SusScrofa

1994 November

1994 November

Zoals jullie zo onderhand wel weten zijn er altijd een stel pioniers die vrijdagsmorgen al vertrekken om het kamp op te zetten en daarna in de omgeving alvast hun geurvlaggen uitzetten. Zo ook deze vrijdagmorgen vertrokken omstreeks 10:00 “Vliegend Hert” en de “Bat” op  hun vol bepakte “Kawasnakie-paarden” (een soort Japanse wilde mustangs) richting het oosten. De zon scheen overdadig en het was niet koud zodat onze reis voorspoedig verliep en we tegen 10:30 het gehucht Groß Dörgen opschrikten met onze motoren. We reden direct naar de boerenschuur aan de zuidkant van de hoeve van Berent en Heine Rolfers. De “Batmobiel” stond hier al op ons te wachten in het zonnetje. De Bat had onderweg vlak voor de eindbestemming nog even de schrik gekregen of dat hij de sleutels van de Batmobiel wel had meegenomen, zodat er eerst een intensief onderzoek door hem werd ingesteld in zijn rugzak. Wat er te voorschijn kwam, waren de sleutels, en een stenen kruikje en de daarbij behorende stenen borrelnapjes van de firma J. Boomsma (de J. staat voor Jouke). Zoals alle Friezen behoorlijk koppig zijn is dat vergelijkbaar voor de drank die men daar brouwt. En wil je ze er onder krijgen dan moet je ze direct aanpakken. Dat hebben wij dan ook maar gedaan en even later zaten we dan ook op de  strorollen met in de ene hand een borrel van Jouke, en in de ander een sigartje, zodat van praten niet veel meer kwam en het alleen genieten werd. De batmobiel moest nog op zijn plaats en uitgeklapt worden maar hier stond een tractor geparkeerd zodat we eerst terug zijn gelopen naar de hoeven waar we Berend aantroffen in de oude schuur. Hij is met ons meegelopen en heeft de tractor op een plek neergezet waar wij er geen last meer van hadden, alleen voordeel zoals later zou blijken. Naar de Batmobiel op zijn plaats gedrukt en uitgeklapt te hebben konden we onze spullen weer kwijt die tot nu toe nog op de motoren vast zat. De zon scheen zo sterk dat we zonnestoelen en de tafel buiten de vouwwagen hebben gezet en met de fles van Jouke hebben we even goed genoten van dit weer. Het was zo warm dat het tentdoek aan de zonzijde  vol met vliegen zat en we zelfs twee vlinders zagen, een geeltje en een klein bruin vlindertje waarschijnlijk een zandoogje. Een heel verschil met het jaar ervoor om de zelfde tijd toen het overdag zo’n 6 graden vroor en het `s nachts naar – 12 ging. Nu lagen we daar van de zon te genieten, er gingen steeds meer kleren uit. Maar goed het leven bestaat niet alleen uit genieten ook de geurvlaggen dienden nog in de omgeving uitgezet te worden. We zijn dan ook tegen 13:00 uur op stap gegaan om de omgeving te verkennen.  Als eerste hebben we de brug over de Hase een bezoek gebracht zodat die weg naar ons kamp was voorzien van geur. Een geroffel of als er een onweer op komst was rolde door het Hasedal toen we boven op de brug ons even lieten gaan. Voor de statistiek hebben we de waterhoogte nog even opgenomen E18 (welk even boven de peiler is). Hierna zijn we terug door het dorp naar beneden gelopen van de heuvelrug naar de zomerkamp plaats. We ontdekten dat hier kort hiervoor nog gekampeerd was de sporen van zware voertuigen waren nog vers aanwezig en hooguit een dag oud. Teven had men een vlaggenmast achtergelaten in de vorm van een kruis. Wij zijn hierna door het weiland richting Hase Altarm gelopen en kwamen hier zo’n veertig wilde eenden (type Daffy Duck) tegen die van schrik opvlogen. En wij hadden nog helemaal geen “Struik” gehad. Even verder in de buurt van de twee omhelzende bomen hebben even halt gehouden en een “sigartje dabei” genomen. Met de zon achter ons gaf dit een leuke herfstplaatje , over het water kijkend naar de beboste heuvelrug. Even verder lag een door bevers doorgeknaagde boom, van zo’n 20 cm doorsnee, die al voor een groot gedeelte van zijn schors was ontdaan. Hiervan hebben natuurlijk een paar foto’s van gemaakt en zijn verder getrokken langs de oever van de Hase Altarm.  Beverspoor5Even voorbij de bocht kwamen we op de helling een vossenhol tegen met nog verse sporen tegen (zandsporen op de natte bladeren). Aan de overkant van de Altarm kon we de platgetreden oevers door bevers observeren met de nog vers afgeknaagde twijgen. We zijn de oever verder afgelopen totdat we weer aan de Hase kwamen. We maakten hier een rare constatering. Waar vroeger een smal steil pad naar boven liep naar de zandafgraving lag nu een brede zacht glooiende weg naar boven. Nu weten we dat Oehoeboeroe onze oudste, langzaam zijn ouderdom begint te voelen, en al eens aan Yeti heeft laten doorschemeren dat we wat rolstoelvriendelijke paden moesten opzoeken. Maar zou hij weer een brief aan de Herr Burgemeiser gestuurd hebben met het verzoek om dit? Neen was ons oordeel zover kon hij niet zijn gegaan. Maar men was aardig te keer gegaan niet alleen het pad had men veranderd in een snelweg naar ons zo bekende natuurgebied maar ook de bomen langs de Hase had men gelijk ook maar gerooid. Vroeger kon men hier niet door de bocht van de Hase kijken maar nu was dit veranderd in ruim zicht. Maar zoals Middas Dekker al eens geconstateerd heeft dat de echte natuur eigenlijk alleen nog maar voorkomt op nieuwe gronden, gaven we toch de voorkeur aan de oude situatie. De rest van de middag hebben we doorgebracht in de zandgroeve welk nog een grondig hebben onderzocht op werktuigen uit het stenen tijdperk. Echte werktuigen hebben we niet gevonden, wel afslagen welke op menselijke oorsprong duiden. Als je een doorsnede neemt van de bodem van de zandgroeve dan vind je op bovenaan een + 25 cm humus- en oerlaag hierna krijg weer zo’n 25 cm wit rivierzand en een dun laagje humus van zo’n 3 cm hierna krijg je + 4.5 meter wit rivierzand voordat de groenblauwe keileem begint. De groenblauwe keileem is afkomstig van de voorlaatste ijstijd zo’n 165.000 jaar geleden. Hoewel je geen stuwprofielen in de onderste laag rivierzand ziet lijkt het mij toch toe dat deze een is, en deze is waarschijnlijk ontstaan in het Eemien zo’n 90.000 tot 70.000 geleden. Hierna heeft zich een poosje begroeiing kunnen plaats vinden de dunne bruine humuslaag waarschijnlijk is dit uit een warmere tijd tussen het Eemien en het  Weigel de laatste ijstijd. In deze laatste ijstijd zo’n 25.000 geleden vind er weer zandstuwingen plaats en ontstond de dunne laag rivierzand.  In de bovenste laag op de scheiding met de oerlaag vind je de meeste vuurstenen. We hebben het tot zo’n 15:15 volgehouden in de groeve en zijn daarna teruggelopen langs de Hase naar ons basiskamp. Onderweg vlogen er nog een aantal Ganzen in V-vorm over richting westen welk toch een koude periode voorspeld. Volgens Vliegend Hert waren dit Rotganzen omdat ze ook nog veel lawaai maakten tevens ontdekte hij er een Harrie W. gans bij die zo’n 30 meter opzij meevloog.. We hebben voor de Batmobiel de zonsondergang genoten die van goud- tot purperrode kleur onderging.  ZononderMet de Struik op het vuur (Chilli-Concarne en Goulash een recept die ik iedereen kan aanraden) en Jouke op de tafel werd het al gauw gezellig. Toen we om een uur of vijf  een doos sigaren ophadden, Jouke plus reserve leeg hadden, Het explosieve mengsel van Struik ophadden, en volgens ons Marlies al een beurt hadden gegeven, werd het tijd voor een “napje” (hazenslaapje). Het was dan ook even schrikken toen onze boys min Hakkete om ongeveer half acht arriveerden. Na koffie voelden we ons als helemaal herboren en konden we met de anderen meegenieten van het openingswoord van onze waarde Oehoeboeroe. Bedokokoma ist wieder da, Groß Dörgen twee nachten weg van ma, Maar het is een plek waar ik graag kom, ook al klinkt dan misschien dom. Groß Dörgen een plaats aan de Hase, blijft ons keer op keer weer verbase. Hier vind je vogels met de naam Wever, maar ook de voor ons onbekende Bever. De weide met reeën en koeien, blijft ons iedere keer weer boeien. Vlak bij de Hase Altarm, vonden we eens een konijnendarm. Jongens maak er wat van dit weekend, zo langzamerhand zijn we hier goed bekend. We gaan straks vroeg naar bed, want het is morgen goed weer nadat ik wed. Dus gooi uit die broeken, want morgen zijn er pannenkoeken. We gaan dan vroeg op pad, en dat lijkt we wel wat. Beter een Suscrofa ala Obelix, dan helemaal niks. Nou weten van vorige keren dat onze goede oude uil het wat toekomst voorspellen aangaat wel eens mis zit. Zo zag hij mij vorig jaar door het ijs van de Mittelradde zakken terwijl we deze beek in geen kilometers genaderd zijn dat weekend. Zo werd het dit keer vroeg naar bed niet gehaald, omdat laat op de avond een uitstapje werd bepaald. En ook de pannenkoeken konden we niet eten, want die waren we stomweg vergeten. Ook Werner (Hij moet nog een naam hebben) kwam nog langs met een of ander zoere appelties drank welk de meeste naar binnen sloegen met de uitspraak “Nostrafja”, “Dubrofnic”, Sarajevo of “Skoll”, maar een van ons deed uitspreken; Er zit geen suiker in! De stemming kwam er nu goed in en zo konden allerlei verhalen weer rond de kachel worden waargenomen. Zoals dat verhaal van onze wijze uil dat hij in zijn jeugd was aangerand achter in een VW (spreek uit Vouw W) door een plaatselijke boerendochter. Wat uitliep op een triootje volgens hem zelf. Het verhaal werd nog interessanter toen Oehoeboeroe weer achter in die “Vouw W” naar een plaatsje ging. Maar, zei hij, ik kan er niet opkomen. Wij dus raden. Neen, zei de wijze uil, je weet wel, bovenop die bulten. Teckelenburg, zeiden wij. Ja, riep de Wijze Uil, in Teckelburg daar waren we. Wat een van ons deed afvragen, maar je kon er toch niet opkomen?  Maar onze Wijze Uil ging door, daar heb ik achter in die auto op een rustig plekje zitten zoppen. Nu gingen er wat meer van ons zich wat afvragen. Op een zaterdagavond achterin een VW de boel gaan schoonmaken op een rustige plekje? Wij wisten wel iets beters. Maar we lieten onze oude uil in zijn waarde en knikten gelaten mee. Toen hij even later ook nog met de uitspraak kwam, ik had hem toen al mooi staan, deed dit alle twijfels wegnemen. Onze wijze uil had wel een zeer moeilijke jeugd doorgemaakt en kreeg toen al een stijve van het schoonmaken van een Vouw W. Onze wijze uil nu toch wel een beetje uit het veld geslagen door het bij ieder woord van hem, het gelach van ons, wou nu een serieus gesprek met Werner beginnen. Hij bood hem eerst een drankje aan zoals een goed politicus beaamt. Maar Werner sloeg dit af, hij moest nog Fahren zei hij. Wat Yeti bevestigde door te vertellen dat Werner de hele nacht door moest en Marlies alleen was. Onze wijze uil liet zich ontvallen, so, zie wollen heute nacht noch reiten? Wat ons in de volgende lachbui deed vallen en Werner met nog meer vraagtekens achterliet. Rare jongens toch die Hollanders zal hij wel gedacht hebben. Denken gelijk als je een keer `s nachts moet werken dat je ook gelijk op een ander wijf duikt. Tegen een uur of tien was ook Hakkete gearriveerd en deze moest natuurlijk nog even proeven van dat appeldrankje. Dat het van wrange appels was gemaakt wisten we toen zeker want zijn gezicht was het zelfde. Nu de hele club aanwezig was in de eerste vaatjes al leeg waren werd vroeg in de ochtend besloten een vervroegd douwtrappen in te lassen. In hoog tempo gingen we op stap als een stel randgroepjongeren met een vast doel. Waarbij natuurlijk voor jongeren oudere jongeren wordt bedoeld. Ons doel was wegen uit te zetten in het donker wat volgens sommigen van ons aardig gelukt was. Hoewel er volgens mij er ook welken zich hadden gedrukt van dit werk, want onze Yeti was volgens mij bij een scharensliep geweest. Het mes dat ik die avond nog gezien had als een gaaf mes, had hij omlaten slijpen naar een kartelmes. Naar zo’n frisse wandeling in de ochtend kun altijd nog wel slapen wat we dan ook maar gedaan hebben, of hadden we nog niet geslapen? Om ons nest in gereedheid te brengen met 6 man hadden we de plank nodig maar die waren we dus vergeten. Maar hoe inventief we zijn naar zoveel drank op blijkt wel uit het volgende want met twee roosters van een kunstmeststrooier werd dit aardig opgelost. De innovatie hierbij was dat deze roosters open zijn en alle CO2 direct naar beneden in de wagen geleid kan worden. Zaterdag 26 november. De dag begon voor sommigen al vroeg om 7 uur, en voor anderen 8:30. Maar onze Wijze Uil die altijd over ons waakt en de Bat als schemerdier waren wakker geworden door het druppen op het blikken golfplatendak. Het regende dus men had het wel voorspeld maar daar denk je natuurlijk dat overkomt ons natuurlijk niet. Oehoeboeroe deed na eerst de hoek van de schuur nog even te hebben bevrucht, zijn ochtendgymnastiek en ging zich gelijk wassen door tussen de regendruppen door te lopen en hierbij een drup in ieder oog op te vangen. Naar in elk een drup in zijn oog te hebben opgevangen eindigde dit ritueel met een stevige: brrrr. De uil had zich gewassen. Na te hebben ontbeten, geen Rösti, maar wel een ei met mosterd. Hetgeen Oei Oei zich deed verbazen want hij had na opmerkingen uit het verleden extra scherpe mosterd gekocht, en hij keek dan ook met open vallende mond en uitpuilende ogen toe hoe de Bat en Vliegend Hert een ei met veel mosterd zonder blikken of blozen naar binnen werkten. Zou die mosterd toch niet zo scherp zijn? Een klein likje dan maar en proeven dacht hij. Zo gezegd zo gedaan maar Oei Oei wat was die mosterd scherp! En wat doe je dan als het regent? Ja, je snapt het al, de oude spelletjes van vroeger worden van stal gehaald, en wij deden dus Stropakken tikkertje. Toen we uitgespeeld waren werd overlegd wat te doen. Als het de hele dag bleef door regenen konden we beter een droge observatieplek opzoeken om toch nog wat aan de dag te hebben. Toen we net hadden beslist om naar gebied van het spaarbekken bij Geestte te gaan begon de regen over te gaan in fijne motregen. Zoiets is net als gereformeerden. Bij regen denk je het valt nogal mee maar ondertussen wordt mooi nat. Bij gereformeerden denk je ook dat ze wel meevallen als collega maar ondertussen wordt je genaaid bij je baas door hen. Dus ging wij op stap langs de route die wij de vorige dag hadden gelopen. Het was ondertussen 11:00 en weer dacht onze Wijze Uil in de toekomst te kunnen zien: We gingen we er een lange dag van maken volgens hem. Wel brachten we een bezoek aan het reeën bosje. Hier ging drie reeën op grote afstand voor ons aan over het weiland naar het bos terug. Yeti kreeg ze nog voor de kamera maar de Bat, die in hinderlaag lag opgesteld, passeerden deze op zo’n grote afstand dat hij wel een Servisch “sniper” had moeten inhuren wilde hij die schieten. Kennen jullie die al van die twee Serviërs, een Kroaat en een Bosnische moslim die elkaar op een kruising tegen komen? Omdat ze allemaal gelijk aankomen weet niemand wie nu het eerst was en dus eigenaar is. Zegt de Kroaat; Dit is vast Kroatisch want de kleur van de rotsen is gelijk aan de kleur van die aan de Middellandse Zee. Nee, zegt de moslim, deze zien er precies zo uit als in de buurt van Sarajevo en is dus Bosnisch. Hierop pakt een van de Serviërs zijn pistool en schiet de andere Serviër dood. Waarna hij zegt, dit is Servisch, want overal waar een Serviër dood ligt behoord bij Servië. Hierna zijn we langs de Hase Altarm gegaan. Het regende ondertussen weer pijpenstelen en aan het eind van de arm gaf een ree nog een demonstratie platduiken toen hij voor ons wegvluchtte. Hierna zijn we teruggegaan naar het basiskamp, regen weet je wel! Hieraan gekomen was het nog te vroeg voor het eten zodat werd besloten om wat van de biervoorraad te proeven. Eerst werd het bier van de vorige avond nog eens geprobeerd. Maar naar een slok werd direct met unanieme stemmen aangenomen om een nieuw vaatje aan te sluiten. Ondertussen werd ook het loodzware drankje “Auerhahn” geproefd en langzaam kwamen we weer op niveau na deze deprimerende regen. Ook Werner kwam weer langs en net als het vorige jaar was besloten om hem mee te helpen de lampjes in de boom te hangen. Dit werd weer een ware happening met Oehoeboeroe als aanwijzer en afwerker (hij harkte de tuin nog even netjes), Vliegend Hert in het bakkie van de tractor, Oei Oei, de Bat als lampjescontroleur, Hakkete op het trapje en Yeti om dit op de gevoelige plaat vast te leggen. Dit noemt men ook wel teamwerk. Hierna moest de boom op een oud inlands gebruik worden ingedronken en het bleek dat Werner nog meer van die “Zoere Appelties” drank had plus een drankje dat verdacht veel smaakte naar ranja maar wel 20% bevatte. Dit lieten onze jongs zich goed smaken met als nadronk een Warnsteiner pilsje. Ondertussen probeerde Oehoeboeroe nog een verslag te geven op band over de opbouw van de kerstboom terwijl de andere leden zich bezighielden met de “poliepen” van Oei Oei. Wat onze Wijze Uil nogal frustrerend vond. Voor wie melde hij er niet bij, maar hij vond dat we dit later maar eens horen moesten en wij ons er dan wel voor zouden schamen. Bij deze dan Oehoeboeroe. Ondertussen kregen sommige leden van ons toch lichte benen en kwamen vroegere jeugdzonden bovendrijven. Zo gaf Oei Oei op de parkeerplaats een Egyptische balletdemonstratie. Hij was namelijk vroeger bij het ballet geweest. Als een drachtige nimf zweefde hij over plaveisel, ons in verbijstering achterover doen slaan. Ook de gezamenlijke teamfoto kwam door deze lichte voeten niet veel terecht. Naar herhaaldelijk het plaveisel te hebben opgezocht een fles “zoere appelties en een fles abrikozenlikeur en de nodige flessen bier werd het tijd voor het eten het liep onderhand tegen 16:00. Na een lange tocht voor sommigen door het bosje ging het terug naar de Batmobiel. Tijd voor de “Kidneybeans”. Favoriet bij Oei Oei. Ja en nu er toch over hebben we misten hem bij het eten en volgens ingewijden had hij last van zijn maag. Zou die mosterd van vanmorgen dan toch te scherp zijn? Het eten werd door ons vrij zwijgzaam genuttigd, de meeste hadden al genoeg gehad voor het eten. Alleen op de achtergronden hoorden we af en toe de rauwe slokdarm geluiden van Oei Oei vanuit het bosje. Na het eten was het voor het merendeel van onze leden genoeg geweest. Ze zochten een plaatje in de Batmobiel op en even later werd dan ook een gezamenlijk gezaag hier vanuit gehoord. Alleen de twee met de sterkste magen bleven over Hakkete en de Bat. Hoewel, van Oei Oei was de laatste tijd ook niet meer gehoord. Hakkete ging op onderzoek uit en trof hem nog steeds in een desolate toestand aan. Zelf het bed dat hem werd aangeboden kon hem niet van zijn observatiepost, aan de rand van het bosje, wegpraten. Hakkete ging terug en filosofeerde met de Bat er nog wat op los. Om 18:30 gingen we ons toch wat ongerust maken over het fanatieke gedrag van Oei Oei. Hoewel het niet koud was leek ons anderhalf uur op de grond liggen niet erg bevorderlijk voor het gestel. De schijnwerpers van de tractor werden nog eens ontstoken en we speurden de bosrand of naar onze natuurobservator. Deze vonden dan toch naar een poosje weggedoken tussen een oude melktank en een eikenwal. Naar enige overredingskracht van ons kregen we onze dappere natuurobserveerder dan toch mee in de Batmobiel. Naar hem onder een Grebbeberg van dekens te hebben opgeborgen konden we met een gerust hart verder genieten van ons pilsje en Auerhahntje. We hebben het tot ongeveer tien uur vol gehouden daarbuiten en een aantal leden om een uur of acht gewekt. Hoewel het wel bewolkt was de temperatuur toch zo hoog dat je tot `s avonds laat buiten kon zitten. Hierna hebben we het nog een poosje in de Batmobiel voortgezet tot iedereen het welletjes vond. Zondag 27 november. De Bat kreeg vroeg in de morgen de schrik van zijn leven. Hij werd tegen een uur of 4 wakker in de morgen van een droge keel, en dacht noch even eentje te kunnen nemen (de nathals). Voorzichtig kroop hij over Vliegend Hert en langs Hakkete en Oehoeboeroe. Hij deed de tent los en begaf zich naar de keuken. Hier ontwaarde hij langzaam de contouren van “Lange Hein” in een van de zonnestoelen. Mijn laatste uur is geslagen dacht hij, totdat hij beter keek en de lange witte benen in een stel groene laarzen zag. Nu gingen de radertje bij de Bat sneller werken; De “Dood” met een paar Boerenbondlaarzen aan, dat was gek. Zijn laatste pilsje had hij al een paar uurtje daarvoor ook al gehad, dus een delirium was uitgesloten. Dan maar van dichter bij bekijken. Maar de uitspraak; Dag Wullum, deed de Bat zijn hartje weer langzamer slaan. Het was onze goeie oude Hakkete die hier buiten zat in zijn onderbroek en een paar laarzen. De Dag begon voor de meeste van ons om een uur of acht met koffie en brood met “apenlulletje” die natuurlijk eerst een bad kregen in de mosterdpot. Welk onze Oei Oei nog steeds deed griezelen. Het regende ook weer dus dat scheelde weer water uit de jerrycans bij het wassen. We hebben dan ook de tijd genomen voor ons ontbijtje en tegen 10:30 zijn we toch op stap gegaan in de fijne motregen. Het doel? Het moeras aan de overkant van de snelweg hier schijnen sinds kort wilde zwijnen voor te komen, je weet wel, Suscrofa’s. Naar een voettocht langs de Hase en de zandafgraving kwamen we aan de overkant van de snelweg. Hier hebben we het pad gevolgd langs het bos achter de spaanplaatfabriek. Misschien dat we nog een (Prostu)reetje konden betrappen. Hier schijnt hier een tippelzone te liggen. Niets gezien wat hier op leek, maar op het bouwland ten westen hiervan vonden we een aantal stenen uit de “Alcoholitische tijd” volgens de Wijze Uil. Hij zelf had nog een vuurstenen vingerhoedje gevonden. Het bosje achter de spaanplaatfabriek bracht ook verder geen sporen van Suscrofa`s zodat we over de snelweg naar Groß Dörgen teruggegaan zijn, naar de Batmobiel. Waar we langzaam de boel opgeruimd hebben en nog even bij elkaar hebben gezeten. Onze voorzitter deed nog even een afscheidswoord welk eerst treurig begon over het weer, maar langzaam overging in de positieve dingen van zoals; de laatste nacht goed uitgeslapen en het warme weer. Het was geslaagd zei hij en laten we het daar maar op houden. Tegen drie uur kwam de vrouw van Oehoeboeroe het spul ophalen. De Bat en Vliegend Hert op hun volgeladen Kawasnakie paarden er achteraan. Op de parkeerplaats achter de grens werd nog even een sigaartje gerookt en afscheid genomen van elkaar. Op naar de volgende weekend in  mei 1995.  Batman.

1994 Mei

1994 Mei

Ik begin met een weerrapport; op onze vertrekdag, vrijdag de 13e, was het licht bewolkt met een zwakke wind en een temperatuur van 18 graden. Dit voorjaarsweer hield aan tot zaterdagavond 23 uur, toen begon het pijpenstelen te regenen. Dit weertype bleef ons de rest van het weekend achtervolgen. Van dat miezerige regen kun je volgens Oehoeboeroe behoorlijk over je nek gaan. Zo’n motregen drukt toch geleidelijk aan op de stemming. Op het eind was het op grafkelderniveau. Iemand begon zelfs kauwgom met pepermuntsmaak te delen. Maar we kennen een stelregel: we raken pas in paniek als het bier op is. Of zoals de Romeinen dat vroeger zeiden: Vulneratus nec Victus, gewond maar niet verslagen. De natuur blijft voor ons de moeite waard en we prefereren het boven ingeslapen thuis zitten. Voor wie niks zoekt is dat niet te ontwijken. We eindigden ontzettend niet droog. De vrijdag ervoor hadden we daar gelukkig nog geen idee van, dus begin ik het verslag in een zonnige stemming. Vrijdag 13 mei 1994. Hoi. We reden die vroege vrijdagmorgen met een kawasnaki, een brulpiepe (deze is inmiddels verleden tijd) en een automobiel over des Heren`s Dreven met een oppermachtige stemming. We gingen we richting Groß Dörgen, het land van Hase und Radde. We reden sofort naar het kamp van Kuhl. Helaas, waarschijnlijk door het mooie weer van de laatste tijd zat het terrein vol gleuven. Verdoome wat nu? Batman`s helm reutelde wat. We reden verder en kwamen op de grote kampplaats. Hier troffen we huidhoofden (skinheads), ruwe bolsters zonder pit. Op een manier wat leek op een fascistische groet wezen ze ons een kampplaats aan. Verdoome wat nu? Batman`s motorhelm begon te rammelen, we keken anti. De Herren bivakkeerden, zo bleek later, zonder toestemming. Zou landjepik erfelijk zijn? We voelden ons beschissen. Diep verscholen in het Groß Dörgener Wald, waar jagers nog met pijl en boog de jachtvelden betreden en waar de koekoek de tijd aangeeft, daar ligt PilzenHeinkamp. Tussen de grove dennenbomen en vogelkersstruiken hadden we een panoramische uitzicht op de Hase. Als een zilveren slang zoekt ze haar weg door de groene wouden van Groß Dörgen. We maakten kwartier en maakten die dag onze eerste voettocht. In het Hasetal heetten de kikkers ons welkom met een daverend openluchtconcert. Een gesneefde schaap ontbond in stilte en wees ons op de betrekkelijkheid van het leven. Het beest lag er opgeblazen bij, waarschijnlijk had ze een tampon bij “Het Kruitvat” gekocht. Bij terugkomst op PilzenHeinkamp maakten we een vuur van het hout welke de Hase ons aanbood op haar oevers. We aten van een Struik en laafden ons. Nadat we uitgelaafd waren was het wachten op de resterende clangenoten, deze arriveerden spoedig. Bebedokokoma, het illuster gezelschap van Oehoe­boe­roe, Batman, Yeti, Vliegend Hert, Oei-oei en Hakketee was weer compleet. Die avond liet het kampvuur donkere schaduwen tegen het tentdoek vallen. Gemorste as en gemompel in de rook, ons voorproefje op de Eeuwigheid? Af en toe klonk een lach, de hoorn des overvloed werd gekanteld. Met bier werd niet gemorst. Verhalen uit vervlogen tijden herleefden, de moderne tijd was slechts hoorbaar achter de verre verre horizon. Zaterdag 14 mei 1994. De nacht was kort, we waren op visite geweest bij andere kampvuren. In PilzenHeinkamp smeulde het kampvuur nog na toen er weer tekenen van leven zichtbaar werden. In de ochtendlijke nevelen maakte zich een schaduw zich los van het tentdoek. Even later hing de geur van verse koffie over het kamp. Meerdere figuren kwamen in beweging. Het kamp kwam langzaam tot leven, behalve de Kleine die sliep. PFS016Zakkenspanners namen deel aan het ochtendlijke menu, de stemming kwam er spoedig in. Een ode aan de Wielewaal werd gebracht, de laatste slaap werd er uitgegaapt. Zelfs het toilet werd in deze vroege uren misbruikt. De stinkerd liet een broedende merel ontredderd achter. We moesten het arme beest bijna aan de zuurstof leggen. We maakten ons op voor een trip naar Bokeloh via de buitenkant van de Hase. De Kleine vertoonde nu ook tekenen van leven. Als een wankele noviet kwam hij uit de tent met een blik in de ogen als na een diaavond over de Mexicaanse Cactus. Vanaf dit moment werd Oehoeboeroe`s stem vastgelegd op band, we volgen nu zijn relaas. Volgens hem konden we het beste langs de buitenkant van de Hase gaan lopen richting Bokeloh. We togen op pad. We waren ongeveer 20 meter van ons kamp toen Oehoeboeroe meerdere Blauwe Kiekendieven ontdekte die achter elkaar aanjoegen. Yeti verbeterde de Oude Wijze Uil. Hij wees hem erop dat het kieviten waren. Dat had hij beter niet kunnen doen. Een Wijze Uil praat je niet tegen, hier past respectvol zwijgen. Gelukkig was de Uil zo plooibaar als een staldeur. De Uil herstelde zijn determinatie, hij maakte er de blauwe kiekenkievit van. Yeti keek eventjes scheel maar zweeg nu gepast. Oehoeboeroe was goed geluimd, hij noemde het de Tocht Van Het Eikeltjesgras. Ondanks het enthousiasme om het niet te doen wil de Wijze Uil toch een paar eikelstengels meenemen naar zijn huis. In ganzenpad kwamen we door ons veelbezochte dorp. Spoedig vond Oehoeboeroe een Boomkruiper of Boomkarper, hij vond het een echte kruiper omdat het nest op de grond lag. De Wijze Uil filosofeerde dat de natuur ondoorgrondelijk was, we zwegen gepast. Langs het Lariksbos gelopen gingen we richting huidhoofdenkamp. De Wijze Uil leuterde stevig door in zijn memorecorder. Uil vond een plantje dat nogal een vieze geur afgaf. Met de overtuiging van een heilsoldaat bestempelde hij het plantje als het Lik-Me-Reet plantje, we zwegen gepast. Langs de dijk gelopen zagen we een ree langs de Kolk lopen. Een prachtig gezicht hoe een Ree, door voorjaarszon gebroken ochtendnevelen, zijn weg zocht door de Eeuwig Zingende Wouden van Groß Dörgen. We genoten van de stilte om ons heen. Oei oei`s billen lieten zachtjes een boertje. Boven in het zwerk vloog een driedeurs Boeing 747, de moderne tijd leek zich te willen opdringen. Even later zag De Wijze Uil een Rood Gevlerkte Buizerd, we zwegen gepast. Langs de Hase zagen we rode knaagsporen van een bever. Eerst dachten we aan een bever met bloedend tandvlees of lipstick, maar een slimmerik onder ons wees ons op een onderzoek die hier gaande is. Door de knaagsporen rood te verven kun je later goed zien of er door bevers opnieuw geknaagd is aan het hout. Tot overmaat van ramp begon de Wijze Uil nu in zoiets als Duits te leuteren. Of Hebreeuws. Bij het zandgat wond de Wijze Uil zich op. Er waren weer bomen gekapt zodat meer poin gestort kon worden. Helaas had de Wijze Uil gelijk. Zijn gelijk kon nog wel eens verstrekkende gevolgen hebben in de toekomst. Zal ons schone Groß Dörgen ooit verdwijnen onder een dikke laag puin? We hadden eens eerder de pen in azijn gedoopt en een brandbrief geschreven over poin en zo. Onze visie en hun visie komen blijkbaar niet met elkaar overeen. Wanneer twee strikt logische visies tegenover elkaar staan, fuhrt jedes konsequenz zum Teufel zei Goethe eens. Hij had gelijk. We togen door een droge zandbedding welke snel als de Sahara werd bestempeld. Hier had de Hase een grapje in petto. De Sahara verliep snel in een oase. Even later zonken we tot de enkels in Duitsland. In de modder zag de Wijze Uil nog een paar grote platvoetsporen met blote tenen. Hij schonk hier verder geen aandacht aan maar probeerde op het droge te komen. Op het droge viel zijn blik op een Roodhals-Koekoek-Met-Kalmoes­geur en probeerde het te imiteren. De Wijze Klok sloeg 3 uur. Verderop deed Hakketee een belangrijke natuur­vondst, een hagedis. De kleine Levend barend hagedis (lacerta vivipara). PFS015De staart is ongeveer tien keer de kop, halsband getand volgens de baardhagedis, midden op de rug twee a drie hoge lange rijen als smalle schubben. Bruinachtig geelgroen, buik geel tot oranje met donkere vlekken. Lengte tot 17 cm. Het is de enig levend barend soort, op vochtige heide en veengronden. Voorkomen: Friesland, Noord-Brabant en langs de Hase. Volgens de Wijze Uil was dit de spitspunt-hagedis en moesten de boeken herschreven worden, we zwegen gepast. Verderop vonden we een opgeworpen bult takken in de bocht van de Hase, mogelijk was dit een Beverkolonie. Volgens de Wijze Uil kon hier de Roodgekraagde Wit­staartbever wel eens huishouden, we zwegen gepast. We naderden de standplaats van het Eikeltjesgras. We vervolgden de tocht en de Wijze Uil vond een pinksterbloem. Hij vond dit merkwaardig, Pinksteren was pas over een week. Tussen de brandnetels waren koningsvaren te zien, letterlijk vertaald: royal navy. Een mooie plant die het bos van een kruidlaag voorziet. Langs het pad vonden we een bijzondere plant namelijk Lelietje-der-Dalen, uit de zwak giftige plant wordt een etherische olie gewonnen. Deze wordt gebruikt als basis voor de parfumerie. Hier gekomen begon de Wijze Uil opeens te zingen (paniek?). Hij zong: Ik zie links, ik zie rechts, ik zie eikelgras, ik zie eikelgras al om mij heen. We waren dus op plaats van bestemming. Behendig pleerde hij een pol uit de grond en nam het mee, de pikker. Bij de dooie arm van de Hase aangekomen zag de Wijze Uil een havik in de lucht, een Buizerd kon het niet zijn, zo redeneerde de hij want deze heeft een bruine onderkant (!). Langs een oude bospad aan de rand van Bokeloh hielden we pauze. Op het bouwland had een paar jaar geleden een sledehondenkamp gestaan. Toentertijd waren we hier langs getrokken met de Grote Voeten Tocht. We vielen Bokeloh binnen via de Apeldorner Kirchweg, en kwamen langs een kapelletje. Zonder te waarschuwen trok de Wijze Uil een devoot gezicht. Spoedig zagen we de brug over de Hase. Dit punt vormde de Turning Point op onze route, we aanvaarden de terugweg. Zoals eerder in verslagen vermeld, hebben zich in het verre verleden te Bokeloh bloederige taferelen afgespeeld. Bijvoorbeeld in de 5e eeuw n.C. sneuvelde hier de Hunnenkoning Surwold. In die tijd was het Romeinse rijk in verval en een volksverhuizing was gaande. Van deze Hunnenkoning zijn nog sporen bekend. Zo ligt hij begraven in een gouden kist op de Hasseberg in Sellingen. In Hummling over de grens bij Westerwolde ligt dit vast in een rijmpje, “Hunenkoning Surwold, ligt begraven in Börgerwald, in een vergolden Hushold”. Aan de overkant zagen we een drijfkade, hier werden onze magen op proef gesteld. Verderop ging de Wijze Uil in dialoog met fluisterend riet. We zagen schleedoornstruiken, van deze struiken is bekend dat ze eerst bloeien en dan bladeren krijgen, dit in tegenstelling tot Meidoorn. Wir haben es fast gehabt zei de Wijze Uil toen we aan de horizon de contouren van Groß Dörgen zagen. Volgens de Uil waren we een half uur onderweg (op de memorecorder zat een half uur inspreektijd en deze was nu vol). We trokken over het pad richting Hasebrucke. In het verre verleden, zo memoreerde de Wijze Uil, gingen hier diverse verkenners op hun bek in het mulle zand. Maar s`avonds werden weer bij het kampvuur de liederen gezongen: Stookt het vuur ‘t is avondstonde, brand in Mokum, brand in Mokum. We luisterden naar de Wijze Uil en zagen de beelden weer voor ons. Kampvuren en tenten. We meenden de echo van de kampvuurliederen te horen. Ons Dörger Wald zit vol herinneringen uit vervlogen tijden. Waar de werkelijkheid bijt, daar zijn de herinneringen zoet. Verderop zag de Uil een kakstange in de bloei (kastanje dus) en hoorde hij een Vluchtig Vogeltje… We vonden een geparkeerde auto langs het pad vol met toiletpapier. Volgens de wijze Uil was dit de auto van de Schijtlijster, we zwegen gepast. Het pad waarop we liepen dateerde uit een ver verleden, velen zijn ons hierop voor geweest. Namen werden genoemd als Asterix, Idefix, Panoramix, Reveumix en Krogids. Volgens de Wijze Uil was dit pad ooit een sluiproute van de zandhazen van Napoleon. We betraden de voor ons beroemde brug over de Hase. Bij ondergaande zon stonden we vaak op de brug. Met de ellebogen rustend op de stalen leuning, mijmerend met blik op de horizon, terwijl de Hase stil onder onze voeten doorsloop. Het liep tegen de klok van 15.00 uur. We roken de stal zodat we spoedig op het kamp waren, de tocht voldeed aan de verwachtingen. De Wijze Uil had zijn eikelstengeltjes en de rest was Sadder and Wiser.

Ieder nam zijn plek om het kampvuur in. In een soort Zandvoordse kuilorde. Hakketee had over een Pergolavuur, Batman stelde de radio af. Oei Oei liet een schrale wind en hulde zich in spruitjeslucht. We kregen begrip voor de merel. We gingen nu eerst eens even flink de nieren afstoffen. Of zoals een alcoholist zegt: 1 bier is teveel en 10 is te weinig. Met de hand vol pinda`s en met een ontbloot bovenlijf (pan­klaar) begon de Wijze Uil hardop te mijmeren. Hij zag de Hase langs ons kantelen, een Meerkoet zwemmen in de lucht en wilde eenden vliegen in het water. Voor Uil geen bier meer. Voorbereidingen werden getroffen voor een kampvuur. Bij het kappen gaf de Wijze Uil aanwijzingen hoe men het beste kan kappen. Namelijk met een bijl (geen schop) in een wigvorm. (Sla je schoonmoeder niet met een schop. Dat maakt een botte indruk op haar) Die avond brandde voor het eerst een heus Pergodevuur, althans de eerste 15 minuten. Toen zakte het zooitje in. Het menu voor de avond was rijst, bruine bonen en rundvlees. Dat stond als een gewapend beton. Daarna gezamenlijk de afwas doen, dat heet een paar leden deden het werk terwijl anderen plotseling andere bezigheden hadden zoals de radio afstellen. Managen geven heet dat. Om half negen maakte we ons op voor een avondwandeling, het beton moest zakken. In het weiland bij de kolk zagen we een prostitureetje die het bos in naaide. Het was drukkend warm, we zweetten peentjes. We werden bijkans leeggeslurpt door de muggen. Er waren van die krengen bij die dwars door de broek heen prikten, au. In het naturschutzgebiet Hase-altarm was het nog drukkender maar er waren minder muggen. Volgens Uil konden we wel eens onweer krijgen. De Natuur had iets anders voor ons in petto maar daar hadden we nog geen weet van. Op het kamp gekomen trakteerde Oei-Oei ons op zelfgebrouwen bier. Gegist in de gewelven van Oei-oei. Nou, daar zijn we dan mooi klaar mee. De Wijze Uil herkende het als Palingbier, hij herstelde zich en noemde het uiteindelijk: Trapniek bier. Hij stelde voor om Oei-oei voortaan Abdijvogel te noemen. We genoten die avond van de Geste en het kampvuur. Een Meikever, door Uil: Mollekever, door Oei-Oei: Kamikaze-vuurkever genoemd, sneefde in het vuur. Wij keken toe. Prachtig, de Natuur. Toen werd het 23 uur. Vette pech. Het begon te regenen. We trokken ons terug in de grote tent waar spannende avonturen uit vervlogen tijden opgedist werden. Nunc est bibendum, laat ons drinken. Omdat bier natter is dan water. Zondag, 15 mei 1994. Een regenachtige Zondag klinkt net zo raar als een zonnige Regendag. De Wijze Uil gaf met de volgende woorden de stemming aan: het is koud, het regent en de aardappelpannenkoeken staan op. Crisis. Hier hielp maar een ding: Koffie Met Lef, en dat kregen we. We bikten de laatste koffie uit de pot en klotsten op pad. Volgens Oehoeboeroe konden we het best de begaande wegen aanhouden in verband met de drassige ondergrond. We liepen dus het bouwland op en vonden een kleine moor. Een moorgie. De Uil mompelde: In het barre land, de paden op, de lanen in, dwars door `t zwarte zand. In het moor zwom volgens de Grote Kenner, de zwartgroen gefladderde eend, we zwegen gepast. Op de achtergrond hoorden we de roep van de Wielewaal, een vogel die we dit jaar voor het eerst hoorden. Dwars door het kreupelhout liepen we richting boer Wolf. Een ree kruiste ons pad, een fazant stoof op, een naaktslak werd geplet. Langs de straat naar boer Wolf zagen we een paar Hazen. Hazen zijn geen knaagdieren zoals iedereen placht te denken, maar zijn verwant met de hoefdieren. De hazen zijn nachtdieren en zijn zelden overdag te zien. Alleen in de rammeltijd (paartijd) zijn ze overdag te zien. Het is overigs een sprookje dat Rammen (mannetjes) onderling tegen elkaar boksen. haas1Boksende hazen bestaan, maar dan tussen een Moer (vrouwtje) en een Ram. Het vormt namelijk een onderdeel van het paarritueel. De Moer is maar een paar dagen ontvankelijk en wordt met name door de oudere Rammen betreden (Herman, af!). Een kievitsnest lijkt veel op een hazenleger. Vroeger dacht men daarom dat hazen eieren legden. Het ei, symbool van vruchtbaarheid, werd door middel van de haas met elkaar verbonden. Met Pasen, een feest van opstanding en geboorte, zien we het terug als de Paashaas. Ostara is de godin van de vruchtbaarheid, hiervan is het Duitse Ostern (Pasen) afgeleid. Voorzover haas. De regen kwam nu met bakken uit de lucht vallen. Een oud boerderijtje op het erf van Boer Wolf bood ons beschutting tegen de elementen. Dit verlaten boerderijtje vormde met oeroude beuken en eiken een schilderachtig plaatje. De gebroeders Grimm hadden hier zo inspiratie op kunnen doen met het sprookje der Hans und die Gretel. Zelfs twee bedden vonden we in een kamer. Op de deel vonden we een sjees in perfecte staat. Op zolder vonden we een twintigtal matrassen, we keken eronder. Geen erwt te zien. Een sprookje met een vruchtbaar end. De tocht begon op een Barre Natte Voetentocht te lijken. Op het leste gingen we schuilen in de kapschuur van Berend. De Hemel ging nu echt open. De goden waren ons nu toch goed gezind. Een van hen kwakte een tent naar beneden. Een goedmakertje voor zijn collega die het weer verstierde. Zoals gezegd, als verzopen katten kwamen we terug op PilzenHeinkamp. Zelfs Oehoeboeroe deed het zwijgen toe zodat we onmiddellijk opbraken. Voldaan, moe maar vooral nat gingen we terug naar de moderne tijd. Ieder een kampvuurherinnering rijker. Tot November. Moed broeders, kijk omhoog en struikel niet. Vliegend Hert, 14 juli 1994

1993 November

1993 November

Dit is het verslag van het weekend van BEDOKOKOMA vanuit de verslagen van BEDO gezien. We hadden om 9:00 bij mij afgesproken voor een kop koffie en daarna vertrek. De vouwwagen was door Yeti al een week hiervoor naar Groß Dörgen gebracht, zodat we deze niet mee hoefden te nemen. Hert had het hele weekend de beschikking over de auto, en na een kop koffie, hebben we mijn spullen ingeladen en zijn vertrokken. Het was behoorlijk mistig, en nadat we de grens gepasseerd waren bij Zwartemeer, kwamen we op een gegeven moment stil te staan, door een stapvoets rijdende vrachtwagen voorons. Met een uitzicht van kleiner dan 50 m vraag je af wat ons achteropkomend verkeer zal doen. Op een gegeven moment dook een vrachtwagen achter ons op. Nu zaten we er tussen. Zogauw we konden zijn we hiertussen uitgeknepen. En naar een klein kwartiertje bereikten we de afslag naar Dörgen. We zouden de vouwwagen onder de kapschuur van Heinrich en Berent Rolfers zetten en bij onze aankomst stond deze al vlak in de buurt hiervan. Na overleg met Berent hebben de wagen in de kapschuur uit elkaar gevouwen. Na het opspannen en het installeren van het zonnepaneel hebben we ons een sigaartje en een pilsje genomen. Omstreeks 12:00 kwam de zon erdoor en werd het voor ons tijd om de omgeving te verkennen.

untitl11

Vanuit de kapschuur zijn we het pad in zuidelijke richting langs de Hase gegaan, en dan het pad onder langs de heuvelrug. Je komt dan in het typische rivierduinen landschap met meidoornstruiken en hondsroos en hier en daar een grove dennen bosje. Dat dit zo open is, is voornamelijk te danken aan de arme bodem, waardoor er alleen maar gras wil groeien. De boeren laten hier hun eerste jaars koeien op weiden, en deze zorgen er voor dat op niet beschermde plaatsen (lees ondoordringbaar) alle jonge aanplant geen kans krijgt. We hebben het pad gevolgd tot aan de bocht in de Hase en zijn daarna in oostelijke richting gegaan. Naar een dichtgevroren plas te zijn overgestoken zijn we de heuvelrug omhoog gegaan. Aan de bomen kon je zien dat op de plek waar wij hadden gelopen het water zo’n 1,5 m had gestaan voor een poosje (lees verslag oktober’93). We zijn zo verder in oostelijke richting gegaan richting een eikenrij die de afscheiding volgt tussen het hoogland en laagland. Hier kwamen we een nieuwe wildkansel en een jagerszit (high tech.) tegen. Deze bomenrij komt uit op een pad dat leid naar een oude boerenhoeve (onbewoond). Dit is een oude vakwerk hoeve die nog dienst doet als onderkomen voor koeien.

Landschap8 Landschap1

Het is werkelijk een plaatje om te zien zoals de hoeve hier ligt tussen de oude houtwallen en de grote beuken op het erf. Hier schoten op enige afstand van ons twee reeën weg welk al hun grauwe jasje aanhadden maar onmiskenbaar door hun witte achterspiegel. Het pad oostwaarts gevolgd dat parallel aan de Hase loopt totdat we aan de Dörgene Beeke kwamen. Hier hadden we in onze jeugd wel eens gekampeerd. Vroeger lag hier een prachtige kampeerplaats met een Dörgener Beeke die nog zijn natuurlijke beloop had, prachtig omgeven met bossages. Nu is er voor jaren een visvijver gemaakt op de kampplaats, en de beek gekanaliseerd met een stuw die d.m.v. een vistrap nog wat leven wil laten in de beek. We zijn verder gelopen richting de instroom van de Mittelradde in de Hase. We zouden over de brug hierover naar een bossage waar we al eens gekampeerd hadden met Scouting Klazienaveen. Maar het knallen van jachtgeweren weerhield ons om verder te gaan. Met onze verrekijkers de jagers geobserveerd, die elkaar onder kruisvuur namen zoals het leek, zodat wij besloten om terug te gaan. De heren waren ons iets te enthousiast en het bleef maar knallen. We zijn het pad teruggelopen en achter de visvijver nog een aantal mierenhopen bekeken. Er staan hier een aantal grote hopen van Rode bosmieren. Het pad langs de Dörgener Beeke afgelopen in de richting van de verharde straatweg tussen Klein & Groß Dörgen. Bij de weg zijn we overgestoken en het pad genomen langs de hoeve van Alwies Rolfers. Hier kom je door een sparrenbos met bomen van zo’n jaar of 30. Dit pad eindigt op de knik in de weg van Groß Dörgen naar de snelweg Meppen / Haselune. Ook deze zijn we overgestoken en het bos aan de overkant ingegaan. Ook dit is een sparrenbos maar van jongere aanplant. We zijn dit pad gevold tot hij zich splitste bij het oude bos. De afslag in zuidelijke richting genomen die later afbuigt naar het westen. Op een klein beschut heideveldje, met oude grenspaal, even een pauze genomen met een sigaartje dabei. Het pad komt uit op een pad dat langs de bocht in de “Alt arm” van de Hase. Vanaf hier zijn we recht het bos ingegaan omdat ik hier met mijn vakantie deze zomer een zelfde plek had gevonden als hiervoor. Dit is ook een plek gelegen tussen de duinen waar weinig bomen staan en met heide begroeid. Ik had er toen planten aangetroffen die nergens anders in dit gebied voorkwamen. Toen we weer op een pad aankwamen, zijn we de richting van de weide opgegaan. Hier langs de bosrand lopend kwamen we bij een kolk aan. Die dichtgevroren was. We hebben het ijs nog even geprobeerd. Maar we zijn niet te ver van de kant gegaan omdat een gedeelte nogal vrij jong leek dichtgevroren. Vanuit hier hebben we het weiland overgestoken naar de kamplaats van mij afgelopen zomer. Hier bleek kort geleden nog te zijn gekampeerd. We hebben het pad naar het zuiden genomen richting Dörgen. En tegen een 14:30 waren we terug bij de vouwwagen. Hier hebben we nog een biertje en een sigaartje genomen in de zon. Deze ging langzaam onder zodat het te koud werd om buiten te blijven. De temperatuur was de hele dag onder het vriespunt gebleven. In de vouwwagen hebben de kachel proberen aan te steken, wat niet lukte. Eerste gedachte was dat de gasfles leeg was wat mij bevreemde omdat ik die maar twee avonden had gebruikt deze zomer. Dus een andere aangesloten. Weer mis. Naar herhaalde pogingen ging mij een lichtje branden. Gas verdampt moeilijk bij een lage temperatuur. Dus de fles tussen de benen genomen kachel aangestoken, en de fles er voor geplaatst. Het Gasflesje van 1 liter werd normaal gebruikt voor verlichting of te koken onderweg en beslist niet voor de kachel en zou dan ook zo leeg zijn. We zouden dan op de gaspot van het gasstel verder moeten. Dus besloten we onze warme maaltijd maar warm te maken. En zoals verwacht wilde het gasstel ook niet. Dus ook deze gasfles voor de kachel. We hadden de complete maaltijden (Stamppot Boerenkool) van de firma Struik bij ons. Wel bekend bij het Nederlandse leger die alleen verwarmt dient te worden. We zaten dan ook om een uur of vier achter de stampot boerenkool met een dikke rookworst als extra. Na het eten hebben we nog even genoten van een pilsje, onze laatste. Nu was het wachten. Ik had gehoord dat Oei-oei wat later kon komen, of op zaterdagmorgen. Meneer had nog een bruiloft af te werken. Dus wij dachten dat de heren er tegen een uur of negen er wel zouden zijn. Ondertussen ging ons het gas uit, 1 liter potje, wat wil je! Ook hadden de fles Alter Liebe die we van het vorige weekend nog hadden overgehouden, al soldaat gemaakt. En ja hoor tegen 8:45 we horen een auto. Ik de rits los van de vouwwagen en zie een Citroen BX, dit zijn ze. Maar het bleek Werner te zijn de zwager van Yeti. Hij had ook verwacht dat de anderen er waren maar trof twee verkleumde leden aan die door de drank heen waren. Nadat hij om 21:30 was vertrokken zijn wij om op temperatuur te blijven een eind gaan lopen. We zijn het bos ingegaan langs de weg naar Groß Dörgen. Hier was een zwerm duiven neergestreken om te overnachten. Wat bij elke stap van ons een paar deed opvliegen. We zijn een boog gelopen zodat we weer op de weg uitkwamen. Net toen we deze zouden bereiken zagen we de auto van Yeti langsrijden. Bij terugkomst onder de kapschuur waar de vouwwagen stond. Zagen we Yeti en Oehoeboeroe druk bezig om licht te maken. Er kwam nog wat overleg want Oei-oei had ook nog eens het belangrijkste gereedschap vergeten. De bierpomp. Wat nu terugrijden, het was 22:45 dan werd het zeker 0:30 voor dat men terugwas. Besloten werd te blijven en het bier vanuit vat in een pan te gieten. Het pannenbier! Het tweede probleem was het gas. Yeti had zijn vouwwagen bij zijn schoonouders staan. Zodat hij besloot om zijn gaspot te gaan halen. Toen deze was aangesloten konden we eindelijk gezamenlijk gaan zitten en het openingswoord van Herman aanhoren. Dit bleek niet alleen een openingswoord te zijn maar een kompleet verslag van het komende weekend. Naar wat pannenbier en nog een slok van een sterke bier drankje ging Batje naar bedje. Vliegend Hert, Oehoeboeroe, Oei-oei en Yeti gingen nog een tocht ondernemen naar de kolk. Aldaar werd geprobeerd hoever het ijs wou houden door elkander zover mogelijk het ijs op te duwen. De volgende morgen bestond uit ons vergapen aan een berg slaapzakken en dekens van Oei-oei en Yeti, en het ontbijt. Dit ging weer met de nodige rituelen want ook het gasstel wilde nog niet goed branden met de gasfles voor de kachel.

PFS018 PFS017

Tegen half 10 zijn we vertrokken voor onze looptocht. We zijn Dörgen uitgelopen en in de flauwe bocht het bos ingegaan, totdat we uitkwamen bij de bocht van de Alt Arm hier het pad naar het oosten genomen. De zelfde als de vorige dag. We zagen nu meer als de vorige dag. In de buurt van de grenssteen vonden we in een half verrot paaltje in een wig een dennenappel ingeklemd. En typisch voorbeeld van een “spechtensmidse” door een bonte specht op zoek naar zaden. Spechtensmidse: De specht klemt de kegels met het spitse uiteinde naar boven gekeerd in een holte in een tak of spleet en hakt de zaden eruit. De dekschubben vanaf de punt van de kegel opengereten en uitgerafeld. Het pad verder gevolg naar de afbuiging naar het zuiden kwamen we op het pad een vossenkeutel tegen op een kleine verhoging op het pad. Nadat we op de verharde weg waren aangekomen zijn we richting de snelweg gelopen. En deze overgestoken richting het “Dörgener Moor”. We liepen nu op open terrein en dat was te voelen. Het had die nacht zo’n 12 graden gevroren en het vroor nu nog zo’n graad of 5, en met een noordoosten wind windkracht 4 a 5 en daarbij geen zon, geeft dit een onaangename koude. Hier kwam bij dat onze looprichting ook noordoost was. We hebben dan ook tweede ven een stop gemaakt om even uit deze snijdende wind te komen. Achter de bomen even een sigaartje genomen en een slok van een of ander inheems drankje met een bekende naam “HKT”. We hebben hierna onze weg vervolgd langs het pad totdat we bij een “wildkansel” kwamen doordat we het nog steeds koud hadden hebben we hier met z’n vijven ingezeten! Was wel erg nauw. Dus dan maar verder. Naar een kilometer ongeveer kwamen we in een volgend bos. Het pad gewoon rechtdoor gevolgd en niet de afslag naar Lohe genomen. Je komt nu een echt sparrenbos. Het pad loopt parallel aan de Dörgener Beeke, en bijna aan het eind van het bos zijn we richting de beek gelopen. Je komt nu bij een stuw in de beek die op de zelfde manier is gebouwd als die aan de Hase. Hier nog wat foto’s gemaakt. En toen de bosrand gevolgd. Toen we bijna aan het eind van het bos waren kwamen we sporen tegen van vos die een kip had verorberd.

vos kansel1

We hebben hier nog wat rondgekeken naar meer sporen, maar zijn toen verder gegaantotdat we bij een brug kwamen. Deze overgestoken, en langs een houtwal richting een hoeve en een pad. Hier aangekomen wisten we gelijk waar de kip weg kwam. Hier liepen er meer van zijn kleur rond. De hoeve werd niet gebruikt als boerenbedrijf maar als woonboerderij en de tuin was dan ook prachtig aangelegd. Wat ons bevreemde was om hier te komen moest je al gauw een kilometer of 3 over een zandpad rijden en dan was je nog een kilometer of 3 van de volgend bebouwing af. Midden in de wildernis dus. Het zandpad eerst gevolg naar het zuiden en bij de boszoom zijn we afgebogen naar oosten richting de weg van Apeldorn naar Lohe. Op deze weg zijn we eerst nog richting Apeldorn gegaan want ons doel was een natuurgebied en daarna na de “Historische strasse”. Maar naar een korte beraadslaging met een vingerhoed HKT vond een deel van ons kortste weg de directe was en niet een omweg. Zodat rechtsomkeer werd gemaakt en we nu richting Lohe liepen. Omdat we niet door het dorp zelf wilden zijn we er net voor rechtsaf geslagen en hierna links door een bosje gegaan zodat we op een zandpad langs Lohe uitkwamen. Dit pad liep langs een boerderij, en waarbij de boer had gedacht zijn “pestbult” op dit pad te moeten leggen. Wel handig voor hem natuurlijk maar wij moesten er omheen. Toen we er omheen liepen vloog een koppel fazanten op. Zij hadden een rijk maal aan het ingekuilde maïs van deze “pestbult”. Toen we weer op de verharde weg waren, de weg van Lohe naar Klein Dörgen, hebben we uit de wind nog een sigaartje genomen. Yeti bleek steeds meer last te krijgen van afkoeling verschijnselen. Zodat we zo spoedig mogelijk zijn doorgelopen. De afgelopen naar de snelweg, en deze overgestoken. Naar een eindje ligt er dan een visvijver aan de rechterkant met bankjes. Hier hebben we nog even gezeten en wat foto’s gemaakt.

Omdat Yeti verder wou zijn we opgestapt. Bij de kruising moesten we rechtsaf, maar hier tegenover is een hertenkampje met edelherten, welk onze fotograven niet wilden missen. Hierna zijn we de weg vervolgd naar Groß Dörgen. Bij de kruising zijn we afgeslagen richting de Hoeve van Wolf. Naar ongeveer 200 meter zijn we rechtsaf geslagen een breedte hout­wal in die richting Groß Dörgen loopt. Hier kwamen we een leger tegen van een ree. Naar een paar honderd meter afgeslagen naar links het weiland in. Ook hier kwamen we veel sporen tegen van reeën. We zijn toen schuin over gegaan zodat we weer bij de kapschuur van Rolfers onze gastheer uitkwamen. We hadden met elkaar iets meer dan 13 Km gelopen volgens mijn loopcomputer. Wat de kaartmeter later bevestigde. Het was 13:30 en wel erg vroeg om te eten. We zijn dan ook even wezen kaarten. Op een gegeven moment kwam Werner en Marlies (Yeti zijn schoonzus en zwager) langs. Men wilde een grote sparrenboom voorzien van verlichting en Werner kon dit niet alleen, en vroeg daarom Yeti hem te helpen. Nu had wij toch niets te doen dus allee allemaal er maar heen. Ondertussen had Werner een trekker met voorlader geleend en met 3 man in het bakkie kon het niet mis gaan. Hierna moest er volgens Werner iets op gedronken worden. Naar een rondleiding door het huis kwamen we in de keuken terecht. En wij al aan de kou gewend zaten er als een stel rode potkacheltjes bij. Naar allerlei Inheemse sterke drankjes met bier zijn we tegen een 17:00 afgedropen richting vouwwagen. Hier de keuken binnen gesteld en tijd voor de bruine bonen. Naar een goed maal werd het tijd om laag te zakken. Het pannenbier kwam weer op tafel evenals de kaarten er werd weer wat gemeen gespeeld. En toen Werner tegen 19:30 langs kwam keek hij vol bewondering naar dit spel. Het is maar goed dat er niet om geld gekaart wordt riep hij op een gegeven moment. Schuddekoppend ging hij tegen een 21:15 weg. Wij zijn niet veel later op ons nest gegaan. De volgende ochtend was het een stuk minder koud dan de dag er voor. Maar het eten bereiden ging nog steeds met de flessen voor de kachel en het gasstel zo veel mogelijk afgeschermd. Ondertussen werden we opgemerkt door het schreeuwen van buizerds, die in de verte schreeuwden. Maar op het knollenveld voor de schuur kwam er een laag over scheren dachten wij eerst. Maar dit bleek een Blauwe Kiekendief te zijn naar beter kijken.

KiekendiefHij hield zich schuil tussen de knollen als de buizerds te dicht in de buurt kwamen. Naar de koffie een paar eieren, en boterham met aardappelpannenkoeken (door sommigen onder ons ook wel “Crisiskots” genoemd) kan een mens er weer tegen aan. We zijn tegen een 10:00 opstap gegaan. We hebben het pad tegenover de boerderij het bos in genomen. Op de hoogste punt van dit pad zijn we linksaf richting Hase gegaan, onderaan de wal hebben gekeken naar sporen van bevers. We zagen wel hier en daar afgeschilferde wilgentakken maar geen duidelijke verse sporen. We zijn zo onder aan de wal verder gelopen, en zo langs pad langs de Hase verder. Overal zag je deze sporen maar we kwamen geen duidelijke tegen. We kwamen bij de duiker die de Alt Arm verbind met de Hase. Hier had een Bever in de duiker een dam opgebouwd van takken, waardoor de waterstand in de Alt Arm hoger stond als in de Hase. Geprobeerd om hier foto’s van te maken wat niet best lukte, je kunt er namelijk niet dichtbij komen om er een foto van te maken, terwijl de dam ook nog in donker staat vanwege de duiker. We zijn verder gelopen de richting de bocht van de Hase. Hier kon je in de verte zien hoe zo’n rivier werkt. De heuvelrug aan deze kant steekt zo’n meter of acht boven de rivier uit. En de rivier had in deze bocht de wal zo onderbouwd dat er een aardverschuiving had plaats gevonden. Bomen en alles was naar beneden gekomen. We zijn de heuvelrug opgelopen en kwamen zo bij een zandafgraving aan. Een heel groot gebied wordt hier weg gegraven voor geel zand en gedeeltelijk weer volgestort met puin en ander rotzooi. En dat in zo’n prachtig natuurgebied. zonde! We zijn naar beneden gelopen waar de bodem bedekt was met een bevroren plas. Hier was men aan het schaatsen zodat we zonder vrees de plas overstaken. Maar het ijs was nog niet zo sterk dat het 5 mannen naast elkaar kon dragen. Af en toe begon het vervaarlijk te kraken. In de noordwand zitten een groot aantal nesten van oeverzwaluwen. Hierna zijn we de plas weer overgestoken richting Bokeloh en het bos richting de Hase gegaan. Je komt nu op een open grasgebied waar we de Hase nog eens hebben bekeken. We zijn nu stroomopwaarts de Hase gelopen. Na een gegeven moment kwamen we bij de plek vlakbij waar de aardverschuiving had plaatsgevonden. We zijn hier naar beneden gegaan en kwamen hier en val tegen met een dode Muskusrat tegen. Nadat we de aardverschuiving hadden bekeken bleek dat in dit gebied vroeger ook al gebruikt was als stortplaats want we troffen hier beton aan. We zijn het pad langs de Hase gevolgd tot aan de Alt Arm en hier linksaf langs de oever gelopen. Hoewel we hier al vaak langs gekomen waren zie iedere keer op dit mooie stuk wel iets anders. Dit keer viel ons oog op een Eik die omgewaaid was op een gaffel van een Beuk. Het rare was dat beide bomen volkomen in elkaar waren vergroeid. Even verder vonden we een dode Watervleermuis die de strenge vorst niet had overleefd. PFS020We zijn het pad vervolgd en naar een stuk de bosrand langs het weidegebied te hebben vervolgd zijn we de weide overgestoken, en het bosje in het weidegebied doorzocht naar sporen. Hier kwamen we een paar legers tegen van reeën. Aan het eind van het bosje het weiland weer overgestoken richting kolk. Langs de kolk omhoog de heuvelrug omhoog gegaan het bos in totdat we op het pad in noordzuidrichting kwamen. Dit pad gevolgd in zuidelijke richting tot we bij de T-splitsing kwamen hier rechtsaf geslagen en het pad rechtdoor gevolg tot bijna Groß Dörgen. Hier zijn we rechtsaf geslagen het dennenbos in zodat we achter de schuur uitkwamen voor de hoeve van Rolfers. Bij aankomst was het 13:45 en was het tijd voor de “apenlulletjes” (knakworst) met brood. Ondertussen hebben we vouwwagen ontruimt. Hoewel we `s morgens alles los hadden gegooid was de waterdamp bevroren en de ijsafzetting die de binnen en buitentent aan elkaar had gevroren zat er nog. Er zat niets anders op om het gehele tent gedeeltelijk te demonteren en binnen in de bak te leggen. Tegen 15:30 was het dan zover we hadden alles naar binnen, de tent in de vouwwagen en de apenlulletje in de maag. Vertrekken dus, naar een stop bij de parkeerplaats aan de snelweg van Meppen naar Haselune, om het afval kwijt te raken in de containers, en een sigaartje de weg vervolg via Meppen naar klazienaveen. Van hier naar Erica en naar Oei-oei te hebben afgezet, bij mij de vouwwagen uit elkaar gehaald en de tent en slaapcabines bij mij op de zolder gebracht om te ontdooien en te drogen. Het was onderhand 16:30 en naar afscheid van elkaar te hebben genomen konden we terugzien op een koud maar leerzaam weekend. Batman.

1992 November

1992 November

kolk2 Landschap11Om gelijk met de deur in huis te vallen, het is weer voorbij, dat mooie weekend, dat weekend van 27 tot en met 29 november 1992. Jullie weten dat vast nog wel. Vrijdagavond, regen, metworst en zoute pinda’s, daar krijg je dorst van. ‘s nachts. HAKATEE————- stil, bijna zwijgend zoekt hij de uitgang. Badend in zijn eigen zweet, moet wel want wij hadden ons eigen zweet nog bij ons zo te ruiken, hij vind geen uitgang, pakt Vliegend Hert om zijn stevige nek en fluistert iets, waarop Vliegend Hert antwoord, ik ook van jou. Haketee zoekt verder, en vind nog geen uitgang. Weer fluistert hij Hert iets in z’n oren. Deze antwoordt, ga maar lekker slapen jongen, Haketee weer, maaaaar maaar maaar mmmaaarr HERT, ik moet KOTSEN, fluistert hij. HERT vliegt overeind en roept dan moet je de uitgang nemen en niet mijn nek, Haketee weer, waar is de uitgang Hert, ik moet kotsen. Hert vliegt naar de uitgang, maakt de deur open en duwt Haketee zacht naar buiten. Dit allemaal in verband met zijn, acute virus van een onbekend soort aanval. Ergens in het donker, het geluid van Kotsen, wat klinkt als een schreeuw van een wild varken in barensnood. Daarna het rennen van een geschrokken dier, wat weer klinkt als het stampen van een kind in het water. Daarna doodse stilte, het was stil, zo stil heb ik de natuur lang niet meer gehoord, luister, dit keer duurde het niet zo erg lang, want er wam weer geluid vanuit de natuur, een geluid van iets wat uit een erg lang gat valt, zoiets van PFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFFF plop PLOFFFFFFFFFFFFFF. Wij rechtop in onze slaapzakken, die waren inmiddels ook wakker geworden, en maar luisteren, het geluid duurde ongeveer 5 minuten aan, daarna stilte, maar weer niet lang want toen ging de rits van de deur van de tent open, wij met samengeknepen kont, de handen in haar en maar denken wat is dat nou weer, komt daar een donkere lange gedaante, later bleek dat het Lange Gat te zijn, die heel rustig verkondigt “mij mankeert niets meer”, kruipt in zijn slaapzak en sliep een vredige slaap, de nacht was verder rustig, op die één of vijf personen na die daarna ook hun gedachten de vrije loop lieten buiten de tent daar. De ochtend van 28e november was kil, maar daar was tegen te kleden.Wij zijn na ons ontbijt gaan zoeken naar de Beverfamilie, wij zijn langs de Hase gegaan richting kampeerplaats.

Oktober 1992

Verder langs de Hase richting NATOERSCHOETSGEBIET HASE-ALTARM, wij hebben tot zover weinig nieuws kunnen ontdekken, alleen enkele kleine vogeltjes in de verte een zwarte kraai en een vliegende buizerd, voorbij de HASE-ALTARM zijn wij naar boven gelopen, vandaaruit naar de zandafgraving. Hier ontdekten wij tot onze 0 N T S T E L T E N I S, dat de beheerder van de zandafgraving de hele boel behoorlijk had VERSM0ETST. Afgedankte koelkasten, niet opgeruimde PCB’s, ijzervlechtdraad, steenafval (POIN) en wat dies meer zij. Dat was toch wel een D 0 L K S T 0 0 T in ons N A T U U R H A R T. Hoe durven ze zoiets met onze mooie natuur te doen, met bloedend hart (kan natuurlijk ook niet anders, na zo’n dolkstoot) zijn wij verder getrokken. Na nog een paar gaten van oeverzwaluwen te hebben geobserveerd, terug naar de Hase, hier ontdekten we al vrij snel een fles Napoleon, welke ons vrij snel op de been heeft geholpen.

puin Landschap16

Deze observaties brengen ons toch steeds weer terug in de tijd, vorige keer, de tijd van de Romeinen en Asterix en Obelix (A & O) en hun Druïde, nu weer Napoleon, hiervan kregen we weer zin om te gaan observeren. Oei-oei vogeltje, wie anders, ontdekte een wel heeeel bijzonder soort roodborst, omdat de boeken direct geen uitsluitsel gaven, is dit een roodborst gebleven. Maar Oehoeboeroe, die oude wijsneus, heeft verder gezocht op het werk, en ontdekte daar in de boeken dat dit de Kleine Vliegenvanger moest zijn. Wij zijn verder gegaan door een moerassige gedeelte aan de Hase, onze Batman ziet rechts een reebok verdwijnen in de bossen, hierop hebben wij ongeveer een kwartier gewacht in de hoop dat deze zich alsnog even zou vertonen aan ons zodat wij ook van hem een foto konden maken maar schijnbaar vond hij zich niet erg fotogeniek.

roodborst fotograaf

Batman, met al zijn schutkleuren was inmiddels verder gelopen naar een bocht in de rivier en stond daar te observeren. Hier werd hij gealarmeerd door een hevige slag op het water, hij keek, (dat kon je zo zien want dan krijgt hij hele grote ogen, net alsof hij staat te poepen) en zag nog juist een bever onder het wateroppervlak verdwijnen. Hevig geëmotioneerd en met een fel kloppend hart, deed hij op zijn eigen gedempte toon verslag van wat hij zojuist had gehoord en gezien. JONGENS, MEDE-OBSERVANTEN, HIEEER, HIEEEER HEB IK EEN BEVER GEZIEN. HIJ WAS ONGEVEEER ZO GROOT? Nou vinden wij zo groot natuurlijk sterk overdreven. Wij waren daardoor natuurlijk niet van ons stuk gebracht, en hebben eerst een slok Napoleon genomen om van de schrik te bekomen, en toen Batman gerust gesteld. Want wat hij zei kon natuurlijk waar zijn, ik bedoel eigenlijk te zeggen wij geloofden hem onvoorwaardelijk. Zelfs Hakatee, die zei, jongens daar moet je niet te licht over denken. Maar ja, hij had natuurlijk geen last meer van zijn maag, Vliegend Hert wel, want die liet spontaan een waaien. Was dat de schrik? Of was het opluchting? Wij horen het te zijner tijd wel. Wij met onze nuchtere koppen aan het observeren, Oehoeboeroe vond als eerste een kilometerteller, dacht hij. Maar Yeti zei, dat is een klok van een wasmachine. Hieruit blijkt toch maar weer dat een bever, niet zo maar in het wild leeft, maar toch ook wel aangepast is aan onze moderne maatschappij. Oei-Oei vond, mede doordat het zo’n iel ventje is, en overal tussen en onderdoor kan, tenslotte de ingang van de beverburcht, goed verscholen onder tegen het wateroppervlak naast een begroeid schiereilandje in de bocht, vlakbij die omgewaaide boom. Door onze gesprekken en observatie, hadden wij de natuur, ik bedoel natuurlijk de fauna, behoorlijk verstoort, wij hebben daarom onderling afgesproken dat wij de volgende dag zo vroeg mogelijk, om half tien, vanaf de andere kant van de Hase in de binnenbocht, verder te gaan met onze observatie, in de hoop dan een waarneming te kunnen doen.Wij zijn via het pad, waarover die omgewaaide boom lag, terug gegaan naar de Batmobiel. Yeti durfde de confrontatie met de “versmoetsoeng.” in de zandafgraving niet aan en is daarom langs de Hase in de onderwal verder gegaan, hoe dichter we bij de afgraving kwamen, des te meer leden verdwenen richting Hase, op twee of drie leden na, die hadden last van gammele knieën, en vreesden overbelasting, deze leden zijn met afgewende hoofd langs de afgraving gelopen tot wij weer samenkwamen bij de picknickplaats boven de Hase. Vandaar zijn we verder getrokken, op grote hoog.te boven de Hase-Altarm (dooie arm), met de bedoeling daar nog een wildobservatie te kunnen plegen. Ook hier, geen wild, of toch??. Ja toch.. Yeti werd wild, die observeerde spechtennesten, jullie weten dat wel, van die gaten in de boom. Hij wilde ze uit de boom schudden, maar die gaten waren ook niet gek die hielden zich mooi vast aan die boom, zodat Yeti alleen de boom scheef schudde en het toen maar opgaf, en die gaten bleven nog lang en gelukkig in die boom zitten. Wij zijn toen verder gelopen door de bossen en over de asfaltweg, terug naar de Batmobiel. Hier hebben wij enige sneden brood (plakkies stoette) , met worst, en enige eieren verorbert (opeten doan) . Na de maaltijd hebben wij Hakatee uitgezwaaid, deze moest vanwege ziekte van zijn kinderen en Hakatee-meisje helaas vervroegd afscheid nemen, nou da’s dan ook weer een aderlating, zo kort achter die dolkstoot aan, want zes zien meer dan vijf, maar ja, je kunt niet alles hebben. Afgesproken dat wij via Sqauw-Valley langs de Hase verder gingen met onze observatie. Kilometers verderop vonden we een gestripte konijn in een weiland, brr die moet het koud hebben gehad voordat ie werd opgepeuzeld. Kwam ie toch weer op een warm plekkie terecht.

Landschap5 konijn2

We zijn vroeg naar ons leger gegaan, want wij moesten vroeg op, om de bevers te gaan observeren. En wel bij dat omgewaaide schiereilandje, waar die boom rechtop stond. Wij hadden onderling afgesproken dat, als wij wakker zouden worden, niet te veel lawaai te gaan maken om de overige niet te storen, want het is altijd beter voor sommigen om langzaam wakker te worden, anders klapt het daglicht zo hard in hun gezicht, met als gevolg, ze lusten hun eieren niet meer. Dus rustig gaan slapen en rustig wakker worden is het devies. `s Nachts nog even buiten wezen kijken of het al donker was. Dat bleek niet zo te zijn, het was een heldere nacht, zodat ik dacht, verrek, ik moet de heren wekken want het is geen nacht meer, dat heb ik natuurlijk wel gelaten, Want dan krijg je dus wat ik zojuist vertelde, en ik wilde ook niet alleen met die eieren blijven zitten. Gelukkig was het koud, ijskoud, steenkoud, ongeveer -11 a 12° onder het vriespunt, gauw gepilast, de pegel afgehakt, en terug in mijn slaapzak, hier zijn wij gebleven tot de volgende morgen vroeg, ongeveer 09.00 uur. Zondagmorgen, ongeveer 09.00 uur, ons ontbijt gewekt, dat is beter, want door de kou was alles stijf, was alles stijf bevroren, en is het beter dat je het voorzichtig warm maakt voor je het eet. Ik bedoel dus eieren en brood. Hert en Oei Oei waren als eerste wakker, en hebben de boel ontdooit. Zodat wij na deze handelingen heerlijk hebben gegeten. Na het eten zijn we weer op pad gegaan, dit keer langs de andere kant van die mooie Hase, die fijne Hase, die je altijd horen kan. Vandaar langs een dooie arm naar de bocht aan de overkant van die omgewaaide boom bij dat schiereiland in de buurt, waar die beverburcht in de onderwal zit. Hier hebben wij in alle rust onze camera’s en veldkijkers geïnstalleerd, zodat wij, mochten de bevers zich vertonen, zeer snel konden reageren met onze apparatuur. Kerel wat was het koud, de tranen uit onze ogen vielen als ijsklontjes op de grond zodat we dit keer het nadeel had dat we van die vreselijke koude voeten kregen.Vliegend Hert had hier geen last van, die is een eind tegen de wind in gaan lopen zodat bij hem de tranen achter zijn hakken vielen. Oei Oei en Oehoeboeroe, observeerden vanuit hun positie een menselijk paartje, deze menselijke mensen liepen aan de overkant van de Hase richting Bokeloh, ze probeerden steeds achter een boom en struik weg te duiken. Maar wij hielden ze in de gaten met onze lange uitschuifbare lenzen, zodat ze niet in de buurt van de beverburcht durfden te komen, en ze zo met de meeste spoed naar Bokeloh gingen. Wij waren er na een paar uur kou en kleumen wel achter dat de bevers aan het fruhshoppen waren, en zich niet aan ons wensten te vertonen, daarom besloten wij weer naar ons eigen onderkomen te gaan. Oehoeboeroe liet ons nog even zien waar bevers graag aan knagen.

PFS013 PFS012

Toen wij net de richting van heengaan hadden gekozen, zagen wij een wel heel bijzonder FRUHSCHOP soort vogel, eigenlijk moet ik zeggen HERT zag het vliegen, nou doet hij dat wel vaker maar dit keer zagen wij het ook omdat hij zo opgewonden was. Het was een vogel met een blauw reflecterend vederpak, hiervan zijn foto’s gemaakt, en nu maar hopen dat deze zijn gelukt, anders vertel ik het niet aan de buitenwacht die zouden het toch niet geloven. Deze vogel vloog, had een blauw vederpakket, en was zeer snel. Onze conclusie was snel getrokken, dit is een zeldzaam exemplaar, DIT IS EEN IJSVOGEL. De vogelgidsen zijn nog even geraadpleegd op de juistheid van deze observatie, hiermee eindigde in feite ook dit observatieweekend. Ware het niet dat wij nog moesten eten, afwassen, opruimen, inpakken, maar toch was dit het einde van het weekend. Wij moeten maar niet te veel op de versmoetsung letten, dan is de natuur toch mooi! Ik wil daarom eindigen met het gezegde: GOED WERK VERRICHTEN IN DE NATUUR IS ZOIETS ALS IN DE BROEK PLASSEN ALS JE EEN DONKER PAK DRAAGT, HET GEEFT JE EEN WARM GEVOEL MAAR NIEMAND MERKT ER IETS VAN. Oehoeboeroe

PFS011

1992 April

1992 April

Iets meer over onze vereniging; Bebedokokoma vereniging behoort in het politiek spectrum niet tot de rooien, niet tot de groenen, maar tot de wipkarrenblauwe groepering, het is een fundamentele groepering d.w.z. extreem blauw, een lot dat past bij “innemende” persoonlijkheden (morgen blau, übermorgen blau enz.).Onze strijdgas is methaan gas, wij plaatsen, zonder waarschuwing, explosieve winden en zijn ervan bewust dat hierbij onschuldige slachtoffers kunnen vallen. Tegen Oei-oei biogas is niemand bestand, daar zakt zelfs ons de broek van af. Vrijdag 3 april 1992. Het was een depri middag toen Hakkatee arriveerde in de druipgrot van de Bat, na een paar rondjes ritueel mee gefladderd te hebben, hadden ze de moed opgepakt om naar het hol van Yeti te gaan. De bedoeling was om Yeti`s vrouw Yetiet en diens kind Yepêpe mee te nemen. Yeti, Oehoeboeroe, Oei-oei en Vliegend Hert kwamen later. Tegen drie uur vertrokken Hakkatee,Bat, Yetiet en Yepêpe richting Germanië.In Gross Dörgen aangekomen besloten Hakkatee en de Bat een wandeling te maken en vonden, jawel, beversporen. Ze hadden er jakkerkuiten van gekregen en gingen richting batmobiel om troost te zoeken in iets geestverruimends. Toen Yeti, Oehoeboeroe en Oei-oei aankwamen en Vliegend Hert de landing inzette (going down-going down!!) was eindelijk Bebedokokoma weer een feit, mission complete!!! Oehoeboeroe opende de openingsritueel door een dansje te maken (buiten begon het spontaan te regenen), en stak een natte pink in Yeti`s oor. Oorpenetratie, trommelvliesreepel oftewel Coïtisakoesticus is een wezenlijk onderdeel van de openingsritueel. Oehoeboeroe riep de bever uit tot het dier van de weekend, hierna kwam de wijze uil weer met een filosofische vraag, is een edelhert edel, van adel dus, of niet!! Dat ligt eraan of hij kan vliegen…….. Karper2 wortelkruidDe aandacht verplaatste zich later van bever naar lever, als je begrijpt wat ik bedoel. Sabbat 4 april 1992 Het was 9.08 uur, de Bat gaapte als een glasbak. Ieder lid van ons edel vereniging was die morgen opvallend monter, dàt hebben we wel eens anders meegemaakt, hè Oei-oei?. Vorige keer stond diè op met een gezicht alsof ie een kip had gebeft. Deze keer geen kegels dus welke de meest volhardende mestkever een hikbui bezorgde. Via squauwvally volgden wij de loop van de Hase en in de bocht vonden wij de eerste spoor van een bijzondere dier nml. een flexibele karper. We vonden nu een stukje flora wat ons zeer boeide, het was speenkruid. Speenkruid: Ranunculus ficarici, familie Ranuncu laceae. Een heel algemene voorkomende plant, beschaduwde plaatsen, hoogte 20 cm. Volgens de traditie werd een aftreksel van de wortelknolletjes met goed gevolg gebruikt bij het stelpen van bloedingen, vandaag de dag zouden ze tamponknolletjes of hansaplastworteltjes heten. Bloeitijd maartmei. Even later stuiten de leden van de Bebedokokoma vereniging op, jawel, beversporen. Nu kon je echter goed zien waar hij die nacht mee bezig geweest was. Geen werktuigen of zo, maar gedegen tandwerk, dikke spaanders hout lagen her en der. Temidden hiervan lag een gevelde boom van 20 cm doorsnee. Driekwart van de boom lag in het water en vormde zo een opstapje naar de oever voor de beverfamilie. De boom was voor de helft “ontbast” een teken dat ze bast lekker vinden.Op de stam lagen kleine zwarte keutels afkomstig van de knagers.

 

 

Aan de afgeknabbelde stam zaten haren wat duidt op een schurkplek. Het kan ook schaamhaar zijn van een koe met jeukerige afscheiding.We togen verder met volle moed en werden beloond met een prachtig rivierlandschap. Geluiden van de zwarte wauw, stattaco van de specht, de zware slagen van knobbelzwanen. Dörgen is verslaving. Ergens in Hakkate kwam inspiratie vrij en boerde spontaan een ode op aan de rivier de Hase. Het zal dit weekend odes regenen. Het zilveren spoor van de Hase, baant zich door het Dörgener land. Hoe sereen is de stilte, die zich in mijn hart beland. Het wereldse gejaagde leven, doe ik hier in de ban, en hier leerde ik u kennen mijn geliefde Mummelmann. Burp. Na dit emotioneel gebeuren kwamen we terecht in een kenmerkend stuk natuur. Het betrof populieren met hun typische bladergeritsel, we vonden hier een nest van een zwarte specht. specht Landschap15Oehoeboeroe vond een voorbeeld van zo`n nest in een tak. De vogels waren hoorbaar aanwezig, drie van ons bleven gecamoufleerd achter, yeti als Grove Den, om foto`s te maken. De rest van de groep liep verder langs de prachtige rivier de Hase. Nog een ode aan de Hase; Oo godinne schoone. Fris van persoone. Gij spant de kroone. Want lief geprezen. U eerbaar wesen. Kan spoedig genezen. Mijn smart ende pijn. De shots die toen genomen werden zijn waarachtige trofeeën geworden, goed werk mannen! Tijdens de jaarlijkse barbeqeue werd opnieuw waardering uitgesproken over “vakmanschap is meesterschap”. Enige kilometers het hasepad gevolgd te hebben stuiten we op een kudde schapen, kwade tongen beweren dat dit door boer Wolff omgetoverde toeristen zijn, haha ooit een schaap met een verrekijker gezien? We zagen enkele reeën als oude bekenden, eentje was drachtig (we verbeelden dat Oehoeboeroe een rood hoofd kreeg) en vonden vossenkeutels. Terwijl verderop een boerin naar haar takkenbezem zat te zoeken, vond Bat een maretak. Glunderend liet hij ons zijn vondst zien, het is een soort symbiose in een eikentak. De bat nam het mee, thans hangt het boven zijn bed. De boerin heeft nog lange tijd gezocht naar haar takkenbezem. Op het kamp aangekomen gingen we direct warm eten, op het programma stond namelijk; beverfotografie. Vanuit onze zwaar gecamoufleerde onderkomens probeerden we bevers op de gevoelige plaat vast te leggen. Het vereiste grote nauwkeurigheid om de telelenzen goed in te stellen, stoeltjes hadden we meegenomen, voor beverfotografie is geduld vereist en bovenal stilte. Oehoeboeroe stelde zich 25 meter achter ons verdekt op en gaf van hieruit raad. Om niet teveel op te vallen deed hij af en toe de roep van een loopse reebok na. Dit trok weer wulpse reeën aan zodat we Oehoeboeroe terug riepen, eentje was genoeg nietwaar…..In zijn enthousiasme kwam Oehoeboeroe op een geweldig idee, vissen lok je met brood, bevers lok je met hout, dus begon hij vol overgave brokken ratelpopulier in de hase te werpen. Kom dan bevertjes, kom dan bevertjes gilde hij. Intussen zaten de anderen geduldig voor joker.Na twee uur was het te donker om nog foto`s te maken en trokken kampwaarts, achter ons hoorden we de zacht kabbelende Hase met af en toe gegiechel van bevers, die moeten een natte staart hebben gekregen van het lachen. De bever die zoekt haar aas en geeft zich op de zanden. groepapril92Zij flitst in de Hase, zij wandelt aan de stranden. Torst mede haar kost tot verre geraapt. De Bat roert zich niet, maar ligt alleen en gaapt. We dropen af, van het kampvuur kwam ook niets dus gingen we moppen tappen en zo meer… De Bat en Vliegend Hert kwamen even later gillend binnenstormen; we hebben bevers gezien bij de brug!! Oehoeboeroe keek op en zeide;Batje, wat heeft`er uw hart verlept. Dat het verdriet in vrolijkheid schept? het was even merkwaardig stil….Vliegend Hert antwoordde; Of droom ik en is `t nacht, of is mijn bever verdwenen, Ik waak en het is overdag en zie mijn bever niet, O hemelen, die mij haar aangezicht verbiedt, Spreek mensentaal en zegt, waar is mijn bever henen? De Bat keek alsof ie door een konijn werd besnuffeld. Zondag 5 april 1992 Vroeg in den dageraad, innerlijk gaat ontbinde, Den gouden blonden tros, citroen van coleur, Gezeten in de Batmobiel, rechts buiten d`achter deur, Een neuriënd dij produceerde, wat niemand beminde. We trokken s`morgens vroeg vanuit het kamp naar Bokeloh, het dorpje met veel vandalisme. Waar gij ooit gaat of henen trekt, Houdt gestaag uw beurs en hart bedekt, En meldt niet door een losse praat, Van waar gij komt of henen gaat. Toen trokken we van Bokeloh naar ons kamp, einde verhaal. Een geslaagd weekend en iedereen bedankt voor de inzet. H.K.T.

 

Bedenk dit, Hollands volk, bedenk dit hoge zegen, Die u door Dorgenland zo wonderschoon is verkregen.

 

Heilig, heilig, en nog eens heilig, driemaal heilig, in de buurt van Oei-oei is niemand veilig.

 

Gib mir nur ein mummelmann, es smeckte mir so gut man. Wahrum?..ein dumme frage man, ich wurde er immer so mummel van.

1991 November

1991 November

November 1991.  

Het beloofde een spannende dag te worden, die vrijdag de 22e november. Alle ingrediënten waren aanwezig die dag, het regende niet,de kwartiermakers waren redelijk op tijd, onze voorraden waren gevuld. Enige activiteiten moesten nog afgehandeld worden, te weten de batmobiel moesten we ergens uit de komkommerplanten rukken en we moesten bij oei oei een plank halen voor boven de gruppe. Oehoeboeroe moest namelijk zijn plekje in Nijverdal delen met een nieuw lid, jawel, we hebben er weer eentje zo gek gekregen. Hij was die middag een beetje later want hij moest nog een paar bewoners van de Blerinck van zich af schudden. Afijn die middag gingen we dan eindelijk op weg, de batmobiel zat achter de auto, de plank zat boven de gruppe, en we hadden een goed humeur, de laaaaaaanen oopp de paaaden in (zingen). Tegen twee uur arriveerden we op ons dierbaar plekje waaraan we allemaal zo gehecht geraakt zijn, namelijk Groß Dörgen. O ja, voor ik het vergeet moet ik nog de naam bekend maken van ons nieuw lid, dan weten we tenminste waar we over praten, zijn naam is…. Hakketee. Nadat we kwartier gemaakt hebben, besloten we onze eerste trip te maken. We besloten naar het indianenkamp te lopen om van daaruit de Hase op te lopen, we deden onze eerste natuurobservaties. Beverspoor3We stoorden blijkbaar een bever die een berkenboom tot tandenstokertje probeerde te reduceren, knaagsporen aan de stam en een sleepspoor naar de Hase waren de stille getuigen toen we Tat-ort bereikten. We ronden ons tochtje door dit prachtig natuurschoon af en kwamen weer terug in het kamp. Hoewel het niet regende was het toch behoorlijk fris, we besloten ons op te warmen met een lekker bakje koffie, ….. al snel werden we helemaal warm van binnen. Na een tweede bakje koffie werd het zo warm dat we de jassen uit deden, we werden er zelfs een beetje vrolijk van. Het wachten is nu op de rest van het team, Yeti, oei oei, en Oehoeboeroe, ze zouden tegen de avond arriveren. We hadden het nu zo warm, dat koeling noodzakelijk werd. Tegen de avond kwam de grote hereniging, bedokokoma strikes again! Van nu af aan spreken we niet meer van bedokokoma maar van, be-bedokokoma, (we lijken wel een stotterclub). Nadat we van de ontmoetingsceremonie een beetje bekomen waren, brak het serieuze gedeelte aan, zeg maar het officiële gedeelte. PFS023Namelijk het openingswoord van onze geachte voorzitter Oehoeboeroe (petten gingen af). Volgens de voorzitter zou dit het weekend van de grote voeten worden.  Dit weekend staat in het kader van wandelen. Wat wij namelijk gaan doen is een bezoek brengen aan onze voorouders. Te weten, de Romeinen, volgens overlevering zouden deze mensen hier in de buurt gekampeerd hebben, in de zgn. römerlager. De voorzitter had nog enige wetenswaardigheden te vertellen over de Romeinen. Jawel, de voorzitter had zich goed voorbereid, hij had wetenschappelijk literatuur doorgenomen (A.& O. boeken) om iets meer te kunnen vertellen over die rare jongens. Batman gaat de route verzorgen, vliegend hert zorgt voor verslaglegging en oei oei en Yeti voor de fotografie. Oei oei en Yeti hadden zich voor deze gelegenheid speciale lenzen aangeschaft, het zijn de zgn. Lang Uitstekende Lenzen, ook wel L.U.L. genaamd. Met deze L.U.L.-len worden betere resultaten verwacht aldus oei oei, om kracht bij te zetten liet hij een gigantische wind……  de eerste geurvlag werd uitgezet. De volgende dag zou het een ware “vlaggetjesdag” worden, maar gelukkig wisten we dat toen nog niet!! De avond werd voortgezet onder het genot van enkele goudgele rakkers en werden discussies gevoerd over de behandeling van depressieve huiszwaluwen en, of kerkuilen nu katholiek of gereformeerd waren, bovendien probeerde oei oei een mop te vertellen wat hem tegen het eind van de avond eindelijk lukte. Het werd weer een avond, die maar twee keer per jaar geeft. De volgende dag, zaterdag 23 november 1991. De goudgele rakkers namen wraak, … maar dat weerhield ons niet te vertrekken op de gestelde tijdstip, nml. 9.30 uur. Oei oei en in later instantie vliegend hert liepen op karakter.  Het werd een dag van de grote voeten, zèèr grote voeten…. We gingen richting Bokeloh. De eerste natuurobservaties betrof de invloed van zure lucht op heide, wilde grassen gedijen goed in het zure milieu zodat ze gaan woekeren, met als gevolg dat heide gaat verstikken. Na een dik uur onderweg vonden we de eerste natuursporen in de vorm van vossenkeutels en veren van een buizerd. De omgeving was prachtig, vooral oei oei was ontroerd, hij was er gewoon misselijk van. We naderden na verloop van vele kilometers, het römerlager. Wat opviel was een prachtig landhuis gesitueerd op een heuvel, volgens Oehoeboeroe was dit het stulpje van de druïde Panoramix, deze was druk aan het maretak snijden in het bos. groepnov91Verderop lag dan het veelbesproken römerlager, Oehoeboeroe vond het in eerste instantie zwaar tegenvallen, tot hij ontdekte dat wat hij zag niet het römerlager was, maar een bult aardappelrangen….. Wie waren dan die Romeinen, en waar kwamen ze vandaan? Nu dan iets meer over het Romeinse rijk:  (ca. 500 v.C.- ca. 500 n.C.) Rijk dat in zijn grootste omvang het hele Middellandse-Zeegebied en vrijwel heel Europa omvatte. De stad Rome werd volgens de legende gesticht in 753 v.C. door twee zoons van de god Mars, Romulus en Remus, van wie de eerste Romes eerste koning werd. Tijdens zijn opvolgers viel Rome onder het machtsgebied van de Etruriërs. Van 510-27 v.C. was Rome een republiek, in welke eeuwen men zich van de Etruskische overheersing wist te ontdoen. Het gebied werd uitgebreid tot heel Italië ten zuiden van de Povlakte. Het rijk wed bestuurd door twee consuls, met toestemming van de senaat aangesteld door de volksvertegenwoordiging. De door Rome onderworpen steden en volken mochten hun eigen bestuur, oden en gebruiken behouden, maar moesten indien nodig militaire steun leveren. Dit systeem leidde tot vrede in Italië en sterkte Rome in de drie Punische Oorlogen (264-146 v,C.) tegen de Fenische stad Carthago. Deze werd uiteindelijk vernietigd, hetgeen Rome grote gebieden buiten Italië opleverde. In dezelfde 3e eeuw werd Griekenland veroverd en richtte de expansiedrift zich op het Nabije Oosten en Noordwest-Europa. Door de voortdurende oorlogen was een beroepsleger ontstaan, dat door de aanvoerders ervan als politiek machtsmiddel kon worden gebruikt. In de stad Rome zelf had zich een proletariaat gevormd van verdreven boeren, oud-militairen en parkeer- wachters. Verder was er ontevredenheid bij de opkomende handelsadel (equites), omdat zij niet bij het staatsbeleid betrokken werd en bij de Italiaanse bondgenoten. De hieruit voortvloeiende burgeroorlog leidde tot het dictatorschap van Lucius Cornelis Sulla in 81 v. C. De laatste jaren van de republiek werden beheerst door politieke intriges, waaruit Julius Caesar en Octavianus als sterke mannen naar voren kwamen. De laatste kreeg de eretitel Augustus en was de eerste Romeinse keizer(reg. 27v.C.-14 n.C.) Hij wilde de oude republikeinse tradities herstellen, maar kreeg in de praktijk de positie van monarch. In de loop van de eerste eeuw n.C. tendeerde de politieke macht van de keizers in de richting van de monarchie. Dit ging ten koste van de senaat, die daarom een van zijn leden tot keizer verhief (Nerva, 96-98). Er kwam tijdelijk een eind aan de keizerlijke dynastievorming door het systeem van de adoptiekeizers. Door de voortdurende bescherming van de rijksgrenzen tegen invallende barbaren werd het leger in de 2e eeuw de machtsbepalende factor, waarbij voor de senaat nauwelijks invloed over bleef. Keizer Diocletianus (reg.284-305) legaliseerde deze situatie. Constatijn de Grote (reg. 306-337) was de laatste keizer die heel het rijk regeerde. Hij verplaatste de hoofdstad van het Romeinse rijk naar Byzantium (constantinopel). Ca. 400 was definitief een splitsing ontstaan tussen het Westromeinse- en het Oostromeinse Rijk, waarvan het laatste geleidelijk overging in het Byzantijnse Rijk. Het westen hield zich nog korte tijd staan- de, o.a. door het römerlager te Bokeloh, maar werd in de loop van de 5e eeuw door invallen van Goten, Hunnen en Vandalen onder de voet gelopen.Er heeft zich dus heel wat afgespeeld in vroeger Bokeloh, en wij maar denken; wat een rustig plattelandsdorpje….. Het kende toen reeds vandalisme, rare jongens die Romeinen. Afijn, we gaan verder met de dag van de grote voeten. Bij het beklimmen van deze historische bouwwerk werden vergelijkingen met de schans in Emmen gemaakt, daar leek het inderdaad iets op, alleen hier liep geen rondweg langs. Toen vonden we hop. Hop hop hop hop hop hop hop, daar kwam oei oei aan gehoppeld.  Foto`s en geluidsopnamen werden van hop gemaakt, een van ons rook er aan en vond het maar naar bananenzeik ruiken. Hop2 PFS021Na enig klimwerk kwamen op de schans, Yeti had ruïnes en skeletten verwacht (gruwel) maar zag alleen een grote mestbult, hij kwam tot de conclusie dat de Romeinen het erg benauwd moesten hebben gehad, ze scheten stront met stro…… Na enige discussie over strategie en tactiek, leek het wel alsof we in de alpen zaten, de mestbult werd veroorzaakt door Hannibals olifanten, zo luidde tenslotte onze conclusie.  Onze tocht zette zich voort, we hadden er reeds 26 kilometer op zitten.  Oei oei leek wat op te knappen, hij keek niet meer zo ontzettend scheel. Na 30 kilometer vonden we een interessante natuurspoor, een vraatspoor van een ree aan een brem……..reuze interessant. Oehoeboeroe kwam even later op het spoor van een karper en volgde deze…… We kwamen langs een goed voorbeeld van wildbeheer, we zagen een knollen- en maisveldje bedoeld voor het wild. Blijkbaar staan hier de mensen dichter bij de natuur dan in Nederland, daar vind je geen knollen- en maisveldjes voor het wild, hoogstens een drollenveldje voor blaffende katten. We vervolgden onze tocht, we hadden er inmiddels 38 kilometer op zitten. Het zweet klotste onder onze oksels…..    Om 12.21 hadden we pauze, voor sommigen  brake out. Terwijl de leden hun brood probeerden weg te spoelen met een brouwsel dat leek op uilenpies, besloot vliegend hert nog wat aan observaties te doen, hij bleef maar heen en weer lopen. Zo kwam hij tot de opzienbarende conclusie dat eekhoorntjes ook mandarijntjes in hun wintervoorraad hebben, sporen van stukjes mandarijn vond hij tussen het sprokkelhout. Oei oei, hakketee, batman, oehoeboeroe, Yeti, en vliegend zombie vervolgden hun weg. Na een omtrekkende beweging kwamen we weer in de buurt van Bokeloh. Een van ons waande zich reeds boven de sneeuwgrens toen we langs inkuilbulten met wit landbouwplastic kwamen….. Als natuurobservatie vonden we nog een platte koperwiek, volgens ons aangeschoten door een bijziende jager met huwelijksproblemen, en geplet door een van Hannibals olifanten. Na 48 kilometer, het liep tegen 13 uur 46, trokken we door Bokeloh en kwamen na een Drents kwartiertje terecht in een Huskie-sledehondenkamp, …. zaten we dan toch in de alpen?  honderennenNa verloop van tijd kwamen we bij een dooie arm van rivier de Hase aan, hier dreef Nuphar Luteum in, oftewel gele plomp, en werd prompt door een van ons voor een octopus aangekeken. Even later deden we, naar later bleek onze mooiste natuurobservatie.  Een paar reeën schoten vlak voor ons langs en oei oei wist ze op de gevoelige plaat vast te leggen, goed zo oei oei!! Die shot hebben we tenminste binnen, en die gaan we later  eens rustig bekijken onder het genot van een glaasje fris. We volgden nu het parcours van de poolhonden, en gingen richting zandafgraving, 56 kilometer hadden we er nu op zitten, de goudgele rakkers eisten nu hun tol. Vliegend hert was klaar voor noodslachting….. En toen waren we verdwaald………..ook dat nog. Na een dwaling van ongeveer 3 kilometer vond onze gids, de batman, zijn weg weer terug en arriveerden na ongeveer 3 kilometer het zandgat, we hadden er nu 62 kilometer op zitten. Nog 15 kilometer en dan was het afgelopen, het was afzien… Anderhalf uur later kwamen 6 Clausen het thuiskamp op,…. afgeknepen,…. star voor zich uit kijkend,…. houterige bewegingen makend……… en een hekel aan trix hebbend. Na een stijf uurtje was ieder weer aardig opgeknapt, en toen kwamen de bruine bonen…………pop pop pop pop pop pop pop pop pop. De stemming kwam weer terug, en de moppen werden weer lustig getapt, ……. Bedokokoma strikes again!!!!  

Zondag 23 november 1991. 10 uur 20, na het nuttigen van de nodige zakkenspanners en sterke koffie, trokken we op naar het moeras, te weten; het Dörgener moor.  We kwamen langs het uilenbosje, maar er was dit keer geen (uilen)bal te zien. Iets meer omtrent uilen? Vooruit dan maar… Uilen. (Orde: Strigi formes,.. krasse vogels). Rovende vogels met grote kop;goede naar voren gerichte ogen; (Persil)zacht verenkleed, geluidloze vlucht;haaksnavel;stevige grijpklauwen. Meestal nachtdieren, goed gehoor. Voedsel; kleine zoogdieren, kleine vogels , en insecten. Ca. 140 (!) soorten in twee families: kerkuilen en echte uilen (familie Strigidae), meestal bruin met zwarte en witte tekening. Bekend geslacht: oehoes. Bekende soorten: ransuil, steenuil (Athene noctua) en wijze uilen. Uilen komen voor in de Benelux, in de buurt van knotwilgen (nestelplaats), in duinen en in de omgeving van Groß Dörgen. Nu genoeg over uilen, we gaan verder met Grote Voeten dag. Bij de dooie arm nabij de kolk vonden we duidelijke sporen van een bever, sleepsporen in het bladerdek lieten ons goed zien waar hij langs gegaan was. Toch zal hier een bever niet nestelen, ten eerste omdat een bever niet nestelt, dat doen bavianen, ten tweede omdat er geen stromend water aanwezig is, waarschijnlijk leek dit meer op een verkenningstocht van de bever. Een bever- scout dus. Toen we de lus van de dooie arm in liepen, hoopten we reeën te zien doch het bleef bij drukprenten van slaapplaatsen. Verderop, richting zandgat, aan de oeverkant van de Hase, vonden we duidelijke vraatsporen van bevers aan boomstammetjes. We ontdekten een bijzondere plant, nml duivelsnaaigaren. Duivelsnaai aren; dicht ineengestrengelde kluwens van stengels van vertegenwoordigers van de warkruidfamilie (Cuscutacuae). De stengels van deze parasitair levende planten dringen met behulp van zuignapjes de vaatbundels van de gastheerplant binnen, b.v. hop. Genoeg genaaid met duivelsnaaigaren, we gaan verder. Tegen 12 uur 20 bereikten we het Dörgener moor, en we kwamen aan op de laatste rustplaats van Bambi. Bambi was een ree die we de vorige keer in vergaande staat van ontbinding gevonden hebben. Na enig speurwerk werden verscheidene skeletdelen teruggevonden. Van de schedel werden een paar close-up shots genomen, enkele delen, waaronder de schedel, werden door oei oei voor preparatie meegenomen, de lijkenpikker. Landschap14 Skelet ree2Waarschijnlijk vinden we de volgende keer van de overige resten weinig terug, het zure milieu van het moeras heeft een verterende werking op de kalkrijke skeletdelen, tja.. zo gaat dat. We trokken dwars door het moeras, op zich een prachtig natuur- gebied, en gingen weer richting kamp. Even na het verlaten van het moeras stoten we op een interessante natuurspoor, we dachten allemaal aan een sleepspoor van een roofdier met een zware prooi. Er waren ook leden onder ons, welke dachten aan een sleepspoor van een koe met een te lange tepel, of aan een ree met een geweldige erectie….. Oei oei, Yeti, en vliegend hert besloten het spoor te volgen. Het spoor pikten we op langs het landweggetje en liep vervolgens door het bouwland richting Dörgenermoor. Het roofdier had duidelijk moeite met het transport van de prooi, prenten in het bouwland lieten ons sleepsporen en rustplaatsen zien. Vlak voor het Dörgenermoor kruiste een jagerspoor (shit) onze route, en ja hoor, de jager volgde tevens het sleepspoor…………(spannend hè). Bij de rand van het Dörgenermoor verloren we het spoor van het vermeende roofdier, ook de jager vervolgde zijn eigen weg.  Het roofdier had geluk, ……… hij leefde nog lang en gelukkig,… trouwde met zijn prooi en kregen vele kinderen. Teruggekomen op het kamp aten we brood met apenlulletjs en troffen voorbereidingen om het kamp op te breken. Een groepsfoto  werd gemaakt en toen…. opuusan!!  Als eindconclusie kan gegeven worden dat het weer een uniek weekend was geweest, met zijn eigen hoogte- en dieptepunten. Het werd met recht een “weekend van de grote voeten”. We hebben weer veel gezien van de prachtige natuur om Groß Dörgen,… en we hebben veel gelachen. Ieder van ons weet dit gelukkig op waarde te schatten…. Dat we nog vele jaren kunnen zeggen; Bedokokoma strikes again!!!!           Vliegend Hert, D.D. 25-1-92.

1991 Mei

1991 Mei

Dit was de eerste keer dat we op Vrijdag zouden vertrekken. omdat, niet iedereen vroeg kon vertrekken zijn Batman en Vliegend Hert al vroeg in de middag richting Gross Germania vertrokken met de “batmobiel” om het kamp vast op te zetten. Het weer was uitstekend en omdat de foerage met de volgend ploeg meekwam haalden ze hun eigen noodvoorraad  voor de avond meegenomen, en een uit Nederland bekend gerstenat, Hiermee hebben ze de tijd goed kunnen doorbrengen zodat er bij hun de stemming al goed in zat toen de volgend ploeg met Oehoeboeroe, Yeti en Oei-oei om een uur of acht verschenen. Er volgde een hernieuwde kennismaking daarna onder het genot, van een inlands genotmiddel met een witte kraag de plannen voor dit weekend werden besproken. Een van deze plannen was om een schuilhut te bouwen aan de rand van het bos tegenover een bosje waar we meermaals reeën hadden aangetroffen. Dit zouden we zaterdag uitvoeren, en.we konden hier dan zondagmorgen vroeg gebruik van maken. Voor Batman werd het al vroeg laat, maar wat wil je na de vereniging Nederland/Duitsland in gerstenat zodat deze zijn slaapzak opzocht. De overige leden zijn nog een poosje doorgegaan. Waarna het toch rustig werd en de nachtbrakers onder de dieren zich weer alleen voelden. Bij het gebrek aan een trompet, werd de morgen ingeblazen door de “gettoblaster” van Batman. Zodat ook de hardnekkigste slapers onder ons beseften  dat de zon elke morgen weer schijnt. Na wassen en koffiezetten waarbij Batman nog keer een suïcidepoging deed met zijn espressomachine konden we aan het ontbijt. Dit was goed verzorgd en de inkopers hadden aan alles gedacht zodat er geen koffiemelk gehaald hoefde worden. Nu schijnen er afgelopen jaar Bevers uitgezet te zijn in dit gebied. We zijn naar sporen gaan kijken die yeti al eerder had waargenomen. Nou en die waren er, stammetjes die afgeknaagd waren en sporen aan de oever.
Beverspoor7Beverspoor6
Na dit te hebben aanschouwt zijn we begonnen met onze schuilhut te bouwen. Hiervoor hadden we een groot dekzeil meegenomen en wat touw. We hebben dit dekzeil over een omgevallen boom gespannen en afgedekt met dode takken zodat van een kleine afstand het net leek op een bos oude takken.
schuilhut1schuilhut2
Nu konden we weg en de natuur laten wennen aan dit nieuwe bouwsel. Op de terugweg hebben we een tweetal eekhoorns geobserveerd of liever gezegd lastig gevallen want ze konden geen kant meer uit. Ze waren namelijk in een tweetal bomen gaan zitten die midden in het weiland stonden. Ja en dan zoek je naar een hol natuurlijk want die moet er natuurlijk ook zijn. Nu was onze kennis van bevers nog niet zo ver, we zochten naar een beverburcht van takken. STOM, laten die beesten die tegenwoordig niet meer bouwen, maar ja, wisten wij veel dus alles wat er op leek werd grondig onderzocht zoals we gewoon zijn. Maar dit keer geen succes zodat we maar zijn afdropen naar de zandafgraving. Toch is het jammer als je daar staat en ziet hoe groot dit is en hoeveel natuur hierdoor is vernietigd. En als je dan ziet dat dit gat weer wordt opgevuld met sloopafval dan denk je toch nog eens na over wat wij in deze eeuw voor een geweldige  roof bouw plegen.Maar goed, verder naar het Dörgermoor

Beverspoor4Beverspoor1
waar we bij aankomst een skelet van een ree aantroffen die door ons weer veelvuldig werd bestudeerd eveneens een kevertje dat hierin werd aangetroffen.
Landschap12Landschap13
Deze rustpauze kwam Batman wel goed uit want deze was nog steeds “bat” van die vereniging van twee gerstenatten. Hierna door het berkenbos getrokken richting ven waarin we weer veelvuldig de paddestoelen tegen kwamen die we ook op eerdere keren waren tegengekomen.
Skelet reekeveroplaars
die hier af toe tussen staan, een roofvogel aangetroffen.Van welke was moeilijk na te gaan maar na de omvang zou het van een Buizerd kunnen zijn. Bij de ven aangekomen bleek het wolgras ook in bloei te staan wat een prachtig plaatje opleverde. Ook hebben enkele leden nog geprobeerd om een paar natte voeten op te lopen.
Paddestoel4Dit kwam mede doordat een van ons een andere woning had gekocht en de natuur om zijn huis nog wat moest helpen. En hier waterplanten tegen kwam. Op de weg naar Dörgen zijn we halfweg afgeslagen het bos in. Dit was jonge aanplant en dicht zodat niet veel werd opgemerkt. Achter de dooie arm lang zijn we terug naar het basiskamp gegaan. Nu werd het tijd voor een stevige maaltijd die ouderwets goed was en waarmee menige naad van de slaapzak en tentharing moeite mee had. Ze waren er weer die hun voorzorgen hadden getroffen, zoals bretels voor de slaapzak en verstevigd ondergoed. Hierna werd er afgewast en koffie gezet. Na de koffie werd onze proviand bekeken en  volgens de deskundigen onder ons was er van een bepaald goedje niet genoeg, zodat werd besloten om deze aan te vullen. Hierna kon de avond niet meer kapot. Maar dit raadplegen van deskundigen had ook een ander gevolg. Omdat er nu genoeg was werd de afspraak om vroeg in ons nest te kruipen niet nagekomen. We zouden namelijk om 5 uur in de schuilhut gaan. Zodat er van dit niet veel terecht kwam. Nu moet ik eerlijkheidhalve er bij vertellen dat het toch enkele leden dit hebben geprobeerd maar mede door de dikke mist zowel binnen als buiten dit hebben gestaakt. Nu werd het een uitslaapmorgen en toen de mist toch nog om een uur of half tien optrok gingen de meeste van ons alsnog richting schuilhut. Bat bleef weer eens achter om de afwas en de boel op te ruimen en te bezinnen op het leven. En zie, om een uur of twaalf was de levensgezellin van Vliegend Hert ook al aanwezig zo dat nu haast werd gemaakt met het opbreken. Voor 1 uur waren we vertrokken van het kamp. Dit weekend kunnen we dan ook weer bijschrijven in de analen als zijnde geslaagd. Ik dank jullie allen die hieraan hebben meegewerkt.                                                                                                                                                                                                                               De Bat.

1990 November

1990 November

November 1990
Een weekend samen met alle leden van de STICHTING. De leden zijn het aantal deelnemers die meedoen. De deelnemers zijn ; BE = Vliegend Hert DO = Batman, KO =  Oehoeboeroe, KO = Yeti MA = Oei Oei vogeltje OS = ????? Het weekend begon met de samenkomst bij het vertrekpunt bij het ons bekende adres van de Yeti, bij dit vertrek waren niet aanwezig; Ooehoeboeroe en Os, eerstgenoemde vanwege werkzaamheden en Os (definitief) vanwege ziekte (geraakt). Vanaf  Yeti`s huis zijn de deelnemers vertrokken naar het ons niet geheel onbekende Gross Dorgen in Germanie. Daar was onze kampeerwagen niet aanwezig zodat er moest worden uitgeweken naar een varkenshok waar tot op dat moment sinds vier jaar geen varken meer in had geleefd. Dus zul je zeggen wat let ons om de plaats van de varkens in te nemen, nou dat was nogal wat, om te beginnen.  HOUT veel HOUT wat er opgeruimd moest worden, daarna vegen, want ook een varken wil geen zand aan z’n “Zwienepoot’n”. Stro moest gehaald worden bij de familie Rolfes, wij praten over Heinie en Berend Rolfes, omdat wij hun zo vreselijk goed kennen? hihi geintje hoor. Dat stro moest in de stal gebracht worden zodat het gebruikt kon worden als tafel en stoelen en `s nachts als matras.Het is wel een beetje vroeg om te spreken van Kerstmis maar het deed er wel aan denken, want tenslotte is ook Jezus geboren in een stal en in het stro, waarom zullen er dus geen ideeën geboren kunnen worden. En de ideeën voor deze zaterdag zijn zeker geboren, in deze stal. Ook het idee welke Batman had, hij was tenslotte die in de “gruppe” terecht kwam, en het binnen liet stinken als een beer. Hij bracht de leden van de stichting op het idee om op dezelfde “gruppe” planken te leggen. Ik weet zeker dat de hele groep na deze ervaring op observatie is gegaan. Zaterdagavond ongeveer 18.00 uur, plaatselijke tijd, ben ik, schrijver van dit verslag gearriveerd, na een voor mij erg slopende werkdag. Precies op tijd voor het warme eten, op het menu stond, Harricots Oegandese, avec les Cirkle du Hawaii et le haute couture veston des Cochon decoupe. Nu kan ik je wel zeggen, kerels dat was goed te pruimen. Voor diegene die van het bovenstaand menu geen ene moer gesnapt heeft, wil ik verraden dat het “bruine bonen met rookworst was met daarbij, geserveerd door onze meesterkok, “ananasschijven”. Na deze maaltijd zoals een ieder net heerschap doet, afwassen dus. Na deze klus, evaluatie van deze dag. Wat ik toen te horen kreeg, tot na negenen, was nogal wat. Reeën, hazen, konijnen, paddestoelen, zwammen, galappels, kardinaalsmutsen, jagermeester tot de “M”, gerstenat, dennen, eiken, Amerikaanse vogelkers (ook wel vogelpest genoemd). Na dit alles te hebben aangehoord, duizelde het de Oehoeboeroe behoorlijk, nadat hij een beetje bekomen was van de informatie, welke over hem was heen gekomen, zijn wij met ons allen nog een eind door de natuur gaan wandelen. Ook tijdens zo’n wandeling word er toch nog geluisterd naar elkaar maar ook naar de geluiden welke in de natuur te horen zijn. Het was de hele dag koud en omdat je daarvan vreselijk moe word, zijn wij voor ons doen op tijd naar bed gegaan, omdat ook wij uit betrouwbare bron hadden vernomen dat het op de zondag zou gaan sneeuwen, zijn wij ook op tijd gaan slapen, want door sneeuwduinen lopen is zoals wij allemaal weten verschrikkelijk vermoeiend, daarna goed slapen, dan kun je de volgende dag nog beter de elementen trotseren. Iedereen een prettige nacht toegewenst. Geachte heren van het bestuur daar ik deze dag wel geestelijk en voor een klein deel lichamelijk bij jullie aanwezig was en later door een van jullie belevenissen, mijn gedachten moest ordenen, hetgeen mij niet zo goed lukte bied ik jullie mijn oprechte verontschuldiging aan, dat het verlag van deze dag erg beknopt is geworden. En mocht ik jullie `s nachts gestoord hebben, dan nogmaals, alhoewel “IK” weet dat IK zoiets `s nachts nooit doe, “IK SNURK NAMELIJK NOOIT, IS DAT GOED BEGREPEN? ” JA?”, mooi dan is dat weer geregeld. Ik kan jullie wel uitleggen wat jullie hoogstwaarschijnlijk wel gehoord hebben, ik denk namelijk dat het de “GEESTEN” van de vorige bewoners van het varkenshok hebben gehoord. Ook dat hoort bij een goede observatie, alhoewel dan ook kunt denken aan een seance. Maar dat is niet de doelstelling van dit soort weekenden. Dus beste mensen, ook wij hebben dit weekend geleefd als varkens in een hok, en nu maar hopen dat dit geen gevolgen heeft. Trouwens, ik heb Jullie wel in het weiland zien lopen!

Zondagmorgen vroeg, mijn ochtendurine ingeleverd op een plaatselijk weiland, dat was een opluchting, maar het was zo vreselijk koud dat ik gauw weer in het stro ben gekropen, in de hoop dat het. snel weer goed kwam, het was ongeveer twee centimeter koud. Dus daarom was het stro de beste oplossing. Zondagmorgen, twee en een half uur later, ongeveer half acht opnieuw wakker, de rest van de groep ook maar gewekt, ik was blij dat ik zo fit was anders had ik de rest nooit wakker gekregen. Tanden poetsen, haren kammen, brood smeren en urineren waren de eerste bezigheden van iedere deelnemer. Toen dit alles gedaan was, zijn we naar het Dorgener-Moor gelopen. De afstand naar het moeras is toch redelijk ver, vooral als je een taak te vervullen hebt, deze taak kennen we allemaal, observeren en een warm hart toedragen aan de natuur. Het gebied op zich was moeilijk te observeren, omdat dit van nature drassig terrein moeilijk begaanbaar was. (doordat, en dat is puur mijn mening, wie hierop wil ingaan kan dat tijdens het volgend weekend kenbaar maken, er allemaal van die verschrikkelijke ribbels inzaten,welke hard bevroren waren.). Gelukkig zijn er geen ernstige dingen gebeurt, verder vond ik dit gedeelte triest aandoen. Toch groeide er genoeg waar wij ons misschien over hadden verbaast als het voorjaar was geweest. Wat je nu aan de FLORA zag was het gras, het wollegras, wat je in drassig terrein altijd vindt, bomen die er vermolmd bijstonden en waarin de spechten naar hartelust hun holen hebben getimmerd. Dat het dood hout was bleek ook uit het feit dat er nogal wat elfenbankjes op groeiden. Wat de Fauna betreft, hebben wij een haas gezien welke zo groot was dat wij even hebben gedacht dat het een ree was. Deze heeft waarschijnlijk in z’n leger gelegen, daar zijn wij kort aan voorbij gelopen. Door zijn schutskleuren leek het of hij een was met het terrein. Het terrein is met z’n ribbels een goede schuilplaats voor de dieren. Wij zijn bij het moeras weggelopen een weiland overgestoken, daarna over een pad naar een wildkansel welke daar in het terrein staat. Daar zijn ingeklommen, Oei Oei vogelt je, Batman, Yeti, en Vliegend Hert, terwijl Ooehoeboeroe beneden is gebleven om vanaf die hoogte het terrein te overzien, hij zag dat het terrein een beet je rond liep zodat het grootste deel aan zijn oog ontrokken werd, neen, dan hadden de overige deelnemers ongetwijfeld een beter uitzicht, alhoewel, zij met hun verrekijkers en geluidsapparatuur geen wild van daaruit hebben gezien. Terwijl zij daarboven zaten, ben ik naar een aantal rollen stro gelopen om een beetje uit de wind te staan, inmiddels had Vliegend Hert zich bij mij vervoegd, en wat wij samen zagen, overtrof onze stoutste verwachtingen. Op een afstand van ongeveer twintig (20) meter zagen wij een aantal reeën in het weiland staan. Wij moesten dus uitermate voorzichtig zijn, om dit tafereel niet te verstoren. De rest gewaarschuwd dat ze vooral geen lawaai moesten maken. Ik denk dat wij zeker vijf (5) minuten hebben staan kijken naar deze edele dieren, toen kreeg een van hun ons in de gaten. De wind zat voor ons erg gunstig zodat deze ree nog vrij lang naar ons heeft staan kijken, alvorens hij de rest in de oren fluisterde dat er mensen naar hun stonden te kijken. Er moet door hun gefluisterd zijn , want wij hebben hun niet hardop horen praten. Ze vertrokken daarop in vliegende vaart, dat moet wel want je zag hun hoeven niet aan de grond komen. Ze zijn richting het moeras gevlucht en als ze daar niet uit zijn gekomen zijn ze daar nu nog. Wij gaan verder met onze observatie. Nadat de reeën waren vertrokken zijn wij ook vertrokken en wel richting Naturschutzgebiet Hase-altarm.Wij zijn dit gebied binnen gelopen bij de ons allen bekende zandafgraving, waar wij nog herinneringen hebben opgehaald uit onze verkennerstijd en waar ons Oei oei vogeltje zijn eerste geluidjes voortbracht, die geluiden waren erg duidelijk, en moeten uitgesproken worden zoals het hoort, OEI OEI DA’S KLO..’ Sowwie hoor heren ik kan deze woorden wel uitspreken maar niet opschrijven, Dit is dezelfde plek waar OS-? – ? – ? – ? van boven naar beneden sprong, gevolgd door Gerard Platzer en waar Gerard Platzer met z’n snuit in het zand viel, en erg kwaad werd nadat hij voordien toch erg veel plezier had. Zover de overdenkingen aan vroegere tijden, nu verder met observeren. Ook dit terrein is zeer de moeite waard, het is alleen spijtig te moeten constateren dat het ieder jaar weer verder is afgegraven en ook dat er dit jaar een puinhoop van is gemaakt (gestort dus). Ook groeit er in deze bossen veel vogelkers wat volgens mij de pest is voor deze bossen, het overwoekerd alles, zonde en jammer tegelijk, ik denk dat dit nooit weer goed komt, als je dit probleem niet bij de wortel aanpakt. Ook kwamen wij een wonderlijke speling der natuur tegen, nu niet gelijk denken wat is daar zo wonderlijk aan, ik zal jullie dat proberen uit te leggen. LEES, want het wordt geschreven, anders zeg ik wel luister. Wat ik bedoel is de boom die jullie hebben gefotografeerd, die vanuit de stam in een gaffel is gegroeid (bij een gaffel moet je denken aan een katapult, dat is een stok met drie uiteinden) vanuit deze gaffel groeide een tweede boom, en wel van een heel ander soort dan de gaffelboom. Wat ik mij kan herinneren was de gaffelboom een den en de tweede een berk, leuke speling van de natuur Waren wij niet aan het observeren dan was dat niet ontdekt, maar goed dat wij niet liepen lanterfanteren, dan hadden wij dit niet ontdekt. Ondertussen kregen verschillende van ons een ontiegelijke zin in HOY met groene substantie. Wij zijn daarvoor teruggekeerd naar de bewoonde wereld, alwaar wij onder onze broedlamp hebben kunnen napraten over deze morgen. Ook stond hier nog een fles waar bijna iedereen van gesnoept heeft, terwijl Oei-oei en Batman voor het eten zorgden. Ten overvloede, het heeft. goed gesmaakt. Na het eten afwassen, opruimen en inpakken. Hiermede was het weekend wat observeren betrof afgelopen, tenminste dat dacht iedereen, ware het niet dat wij allen het zo jammerlijk verloren tijdsmechanisme van Oehoeboeroe nog opgezocht.hebben, welke de vorige avond is blijven liggen op een ons niet bekende plek. Wij hebben precies drie minuten gezocht, toen het werd teruggevonden. Het mechanisme lag in het gele zand van de oprit van de gastheer van dit hele weekend. Tot drie keer toe is er een aanslag op gepleegd , maar hij heeft ze alle overleeft. Het is op z’n kant gaan liggen zodat de automobielen er steeds aan langs reden. Hierna afscheid genomen van ons gastgezin en RUBBER/LATEX d.m.v. een uittreksel uit het vat.

Jongens/heren dit weekend was geslaagd maar de volgende word beter. Denk tot die tijd aan de tijd die achter ons ligt, en denk ook aan de tijd die komen gaat in mei 1991. Ik persoonlijk verheug mij hierop en wil meehelpen om dit weekend te doen slagen. OEHOEBOEROE, de wijze oude uil.

1990 Mei

1990 Mei

Weekend Stichting  “BEDOKOKOMA”  Afd. NOBST 19 en 20 mei 1990 Zaterdagmorgen, vroeg, zeer vroeg, bij het onderkomen, de Grot van de Yeti, zijn wij samengekomen, de hele Stichting. Hiervandaan zijn wij naar Groß Dörgen vertrokken, om daar al weer voor de 3e keer ons observatieweekend te houden. Batman heeft zijn rijdend comfort meegenomen, om ons daarin onderdak te verschaffen. Ik stel voor om rijdend comfort, aan te duiden met BATMOBILE, zo blijf je ook een beetje in de sfeer. Dit uitgevouwen, bood ons een vreselijk fijn onderkomen. Het was warm, want er zat een kachel in, maar die hebben wij alleen `s avonds gebruikt, overdag hadden wij zon. Zodat wij het buiten konden doen. Nu niet direct naar de bekende weg vragen, ik vertel gelijk wat wij buiten konden doen, dat gezeur steeds. Ik bedoel dus dat wij buiten koffie en thee en water en Hansa, enz…… konden drinken, brood, aardappelen, snert, soep e.d. kon eten. Zo nu ben je uit de droom geholpen. Want zegt het spreekwoord niet, DROOM JE NIET, DAN BEN JE WAKKER. Nadat alles was opgebouwd, voor overnachting enz.moesten wij naar de familie Rolfes, Berend zijn vrouw had namelijk een jonge dochter gekregen, wij moesten dus aan het “KRAOMSCUDD`N, en de jonge ouders een pakje geven met een jurkje voor de baby. Zij waren daar erg blij mee, want Berend had geen tijd om het uit te pakken. Berend de jonge vader, heeft het pakje weggelegd op de kast, en strompelde zielsgelukkig naar de ijskast, om daar met een flesje drank weer vandaan te komen, en samen met ons te drinken uit één glaasje, welke voor ieder 2 keer werd gevuld. Scheelt ook mooi in de afwas, nu 1 glas anders 7 glazen. Vandaar ook het gezegde “beter 1 glas in de hand, dan 7 in de afwas. Maar het koude spul uit dat ene glas was lekker, daar ben ik het allemaal over eens. Na het KRAOMSCHUDD`N terug naar de BATMOBILE hebben wij het weekend daadwerkelijk doen aanvangen. Ik ben van mening dat de natuur met hogere temperaturen er anders uitziet dan b.v. `s winters. Neem nu onze eigen natuur, je had ons luie beesten kunnen noemen, wij zijn op het kampeerterrein gebleven om daar de bloemetjes buiten te ……. bekijken, vooral die hele kleine, welke wij niet konden vinden in de boeken.  landschap89

Zonde was dat, want ze zagen er zo mooi uit. Maar er waren er ook veel welke wij wel kenden, neem de brandnetel, de dovenetel, weegbree, distel, zuring, Hansa, grote rolklaver, witte klaver, leuke hobby is dat, ik bedoel natuurobservatie. Maar je krijgt er wel honger van, ik bedoel van de buitenlucht, dus moest er gegeten worden. Maar helaas, de melk, de melk, zijn we dat vergeten? Nee, het ligt in Yeti`s auto, auto op de kop, geen melk, wat nu te doen? Yeti komt met de oplossing, ik regel dat met mijn schoonpa, en gaat op pad, roept nog, ik ben zo terug. Wij wachten op Yeti+melk, een half uur, geen melk, uur, geen Yeti. Oehoeboeroe word onrustig, roept Oei Oei vogel, en gaan achter Yeti aan. Maar, wat is er gebeurt Yeti is onderweg aan de bosrand gaan zitten om een bronstig reekalf te observeren, en is door de vermoeienissen van de lange werkdagen in een diepe winterslaap weggezakt, wat moeten wij hier nu weer mee, RubberLatex roepen kan niet, want dat is een vies woord, ook om op papier te zetten, maar dat is bij ieder lid van onze crew bekend. Houden wij het maar liever romantisch, wat dacht je van deze. Niet geschoren. Mijn roosje, fluisterde hij zacht, en drukte zijn wang tegen de hare, mijn cactus, antwoordde zij, haar hoofd zacht terugtrekkend. Mooi of niet, het staat er toch maar. In ieder geval hebben wij de Yeti wakker gekregen, en vervoerd naar de Batmobile. Aldaar hebben wij hem in z’n slaapzak gelegd. Waarna hij toch ruim een uur heeft geslapen. Omdat er toch kampwacht moest zijn, hebben wij onze observatie voortgezet op en rond het kampement, en ook nog enige mooie planten waargenomen. Ik noem de Spaanse ruiter, de Daslook, Perzikbladig Klokje en de Wilde kaardebol. De avond hebben wij gebruikt voor het onderhouden van de sociale contacten en  wat daar zoal bij hoort. Toen de duisternis ingevallen was zijn Oei-Oei vogel en Oehoeboeroe samen op nachtobservatie uit gegaan en wel langs de openbare weg om daar groot wild te zoeken. Over een afstand van 5 km. hebben wij zeker 5 reeën zien oversteken, vlak voor ons langs, inclusief de nodige konijnen en hazen, maar het grote wild wat wij zochten was in geen velden of wegen te bekennen, wij zochten naar Zwart-wild en vonden het niet. Hiervan verslag uitgebracht, aan de groep, en daarna onze nesten opgezocht om te slapen. DIT WAS DE ZATERDAG. De zondagmorgen, die begint voor ons altijd vroeg, de reden hiervan is dat deze dag altijd kort is omdat er een bepaalde tijd is afgesproken om huiswaarts te keren. Het eerste wat door ons gedaan werd, toilet maken uiteraard, en daarna voedsel. Voordat je aan een observatie begint kun je dat beter wel doen, want een knorrende maag kan al gauw het wild verschrikt doen weglopen zodat je niet meer kunt spreken over observatie, maar meer aan een speurtocht, om het terug te vinden en dat is het laatste wat wij willen. Iedereen deed dus weer mee, en wij zijn onze observatie gestart, op het pad langs de door ons veel bezongen Hase, want dat wij toffe jongens zijn, dat willen wij weten. Aan datzelfde pad, daar deden wij onze eerste ontdekking, wij vonden daar een zeldzaam beschermt plantje en mocht deze nog niet beschermt zijn, dan wordt dat hoog tijd. Het plantje was een donkerhartkleurig bermviooltje. De naam zegt het al, bermviooltje. In alle bermen doodgespoten, maar aan de Hase nog niet, dus heren niet PLUKKEN…….bosvioolVerder langs de Hase, een mus vliegt verschrikt op, uit de struiken langs het pad, en een groene kikker springt voor onze voeten weg. In het water van de Hase drijft hout met daarop een vermoeide eend. Rechts naast ons, hoor je de roep van een Buizerd welke is neergestreken op een weidepaal. Boven ons zweeft een valk, op zoek naar een prooi. Bij het zandgat aangekomen, schiet er een bosmuis z`n holletje in, vlak voor de klauwen van een valk. Een gewone Pad kruipt langzaam over het pad, zich niet bewust het mogelijke gevaar, van hetgeen onze grote voeten kunnen aanrichten. De wanden van de zandafgraving lijken ieder jaar steiler, maar daarvoor hebben wij geen angst. Geen angst.  Een bergbeklimmer: “En als het touw nu een moest breken?” Gids: “Geen angst, zegt hij, ik heb er thuis nog hopen liggen.”  Wij nemen dus de makkelijkste weg, dan hebben wij, de rest van het touw niet nodig. Vanaf het zandgat lopen wij weer het bos in, voor ons zien wij een Vliegend Hert, zijn grote kaken dreigend vooruit gericht, maar geen angst, hij vliegt bij ons vandaan, Op zoek naar een andere prooi. Verderop in het bos hoor je de bijen van de bijenvereniging zoemen. Een eekhoorn springt verschrikt van de ene naar de andere boom, om uit ons gezichtsveld te verdwijnen. Bij de dooie arm aangekomen, zien wij vissen zwemmen in het warme voorjaarszonnetje, een rivierkreeft laat zich zacht naar de bodem zakken en zwemt uit ons zicht. Hoog aan de hemel roept een sperwer en zweeft vredig verder zonder zich om ons te bekommeren, op het weiland zien wij een ree in de bossen verdwijnen. Dit allemaal meemaken en zien, dat doet ons goed, wij zijn allen diep onder de indruk en laten dit over ons heenkomen als een roes, een roes die nooit verdwijnen moet. Een stuk natuur langs de Hase zo puur. Omdat te aanschouwen, die plek waar volgens ons ieder dier zijn eigen plek heeft gebouwen. Dit stuk natuur, niet groot en ondoordringbaar, is voor ons vreselijk mooi en laat deze plek en stuk van ons leven worden, al is het maar voor een paar weekenden in het jaar. Hier kun je, je drukke leven tot rust laten komen, samen met de natuur. Wat zou het mooi zijn om van die natuur, alles te weten, ieder dier te kennen, iedere te onderscheiden, de eetbare en de giftige. Ik stop met dit verslag, want het is tijd om op te breken. Wij moeten weer terug naar onze dagelijkse beslommeringen en ons weer voorbereiden op een volgend natuurweekend. Maar de herinneringen, aan dit, en voorgaande weekenden, zullen ons ook door deze moeilijke tijden loodsen. Ons aller Yeti en Oehoeboeroe deden het in de zomervakantie, samen met hun kinderen, nog eens dunnetjes over, in de vorm van een vis- en natuurvakantie. Een vakantie, waar zij buiten het vissen, absolute rust hebben gehad, omdat Koos,  een zwager van ons, de kinderen alles vertelde, over wat er groeit en bloeit heeft verteld, en van planten en vissen heeft laten eten, planten waarvan wij dachten daar moet je afblijven. Jongelui mocht ik wat teveel op papier hebben gezet, neem het mij niet kwalijk, het is aan mijn brein ontsproten. Ik wens jullie een goede voorbereiding op het volgend weekend.  Groeten, Oehoeboeroe van de stichting.

Bijgevoegd informatie: Oehoeboeroe benoemd zichzelf in het verslag samen met Yeti en Oei-oei. Natuurlijk waren in dit weekend ook Batman en Vliegend Hert stevig aanwezig. Yeti vond het nodig, dit weekend, zijn schoonvader te confronteren met het feit dat de verkering van Marlies in een andere relatie reeds een kotertje op de wereld had gezet. De daarop volgende emotionele explosie werd door die twee geblust in alcohol. Bij Yeti gingen de oogjes toe, hij lag als een schoteldoekje over de hek. Schoonpa had eindelijk een reden om de kroeg in te duiken, hij deed het nablussen nog eens dunnetjes over. Oehoeboeroe en Oei-oei achten zich verplicht schoonpa te zoeken, ze zijn daar het grote deel van de nacht mee bezig geweest, voor niets uiteraard. En schoonpa? die kwam die dag gewoon iets later in de morgen thuis.  Batman en Vliegend Hert? Zij stonden erbij en keken er na, ….met ogen zo groot als argus.

 

 

 

 

1989 November

1989 November

Bovenstaande foto is genomen door Batman.

November 1989.

Op zaterdagmorgen , vreselijk vroeg, zij wij vanuit de verschillende woongebieden samengeklonterd bij Eric in Erica. Vandaaruit vertrokken naar, het kan niet missen, Gross Dorgen, alwaar wij op de RANCH van Heinie en Berend Rolfes ons Kamp hebben opgeslagen. Niet in tenten, maar gewoon in de open lucht, daar stond een grondig gereinigde veevervoerswagen, ontdaan van alle beschaafde (huiselijke) beschaafde geurtjes, tenminste bij de meeste normale mensen ruikt het thuis niet naar boerderijlucht. In deze wagen hebben wij van stro onze bedjes gespreid, en van pakken stro onze tafel en stoeltjes gemaakt, zeer behaaglijk. Behaaglijk, dat zeker, want aan de andere kant van de binnenkant regende het, en de temperatuur was net boven nul (0). De minst ervaren kampeerders onder ons snapten van deze vorm van kamperen niets. Deze mensen waren Vliegend Hert, Batman, Oei-oei, Yeti en Oehoeboeroe, geloof ik. Maar dat terzake. Nu wil ik toch komen op het punt, waarvoor wij hier bij elkaar waren gekomen. Dat was om een NATUUR-OBSERVATIE te gaan houden voor Scouting Klazienaveen. Voordat we hier mee bezig gingen, moesten de taken verdeeld worden door het bestuur (wij dus). Deze taken waren voor Batman, geluidsman, opnemen van geluiden van allerlei buitengeluiden gemaakt door verschillende dieren.Voor Oei-oei observator/kok, voor Yeti fotograaf/verrekijker/kok, voor Vliegend Hert observator/muzikant en Oehoeboeroe observator/bandinspreker, een soort verslaggever dus.. Na deze verdeling togen wij op pad, gehuld in regenkleding, inclusief laarzen en soldatenschoenen. Na ongeveer een uur te hebben rondgelopen werd het niet droger, want wij voelden door onze regenkleding en gewone kleding water komen. Hierop werd besloten, door het bestuur, dat wij terug zouden gaan naar ons onderkomen, om daar de verdere gebeurtenissen betreffende het weer af te wachten. Hier hebben wij de hele middag zitten wachten, en onze belevenissen op band gezet. Deze middag bleek hoezeer wij echte natuurmensen waren, want hier kwam voor het eerst dit weekend naar voren hoe een hekel we hebben aan chemische rotzooi. Ik schrijf alleen het woord LATEX-PUPPE, want om zoiets te zeggen dat vind ik moeilijk, later is dat woord veranderd in LATEX-JOHNNY, bah, nu doe ik het weer. Genoeg hierover, de NATUUR is belangrijker, want onze doelstelling is om de natuur , vooral ‘s winters een warm hart toe te dragen. Daar gaan we dus ook mee door. Maar een drankje tegen de kou ging er best in. Het regende dus en de minst ervaren mensen hadden het koud, want die hadden geen thermopak aan. Ik bedoel dus, er moest eten worden gemaakt, want boven de hete pan werden we weer warm. Oei-oei en Yeti dus aan het koken want dat waren onze koks, en op het menu van deze dag stond SNERT met als toetje droge METWORST, lekker hoor, moeten we vaker doen. Direct na de snert, even bijkomen van een vermoeiende dag. Zandgat1 Landschap4Daarna was het donker, maar er moest nog wat gebeuren, dus wij, (wij zijn het bestuur en wij) weer op pad nachtobservatie. Tijdens deze observatie is er nogal wat gebeurt, wij zagen namelijk geen flikker, dus uiteraard onszelf ook niet. Vliegend Hert demonstreerde z’n sluipkunst gelijk Winnetou en old Shatterhand en nog meer van dat soort figuren, erg leerzaam. Deze demonstratie lukte uitstekend , aangezien een ieder kon horen waar de tak knapte. Daarna als een stel Belgen verdwaalt in de bossen, a-wel hoe zulle we hier uitkome Sjefke, ook dat lukte, door elkaar moed in te spreken. Uiteindelijk uit het bos,in de “PUT” (zandafgraving) konden wij onze observatie uitvoeren, want daar was een “Vliegend Hert”. Deze vloog met een rotgang tegen de wand op, en met een noodgang gleed hij terug. Van deze hele observatie in het zandgat zijn foto’s gemaakt door Yeti. foto Inmiddels was het tijd om naar huis te gaan want “Vliegend Hert” had een doorn (BALK) in z’n hand en die bloedde als een rund. In feite hadden wij geluk dat het die eerste avond droog was anders hadden wij vroeger in het stro gelegen, nu was het iets later. DIT WAS DE ZATERDAG
Zondagmorgen, vroeg, bewolkt, geen regen. Samen gegeten , en lekker. Na het ontbijt liepen door het”Natuur-schutzgebiet Hase-Altarm” vijf zeer goed uitgeslapen jongemannen o.l.v. het bestuur. Dit was een dag van bijzondere ontdekkingen. Wij zijn aangekomen op een voederplaats voor wilde zwijnen , bij deze voederplaats was aan een boom een wildkansel bevestigd, deze werd door verschillende van ons beklommen via een trap. Hierbij, bij het beklimmen, of uitklimmen heeft Niek zich nogal geblesseerd. foto Hij is namelijk met z’n, laten we het “edele delen” noemen, zachtjes op een tak terechtgekomen. Vanaf dit wildkansel was de omgeving zeer goed te overzien, we hebben vanaf daar dus geen wild gezien. Batman heeft samen met mij nog een aantal prenten (pootafdrukken) gevonden van wilde zwijnen. Onder dorenstruiken (wat stiekel’n die kreng’n) kon je zien dat hier heel vaak wilde varkens bivakkeerden. Terwijl Yeti, Vliegend Hert en Oei-oei gipsafdrukken maakten van verschillende prenten, ging Batman geluidsopnamen maken van fluitende vogels, echt mooi hoor. Oehoeboeroe ging de flora bekijken en ontdekte echt onvervalst rendiermos, en riep gelijk Baaaaatman, Batman zei, “kop dicht, ik maak geluidsopnamen, ik kom er zo aan”, verder hoorde hij niets meer want hij had zijn vogeltjesgeluidenhoofdtelefoon op. rendiermos schuur1Ongeveer vijf (5) kwartier later had hij tijd om te kijken, om zijn verwondering te uiten. Weet je wat hij zij, hij zei, Oehoeboeroe, moet je daar ijken hoe kan dat nou? Oehoeboeroe zei, wat hoe kan dat nou? Batman weer, kijk rendiermos. Oehoeboeroe weer, ik zie niets, maar moet je daar kijken, rendiermos, zou hier de Kerstkribbe gestaan hebben? Gelijk na het uitspreken van het woord “Kerstkribbe” kwamen er drie (3) personen uit het oosten, Batman zei, dat moet je niet zeggen, want daar komen de drie (3) koningen al aan. Oehoeboeroe viel op z’n knieën, niet om te bidden bij de kribbe, maar om te voelen of het rendiermos vast zat, de conclusie was, dat het vast zat. Wij waanden ons in Bethlehem, want inmiddels waren de drie (3) koningen) ook gearriveerd. Maar o, wat een schrik, het waren geen drie (vijf) koningen, maar Vliegend Hert, Oei-oei en Yeti. Wij waren natuurlijk weer klaarwakker en op natuurobservatie. We gaan verder langs de Hase, door het Hasedal rechtsaf, of was het linksaf? In ieder geval was dit gedeelte door mij nog nooit bezocht, kerel, wat was dit een vreselijk mooi gebied. Ook wat betreft het oude (vermoedelijk) stroomdal van de Hase. Met zo hier en daarginds een vennetje. In de oude wallen zo hier en iets verderop een konijnen- of vossenhol. foto Batman nam de geluiden op want die waren er wel Terug aan de oevers van de Hase vonden wij van kikkers (ikzelf denk van een PAD) kikkerdril of zoiets, glibberig was het wel. Ook hierover hadden wij verschillende meningen, er werd in ieder geval over gepraat. We hadden reeds de hele morgen geobserveerd, en besloten samen met het bestuur om terug te gaan naar de beschaving van onze veewagen om weer eens de beschaafde boerengeur op te nemen, verschillende van ons kregen namelijk ontwenningsverschijnselen. Lopen wij het bos uit, komen we voor een maïsveld (of waren het doperwten) doet er ook niet toe, maar daar stonden ze, de Reeën. om zich van zeer nabij aan ons te tonen, sprakeloos waren we, moest ook wel anders liepen ze weg. Ree2Wij konden ze heel goed zien, dat zag je zo. Ook de oude reebok zag ons, want hij knipoogde tegen de rest, waarop ze er in vliegende vaart vandoor gingen. Zonde, nu kon je ze goed zien zonder verrekijker, en toch liepen ze weg. Gelukkig heeft Yeti van deze dieren foto’s gemaakt, anders hadden wij ze nooit weer gezien en Batman nam de geluiden op, mooi hoor. Tijdens dit deel van de observatie hebben wij ook nog een sneeuwuil gezien, dat moest wel want het dier was zo wit als sneeuw, eigenlijk stom hoor, om schutkleuren aan te nemen als er geen sneeuw ligt. Ook hierover is uitgebreid gediscussieerd. Daarna op naar de bruine bonensoep, lekker hoor met metworst, en als toetje iets te drinken. s`Middags liepen er vijf stippen, gezien vanuit de verte, in het weiland, langs de Kolk in noordnoordoostelijk richting naar een bosje midden in datzelfde weiland. foto Nu zul je afvragen; wat waren dat voor stippen? Ik zal het nu maar zeggen, dat waren wij. Op zoek naar uilenballen. Uilenballen dat zijn braakballen die uitgekotst (uitgespuugd) worden door uilen. Daarin zitten de onverteerbare delen van die prooi welke door de uil gevangen werd. Uit voorgaande ervaringen werden ze wel gecontroleerd, want enkele jaren voordien zaten er bij enkele natuurvorsers uit onze groep ook vossenkeutels bij, deze lijken een weinig op uilenballen. Vers stinken deze dingen, in bevroren toestand niet. Ook bij het doorkruisen van de gedeelte hebben wij reeën gezien, leuk hoor, zoals ze springen en rennen. Na dit gedeelte van de observatie hebben we alles nog een keer doorgesproken en dit werd opgenomen door geluiden -Batman. Enkele zeer logische conclusies getrokken, toen naar huis vertrokken. Landschap achter schuur1 groep89Wij allen, en het bestuur, waren erg tevreden over het verloop van dit observatieweekend, en meenden toch zeker voor een jaar gespreksstof te hebben. Obeservatie-Oei-oei, Mondharmonica-Vliegend Hert, Geluiden-Batman, Verrekijker-Foto-Yeti, bedankt voor jullie aandacht en tot zeer spoedig ziens.
Het barbecuen bij Hert in Barger Oosterveld is door het hele bestuur en hun respectievelijke echtgenotes bijgewoond. Lekker vlees, lekker slaatje, lekker brood, lekker fris, lekker bier, zo kan ik lekker nog wel een poosje doorgaan maar dat doe ik lekker niet, want dan word je er lekker niet goed van. Trouwens dit is allemaal lekker wel voor herhaling vatbaar zo lekker was het wel. Also meine herren, nogmals Danke schön, und aufwiedersehn, bis bald.
Het Bestuur. n.d. de Wijze Oude Uil.

Hase1 hase4

7 of 7
1234567