Kreidler Florett

Kreidler Florett

Mijn allereerste bromfiets was een NSU Quickly. Daar had mijn vader jarenlang mee naar de AKU in Emmen gereden. Hij droeg hierbij een grote leren jas waarbij je de flappen om de benen kon wikkelen. Daarbij droeg hij grote leren handschoenen die een stuk over de mouw heen schoven. Als slotstuk had Pa een pothelm en een grote rijbril op. Op de NSU zat tevens een grote windscherm die pa tegen de elementen moest beschermen. NSU QuicklyAlles was praktisch gericht op het voorkomen van bevriezing c.q. verkleuming. Pa was zodanig ingepakt dat je hem ook zo in een vliegtuigje kon zetten. In die tijd werd vooral naar de praktijk gekeken en stond allure op een lager plan. Alhoewel, er zijn nu weer snorfietsclubjes die dezelfde outfit hanteren. Ik was in die tijd vijftien en reed zaterdags altijd zonder valhelm met de NSU door het veld naar mijn werk. Al het genoemde outfit was zorgvuldig van de bromfiets gesloopt of in een kast opgeborgen. Met andere woorden, ik reed redelijk onveilig, blauw van de kou, maar wel hip. De NSU Quickly had zijn uiterlijk niet mee maar was verder een geweldige bromfiets. Een kittig ding die zo maar de vijftig km per uur kon halen. In mijn tijd waren een paar bromfietsmerken helemaal in. Hoe kwalitatief goed een bromfiets ook was, als het niet tot de coole merken behoorde werd de neus ervoor opgehaald. Mijn kameraad Eric kreeg op zijn zestiende van zijn vader een prachtige glanzende groene Batavus, met beenkappen. Kwalitatief stond het bromfietsje misschien wel met kop en schouders boven de populaire merken uit. Maar het behoorde er niet tot toe. Schamperend werd het Erics bromfiets ‘kanon’ genoemd. Ook mijn toenmalige kameraad en buurjongen werd zestien en kreeg van zijn vader een bromfiets. Vaders kunnen wel bromfietsen geven maar kunnen op dat moment niet weten wat cool is onder de jeugd. Mijn buurjongen kreeg een Berini. Kwalitatief top, maar niet cool. De populaire merken in die tijd waren Kreidler, Zundapp, Puch en Yamaha. Laatst genoemde kwam net in opgang. Het was vooral Kreidler en Zundapp wat de klok sloeg. Toen ik zestien werd kwam mijn oudste broer net uit de bromfietstijd. Ik kon zijn Zundapp voor een prikkie overnemen. Had ik het maar gedaan. Een fluisterstille flitssnelle Zundapp. Ik nam de Zundapp niet. Mijn broers bromfiets had namelijk een handgeschakelde versnelling. Dat was niet cool. Mijn lot stond vast. Met mijn zuurverdiende centjes moest ik een dure voetgeschakelde Kreidler-Florett kopen in Emmen. Het werd er een met geforceerde koeling. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik met de nieuwe (tweedehands) Kreidler naar huis reed. Trots als een pauw. Wanneer je als tiener per se een coole bromfietsmerk wou ging dat toch ten koste van een kritische blik. Ik zag de bijgewerkte deukjes niet en de bijgespoten bezinetank. Mijn voorganger had het ding naar hartenlust afgeragd. Eigenlijk was het een regelrechte barrel. Cool dat wel. Mijn broer Jos had meer geluk, hij was kritischer op die leeftijd. Zijn Kreidler reed soepeler en zag er veel beter uit. Willie mijn kameraad had op zijn zestiende een splinternieuwe Yamaha gekregen. Yamaha was een Japans merk die piano’s maakte.  Met zijn logo van gekruiste stemvorkjes. Dat kon toch niets wezen, dat ging nu bromfietsen maken. Geen wonder dat de bromfiets kritisch werd bekeken. Een labiel bromfietsje was het harde oordeel van mijn vader. Inderdaad, Willie’s Yamaha leek totaal niet op die lompe NSU Quickly. Maar in de jaren die volgden liet Yamaha zien wel degelijk hoog kwalitatieve  bromfietsen te kunnen maken. En verrekte rappe ook. Ondertussen zat ik vast aan mijn coole Kreidler Floret. Loewe, een van mijn toenmalige kameraden, wees me een keer op de mogelijkheid om de Kreidler op te voeren. Er waren speciale setjes op de markt, zo’n 5.2 set heette dat. Helemaal niet duur. Loewe wist zelfs nog wel een tweede hands set. Het bestond uit een Cilinder, een carburateur, een uitlaat en een tandwiel. Een koopje. Een week later had ik zo’n set op mijn Kreidler gemonteerd. Dat bleek helemaal niet moeilijk. Bij het weg rijden kwam ik er achter dat de Kreidler geen bromfiets van vijftig km per uur meer was. Bij een stoot gas had ik de tong achter mijn huig hangen. Mijn Kreidler reed met gemak tegen de honderd km per uur. Dat liet ik Erica natuurlijk wel even zien en scheurde hierbij door de straten en lanen. Wat ik niet wist, eigenlijk ook niet wou weten, maar wat ik wel had kunnen weten, het bromfietsje was tegen deze krachten niet bestand. Gelukkig wist Loewe dat ook niet. Die vond mijn Kreidler supercool. Hij was een beetje trots dat hij mij op de 5.2 set had gewezen. Daarom vond Loewe dat hij mijn toestemming niet nodig had, om te gaan Joyridden op mijn Kreidler. Foei Loewe. Een paar weken later reed ik weer op een ‘normale’ Kreidler. Op kosten van Loewe. Hij had het motorblok tijdens het joyriden opgeblazen en hij had me plechtig verzekerd voor een nieuwe motorblok te zorgen. Het duurde niet lang of ik had het volgende probleem aan de Kreidler. In die tijd kwam voetversnelling in de mode, de bromfietsen werden door de fabrikanten vliegensvlug omgebouwd. Dat ging niet altijd zorgvuldig. De voetversnelling van de Kreidler was een beetje houtje-touwtje met hefboompjes en zat onder het motorblok. De bromfiets lag laag op de wielen dus de gevolgen lieten zich raden. Tijdens een ritje door het bos raakte de motorblok een boomstronk. Gevolg, het complete versnellingsmechanisme werd onder het blok weggerukt. Erger nog, er zat een scheur in het motorblok. Het leek het definitieve eind van mijn Kreidler. Dan komen de vaders in het geweer. Mijn vader sloopte het blok uit elkaar en Willie’s vader laste de scheur weer dicht. Zo geschiedde. Een maand later reed ik weer op de Kreidler. Ik kon weer scheuren, elk weekend met de boys op stap. Met zo’n tien bromfietsen de kroegen bij langs in Weiteveen, Nieuw-Schoonebeek en Schoonebeek. Een geweldige tijd die een eigen verhaal krijgt. Na de grote reparatie was de Kreidler toch anders geworden. Zo schoot de Kreidler steeds uit de derde versnelling. Geen probleem zou je denken, je drukt met de voet tegen de versnellingspook zodat hij in de derde versnelling bleef zitten. Dat deed ik. Het probleem was dat ik nu ontzettend moe werd in mijn linker voet na een tijdje rijden. Na een kroegentocht over de buurdorpen op zaterdagavond had ik een lamme linker poot. Bovendien sleet mijn linkerschoen, aan de bovenkant. De aardigheid voor de Kreidler ging er in rap tempo af. Gelukkig duurde de bromfietstijd maar twee jaar. Mijn laatste rit op de Kreidler was die van naar de spoorwegrestaurant in Emmen. Hier moest ik mijn rijexamen doen. Na weken met Dries Timmerman door Emmen te hebben gereden vond die het wel genoeg. Ik moest maar gauw voor mijn rijexamen. Tot mijn grote verbazing, Dries viel bijna van de stoel, slaagde ik. Trots als een pauw verliet ik het pand. De boom waartegen ik mijn Kreidler had geparkeerd, stond daar alleen boom te wezen. Mijn bromfiets was gejat. Veel tijd om daarover in te zitten had ik niet, Eric kwam in zijn groene Ford Escort toevallig voorbij rijden. Het was vooral de opluchting die me is bijgebleven toen we richting Erica reden, niet van het behalen van de rijbewijs, maar dat ik van die verrekte Kreidler af was.

Geschreven door Henk Beukers

Geef een reactie