‘t Keldertje Erica

‘t Keldertje Erica

In de jaren zeventig en tachtig hadden we op Erica een heuse discotheek. In het parochiehuis van de Katholieke Kerk, het Gebouw genaamd. Joop, een achterneef, was de beheerder van het Gebouw. Joop vond het goed om achter het toneel een dansgelegenheid te creëren. Het werd Koitiana. Gerund door vrijwilligers die waarschijnlijk een leuk zakcentje eraan over hielden. Natuurlijk deed Joop het ook niet voor niets. Het werd een heuse dancing met snoeiharde popmuziek in een donkere omgeving. Het werd een groot succes. D’r waren momenten dat je over de koppen kon lopen. Bier kwam niet uit de tap maar werd per flesje verkocht. Roken was in die tijd heel normaal. Iedereen pafte erop los, op gegeven ogenblik was het in het zaaltje mistig van de rook. Zo´n gelegenheid trok veel volk aan. Vanaf het toneel kon je zo de grote zaal inlopen. Daar stond de bar van Joop. Niet alleen tapbier was daar verkrijgbaar, Joop runde ook een snackbar. Sinds Koitiana deed Joop daar goede zaken. Soms moest je lang op je beurt wachten voor een frikandel, zo stervensdruk was het daar. Alsof Joop het nog niet druk genoeg had, bestelde mijn toenmalige kameraad Herman 5 frikandellen. Alleen niet in 1 keer. Telkens wanneer Joop hem een frikandel voorzette bromde Herman, ´Wo´j d´r nog iene in gooi´n Joop’? Bij de vijfde frikandel hief Joop radeloos zijn armen in de lucht, ‘Blief ie zo deurgaon’? Joop had namelijk nog veel meer te doen, vooral biertappen voor zo’n dertig dorstige kelen. Joop’s prijzenlijst was zo’n zwart plastic bord met gleuven met daarin witte schuifletters. Trots hing het aan de muur bij de ingang. Je kon de cijfers en letters zo uit de gleuven schuiven. Traditiegetrouw werd de prijzenlijst door de gasten aangepast op eigen budgettair niveau. Bovendien werd van ½ KIP altijd een ½ PIK gemaakt. Vonden we leuk. Elk daaropvolgend weekend had Joop zijn bord weer keurig herstelt zodat wij weer ‘origineel’ konden doen. In de discotheek werd geheimzinnig gepraat over iets nieuws. Marihuana , een verdovend goedje. Marihuana was al gemeengoed bij Tim Pan Ally in Emmen of bij Paralaxis in Coevorden. Daar werd je van de lucht bij de ingang al high. Ja hoor, op Erica hadden we `ervaren´ marihuanarokers. Tot ik tegen een paar vriendinnen zei dat ik aan marihuana kon komen. Als je hierbij geheimzinnig keek en met je ogen loenste werd je subiet geloofd. Volgende week zou ik genoeg meebrengen. De prijs? Het was voor niets. Die week erop ging ik naar het kerkenbos. Ik verzamelde een zak droge eikenbladeren. De bladeren werden verkruimeld. Het volgende weekend klampten de ‘deskundige’ vriendinnen aan me vast. Met gretige ogen keken ze in mijn geheimzinnige gezicht. Ze fluisterden vragend of ik marihuana bij me had. Natuurlijk had ik dat. Ik zei erbij dat ze de marihuana door de tabak moesten draaien en daar een torpedovormige sjekkie van moesten draaien. Ze trokken hun neus op, dat wisten zij als ervaren gebruikers immers al lang. Niet veel later stamelde een vriendin dat ze al iets voelde terwijl ze de rook diep inhaleerde en vervolgens uitblies. De ruimte vulde zich met de geur van openhaard. Tegen de tijd dat ik lachend uitlegde dat ze eikenbladeren zaten te roken had ik twee vriendinnen minder. Wat ook leuk was in de discotheek was een pijp roken. Nou ja roken, je stak een pijp met tabak aan en blies dan krachtig in de kop van de pijp. Uit het mondstuk spoot een dikke walm rook. Binnen een paar minuten zette je de dansvloer in een dikke mist. Degenen die verkering hadden zaten mekaar ongegeneerd af te lebberen langs de dansvloer. Degenen die geen verkering hadden keken toe. Zoals gezegd liep Joops tent als een tiet. Dat trok verkeerde volk aan. Toen had je ook mensen die niet voor het plezier uit gingen maar om herrie te schoppen. Daar moest Joop niets van hebben. Joop was een zachtaardige man en niet groot gebouwd. Om indruk te maken liet hij zijn baard groeien. Het mocht niet baten. De ruziemakers kwamen in die tijd uit Weiteveen, een dorp verderop. In hun uppie waren het prima lui, in een grotere groep werd het geheid ruzie. Menigmaal moest de politie er aan te pas komen om de gemoederen tot bedaren te brengen. Het waren voor Joop tropenjaren, zijn baard werd wit. Natuurlijk waren het niet alleen de Weiteveners die herrie zaten te schoppen. De Ericanen deden enthousiast mee. In de discotheek verschenen periodiek volwassen mannen om de zaak in de gaten te houden. De rust keerde enigszins terug. Voor mij en mijn vriendenclub was het te laat. We trokken steeds vaker met de bromfiets erop uit naar andere dorpen. De wens om een eigen honk te hebben werd sterker. Samen met Herman Roling en nog een paar anderen kwamen we op het idee om een discotheek te openen in het Emaculata-gebouwtje, schuin tegenover het Gebouw. We schrijven pakweg 1975. Bier voor de helft van de prijs wat Koitiana berekende. Reactionair als we waren, dat zal ze leren. We werden opstandig op Erica, pikten bij de Lagere School het voetbalveld in. Werden er even vlot weer af gestuurd. We trokken aandacht. De jeugd, wij dus, wilden een eigen onderkomen op Erica. We bleven recalcitrant en dreven de lui van discotheek Koitiana vaak tot wanhoop. Op een avond belden we aan de deur van de pastoor, of het Emaculatagebouw vrij was. De goede man kon ons niet verder helpen. We kregen hulp van onverwachtse hoek. Een van de lui van Koitiana, Paul Ahlers, had een oudere broer. Een alternatief type met een baard en geitenwollen sokken. Het was deze man die ons in contact bracht met Cees van der Stel. Cees was jongerenwerker in het Schienvat. In ieder geval had ie ook een baard. Cees begreep iedereen, hij zocht naar een oplossing toen we samen op een avond met lieden van Koitiana naar een oplossing zochten. ‘t Schienvat had nog een ruimte, een kelder onder het toneel. De ruimte werd toen door een kleuterclub gebruikt. Volgens Cees was inschikken mogelijk. Dezelfde avond werd gezamenlijk de ruimte bekeken. Ahlers, de baard, reageerde enthousiast. Eigenlijk alle lui van Koitiana. Waarschijnlijk blij van ons af te zijn. Belangrijk was dat wij, de reactionairen, het ook zagen zitten. Vanaf dat moment hadden wij, een hele club inmiddels, een nieuw onderkomen. ‘t Keldertje’, bedacht door Baard Ahlers. Cees van der Stel nam ons mee in zijn linkse wereld. We werden het linkse geweten van Erica en verbeterden en passant ook nog de wereld. Door Cees werden we politiek bewust, lees links. Links was goed, rechts was helemaal verkeerd. Natuurlijk moest alles democratisch geregeld worden. Cees verdeelde ons in werkgroepen, werkgroep muziek, werkgroep inrichting, werkgroep krant, werkgroep bar enz. Al die werkgroepen moesten natuurlijk vergaderen. Om tenslotte te eindigen in een gezamenlijke vergadering. Cees leerde ons vergaderen tot de vonken eraf sprongen. Ondertussen hield ie ons van de straat, zijn kerntaak. Cees vergaderde ons zogezegd van de straat, maar we hadden het naar onze zin. Cees liet soms de touwtjes wat lossser, we mochten onze centjes zelf ergens aan besteden. De kelder was inmiddels omgebouwd tot een bar. Ik had op de zwarte wand allemaal gekleurde ballen geschilderd. Sommigen beweerden er sneller ‘high’ van te worden. Bij de lokale tweedehands meubelzaak hadden we luie bankstellen gekocht en daarmee de kelder gevuld. Op het gebied van brandveiligheid werden zo’n beetje alle regels overtreden. De eerste avond was een regelrechte succes. Een prachtige tijd brak aan. Eens per jaar mochten we een feest organiseren. Dan kwam in het Schienvat een band live spelen. De winst van zo’n avond werd gedeeld. Wij verdienden zo een aardig centje. Van Cees kregen we een boekwerk met muziekbandjes en telefoonnummers. De muziekband die we kozen was een uit de Achterhoek en heette ‘Normaal’. Ze speelden zoals zovelen Rock and Roll. Deze speelde in onze eigen taal, het werd boerenrock genoemd. Volgens contract kwamen ze 6 weken later bij ons spelen. In tussentijd werden ze Nummer 1 op Toppop! Met het liedje ‘Oerend Hard’. Te gek, menig Ericaan kwam die avond niet opdagen omdat ze dachten dat wij de boel voor de gek hielden. Het werd een geweldige avond, we mochten nadien met Bennie Joling en consorten een pilsje drinken. In het Schienvat werden we volwassen. Vooral onze (linkse) politieke bewustwording deed ons wereldbeeld milder stemmen. Het was Cees die ons daarvan bewust had gemaakt, waarvoor hulde!

Geschreven door Henk Beukers.

Geef een reactie