Kerklaan

Kerklaan

De mooiste laan van Erica is ongetwijfeld de Kerklaan, ook wel Spekweggie genoemd. De bijnaam Spekweg vindt zijn oorsprong in de negentiende eeuw. Het verhaal gaat dat arbeiders van de werkverschaffing die de Kerklaan hebben aangelegd, naast loon ook in natura werden uitbetaald. Natura bestond toen uit zoveel pond spek. De Kerklaan werd voortaan Spekweggie genoemd. Het is het meest lommerrijke laan op Erica. Helaas is het beleid dat op de plek van een gesneuvelde boom geen nieuwe boom wordt geplant. Binnen enkele decennia zal de Pauw der Lanen een kaal geplukte kip zijn, wat ongetwijfeld gevolgen heeft op de waarde van het belendend ontroerend goed. Maar nu het verhaal van de Kerklaan. Tegenover de Katholieke kerk stond in mijn jeugd een kroeg. Keuter genaamd. De kroeg is niet altijd een kroeg geweest. Een van de vorige bewoners was Jan Prins, die had daar een winkeltje. Later nam zijn zoon Piet de zaak over. Deze breidde de winkel uit en noemde het Victoria. Achter de zaak stond een enorme boom met om de stam een dikke ketting. Aan de ketting lagen zo’n dertig volle gaspotten.

Smid Töller

Smid Töller

In die tijd stookten de mensen nog op gas uit gaspotten. Wanneer een lege gaspot werd ingeleverd kon je, tegen betaling uiteraard, een volle meenemen. Het slot aan de ketting werd geopend, met veel ratelend kabaal werd de ketting van de gaspot getrokken. Zo kreeg de buurt ook mee dat het gas bij huize Beukers op was. Voor dat Prins het pand bewoonde was het pand een smidse. In die tijd hield Smid Töller de ijzers in het vuur. Töller had op de Kerklaan geen naaste buren. Het huis van Hermans werd pas vlak voor de Tweede Wereldoorlog gebouwd, de huizen van Moorman en melkboer Be Hoppe kwamen veel later. Van Hermans kan ik me nog herinneren dat ze een aparte auto hadden. Een DKW, een tweetakt, het autootje is nu een verzamelobject. In de tijd van smid Töller was Klein Meyertie zijn eerste buurman. Het huisje stond dwars op de Kerklaan, thans de T-kruising Eendrachtstraat/Kerklaan. De erfafscheiding van Klein Meyertie bestond uit eikenbomen. Enkelen daarvan staan er nog steeds. Zoals de naam reeds zegt was Klein Meyertie niet groot. Hij was getrouwd met een vrouw die mogelijk nog kleiner dan hem was. Het kleine vrouwtje was de zus van Oude Piet Geraets. Wanneer ze in de kerk liep kwam haar pothoedje net boven de kerkbanken uit. Ze was een duveltje. Voor hun huisje stonden grote Rododendronstruiken. Wanneer schoolkinderen takjes afbraken van de struik stond ze scheldend in de deur en bonkte met haar stok op de grond. De kinderen wisten feilloos haar tot razernij te krijgen. Dan moest je zaadjes (kannegies) van de Meidoornstruik plukken. Dan kwam het mensje achter de kinderen aan. Het oude vrouwtje was echter geen partij voor de watervlugge kinderen. Het paar is kinderloos gebleven. In mijn tijd was het huisje afgebroken maar de Eendrachtstraat lag er nog niet. Als kwajongen heb ik nog wel samen met Willie in de half gedempte waterput kikkers zitten te vangen. Klein Meyertie was niet de eerste bewoner van het huisje. Kolker heeft er ook nog een tijdje in gewoond. Een zoon van deze Kolker was mijn opa. Daarvoor was het huisje een snoepwinkeltje. Naast Klein Meyertie stond een huis met een rieten dak. Hier woonde Assen die later naar Limburg vertrok om te gaan werken in de kolenmijnen. Het huisje werd later door brand verwoest. Oude Anton van Dooren, werkzaam in Duitsland, kocht de kavel en zette er de huidige woning op. Zolang Oude Anton in Duitsland verbleef werd het huis verhuurd. In of vlak na de oorlog kwam Oude Anton op Erica wonen. Zijn kinderen hadden het in begin niet gemakkelijk. Ze werden een beetje gepest om hun zware Duitse accent. Nog steeds wordt het huis bewoond door van Dooren. Inmiddels de derde generatie. Naast van Dooren woonde toen Gradus Roewe. Zijn huisje was opgetrokken uit Ericaase steen. Hiervan stond het steenfabriekje schuin achter het huidige openbare kerkhof. De klei voor deze stenen betrokken ze uit een diepe put aan de overkant (oostkant) van de Kerkweg. Het was trouwens waardeloze steen, bij vorst knapten er zo stukken uit. In het huis van Gradus Roewe woonde later Gradus Prins, die was zelfs naar hem vernoemd. Gradus Prins had een veld dennenbomen achter zijn huis. Hierin hebben we als kind menig avontuur beleeft. (zie: Achter Gradus Prins). Naast Gradus Roewe, voor de huidige kleuterschool, stond het huis van Jan Prins die daar een winkeltje had. Jan Prins verhuisde naar de stee van Töller. Hendrik Meyer betrok toen het huisje, hij had daar een fietsenzaakje. Meyer werkte als monteur bij het Griendsveen en als machinist op een veentreintje. Meyers dochter, Lena, had het syndroom van Down. Met zwemles kon ze als de beste zwemmen. Iedereen keek door de vingers dat Lena tijdens het zwemmen over de bodem liep. Naast Meyer kwam het schoolmeestershuis. Hier woonde toen meester ter Hofstede. Later kwam meester Lange daar te wonen en nog later meester Jansen. Naast het schoolmeestershuis kwam het huisje van Jeurissen. Een zoon van deze was Hendrik de Fluiter. Hendrik was een vrolijke man, zo kwam hij fluitend aanlopen om te zeggen dat zijn vader was overleden. Vader was tachtig jaar geworden, dat vond Hendrik genoeg. Hendrik had bovendien een dramatisch gevoel voor humor. Als soldaat had hij in de 1e Divisie 7 December in Indonesië gediend. Tijdens het schrijven van een brief aan zijn ouders bleek het inkt op te zijn. Hendrik vervolgde zijn brief met een potlood en schreef: ‘ze hebben zojuist de pen uit mijn handen geschoten, ik schrijf nu met de potlood verder’. Na het overlijden van Oude Jeurissen werd het huisje afgebroken. Naast Jeurissen stond het Emaculata-gebouwtje. Het was een gemeenschapshuisje waar menig toneelspel werd opgevoerd en waar menig club een onderkomen had. Dan had je mijn school, de Katholieke lagere school Sint Gerardus. Toen ik naar school ging was meester Lange de hoofdmeester. Meester Lange was een heuse autoriteit op het dorp. En hij was kaal. Een populair liedje onder de leerlingen was: Op de kop van Kale Kees, hebben de vlooien motorrace. Naast de lagere school stond het huisje van Knecht. Later zette daar Vinke een nieuw huis neer. Het laatste huis aan de zuidkant van de Kerklaan was bakkerij Schnieders, een van de vele bakkers op Erica. Tegenover Schnieders woonde Piet Geraets. Oude Piet bezat zo’n zevental huizen aan de Kerklaan en Kerkweg. Zijn zoon Piet had later een grote tapijtzaak in Emmen maar kwam vroeg te overlijden, zijn zaak verdween. In de tijd van Oude Piet stond er aan de noordkant van de Kerklaan maar een paar huizen. Aannemer van Os was de eerste die naast oude Piet kwam te wonen en daar zijn zaak begon. In het midden van de Kerklaan, naast het huidige (ex)Parochiehuis, stond het huis van veldwachter Veld (Dikke Veld). De ruimte tussen Oude Piet Geraets en veldwachter Veld werd opgevuld door beider tuinen. Oude Piet had daar een prachtige siertuin. Later zijn daar allemaal huizen opgekomen. Naast Veld stonden twee koetshuizen van de Katholieke- en Protestante begrafenisvereniging. Prachtige koetsen met zwarte kleden voor elk gezindte een. Daarnaast werd het parochiehuis gebouwd. Menig feest werd daar gevierd, ook al dachten de omwonenden daar misschien anders over. Helaas werd dit prachtige gemeenschapshuis opgedoekt. Naast het Gebouw had Bernhard Moorman een bakkerij met aan de voorgevel een automaat waaruit voor 10 cent een taartje kon worden getrokken. Ook gedurende de oorlog was de automaat steevast vol. Blijkbaar had Bernhard zo zijn adresjes. Later kwam Wietze Moorman (Wietze fietse) te wonen. Wietze had daar een fietsenzaak. Voor het huis van Wietze hadden wij een hangplek die we elke avond trouw opzochten. Dan kwam de woning van Hendrik van Os, dit huis werd nog opgebouwd uit de stenen van de villa van de vervener Hofhuis. Op de hoek Kerklaan/Kerkweg stond de villa van vervener Hofhuis, later werd dat een hotel. Toen de villa werd afgebroken kon van het vrijgekomen bouwmateriaal drie woningen worden gebouwd. Van de villa is lange tijd alleen de waterput overgebleven. Die was toen bekend om het lekkere putwater. Daarnaast stond het huis van Jans van Ommen.De Kerklaan tussen Jans van Ommen en de hoek met de Kerkweg was toen onbebouwd. Dan kwam het huis van Jans van Ommen, de begrafenisondernemer. Dan kwam het huis van Tinus Schnieders. Daarnaast bouwde meester Sibon een woning waar later Bontjer in woonde. Inmiddels zijn alle lege plekken opgevuld met woningen. De laatste woning aan de Kerklaan is de hoekwoning Kerklaan/Kerkweg. Deze woning staat in de voormalige tuin van Hofhuis. De hoekwoning bestond uit drie aparte woningen. De eigenaar was Oude Piet Geraets. Piet verhuurde alle delen van de woning. Arends woonde aan de kant van de Kerkweg, die had daar een smidse. Later kwam daar smid Klingenberg te wonen, nog later smid Berndt. De andere helft van de woning aan de Kerklaan-kant bestond uit twee woningen. Bies had daar nog een tijdje gewoond, Hemel, Johan Kolker en later zijn broer Bennie. In mijn tijd was de hoekwoning een dubbele woning. Aan de ene kant woonde daar Hendrik Jeurissen (Hendrik de Fluiter), aan de andere kant smit Berndt. Vlak naast de hoekwoning aan de Kerkweg staat nog zijn smederij. Het is het laatste stukje nostalgie uit een ver verleden.

Geschreven door Henk Beukers

Geef een reactie

6 Reacties

  1. Guus van Os · 10 mei 2017 Reageer

    Beste Henk.
    Ik ben geboren in 1939 aan de Kerklaan 7 op Erica.
    Mijn vader Hendrik van Os hat toendertijd van 1937 tot plm 1947 een slagrij aan de Kerklaan in 1949 heeft hij deze verkocht aan slager Jan de Vries.
    De bewoning zoals jij die beschrijft klop niet helemaal.
    Op de hoek van af de kerk woonde smid Berndt in het zelfde pand woonde ook de fam Bies.dan meester Sibon,dan Tinus Schnieders,jans van Ommen,mijn ouders Hendrik van Os en Beth Heijnen,dan bakkerij enautomatiek Bernhard Moorman,het Parochiehuis,en veldwachter Veld
    De woningen tussen veld en Piet Geraets zoals oa aannemer Gerard van Os
    zijn er later nog tussen gebouwd,enkele tijdens mijn schooltijd.
    Mijn ouders zijn in 1949 verhuisd naar Klazienaveen .

    • Henk Beukers · 12 mei 2017

      Bedankt voor je reactie Guus, in een tijdsbalk komen diverse zaken soms net in een andere perspectief te staan. De voorganger van Bontjer was inderdaad meester Sibon. Hij had zelfs het huis gebouwd. De voorganger van Wietse Moorman was Bernhard Moorman. In het huis van smid Berndt hebben diverse mensen gewoond, onder hen ook de familie Bies. Ik heb in de artikel het e.e.a. bijgewerkt. Nogmaals, bedankt voor je reactie.

  2. H. Beukers · 12 september 2015 Reageer

    Beste Hans Sibum,
    In eerste plaats bedankt voor je reactie.
    Ik wil graag nog even babbelen over het feit dat, volgens jou, het is een misvatting is dat de opslagruimtes voor de 2 lijkwagens te maken had met het geloof.
    Volgens jouw stelling waren het 2 algemene verenigingen.

    De verdediging van mijn artikel baseer ik in eerste instantie op het feit dat in die tijd sprake was van een sterk verzuilde samenleving. Elk gezindte had als fundamentele bestaansrecht: het geloof in God en het ‘hiernamaals’. Ze hadden hieromtrent eigen handelingen en rituelen. Een van de twee koetsen had bijvoorbeeld midden op het dak een groot kruis. Dit symbool was bij de Protestanten ‘not done’. Deze koets werd voornamelijk gebruikt door de Katholieken. Maar ook de keuze van het paard voor de koets was afhankelijk van gezindte.
    Ik kan me moeilijk voorstellen dat in die tijd uitgerekend een begrafenisvereniging een algemeen signatuur had en hiermee een uitzondering vormde op de verzuiling.
    Tegelijkertijd ben ik me ervan bewust dat mijn ‘moeilijk kunnen voorstellen’ subjectief van karakter is.

    Er werden in die tijd enkele praktische oplossingen gevonden die boven de gezindte stonden.
    Was de wens aanwezig dat de koets getrokken moest worden door twee paarden, dan werd het andere paard er gewoon bijgehaald.
    De ‘bekleding’ van de paarden was gelijk, w.s. om bovengenoemde reden.
    Uit je reactie meen ik op te maken dat je, bij de bepaling van het algemeen signatuur, bent uitgegaan van de structuuropbouw van het bestuur.
    De door jouw genoemde namen zijn niet onder een bepaalde gezindte te vangen.
    Het koetshuis stond op openbaar terrein naast de woning van veldwachter Veld.
    Boven genoemde punten pleitten allemaal voor een algemeen signatuur van de begrafenisvereniging.

    Zou het mogelijk kunnen zijn dat een begrafenisvereniging van algemeen signatuur voor elk gezindte (en daarbuiten) hun eigen begrafenis faciliteerde?
    Op Erica, in die tijd van verzuiling, erg ruimdenkend en modern, toch?

    P.s. Het koetshuis werd begin jaren zestig gesloopt, de stenen verdwenen in de fundering van de schuur van mijn oom.
    De zwarte kleden van de paarden gingen naar begrafenisondernemer Van Ommen aan de Kerklaan, de oom van mijn moeder.
    Een van de paardenkleden kreeg mijn moeder om ‘broeken van te maken’.
    Het stof was te dik en het stonk bovendien, het werd verbrand in een brandgat achter ons huis.

  3. Henk Berndt · 14 februari 2014 Reageer

    Mooi dat de Kerklaan met zijn bewoners wordt beschreven alleen jammer dat de naam van mijn vader niet goed is vermeld
    Bersen staat er maar….. het moet Berndt zijn ,en ook werd er bij ons gas verkocht gele en rode flessen en van die grote rode flessen speciaal voor de tuinders…
    Groeten H Berndt

  4. johan Bakker · 7 augustus 2012 Reageer

    Hallo Henk, Het is een mooi verhaal over de kerklaan. Ik herken zo ongeveer alles.
    Er waren / zijn nog al wat Beukersen op Erica. Van wie bin ie der iene?

    Met een vriendelijke groet,

    Johan Bakker