Hanenbietersbuurt

Hanenbietersbuurt

We spreken van Erica omstreeks 1920. De Havenstraat zag er toen heel anders uit. Aan beide zijden stond een bomenrij en was de Havenstraat veel smaller. Het verkeer was destijds lichter en langzamer. Gek genoeg proberen ze tegenwoordig hetzelfde effect te bereiken met versmallingen en drempels. Hadden ze de Havenstraat zo gelaten als toen dan hadden we geen denderende vrachtauto´s in het dorp gehad, dan waren er geen rusteloze jakkeraars. Niet elke verandering is verbetering blijkt maar weer. In 1920 was de Havenstraat beduidend minder bewoond. Op de hoek Havenstraat / Veenschapswijk stond het winkeltje van Jans van Os. Het huisje staat er nog en het winkeltje is nog goed herkenbaar. Havenstraat2Iedereen op Erica kende Jans van Os als Beelden Jans omdat hij in het winkeltje ook beelden verkocht. Later toen hij last kreeg van reumatiek kenden ze hem op Erica beter als Stieve Jans. Naast Beelden Jans stond een heel oud klein huisje. Aanvankelijk woonde daar Beelden Jans in tot zijn winkeltje klaar was. De bedoeling was om dan het huisje af te breken. In plaats daarvan ging hij het huisje verhuren. Zo kwam daar Marie van tante Kneele te wonen. Marie was pas getrouwd met een van Roewe. Het huisje was nog kleiner als die van Herman en Meta. Naast een beddenstee was er verder nauwelijks ruimte voor een paar meubeltjes. Tegenover het kerkhof woonde Wever. Die was jager en schoot in het veld op alles wat bewoog en op alles wat niet bewoog. De hagel uit zijn jachtgeweer rinkelde wel eens van onze dakpannen. Zo’n honderd meter naar achteren stonden een vijftal woningen. In het huisje waar later Willem Wessel zijn woning bouwde woonde Oleid met haar zere ‘huppe’. Nog verder naar achteren naast het vijftal huisjes woonde Titus Willem de Vries waar later Gustin kwam te wonen. Op de plek van Grote Minne Beukers woonde toen een Mazenier. Naast het pad die naar de huisjes achteruit liep woonde toen Middendorp waar later groenteboer Arling woonde en nog later Hanenberg met Iene Ooge. Naast het kerkhof aan de noordkant stond het huis van Oude Jans van Os. Naast Oude Jans stond een dubbele woning waar later Hofstede kwam te wonen. Aan de kant van Oude Jans woonde Jan Beuker, in de andere helft woonde Grote Gradus de Vries. Een geliefde bezigheid in die tijd was de volgende zin in een snel tempo opdreunen: ‘Grote Gradus graaft grote gruppen, grote gruppen graaft Grote Gradus’. Niet alles aan Grote Gradus was Gradus. Grote Gradus had namelijk een houten voet. Titus Willem de Vries achter in het veld moest oom zeggen tegen Grote (Titus) Gradus. Een tante van mij is ook naar Grote Gradus vernoemd: tante Thea (Titia). Grote Gradus de Vries was getrouwd met een Boersma uit Friesland. Dat maakt dat Grote Gradus ook familie van mij is. Mijn overgrootmoeder van Pa’s moeder kant was ook een Boersma. Namelijk een zus die later Katholiek is geworden en was getrouwd met Christaan Wilhelmus Sets.. Pa kan zich nog wel herinneren dat vroeger in huis soms Fries werd gesproken. Grote Gradus zijn vrouw was chauvinistisch zoals Friezen nu eenmaal kunnen zijn. Op haar sterfbed vlak voordat ze haar laatste adem uitblies sprak ze haar laatste woorden: ‘Fryslân boppe’. Wat zoiets betekende als Friesland boven. Bekend was toen de zin: ‘Fryslân boppe en Grins yn’e groppe’. Frieland boven en Groningen in de gruppe. Hoezo chauvinistisch? Schuin tegenover Grote Gradus woonde Koop de Vries. Dezelfde achternamen maar geen familie van elkaar. Koop was wel familie van slager de Vries op Erica. Later droeg een grote winkel zelfs zijn naam. Koop woonde in een oud huisje tussen waar later Hanenberg en Stuurwold woonden. Verder was de Havenstraat ‘roege veld’. Overal velden waar turven lagen te drogen. Hoewel turf in overvloed waren de mensen toen niet te beroerd om een turfje achterover te drukken. Wanneer bij mensen turf werd afgeleverd kwam het nog wel eens voor dat enkele turven van de kar vielen. Zulke turven werden dan door anderen achter een boom gelegd en later opgehaald. Ook kwam het voor dat van het veld droge turven ‘zomaar’ waren verdwenen. De hoeveelheid verdwenen turf was vaak precies de hoeveelheid wat op een kruiwagen paste. Uiteraard bleven toen conflicten niet uit. Achter de dubbele woning van Grote Gradus liep een pad naar achteren, hieraan stond een oude keet waar Gradus ooit woonde. Later woonde daar Koba van Tellingen, toentertijd op Erica beter bekend als Koba Smeer. Om het huis van Koba Smeer zag je behalve haar schreeuwende kinderen vooral veel veld. Op het veld lagen veel turven te drogen. Ook achter Koop de Vries liep een pad naar achteren waar later Schnieders kwam te wonen. Ook hier enorm veel drogende turven op het veld. Grote Gradus en Koop de Vries hadden een belangrijke overeenkomst. Hun bezigheid. Ze hadden altijd ruzie, en wel met elkaar. Maar er waren meer overeenkomsten tussen die twee. Beide hadden soms moeite met Mijn en Dijn, dan liep er weer een in de schemer met een kruiwagen over het veld te zeulen. Om zich dan snel uit de voeten te maken, inclusief een houten. Bij beide brandde die avond de kachel op droge turf. Over branden gesproken, beide karakters waren voorzien van een kort lontje. Edoch, het meest pikante overeenkomst tussen die twee lag in het feit dat ze beide in bezit waren van een jachtgeweer. En zo kwam het voor dat Grote Gradus op een mooie zomernamiddag door de geopende vensters bij Koop de Vries de porseleinen kopjes van de eettafel schoot. Overeenkomstig het korte lontje van Koop de Vries liet een gepaste antwoord niet lang op zich wachten. Op Erica was toen het conflict tussen die haantjes het gesprek van de dag. Het liet niet lang op zich wachten voordat de bevolking van Erica een gepaste naam voor de buurt had verzonnen. Sindsdien staat dat gedeelte van de Havenstraat bekend als de Hanenbietersbuurt. Toen ik als achttienjarige een vakantiekaart kreeg van mijn toenmalige vriendin had zij mijn adres vergeten. Toch schoot haar iets te binnen van een verhaal wat ik haar ooit vertelde en hoe mijn buurt aan de naam was gekomen. Zelfs de naam van de buurt was ze vergeten. Ze adresseerde de kaart met Beukers in de Hanenpikbuurt. De kaart kwam aan! Van alle Ericanen was er maar eentje die de post feilloos op de plaats van bestemming kreeg: postbode Hemel. Hij kon zich de naam van de buurt nog herinneren: Hanenbietersbuurt.

Geschreven door Henk Beukers

Geef een reactie

1 Reactie

  1. Rudy Hanenbergh · 23 november 2016 Reageer

    Heel interessant dat stukje over het huisje van Koop de Vries. Want dat betreft het huisje dat heeft gestaan op de plaats waar nu mijn huis staat (nr 115). Bij het uitgraven van de fundering ontdekten we dat er al een keer wat gestaan had. Tot onze verbazing, want niemand van ons wist daar iets van af. Op oude kaarten van het kadaster heb ik later wel gezien dat er een huis ingetekend was, maar ik had nog geen idee van wie dat was geweest. Leuk dat Henk Beukers nu weet te vertellen wie er hebben gewoond (Koop de Vries en later Koba Smeer) en dat het een klein arbeiderswoninkje was met beddestee. Koop de Vries zal de vader geweest zijn van Katrinus de Vries, baas bij de Heidemij, die later het huis op 113 heeft gebouwd. Mijn ouders hebben dat in 1967 van Katrinus en zijn vrouw gekocht, waarna zij verhuisd zijn naar een bovenwoning aan de Verlengd Vaart NZ. Ik weet niet meer of dat nou boven de slagerij van hun zoon was, of van het pand er naast.
    Mijn kelder heb ik te danken aan dat er al eerder een huis gestaan heeft want daarom moest er dieper worden gegraven om vaste grond te vinden. Vermoedelijk had Koop de Vries daar ook zijn kelder.