt onze hoofden terugtrekken “Daor zit `n nest in met jonge slang`n” merkte Yeti op. De flitser van Bat z’n camera moest er aan geloven om iets meer van dit uitzonderlijk fenomeen waar te nemen. Wat niet lukte. Hier komm we op terugge merkte de Bat op: en wie nemen dan un zaklanteern met. Zo kwam het dan ook dat dit illustere drietal tegen 13:00 uur weer het kampterrein betraden waar een zichtbaar opgeknapte Oei Oei ons verwelkomde. Na een poosje van de zon, het lagerfeuer en een nieuw aangeslagen vaatje bier te hebben genoten, werd tegen 15:00 uur toch besloten om nog even een wandeling te maken. Te meer daar onze Oei Oei nog niet veel van de natuur had mee gekregen. Zo kon men dan ook even later een viertal personen observeren die zich begaven richting de Kolk. Het weer was nog steeds prachtig en had zich bewapend met zonnebrillen en was verder uitgerust met allerlei technische hulpmiddelen. Na de “Kolk” te zijn gepasseerd hadden we een vrij uitzicht op het weidegebied tussen de bossen. Op het eerste gezicht waren er geen reeën of hazen te zien. De Bat maakte een omtrekkende beweging naar het uilenbos met de bedoeling het eventuele aanwezige wild richting de anderen te sturen. Maar hij moest al gauw constateren dat er weinig wild in zijn regio was, maar dat de andere drie iets voor hun lens moesten hebben, getuige het aantal lullen wat voor hun uitstak. Voordat nu iemand op verkeerde gedachten komt. Een l.u.l. is een lang uitstekend lens. Twee met allerlei instelbewegingen en een met automatische focus probeerden iets vast te leggen. Toen de Bat binnen gehoorsafstand kwam hoorde hij opmerkingen over automatisch scherpstellen, mechanische sluiters enz. Dat dit op een regelrechte competitie zou uitlopen dat weekend begreep hij toen ook nog niet. Maar op dat moment was er ergens een stelling gezet. We vervolgden onze weg richting Hase Altarm waar we de recente beversporen nog even hebben bekeken Er was weer een boom geveld van zo`n 20 cm doorsnede. We vervolgden onze trip langs het water waarbij een waterhoen nog even met de billen bloot moest voor de camera’s van de boys, ook een partij in het wild springende visjes werd door ons geobserveerd. Deze hadden het voorjaar net zo als wij natuurlijk ook in de kop. Even later moest “Vliegend Hert” laten zien dat een veertigjarig nog tot heel wat in staat is. Met een ferme trap tegen een boom stond zijn schoen met voet aan de andere kant van die boom. untitl14Dat was dezelfde voet waarmee hij vorig jaar nog mank liep dacht Oei-Oei, waarvan ik dacht: dat krijg je met veertigers die nog boompje willen klimmen. Vliegend Hert liet zien dat men ook over de veertig best zijn mannetje kan staan. We vervolgden onze tocht verder richting de Hase. Bij de Diepe werd even gerust. Yeti, altijd wel te vinden voor een gewaagd stukje, begaf zich langs de steile helling omlaag op de gladde stenen van het waterloopje. Hij wou kijken of er in deze waterloop nog bevers aanwezigheid waren. Een klein vogeltje vloog plotseling langs hem heen. Nieuwsgierig keek hij waar het vogeltje was weg gekomen. Onder een aantal overhangende pollen gras. Met een verbaasd gezicht van een misdienaar die voor de eerst een Pastoor ziet pissen, verklaarde hij: Daor zit un nest under. De nieuwsgierigheid bij de anderen was nu ook gewekt. Even later probeert Vliegend Hert, Yeti te verdringen op het spekgladde gedeelte. Na wat rare dansbewegingen lukt het hem toch om ook een glimp op te vangen van dit bijzonders. Ook Oei-oei probeerde het nu met een andere strategie zijn einddoel te bereiken. Gade geslagen door de Bat die denkt als er nu nog geen één valt dan kan ik het ook wel eens proberen. Na een paar foto`s te hebben gemaakt vertrekken we weer richting basiskamp. Hier aangekomen is het tijd voor het avond eten. Dit keer traditionele “harikost met hawai-ringen” Terwijl de Bat het eten aan het bereiden was, waren de anderen bezig met het verzamelen van dood hout voor het traditionele Lagerfeuer. Aan de hoeveelheid te zien werd het een lange avond want nadat de Bat als kok zijn hoofd buiten de tent stak werd zijn gezichtsveld belemmerd door een gigantische takkenbos. Niet dat Yeti zijn schoonzuster op bezoek was, over takkenbossen voor de deur gesproken. Maar gewoon een gigantische takkenbos. Het eten was klaar en er werd aangevallen als een troep hongerige wolven. Voor sommigen onder ons was het duidelijk teveel terwijl anderen de restje nog even opmaakten. Vliegend Hert liet een luide boer ten teken dat dit hoofdstuk ook kon worden afgesloten. En zo kom ik dan ook van zelf op de zaterdagavond. Bij een knapperend kampvuur en de nodige dorstlessende gele jongens met hun nog immer witte kragen werd er heel wat afgeluld die avond. Terwijl de zeecontainer overvloog hadden wij het daaronder over de nietigheid van ons in dit groot universum. Veenbruggen uit de oudheid. Over de Saksen en nog veel meer. Ondertussen probeerde weer net als een aantal jaren terug, een afdeling Kamikaze Meikevers ons kampvuur te doven. Wat hun natuurlijk niet lukte. Zeker niet nadat Vliegend Hert er bijna een complete boom op wierp, en de vlammen bijna boven de boomtoppen uitkwamen. Met ons filosofisch gelul hielden we het behoorlijk lang uit. Langer dan voorgaande jaren wanneer de oogjes al vroeg toevielen na een uitputtende dag en één nog heftiger avond ervoor. We hielden het tot half drie vol toen het laatste hout was verbrand en onze verhalen langzaam uitdoofden. En na 18 uur op mogen de oogjes ook wel eens weer toe. Zondag 1 juni. We hadden iets beter geslapen die nacht het raam was namelijk dicht. Toen de Bat uit zijn slaapzak kwam was Vliegend Hert al uit de tent. De Bat liep naar de uitgang en sloot zijn ogen nu gedeeltelijk om aan het zonlicht te wennen. Hij meende recht voor hem een schaduwen te zien in de bossen voor de WC. Zal Hert wel wezen dacht de Bat: die heeft het weekend dus ook niet volgehouden om niet uit de broek te gaan. Hij keek het kamp terrein nog eens verder over en ontwaarde Hert in de spiegel van zijn motor kijkend. Wat was dan die schaduw, als Hert aan deze kant staat vroeg de Bat zich af. Zijn blik richtte zich weer op het bosje waar nu de schaduw bewoog en nog werd gevolgd door een stel kleinere schaduwen. De schaduwen met de grote van een zwijn vlogen nu de dichtere dennenbossen in. De Bat in verbijstering, en met de mond open, achter latend. Dat moeten wilde zwijnen zijn geweest mompelde de Bat zijn verhaal halend bij Vliegend Hert. Deze schudde begrijpend zijn hoofd naar de Bat, drank en hij met zijn”fata morgana`s. De Bat niet overtuigd dat men hem geloofde ging op onderzoek uit en vond een aantal sporen. Dus toch (niet). Hert en de Bat begonnen nu aan het voorbereiden van het ontbijt; koffie, eieren, apenlullen en crisispannenkoeken. Vanuit de Grebbeberg waren ook al wat geluiden te horen en even later zaten we gezamenlijk de rook te ontwijken aan het kampvuur en ons ontbijt naar binnen te werken. De mosterd was “hot”, af en toe kon je een van ons een grimas zien trekken als er weer iets te veel van het goede op een ei, appenlul of crisispannenkoek was terecht gekomen. Dit was de dag van de traditionele “klein reussies tocht” en weldra begaven we ons op weg. Eerst naar de plek waar de Bat de sporen had ontdekt. Niets, toch een delirium Bat. We liepen in het dichte dennenbos vast, waarna we besloten om verder langs de rand van de Hase richting Dörgen te lopen. Het is fascinerend te zien hoe de wal al eeuwen afkalvend, de bomen die decennia’s oud zijn met hun wortels een wanhopig houvast zoeken. We hadden de zaklantaarn nu bij ons zodat we ook een blik konden werpen in de paal met dat nest vol slangen. Het bleek een nest met bijna volgroeide jonge mezen te zijn. Welk ons weer deed afvragen; hoe komen die beesten daar nu straks uit? Wij zijn nu weer teruggelopen voor de boerderij van Rolfers langs de straat richting Klein Dörgen nemend. Hier zijn we rechts afgeslagen richting de waterpartij die als een stuk kanaal in het landschap ligt. Deze lag er nu prachtig bij met allerlei bloeiende waterplanten. Via een stel houtwallen kwamen we uit op de weg naar boer Wolf. Vanuit daar zijn we weer richting Groß Dörgen gelopen, waarna we het zandpad het bos in, richting Hase Altarm namen. Ondertussen was er al weer een levende discussie op gang gekomen over de volautomatische camera’s en de o zo degelijke mechanische camera. Nu hadden de heren geprobeerd een vlinder op de plaat vast te leggen al was het een Pin-up. De Bat hoorde het maar allemaal aan en dacht: gelukkig heb ik een simpel camera waar niets valt in te stellen, het werkt ook nog enigzins. Maar zijn kans kwam toen hij naast zich een prostitu-reetje ontdekte op nog geen vijf meter afstand. Voorzichtig waarschuwde hij de rest die net een korte adempauze namen in hun discussie. Bij het zien van dit onverwachtse brak er een totale ontreddering uit. Allen grepen naar hun camera, en er volgde een aantal arm en schouderbeweging waar een formule 1 piloot jaloers op zou worden en verder niets. De heren waren aan het scherp stellen zoals dat heet. Ree4De Bat en de ree keken geduldig toe hoe deze competitie zou aflopen en welke camera het nu eerste zou klikken. De Bat als onafhankelijke scheids moet toegeven dat het pleit ten opzichte van de mechanische camera’s viel. Twee keer hoorde hij een mechanische klik en één keer een gevloek van Hert welk natuurlijk niet gold. De arme ziel had zijn camera nog ingesteld staan op de timer van twintig seconden voor een groepsfoto daags ervoor. Iets wat de leden toen erg konden waarderen, thans hadden de heren last van een selectief geheugen. Afijn, de beste camera moet je natuurlijk wel weer terugzetten van de timer. Voor de aanhangers van de mechanische camera’s kon de dag natuurlijk niet meer stuk Onze ree had er ook genoeg van om bijna één minuut voor deze fotograven te gaan poseren en rende een heuvel op om nog één keer naar ons te kijken tegen een achtergrond van de zon. Nogmaals klonken een drietal klikken. en ik denk dat de uitslag van deze foto maar eens moet worden vergeleken. We gingen verder en kwamen langs de bijenkwekers plaats. De bonen van de vorige dag begonnen nu danig op te spelen en de drang op de sluitspier werd voor sommigen onder ons steeds groter. De Bat was als eerst die toegaf aan de drang, de zwakkeling. Hij verliet de rest en beklom een heuvel om een rustig polletje te zoeken. Maar dit gaf een nog hogere belasting op zijn darmen die nu bijna op knappen stonden. Als laatste redmiddel dacht de Bat: riem en broek los. Dit gaf nog enige verlichting zodat hij de heuveltop bereikte. Maar hier ontwaarde hij het volgende obstakel, een hoog hek van prikkeldraad. Dat werd dus bukken en er tussendoor wurmen. Dat bukken was het laatste wat de arme sluitspier nog kon houden. Met een totale collaps van dit besturingssysteem dook onze arme Bat achter de eerste boom die hij tegenkwam. Met een voldaan gevoel kwam hij er weer achter vandaan zijn plek verruilend met een stel strontvliegen die uit alle windstreken kwamen aangesneld. De anderen waren nog steeds bezig met hun cameracompetitie, dit keer was een vogeltje de pineut. Nadat de Bat ze de heuvel had opgelokt en ze onder het draad had laten doorgaan werd het voor de anderen ook een probleem om niet meer te bukken. Het werd al langzaam warm zodat werd besloten om een kleine Pauze in te lassen welke door een tweetal nml alleen recht opstaand werd genuttigd. We zijn hierna via het bos naar de hoge wal van de Hase Altarm gelopen waarna we via de hase en het weiland terug zijn gegaan naar het kamp. Hier werd het huiske door iedereen van ons nog met een bezoek vereerd waarna we zijn begonnen om de boel op te ruimen. Precies op tijd kwam de ega van Oei Oei ons weer ophalen en tegen 14.30 uur namen we afscheid van elkaar waarnaar de Bat en Vliegend Hert op de motor richting Nederland vertrokken.Yeti en Oei Oei brachten de vouwwagen terug naar de schoonfamilie van Yeti. Alhoewel we met zijn vieren waren, en de “wijze” uitspraken van Wijze Uil misten, moet ik concluderen, na dit verslag te hebben geschreven, dat het een geslaagd weekend was. Anders was mijn verslag nooit zo lang geworden. Batman.

1996 November

1996 November

Zo tegen half elf stonden we in de kapschuur van Berend Rolfes te Groß Dörgen, onze vertrouwde kapschuur mag ik wel zeggen. We werden dit keer met de auto gebracht, het paard van batman had uiteindelijk toch de geest gegeven. Allereerst namen we een neut, we moesten even wennen aan de geluidjes om ons heen en aan de lage temperatuur. Hoewel het die vrijdag redelijk weer was met af en toe zelfs de zon, voelde het bar koud. De natuur was duidelijk in rust, kraaiachtigen en houtduiven lieten soms van zich horen. Verder was het grauw, kil en onherbergzaam.Een goed moment voor een bedokoma-weekend. V. Hert en B.man liepen die middag een omtrekkende via squawvally naar boer Wolff. We kwamen de val aan de boom weer tegen, zat er nog precies zo aan als toen we het voor het eerst zagen. Tegen de avond kwam de rest van de clan. Het was zoals gewoonlijk een hartelijk welkom waarbij de Uil traditiegetrouw het openingswoord hield. Prettig weekend gewenst door uw voorzitter. De tent staat, het is warm voor de tijd van het jaar, ik wil dat jullie er een zinvol weekend van maken. En om een lang betoog kort te houden, maak ik direct het thema bekend. Het thema is..natuur in uitvoering. Wat wordt hier nu mee bedoeld natuur in uitvoering. Het gaat altijd door oude planten en dieren dood nieuwe verschijnen, de winter. Nu is het de bedoeling dat de hele clan, zoals wij hier bij elkaar zitten, de natuur gaan bekijken of er iets nieuws bijgekomen is. Zoniet, dan is dat natuurlijk jammer en kunnen we altijd nog discussieerden over het fenomeen; torenvalk. Waarom is dit een torenvalk en geen kerkvalk, tenslotte hangt het regelmatig te bidden. Sus Scrofa’s, maak er iets van.. laat je ruiken. Groeten Oehoeboeroe. P.s. het is onbetwistbaar dat ons soms een gedachte bevalt wanneer we liggen, die ons niet meer bevalt wanneer we staan. Sus Scrofa’ s, vannacht om nul-nul uur, dan is er een nachtwandeling, hierbij speciaal letten op de geluiden welke de natuur des nacht voortbrengt en leg deze bevindingen vast. De avond begon nu pas goed. We begonnen met koffie, we zijn beschaafde varkens.Om half elf spoot ons de bier om de oren, om kwart voor elf werden diverse broeken gedroogd bij de kachel. Het was een bedrijfsongevalletje, de tap stond bovenop een stapel pannen om het tappen te vergemakkelijken. Tja, .. toen flikkerde het zooitje naar beneden. We zongen die avond een lied die het verdere weekend een ware hit zou blijken, Moeder, onze haan is dood, hij is van zijn stokkie gevallen, heeft gebroken zijn linker poot, moedèèèèr, onze haan is dood. Die nacht maakten we een wandeling die ons nog lang zal heugen. Het begon allemaal onschuldig, de paden waren breed en zonder obstakels. Het eindigde in een klauter- en wurgpartij over een vrijwel onbegaanbare bospad. We vloekten kranig, ieder hielp mee. De takken waren, door de nattigheid, voorzien van een laagje smurrie. Het ging van tak op pak, we zagen er weldra uit als Sus Scrofa’ s. In de tent aangekomen en achter een glas bier kwamen we weer in ons gewone doen. De man met de holthamer bleef weg.
Zaterdag, 23 november. De happy few stond op tijd op. De nacht was koud geweest, buiten de tent. Het werd een lange dag. En het hagelde en sneeuwde en het was er zo koud, de rijp lag op de daken. We dreutelden een beetje voor de tent en disten schaamteloos de sterkste verhalen op. Met een barbecuevuurtje probeerden we het enigszins warm te krijgen. Het kostte Hakkete zijn okselhaar. Van Oehoeboeroe kreeg hij het advies zich door een koe uit Dalen te laten likken. Daar schijnt het haar weer van aan te groeien… De kou leek het te winnen. We besloten een voortent te maken, dat scheelde in ieder geval tegen de gloepwinden van buitenaf. Tijdens het opbouwen deden we onze enige observatie van die dag. Een Blauwe Kiekendief (Kiek doar ies…, , n doefe..). De dag streek voorbij zonder noemenswaardige weersverbetering. Probeer daar nou eens een verslag van te schrijven. Wat ooit als Sint Bonifatiustocht bedoeld was zou die dag eindigen in een roemloos Bachusloop naar de kroeg in Bokeloh. In November heb je nu eenmaal grote kans op regen en dan zoek je troost. Die avond aten we ouderwets haringkots. Dit werd later rijkelijk weggespoeld met gerstenat. En weer bleef de man met de hamer weg. Zondag, 24 november. Klein reusies-tocht. We kookten eieren en stopten die hierna in onze broekzakken. Een beproeft methode om onze tassen snel op te warmen, je gaat er vanzelf van huppelen. Vooral Oeioei, waarvan sommigen zeggen dat zijn tas vlak boven de koude grond moet hangen, moest het zwaar ontgelden. De tocht ging naar het zandgat, hier zagen we de bekende hondenrennen.We liepen door en vonden achter het zandgat een kadaver van een Deutz. Oehoeboeroe prikte er nog een gaatje in, morsdood. We liepen verder, de natuur was stil en grimmig. De dieren maken zich op voor de winter en hebben geen tijd om aandacht aan ons te schenken. We vonden een vossenhol, herkenbaar aan de gele zandplaat voor de ingang. Deze fungeert in feite als baken. Ook de konijnen hebben een dergelijke baken als deurmatje voor hun ingang liggen. Dreigt er gevaar? Men zoekt de gele baken en rent de ingang in. Nu wil het wel eens voorkomen dat, bij gevaar, de vos en de konijn tegelijkertijd dezelfde baken zien en er naar toe vluchten. Gevolg: vos en konijn zitten klem in de ingang. Bijzonder vervelend. We togen verder, de natuur was stemmig depri. Via de altarm kwamen we op het kamp. Moed broeders, struikel niet. Vliegend Hert.

In Memoriam: Heinrich Rolfes, Boer, maar bovenal gastheer.

1996 Mei

1996 Mei

Traditiegetrouw trokken Vliegend Hert en Batman er s`middags op uit om kwartier te maken. Eigenlijk kwam het erop neer dat Batman kwartier moest maken, Vliegend Hert, zeg maar Manke Hert, had een kwetsuur aan zijn been en was in feite nutteloos of beter gezegd nog nuttelozer. Het weer was fijn, matig bewolkt met een temperatuurtje van zo`n graad of 23. Wij hadden de tent er verrassend snel staan (goed coachen). Hout was in de buurt genoeg te vinden zodat spoedig een rookpluimpje ons aanwezigheid verkondigde. De reactie bleef niet lang uit (nee, geen bosbrand). Een rossige krullenbol naderde, met daaronder een bolle toet met appelwangetjes en een grijns van oor tot oor, nee, het was geen boskabouter. Juist, Werner plus junior kwam spoedig aangescheurd op een rode kameel. Manoemanoeman, sàààtan. De vredespijp (pijpje bier) ging spoedig rond om onze internationaal allure te bevestigen, bovendien hadden we dorst. Want zoals ik reeds vaker in verslagen heb gezegd: ieder heeft het over ons drinken, niemand heeft het over onze dorst. Ons kampvuurtje vond ie maar niks, een stief uurtje later hadden we hout genoeg om zelf heksen te branden. Malies kwam ook even kijken, ze had de oppas voor hun kleintje meegenomen. Werner haastte zich erbij te zeggen dat de oppas een vrouw was. Geen nutteloze tip. Het kampvuur liet zich goed branden, we zaten nog een tijdje na te praten over de dagelijkse dingetjes. Nadat de visite inclusief de gnoe waren vertrokken, maakten we ons potje klaar. Het laatste blijft een variant op Russisch roulette, zeg maar Dörgener roulette. Een Sus Scrofa is voorzien van een enzym in zijn rioolstelsel die in staat is gifgassen af te breken, dit is het enig verklaarbare is waarom er tot nu toe geen dooien zijn gevallen. Tegen half acht verscheen de hoofdmacht. Yeti, Oehoeboeroe en Oei-oei, allen voorzien van grijns. Loat wie vort begunn, `t end is noe nog wied vot. De Wijze Uil ging staan, de anderen zwegen. Ieder die maar enig zwijnenbloed in zich had wist wat er zou gaan gebeuren. Het openingsritueel. De Uil schrapte zijn wijze keel en sprak:”Hallo Sus Scrofa`s, Een openingswoord kan er nog af, ik bedoel dus dat ik het weekend voor geopend verklaar. De bedoeling van dit weekend is observatie van de flora en fauna, ikzelf denk aan fauna. In verband met het warme weer geen lange voetentocht, maar een nachtwandeling. In verband met bruiloften kunnen wij niet compleet aantreden, maar desondanks, Sus Scrofa`s, doe je best en laat je ruiken..  Oehoeboeroe”. We zwegen en hielden onze sluitspieren een moment onder controle. Dit was teveel eer voor de Grote Vogel, ontroerd schreed hij neder. Hij trakteerde ons op een mop: De Paus komt bij de dokter. “Dokter, ik heb zo`n jeuk aan het kruis” De dokter zegt”trek uw broek maar even uit, o ik zie het al, schaamluis”. Waarop de Paus antwoordde “maar dokter, ik ben de Paus”. Waarop de dokter antwoordde, “dan zijn het vast lieveheersbeestjes”. We gingen wat dichter om het vuur zitten, het begon donker te worden. Een fles met Jack Daniëls ging rond, geen whisky maar bourbon. Zeg maar Amerikaans whisky, daar smaakte het ook naar. Het beloofde een rustig avondje te worden, maar dat werd het dus niet. We kregen visite. Jawel, visite en wat voor een visite. Een brugklas-Pfarrer met misdienaartjes, orde: clearacil. Hoewel in het begin tijdens de kennismaking nog sprake is van iets niveau (waor komm ie dan vot?), een stief “stundje” later was niet leeftijd maar alcoholpercentage niveau bepalend. Tijdens deze avond werd me daar toch een staaltje van conversatie tussen twee volkeren gegeven, daar wordt je hees van. Voertaal: Currywurst-duits en Meerstalblokken-drents. Let wel, gesproken, vooral ontzettend niet geluisterd. Tegen het begin van de ochtend zat Oei-oei geduldig te luisteren naar de novicefrater, het hoofd intelligent leunend op een rechtopstaande vinger die langzaam wegzakte in zijn reukorgaan. Yeti en Manke Hert keken gespannen toe. Batman wees Eve (lees: ief), een nevelige tiener, op het rechtstreekse verband tussen IQ en behangstijfsel. Oehoeboeroe had inmiddels een overtuigingsgraad bereikt waarbij hij zelf Einstein kon overtuigen dat de wereld plat is. En, jawel, we kregen de leider van de jeugdpuistjes sogar op visite. Hij was reeds mank en kapseizend. Hij plofte op een stoel waarbij hij zowat achterover kukelde. Zijn bril bood dankzij de glazen (dikte: 15 graden vorst) voldoende contragewicht. Zijn oren moeten van Kevlar zijn. Hij reutelde “nicht snacken, kopf in nacken!”, stond op en verliet, nog verder uit het lood, het kamp. Hij braakte luid een struik verderop zijn hele intake. Daar kregen wij toch een beetje honger van. Even later aten we half verast braadworst met mosterd. Dit overleefden we met glans. Wij besloten de slaapzakken op te zoeken, het was immers licht. Eerst volgde nog een heus slaapzakgevecht. Vooral de paardendeken van Oei-oei was dankbaar ammunitie. Maar eindelijk, ein-de-lijk werd er geslapen, zij het kort. De man met de hamer kwam. De buren hadden ons uitgenodigd voor het middageten, een soort van wiedergutmachung. Ze hadden wat schuldgevoelens overgehouden omtrent hun bacchanaal gedrag des vrijdagsnachts. Liet ons Siberisch koud, we kregen vreten. Een tocht zat er voor Manke Hert toch niet in. We pakten die morgen wat spulletjes en tegen twaalf uur togen we naar hun kamp. Ook hier stond alles in het teken van afscheid. De groep bestaat eigenlijk uit jeugdleiders in spé. Over vier weken komt de groep terug en geven dan leiding aan honderden kinderen. Ze hadden de zaakjes goed voor elkaar, mooie grote tenten, goed kookgerei en grote bestelauto`s voor transport. Maar bij ons was het gezelliger, lekker puh. Ze waren immers meer bij ons dan bij hun…. Oké, een paar daarvan dan……, oké, oké, alleen Eve. Maar die jongen was gezelliger dan al die leute bij elkaar. Na het eten was het snel kamp opbreken. Hierbij heerst er altijd een apart sfeertje. Het naderend afscheid zit eraan te komen. Afscheid nemen is een beetje doodgaan. We hebben weer een paar grootse kampvuurmomenten beleeft. Maar goed, aan alles komt een eind. Volgend weekend wordt weer een najaarsweekend, persoonlijk mijn favoriete weekend. Ik zie dan Groß Dörgen op zijn mooist in de winter en in het vroege voorjaar. Dan is het eenzaam, onherbergzaam en grauw. Maar als dàn even de zon schijnt, dan krijgen we een glimp van de hemel te zien. De zon schijnt op het gele struweel, het bruine bladerdek en op het donkergroene gras. Dat geeft een hele aparte gloed. Met de duurste fotocamera niet vast te leggen, dat mòet je zien. Het laat een onuitwisbare herinnering achter op je harde schijf. Tja, dat is Groß Dörgen.  Hebben we weer wat om op te verheugen, bovendien zit er nog een barbecue tussen en enkele vergaderingen. Moed broeders, struikel niet. Vliegend Hert, 27 augustus 1996.kamp

1995 November

1995 November

Zes kleine varkentjes, Groß Dörgen is hun verblijf. Eentje werd pa, toen waren er nog vijf. Vliegend hert en Batman gingen vrijdag 24 november 1995 traditiegetrouw kwartier maken voor de Sus Scrofa`s. Het wolkendek was vrijwel dicht, de wind kwam uit het zuidwesten. De temperatuur bedroeg 11 graden. Verder was het droog. Kortom, ideaal weer voor een observatieweekend. De tentopening manoeuvreerden we op het oosten zodat we geen last hadden van gloepwinden, van buitenaf. We hadden in de kapschuur ruimte genoeg dus zetten we de tent precies op de plaats waar het voor Berend het slechtste uitkwam. Gevolg: het hele zwikje moest weer verhuist worden omdat Berend anders niet bij de karren kon komen. De Zeurpiet. We zijn Sus Scrofa`s nietwaar? We gingen die middag een trip maken richting zandgat, via de bovenloop HaseAltarm zijn we weer terug gegaan. We genoten van moedertje natuur in herfstdressing. Herfstgeur en kleur lieten we op ons inwerken. Groß Dörgen is mooi, altijd geweest. Via de altarm liepen we over de dijk weer terug. Hier zagen we een drietal reeën over de kolkweiland wegsprinten naar de tegenovergelegen bosrand. Teruggekomen bij de batmobiel aten we goulash vermengd met chiliconcarne uiteraard met leuning. Dat legt je wel waterpas. We deden een tukje, ondertussen kon de maagwand weer aangroeien. De overige leden van ons edele club lieten niet lang op zich wachten, tegen kwart voor acht waren allen (minus 1) present. Die avond hadden de Sus Scrofa`s weer een ouderwets leuk feestje. Het begon vroeg; Yeti zag een handvat aan het biervat, effuh tilluh. SPLASH. Batman ging het plafond soppen, de rest hun hals. Yeti zag eruit alsof een rijpe steenpuist boven hem doorgebroken was. De praktijken van Dr. Zeldenrust werd eens haarfijn besproken, gadver. De moppen gingen snel naar niveau stront. We tochten winden als tornado`s en vraten hierbij zoutloze pinda`s die bij elke lachsalvo een hik veroorzaakten. Bij elke knoeperharde boer kwamen je de stukken pinda`s weer tegen. Kortom de stemming zat er aardig in. Dat ging tot in de kleine uurtjes door. Toen gingen we zingen..house..op een rode paddestoel..dat swingde het bierglas uit. Na het housen boerden we nog tevreden na terwijl Batman het plafond afsopte en hierna in de slaapzak kroop. Batje ging naar bedje. De rest had energie over en ondernam een nachtelijke wandeling in het stikkeduuster waarna op de hasebrücke nog mijmerend naar de sterrenhemel gekeken werd. Hierna zochten we de puut op. Het leven van een Sus Scrofa wordt begrenst door slaap. Zaterdag 25 november. We hadden die morgen last van een zakbreuk. Meerdere zakbreuken zelfs. Vervelend wanneer het hete vocht geen schuimend borrelend prutje veroorzaakt maar een slurpende draaikolk. Het ene moment heb je de zak vol, het andere moment zie je alleen nog een leeg verfrommeld zakje. De inhoud van de zak kon je ergens beneden in de pot terug vinden. Vervelend bij het innemen, bijzonder vervelend wanneer je als laatste aan de beurt was. Als je dan een hap nam had je de mond vol smurrie. Ik heb het uiteraard over de koffiefilterzak. Het werd het weekend van de dikke koffie. Het ging zo: men nam een ferme hap koffie, filterde het vloeibare door de tanden terug in het kopje, het achtergebleven prut in de mond fluimde je netjes op tafel. Zwa, koffie! We namen nog enkele zakkenspanners tot ons en togen op weg. Onze route liep richting Schleper, via squawvally langs de Hase tot de Mittelradde van daaruit richting Schleper. Via een omtrekkende beweging kwamen we weer terug bij de Mittelradbrucke. Van daaruit liepen we langs boer Wolf terug naar de kapschuur alwaar de Batmobiel stond. Welnu, na tienen (10.45) togen we op pad. Volgens Oehoeboeroe gingen we een hoop wild tegenkomen, dat had hij zo gereserveerd via een servicebureau. Nou dat belooft weer wat. Wat ons opviel bij de tocht is dat we tot aan de enkels door de bladeren liepen. De bladeren vielen dit jaar bijzonder laat van de bomen, over de oorzaak hiervan kan men gissen. Hoogstwaarschijnlijk omdat het herfst is. Wij hadden zo onze eigen conclusie; het servicebureau. Deze konden ons op verre afstand horen aankomen want het gestamp door die bladeren was van verre reeds te horen. Bij squawvally stonden we even stil, het was toch wel een prachtige locatie wat die klukklukken hier ingenomen hadden. Vanuit deze locatie had je een panoramisch uitzicht op het Hasetal, bovendien was het makkelijk te bereiken met de Batmob.. eh hun auto`s. Op het terrein namen we een paar maten op die toevallig overeen kwamen met de buitenmaten van de batmobiel. Ja, we vonden het een leuke locatie. We keken elkaar eens aan en trokken een vreselijke grijns. Achter ons meenden we een onderdrukte angstkreet te horen, waarschijnlijk de servicedienst. We fluimen de indianen de ogen dicht en geven ze een schop, maat Sus Scrofa, onder hun lendendoek. De geSUSters komen! De eerste de beste tent die hier komt te staan is er eentje met een laadbak vol Dab. Oehoeboeroe knorde tevreden en scoorde weer eens een sjekkie. Achter squawvally langs de Hase liet het servicebureau een troep valken los. Wauw, wat een valken, bijna net zoveel als toen bij het Dörgenermoor. We vervolgden de tocht, oehoeboeroe zag tussendoor nog even een ruigpootbuizerd. Een berkenzwam trok onze aandacht, had dezelfde vorm als een neergestreken duif. Een speling van moedertje natuur. Langs de Hase achter boer Wolf hielden we rust op een plat liggend stuk wildkansel, het leek op een stuk elektriciteitsmast. De zuivere lucht deed korstmossen groeien aan de enorme stammen van de eikenbomen. Een misvatting: mos groeit aan de noordkant van bomen. Alleen op grote open vlakten geldt de regel. In het bos heeft mos geen enkele voorkeur, het kan aan elke kant van de boom groeien.

korstmos Korstmos5

Even verderop betrad Yeti een wildkansel en deed daar verkwikkende observaties. In de lucht was het spitsuur, buizerds, valken en een havik losten elkaar af. Ze hadden het even druk die lui van de servicedienst. Tussen de bomen zagen we een voederplaats voor wilde zwijnen, Oehoeboeroe en Vliegend Hert stoven hier direct op af. Oehoeboeroe`s aandacht werd afgeleid door een kastje aan de voet van een berk, een batterijoplader? Hier? Liepen hier roze konijntjes? Het bleek een val te zijn, een gemene val. Onder in het kastje zat een opening, wanneer daar een beest zijn kop in stak werd via een hefboommechanisme een sterke veer geactiveerd. De hieraan bevestigde slagplaat sloeg het koppie tot prut. Waarschijnlijk bedoeld voor een marter of bunzing, het zag er professioneel uit maar daarom niet minder wreed. We zetten de val dus maar weer terug. We doken het Wald in richting Mittelradde, hier kregen we het even warm. Een pad was niet aanwezig zodat we moesten roppen door de jungle. Aan de overkant keek een kudde schapen ons schaapachtig na. Bij de Mittelradbrücke gingen we ons vergassen met een sigaar. We constateerden dat de waterval tussen Hase en Mittelradde weer hersteld was. We hoorden weer dezelfde geluid als toen we hier met kamp waren. We observeerden een paar vissers bij de fischteich zo erg dat de blote worm aan het haakje er verlegen van werd. We banjerden door velden en over landpaden en kwamen uiteindelijk bij een bosrand uit. Hier lag een oude aanhangwagen waarop we een Auerhahn en HKT nuttigden. We genoten van de herfstdressing en boerden tevreden. Met de servicedienst was het gedaan, het enige wat we nog kwamen te zien was een ingebouwde Duitser (een WO veteraan in een rolstoel). In de Mittelradde waren van grote stenen een forellentrap gemaakt, eenvoudig, milieuvriendelijk en effectief. De forellen zijn echter met de tijd meegegaan en gebruiken thans een traplift. Tegen vier uur bereikten we de batmobiel, bij het laatste stukje liepen we bijna tot onze oksels door het mulle bouwgrond. We moesten direct aan de oplader. Het begon snel te donkeren en het koelde behoorlijk af. Van Batman moesten we buiten blijven en gezellig barbeqeuen. Even later zaten we gezellig vuurtje te stoken in een barbecue en in de vlammen verkoolden gezellig te frikadellen. We deden wat zout op de stoelen zodat we van achteren niet dichtvroren. We praten gezellig door totdat onze kaken klem zaten. We bikten ons uit de stoelen en gingen in de warme batmobiel. Alsof je een dreun met de meulewieke kreeg, zo klapte de slaap erin. Vanuit de ooghoeken zag je de gordijntjes langzaam dichtgaan. We hadden nog wel visite van Oei-oei! Arme vogel, hij had er niet veel aan. Als enige fitte Sus Scrofa tussen de verlepte. Het is natuurlijk ook geen gezicht als je steeds stukjes gordijnstof in de ooghoeken ziet. Ik..ik ge..geloof dat maar naar huis ga dan kunnen jullie in berre, hij kreeg een burp als antwoord. 10 minuten later lag het hele zooitje waterpas. Oei-oei geloof me, de volgende keer gewoon met ons weer de diepte inspringen, dan ben je dit zo weer vergeten. Vijf kleine varkentjes. In Groß Dörgen hadden ze plezier, eentje sloot een compromis, toen waren er nog vier. Zondag 26 november. De overige vier Sus Scrofa`s vonden genoeg ruimte in de pot dus vraten ze zich klem in de apenlullen. Het liep inmiddels tegen elfen toen we op pad trokken. We ondernamen een tocht langs het zandgat, een stuk richting Bokeloh en dan weer terug. Het was het weekend van de hondenrennen dus waren we nieuwsgierig. Het parcours was met roodwitte linten uitgezet. Bij het hondenrennen ging het anders aan toe dan voor enkele jaren terug. Thans wordt voor de hond uitgelopen, het is nu meer hond-en-rennen. Maar goed dat het geen viswedstrijd was. We liepen door en zagen de stilte in de natuur. Op de terugweg liepen we langs de Hasealtarm terug. Hier kreeg Batman een terugval, hij ging terug naar de batmobiel. Vier kleine varkentjes in Groß Dörgen potverdrie, eentje kreeg een terugval, toen waren er nog drie. Even later, toch weer met ons vieren, lieten we de koffie goed smaken. Wanneer een lid besluit niet of gedeeltelijk mee te gaan op een weekend, dan brengt dat toch veel onrust in de groep. Niet meer doen. We braken de boel op, maakten een afscheidsfoto, en gingen huiswaarts. Moed broeders, struikel niet. Vliegend Hert.

1995 Maart

1995 Maart

Eindelijk was het dan weer zo ver, het voorjaarsweekend 1995 van Stichting Bebedokokoma. De Club die hun kostbare tijd, bloed, zweet en tranen aan de natuur spenderen, da`s wat anders dan die Vutters die hun sleurhut op de vrijetijdsknobbel zetten en niet verder komen dan Grollo, maar dit even niet ter zake. Dit jaar door omstandigheden bijzonder vroeg, te vroeg. De natuur lag nog duidelijk in de greep van koning Winter. We moeten ons eens flink achter het oor krabben als we weer zo vroeg weg willen, en niet omdat het daar jeukt. Afijn, het wordt bijna traditie dat Batman en Vliegend Hert op hun motoren vooruit snelden om kwartier te maken in Groß Dörgen. PFS008De kar met spullen werd bij Knobbe gehaald. De tent werd op Koel`s plek opgezet. Zeg maar gerust een bijzondere tent. Er waren zorgvuldige maatregelen genomen voor een snelle opbouw. De meeste tentstangen waren genummerd, er waren ook een paar bij die een kleurtje hadden, de rest was voorzien van een las. De tent stond er wonderwel snel. We hadden de truc snel door. Je moest er gewoon op letten dat de getallen en de kleuren niet hetzelfde waren, wat overbleef waren de tentstokken met een las… en die pasten ook niet. De tent stond er en werd gevuld met tassen, dozen, slaapzakken enz. Nou het volk nog. Voor een leuk vlammetje moesten we hout hebben, dus gingen we hout sprokkelen. Nu heeft Batman achter op de motor een bret waar je zo een dood schaap op kan leggen, deze is dus ook geschikt voor stukken hout! Op die manier sleepten we het hout bij elkaar. De dag verstreek snel, na een wandeling langs het Naturschutzgebiet Hase-Altarm was de dag om. Onze warm eten bestond traditiegetrouw uit Struik. Uit deze assortiment hadden we een explosief mengsel gevonden, namelijk chili concarne vermengd met goulash. Als leuning hadden we een paar pittige rookworsten toegevoegd en paprikapoeder moest het afmaken. Onder het eten hadden we het zweet voor de kop staan. Afwassen hoefde niet, het krulde vanzelf van de pannen. We rookten ein sigar dabei en zaten relaxt te vervetten. Vliegend Hert had gedurende de avond kampwacht aangezien Batman elders verplichtingen had en huiswaarts keerde. Vliegend Hert zat rustig aan het kampvuur en luisterde naar de nachtelijke geluiden toen Herr Werner als een dolle stier uit de duisternis kwam vallen. Geheel overbodig riep Werner nog dat Hert niet moest schrikken. Terwijl Werner een bierflesje open plopte zat Hert nog stukken long uit te hoesten. Het duurde niet lang meer voor de overigen arriveerden. Het was weer bal. Nunc est Bibendum, laat ons drinken. Het `Wir-gefuhl` was erweer. In de tent ging het feest verder. Traditiegetrouw deed onze Uil Oehoeboeroe het openings woord: Vrienden, Ik wil in dit openingswoord terug gaan in de jaren die achter ons liggen, een enkele herinnering ophalen van de nu voorbije weekends. Wij zijn begonnen als een bijeengeraapt stelletje oud-verkenners die de vreugde van het kamperen niet kunnen en willen missen. In november 1989 zijn wij volgens mij begonnen in een oude veewagen van onze gastheer Rolfes. Vooral aan dit weekend bewaar ik goede herinneringen. Vanuit deze wagen hebben we onze eerste nachtelijke dwaaltocht ondernomen in de toen nog uitgestrekte oerbossen van Groß Dörgen. Een tocht waar de meeste van ons hun schuilnaam hebben overgehouden, of was het anders Vliegend Hert? Dat weekend waar Batman met zijn poo.., oh sorry, ik bedoel natuurlijk met zijn been in de gruppe zat te roeren totdat hij stonk als een Suscrofa. In hetzelfde weekend verloor Oehoeboeroe zijn horloge en hij was het ook kwijt, evenals s`nachts zijn geheugen. De groep was hem uit het oog geraakt, hiervoor nogmaals mijn oprechte verontschuldiging. Het weekend waarin wij s`nachts achter de schoonvader van Yeti aan moesten. Bij Marlies in de auto naar Meppen. Aanleiding van dit alles was een gesprek tussen Yeti en Knobbe over Rubberdollie Jonnie. Yeti was hierna een beetje veel van de wereld en is gaan slapen. De lange Voetentocht begon zo mooi voor ons bijna allemaal, alleen Oei-oei zag het niet in het begin. Toen hij het weer zag was Vliegend Hert in de mineur. Dit speelde zich af tussen de eerste en de zestigste kilometer. Daarna smaakte de Haring-kots gelukkig wel weer goed. Het weekend dat Batman tot het moeras kon lopen en daarna wilde gaan liggen. Zijn katalysator was een beetje ontregeld. Het weekend van Hakatee die zei dat hij moest kotsen, maar het werd diaree. Denk nu niet dat dit een nieuw soort wild is, het was gewoon ordinaire poep wat hij naast zijn auto deponeerde. Hij was er letterlijk aan gehecht. Het weekend op vreemd terrein (Pilzen Hein), waar het bier uit de gewelven van Oei-oei voortreffelijk smaakte. Waar Oehoeboeroe de rookworst en de pinda`s twee keer zag. Waar wij op zondag de schuur van Wolf indreven, zo hard regende het. Het laatste weekend in de schuur, waar Oei-oei winterzure apfelgetränk genützt und gekützt hat, en goed heeft geslapen. Dit was maar een kleine greep uit de analen van Bebedokokoma`s observaties. Ik zou veel verder kunnen gaan maar dat kan niet want nu volgt een woord van opening. Ik ben er van overtuigd dat dit weekend op de koude grond ook weer goed wordt. Ik stel voor om de umgebung goed in ons op te nemen, want er is iets aan de hand. Het is namelijk lente, en de zomertijd vangt aan. De klokken gelijk zetten, de vogels beginnen te ontluiken, de bomen te zingen en de bloemen te knoppen. Ik heb gehoord dat dit weekend Buizerds zijn gesignaleerd. De bevers komen uit de winterslaap en de temperaturen stijgen de broek uit. Suscrofa is wild deze nacht en de zandafgraving groter. Laten we een doorbraak maken. Krijgen we een mooi meer met een wals op de bodem. Jongens, dit weekend wordt mooi, ik voel het. Heb samen een goede tijd. Oehoeboeroe. Tijdens het openingswoord werd op Underberg getrakteerd. Volgens Oei-oei smaakte het naar tiosulfaat. Hij kan het weten, dat heeft ie geleerd op school, toen hij nog een embryootje was. Weet je trouwens hoe ze een embryootje met een open ruggetje noemen? een cabryootje! Een sick joke? Een beetje pittig misschien, hier nog een: wat is 25 meter lang en stikt naar urine. Antwoord, een polonaise in een bejaardentehuis. Nog een; een man met een zwarte kat kwam in de kroeg en de man bestelde een pilsje met veertig kroketten, hij dronk somber zijn pilsje op en de kat verslond de veertig kroketten. Hierna bestelde hij weer een pilsje en veertig kroketten. Hij dronk het pilsje en de kat verslond wederom de veertig kroketten. De kastelein die veel gewend was kon zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en vroeg wat er aan de hand was. Dat zal ik je vertellen, zei de man, ik ben bij Jomanda geweest en mocht drie wensen doen. Ik wenste me als eerst een mooie auto. Zie je die Porsche buiten staan? die is van mij. Mijn tweede wens was miljonair worden. Hij liet zijn bankrekening zien. Bij de derde wens heeft Jomanda mij verkeerd begrepen toen ik vroeg om een onverzadigbare poes…. We kantelden de glazen met bier (Oei-oei zijn bokaal, zeg maar gerust teil) en genoten van het Bourgondische leven zo midden in de Bush-bush. De stormlantaarns zorgden voor stemming en pinda`s Oehoeboeroe de hik. We vergaderden de gehele avond door. Het is belangrijker om leven toe te voegen aan de jaren dan jaren aan het leven, dus namen we er nog eentje op. Iedereen heeft het altijd over ons drinken, maar niemand praat over onze dorst. Op het eind besloten we naar de zandafgraving te lopen. Dat was toch even schrikken. Waar eens een pad was en een bos van grove den en sparren, waar eens het jachtgebied van de Buizerd was, daar restte nu slechts een woestijn. Het was een Delicto Flagante. Wie doet ons dit aan? de bruut! Er waar blijft het Naturschutsverein. Doet dan niemand een bek open? Of is de Verein inmiddels weer ontbonden en opgegaan in een nog groter Verein, zodat de Bobo`s nog verdere reisjes kunnen maken. Als alle energie die aan het oprichten en weer ontbinden van dierenbeschermingsclubs is besteed, aan de dieren ten goede was gekomen reed nu elke ree in een Cadillac. We hielden er allemaal zo`n Kotex-gevoel aan over. Wist je trouwens dat Nederland het enige land op de wereld is waar vrouwen blauw menstrueren? Terug naar het verhaal, het gele zand zal weldra afgegraven worden, economisch belang en zo. Vervolgens zal er puin voor terug gestort worden. Geen stank maar puin als dank. Het was voor ons een koude douche. De toekomst is niet meer wat het geweest is. Wat doen we de dieren aan. Hierbij draag ik namens de Stichting Bebedokokoma een Litanie op voor de dieren.

Litanie voor de dieren, wij gedenken. Voor de vogels met gebroken vlerk, `t konijn, geklemd door stroperswerk. De vos, gejaagd door angst en pijn. De vlinders, die in doosjes zijn. De poes, die buiten wordt gezet. Het dier waar niemand op let. De honden, zwervend zonder baas. `t vervolgde hert, `t geschoten haas. De dieren zonder huis en haard. Het kreup`le, oud, versleten paard. De dieren, die in smart en pijn, martelaars der vivisectie zijn. Neemt Gij ze met `t gebroken oog, tot U, o Vader naar omhoog. Gij hebt ze ons slechts geleend, o Heer, en wenst ze ongeschonden weer. Uw stomme schepsels, groot en klein, die van de mens afhangelijk zijn.
Help hen, o Vader.

(Chretienne, P.Gunchel-Dekking.)

Op de terugweg kwam de stemming weldra terug en zongen liederen over de hopman en akela en zo. In de tent was de inwendige mens aan de beurt. Volgens een bekend Duits spreekwoord: Erst kommt das Fressen und dann die Moral. Na lol kwam lal, pisten ons droog en kropen in de puut. Zaterdag 25 maart 1995. De zon kwam moe op die morgen. De nacht was koud geweest met storm en regen, allemaal van de waddenzee. (Daags na het Weekend was de wereld gehuld in sneeuw, dit bleef enkele dagen zo.) Gelukkig nam Batman mooi weer mee. Hij vervoegde zich in den vroege morgen weer bij ons en na de koffie gingen we het bos in om te observeren en dementeren. Op het weiland bij de kolk tegen de Hase-Altarm zagen we een achttal reeën wegsprinten. Zo`n aantal bij elkaar hadden we nog niet eerder gezien, een opstootje dus. We togen het braakballen-bosje in. Niet alleen uilen hebben braakballen, ook buizerds, valken en Herman (pinda`s). Langs de Hase-Altarm vonden we grote oesterschelpen waarbij een helft aangevreten was. Welk dier doet dit? de bever? nee, dat is een vegetarier. We hielden het op een visotter, hoewel deze in geen jaren hier was gesignaleerd. Maar je kon toch moeilijk verkopen dat de reeën het hadden gedaan. Op de smalste plek in de Hase-altarm hadden bevers een drietal bomen omgekluift. Toeval? of zouden echt van plan zijn een stuw te maken? We houden het in de gaten. Bekend is wel dat bevers in deze streken holen graven in plaats van stuwdammen. Maar het kunnen een paar eigenwijze vreters zijn die recalcitrant zijn. Zoiets van; jullie graven holen? Oké, dan gaan wij een stuwdam maken! We togen verder, de natuur was zo levendig als een bochel. Spoedig roken we de stal weer. Hier bleven we maar kort. We wilden een tocht langs squaw vally maken, maar stranden in de schuur van Berend. We moesten eerst wachten tot een schip met zoere appels voorbij was gedreven. De tocht die volgde was koud en nat. Hakketee vond een grote wijnfles en nam die mee voor zijn wijnkelder. Terug bij de tent bleek de temperatuur flink gezakt te zijn. Van 15 C° naar 2 centimeter. We troosten ons aan een oud drents versje. Is de piele slap, stop hem in de pap. In de piele stief, stop hem in het wief. Het Lange Gat verliet die avond de formatie in verband met huiselijke verplichtingen. Voordat hij wegging liet hij nog even een staaltje van kookkunst zien. Het was groen stamppotachtig iets en het smaakte voortreffelijk. Voldaan zat de Happy Few even later aan het kampvuur. Werner had even tevoren grote blokken hout gebracht, waarvoor hartelijk dank Werner!! Hij had deze met een vreemdsoortig vehikel gebracht. Het was groen stamppotachtig iets. Hij startte het ding op okselspray en reed stampend weg. Die avond hadden we een fantastische kampvuur waar menig lied ten gehore werd gebracht. Een clublied werd geboren en zelfs een vlag werd uitgedacht. De vlag: een witgele veld (driekwart geel) als achtergrond met als voorgrond een suscrofa. Om de suscrofa hangt een wolk, in het gele veld is de wolkenlijn wit en andersom. Waarom? Een suscrofa wroet in de natuur, geel staat voor voorjaar en wit voor najaar. De wolk geeft aan dat we ook belangstelling hebben voor alles wat in de lucht vliegt. Nu zijn er boze tongen die beweren dat de vlag afgeleid is van het feit dat we als zwijnen leven (suscrofa), verzuipen in het bier (geel/wit veld) en daardoor voortdurend in de wolken zijn (het wolkje). Dit berust wis en waarachtig op een vergissing, hoe komen ze erbij?? De avond ging door tot in de kleine uurtjes. Muziek, gelach ,knapperend vuur en gezang in de rook, ons voorland? Op de achtergrond liet een bosuil spookachtig van zich horen. Wij begroetten vrolijk Oehoeboeroe`s verre neef door het lijflied te zingen.
_ bèèbèèdokokomáá _ De bosuil zweeg. Die avond zongen we nog diverse kampliederen aan het kampvuur. De mondharmonica gaf iets van muzikale omlijsting en iedereen gilde.. enthousiast mee. De uurtjes werden kleiner en tenslotte kwamen de sterke verhalen. Old soldiers never die. Na verloop van tijd gingen we in de tent en logen daar verder. Ook hieraan kwam een eind, we gaapten als glasbakken en zochten snel de puut op. Hoewel het nog een poosje onrustig bleef werd weldra het Dörgener Wald omgezaagd, (Oei-0ei begon). Zondag 26 maart 1995. De trip leidde ons naar het Dorgener Moor. Traditiegetrouw banjerden we dwars door het moorgebied zonder iets te zien. Toch vonden we iets interessants, namelijk het mobiele jachthutje waarin we ons allereerste weekend hebben doorbracht. Dit riep weer de nodige dierbare herinneringen op. In feite was de hut nauwelijks veranderd, zelfs de posters hingen nog op dezelfde plaats. De speelkaarten uit de richels waren verdwenen. PFS009Het houten bord met inscriptie WEIDMANSHEIL wenste ons een goede jacht toe. Voorop de wagen was een bord gemonteerd met de volgende tekst ‘Erhalte Gott das Deutsche Land, das Wild den Wald den Jagersland’. In feite staat er; we houden van de natuur dus mogen we de bewoners in repen schieten. Het blijven Pruisen hé. Even verderop vonden we een zeldzame paddestoel de zgn. Latexus Dildus Erectus. Een foplul dus, waarschijnlijk verloren tijdens een hoestbui, alsnog Gezundheid!! Zo`n verlies laat natuurlijk wel een leegte na. Het leven kan hard zijn, althans een stuk ervan. Oehoeboeroe stak het achter op zijn muts. Hij stond erbij als Kluk Kluk die geslachtsgemeenschap had gehad met een bord soep. Maggi d`r in? Hij steeg in achting, zo`n 15 cm. Verderop deden we een vondst wat sterk deed vermoeden op een heftige nacht op de achterbank van een auto, tja ook dat is van de natuur genieten. Yeti nam een paar gevonden lakschoentjes mee. Voor Yeti voortaan een paar eieren minder, hij raakt helemaal uit z`n gewone doen. Terug op het kamp begon het te regenen. We maakten haast op het kamp op te breken. Tussendoor propten we ons vol met worst, moest op. Spoedig was alles opgeruimd en namen afscheid van elkander, we moeten dit keer wel lang wachten op het volgend kamp. Alhoewel, het is zo weer november. We moeten een voorbeeld nemen aan de vlinder, hij telt geen maanden doch momenten, .. en hij heeft tijd genoeg. Het afscheid nemen van elkaar ging vlug, het regende inmiddels pijpenstelen dus leuter je niet zo lang. De barbecue staat alweer op het programma, er is meer dat ons bindt dan ons scheidt. De Latexus Dildus Erectus heeft nog een lange tijd kampwacht gehouden, stram, kop omhoog, leunend tegen een stevige tak en zachtjes knikkend in de wind. Hij vond het allemaal wel goed. Rest mij nog te zeggen, Moed broeders, struikel niet. © Vliegend Hert, 22 mei 1995.

6 of 7
1234567